HEMAtales 3, Strak

Als je een paardenstaart te strak zet krijg je hoofdpijn, zegt men. Aan deze meid is alles strak,  ze zal dus ook wel meer dan alleen hoofdpijn krijgen. Van haar in Ugg-achtige schoenen gestoken zwarte legging tot haar blauwe truitje met brede colkraag is alles aangespannen.
Ze eet dromerig voor zich uitkijkend, een schouder op het witte Hema-tafeltje en het croissaintje tussen twee vingers. Kleine hapjes.
Als ze tikt op haar modieuze smetphone, met een enkele vinger, het ding aandachtig vasthoudend met haar andere hand, zie je dat haar nagels lang zijn, lichtgroen en vers van de manicure. Ze zal wel geen werk doen waarbij je vuile handen krijgt, politica ofzo. Of iets dat erg stressvol is. Niet goed voor je nagels.
Als ze haar dienblad oppakt om te vertrekken hangt haar zwarte jas met een brede kraag over haar schouders. Grote knopen. In haar keurig gemanicuurde dunne vingers houdt ze twee zwarte leren handschoentjes.

Rechts voor mij zit een gezinnetje aan tafel: vier chinese kinderen en een blonde moeder met krullen in het haar. Het jongste van de twee meisjes ziet er naar uit dat ze tegen de tijd dat ze 18 is modern Hollands mollig zal zijn. Ze eet er ook naar.
Een studiegenoot van me zei het ooit: “Die meiden zien er strak uit als ze als eerstejaars net binnenkomen, maar binnen een half jaar zijn ze dankzij alle bier bij de sociëteit moddervet.”
Dat was in 1998. In 2005 kwamen ze al moddervet binnen en was het uit uit met de pret.
De oudste van de twee meisjes heeft steil bruin haar in de kleur die je vaker ziet bij Aziaten en waarvan ik nooit heb begrepen of dat natuurlijk is of een al decennia aanhoudende modegril. Ik houd het op het laatste, ook de natuur kan immers modegrillen hebben.
Uiteraard draagt ze Uggs (insert trademark symbol). Ze geinen met de twee jochies die iets kleiner zijn dan hen. De blonde Hollandsche moeder is nergens te bekennen. Waarschijnlijk is ze zich aan het verbijten bij de koffieautomaat van het buffet, knoppen aan het bestuderen of heeft ze net als ik weleens de pech om achter een gang van pinguïns met primarktassen te belanden. Dan ben je zo een kwartier verder voor er koffie is. Tijd genoeg om ’s ochtends weer in slaap te vallen in deze tijd van het jaar.
De Chinese meisjes kijken ondertussen hoeveel rietjes er in een pakje yoghurtdrink passen. – Alle rietjes – Als ze klaar zijn blijkt dat ze de dienbladen nauwkeurig gesorteerd klaar hebben staan voor de aftocht. Ook in de afwezigheid van blonde moeder draait dit gezin als een geoliede machine. Strak.
“Zijn jullie nu al klaar?” zegt ze als ze aan komt lopen bij de stapel etensresten die nu door de jongens en het jongste meisje weggewerkt worden richting lopende band.
De oudste van de meisjes blijft zitten en legt met een wijd rondzwaaiende arm een en ander uit aan moeder terwijl de jongere kids terugkomen.
De zwarte poncho die de moeder draagt valt nog iets wijder dan de dunne witte trui van haar dochter. Ze zouden wel eens echt familie kunnen zijn. Je zit tenslotte niet voor niets aan één tafel.
Het kleinste jochie met een grijze hoodie zegt dan ook “hé mama” om haar aandacht te trekken als hij aan komt lopen. Dat lost het raadsel op. Het ziet er gezellig druk uit in hun stukje restaurant en zal dat ook wel blijven als het aan de kids ligt.
Moeder grijpt even in als de jongens een spel ontdekt hebben waarbij je op elkaars handen én de tafel kan slaan. De trillingen zullen wel storend zijn als je iets wil doen met je smartphone. Alhoewel swipen haar nog wel lijkt te lukken.

Niet voor lang: de kinderen staan ineens alle vier op. Moeder moet mee in de dynamiek van haar gemengde gezinnetje.
Ik ga ook en swipe mijn tafel leeg. Tijd om kerstcadeaus te kopen, voor zes familieleden.  Ze krijgen allen hetzelfde.

HEMAtales 2, de Russin en de BN’er

Lang leve het slechte onderwijs: het complete gebrek aan rekenvaardigheid bij de Nederlandse jeugd levert mij vanochtend een kwartje op. Geen kwartje voor rekening van de cassière, want gelukkig zitten er nog geen streepjescodes op koffie en broodjes. Het verlies wordt hier gewoon keurig door het bedrijf gedragen en niet door het uitgebuitte personeel.
Rekensommetje: hoe lang zou een minderjarig personeelslid hier moeten moeten werken om een bepaald product aan te schaffen? Stel je deze vraag af en toe eens in een winkel, best interessant.

Rechts voor mij zit aan een tafeltje een slanke vrouw van in de 30 die Nederlands spreekt met een accent dat Frans kan zijn, of iets Oost-Europees. Ze zit aan tafel met een oudere heer met brilletje, terwijl het meisje dat ze meenam, haar dochter neem ik aan, met een kleurrijk boek aan haar eigen tafeltje is gaan zitten. In tegenstelling tot Nederlandse kinderen, die heen en weer vliegen en alleen te containen zijn in de buurt van het speelhuisje dat een soort miniatuur van een winkel voor moet stellen en dat ongetwijfeld is ingericht om hen te vormen tot brave consumenten, zit zij rustig en geconcentreerd bij haar boek.
Aantrekkelijke dame, ze heeft een mooie, vriendelijke glimlach en als ze loopt is dat licht heupwiegend. Ik stel mij voor dat zij de vrouw is van een of andere Shell-expat die hier is voor haar taallessen bij een gepensioneerde leraar.

Voor de tweede dag zit hier vlakbij een man met grijs haar in plukken, elegant gekleed, colbertje, zwarte sjaal om. Hij is lang en enigszins statig. Hij lijkt mij een BN’er te zijn maar aangezien ik BN’ers meestal niet herken kan ik hem ook niet plaatsen.
Ondertussen kijkt de vrouw bijna verliefd naar haar leraar. Aan haar hele lichaamstaal zie je dat ze het naar haar zin heeft. Het is dan ook een charmante en geestige oudere man. Een stapel dikke woorden- en andere boeken onderstreept zijn intellectuele voorkomen.

De BN’er aan het andere tafeltje torent met gemak een meter boven hen uit, zelfs zittend is hij bijna een kop langer dan iedereen hier. Misschien is hij ook wel geen BN’er maar valt hij gewoon op. Of is hij een vergeten oud-docent van mij.
Als ik mijn dienblad op de lopende band zet en het pand verlaat weet ik de man nog altijd niet te plaatsen. De Russin en haar leraar zal het niets uitmaken, zij amuseren zich wel.

Onderweg naar huis kom ik op straat nog een echte BN’er tegen: Wim de Bie. Hij herkent mij niet. Ik zal hem er een volgende keer eens op aanspreken.

Sacha Kahn

De uitgedroogde vijvers der vrijheid

Van de migrantenvogeltjes die zich geordend verplaatsen heb ik geleerd hier naartoe te komen. Ook zij komen, evenals ik, uit het donker en de uitgedroogde vijvers der vrijheid.

Een fragment

Toen ik naar de gevangenis kwam, stond ik sprakeloos en verbijsterd, alsof wat mij toebedeeld was niets te maken had met mijn lot. Ik kwam tot de conclusie dat de mens aan het begin van iedere fase van zijn lot deze verbijstering en overgave gedwongen zal moeten ervaren. En zelfs de meest kwade en rigide mensen ook in een dergelijke fase van hun leven zich onvoorwaardelijk moeten overgeven. Zodoende is de onverstoorde eenzaamheid mijn lot geworden. De vochtige lucht van de gevangenis adem ik in met haar bittere geur. Bij iedere stap voel ik mij als iemand die, op het strand aangekomen, zijn bootje achterlaat, want het heeft geen nut meer. Van het verleden kan ik geen afstand nemen. Doorzettingsvermogen, levenslust, avonturisme en toekomstperspectief hebben mij alle verlaten. De zoete jeugd heeft zich van mij gekeerd. Thans sta ik voor het daglicht en heb geen intentie om haar wederom, ook niet voor een moment, terug te krijgen.

Wanneer ik een blik werp op mijn omgeving en soms anderen spreek, zie ik dat gevangenen tot een zeldzame groep wezens in de wereld behoren die content zijn met een vluchtig verloop van de tijd. Daar ze met iedere op- en ondergang van de zon de vrijheid dichter naderen. Voor mij echter is er geen dag en nacht, geen land en geen zee, geen gevangenis en geen vrijheid, en geen slaap en geen waak. Voor een moment denk ik erover preciezer na: de wereld is geen illusie voor mij, noch bevat die een kern van werkelijkheid. In feite ben ik gevangene van een levenloos leven; ik eet en ik eet niet, ik drink en ik drink niet, ik ben positief en negatief, ik ben sober en dronken. Een complex aan tegenstrijdigheden wordt in mijn wezen gevormd, net zoveel als bij honderden psychiatriche patiënten en normale mensen bij elkaar.

Als het water aan de lippen komt, heeft voorzichtigheid geen betekenis meer. Wanneer je alles kwijt bent, verliezen de macht en de machtige hun kleur, bereikt je moed, komt de woede tot leven en is angst voor dingen en personen niets meer waard. Het bezitten maakt je behoeftig. Behoeftig om hetgeen wat je bezit te behouden. Het ultieme lot van de mens is verlies. En zo kom je plotseling in opstand en begin je alles en iedereen te vervloeken.

Wat valt te verhalen over onuitgesproken verhalen in de diepte van mijn hart? De hele gevangenis is levenloos door de droge wind. Hier zijn geen dansende granen op de grond, geen lustige avondwind. De hitte van de zon is net een zweepslag op onze lichamen, geluidloos. Iedereen is gebogen heen en weer aan het lopen onder de zon en ik op zoek naar een gedachte in een dialoog. Ieder oog volgt een blik, elke vreemde zoekt een weg, maar niemand ziet mij. Hier is de een verbijsterd in zijn zoektocht naar geld en eigendommen en de ander wacht tot de dagen voorbijgaan. Maar ik weet dat morgen er ook aankomt. Ik weet dat gefluister uit de harten, zoals onderdrukt gekreun, uiteindelijk zullen rijzen om zich aan de fluwelen gordijnen van dit gebouw te kleven. De nacht, het donker en de illusie zullen met elkaar worden verenigd. Van de migrantenvogeltjes die zich geordend verplaatsen heb ik geleerd hier naartoe te komen. Ook zij komen, evenals ik, uit het donker en de uitgedroogde vijvers der vrijheid.

Het menselijk hart is net een schaduw; het gaat overal naar toe, door de muren naar iedere plaats die het maar wenst. Het hart is ruim en groot. Soms past deze grote wereld ook in een klein hart.

In de vlucht van de ene plaats naar de andere kan men maar een seconde rust bereiken. En vervolgens wederom pijn en leed, deze oude metgezel laat je niet met rust. Een man denkt niet aan zijn dood. Dit is te merken aan een vreemd verdriet in zijn ogen. Twintig jaar duurt lang genoeg om te kunnen vergeten. Maar de voetsporen van het leven zijn niet zo eenvoudig te verwijderen.

Wanneer je aan het leven gewend bent, liefde gegeven en ontvangen hebt, pijnigt het loslaten je hart. In de regelmaat van gewoonten en rust krijgt je ‘zijn’ een andere waarde. De wereld lijkt met grote stappen vooruit te lopen. Maar wat wordt onder haar voeten verpletterd?

Dariush Hamidi Sooha

dariush_tekst_farsi

 

Op zoek naar Sacha Kahn – 3 – De verloren bladzijden

“Ik heb het hondje gevonden meneer Kahn. Ik doe zo de deur voor u open, maar moet eerst nog even naar het toilet. Maak maar even gebruik van de gelegenheid om het dier aan u te laten wennen.”
De man aan tafel reageert niet op de woorden van de therapeut en maakt een korte hoofdknik naar de tweede plastic stoel: “Ga zitten Tommy, wil je koffie?”
Ik schud mijn hoofd, er vliegen wat druppels van deze natte herfst van mijn oren.

Sacha Kahn heeft zijn zwarte Bogarthoed al op, jas aan. Met twee handen omklemt hij een plastic mok zwarte smurrie. Naast hem ligt en pak papier zo dik als het telefoonboek van New York.
“Ik heb het afgelopen jaar jouw stukjes met belangstelling gelezen, voor zover ik internettoegang kreeg tenminste. Leuk werk Tommy, laat je niet kisten door die conservatieve redactie.” Onwillekeurig begint mijn staart te kwispelen. “Hoe heb je mij gevonden?”
Ik leg de dichter uit dat een reeks recente foto’s van onder andere Roel Wijnants en andere clues mij tot de conclusie brachten dat Sacha Kahn nog in leven moest zijn en wel in onze stad. Sacha grinnikt: “Je woorden ‘halfgare dichter’ zaten dichter bij de waarheid dan je kon vermoeden. Die ontsnapping van drie weken geleden leverde me dagen isoleercel op. Het was op zich ook wel weer nuttig. Ik heb de tijd gehad om na te denken over mijn nieuwe boek,” Hij legt zijn hand op de papierstapel, “Op zoek naar de verloren bladzijden noem ik het, een roman in zeven delen waarin de herinnering een grote rol speelt.”
“Het was niet moeilijk je te vinden, Sacha, je collega’s bij Haagspraak zijn gewoon nooit op het idee gekomen de afdeling Verwarde Personen te bellen.”
“Tsja, erg praktisch waren ze nooit.” Sacha vertelt mij dat hij na het verlaten van zijn flat in april 2014 enige tijd rondgezworven heeft, aanvankelijk in gezelschap van De heer T.W. Baal, een hersenspinsel van de onlangs overleden medeblogger Teun. Hij complimenteert me met de ontdekking van hun beider aantekeningen in een gastenboek en vertelt verder: “Op een gegeven moment zat ik hier. Het is hier een gekkenhuis. Het is verdomde lastig je hier op je schrijfwerk te concentreren.”

schaduw van sacha kahn
Roel Wijnants maakte onlangs al deze foto van een man die wel erg op Sacha Kahn leek.

Van zijn opname en de periode direct ervoor herinnert hij zich niets meer, maar de behandeling in de gesloten inrichting heeft hem goed gedaan, zo vertelt hij. Ook legt hij mij uit dat zijn kijk op de wereld van de poezie en het bloggen totaal is veranderd:
“Gerry,” Sacha wijst naar de gesloten deur, “is een goed mens, een beetje goedgelovig misschien, maar daar profiteren we zometeen van. Mijn hoofdbehandelaar heeft mij veel geleerd. Dankzij hem begrijp ik nu dat de collega’s bij Haagspraak mijn eigen hersenspinsels zijn en ik al die tijd in een psychose heb geleefd.”

“Hersenspinsels?”

“Ja, allemaal, Lies, Edwin, Carel. Van Someren (Sacha’s therapeut, red.) heeft mij dit uitgelegd. Welke hotelier noemt zich immers ‘Happy‘ en verkoopt vervolgens zijn vijfsterrenhotel? Welke rijksambtenaar wordt ineens creatief en neemt een naam als ‘Interniek‘ aan? Wat voor zeventiger noemt zich in vredesnaam ‘Artodidart‘? En IJsman, Oenkenstein? Wat voor mens die bij zijn volle verstand is noemt zich zo?”
Ik probeer er nog iets tegenin te brengen maar het blijkt zinloos.
“Ik heb jullie allemaal verzonnen. Ook jij, Tommy, bent een product van mijn verbeelding, maar dat geeft niet. Zometeen gaan wij samen een stukje wandelen en dan duurt het maanden voor ze me weer gevonden hebben.”

Ik kijk van Sacha’s ogen naar zijn manuscript ter dikte van het telefoonboek van New York en realiseer het mij plotseling: dit is het telefoonboek van New York.

“Meneer Kahn? Ik ben klaar, u kan met het hondje gaan wandelen.”

De man lijnt mij aan en geeft de riem aan Sacha. Samen wandelen we de novemberregen in. Mijn opdracht zit erop. Sacha Kahn is terug, min of meer…

Woef.

Muurgedicht Mandela

Nelson Mandela Muur_DSC5263

Nelson Mandela Gedicht _DSC5263

Wat telt in het leven
is niet het feit dat
we hebben geleefd

Het is het verschil
dat we hebben
gemaakt voor het
leven van anderen
dat de betekenis
bepaalt

Nelson Mandela

Dit plakkaat hangt aan de zijkant van een huis dat aan de Veenkade ligt op de hoek met de Zorgvliedstraat.

Het is een paar jaar geleden onthuld door de ambassadeur van Zuid Afrika op initiatief van de Mandela Stichting.
Ze hopen nog meer quotes op gevels te kunnen plaatsen. Ik vind dat oranje met die scheve oranjerode brievenbus op dat zwart wel fraai.

Overigens kan deze quote je wel eens aan het denken zetten bij alle reuring over de asielzoekers/vluchtelingen op dit moment…