De Haringman

Ineens zag ik hem uit het donkere gat van de spoorbrug opduiken. De Haringman van de dag. Heel vriendelijk, waarschijnlijk uitverkocht. Zwaaiend en al (niet op deze foto). Je maakt wat mee als vrijwillig schipper van De Willemsvaart.

De man zal niet weten dat op deze plek al in de 19nde eeuw schepen met haringtonnetjes langs kwamen om het achterland van Scheveningen mee te laten genieten van het Schevenings product bij uitstek, de Hollandse Nieuwe….

Afvalverwerking op zijn Chinees?

Als vrijwillig schipper bij De Willemsvaart zie ik ook andere kanten van Den Haag. Dit is het afvaloverslagstation op de Binckhorst. Als je dit gebouw vanaf de Plutostraat of de Meteoorstraat ziet liggen, ziet het er altijd wat somber, misschien zelfs wat dreigend uit. Dat komt omdat je dan tegen het licht in kijkt. Het gebouw is dan eigenlijk niet meer dan een schaduwzijde. Van deze kant af met de zon mee is het heel wat vrolijker, vooral ook omdat er wat begroeiing om het opslagterrein heen staat en door de rode kantoortjes.

Onder het rode deel kunnen twee schepen liggen. Je ziet er rechts een liggen met een blauw randje. Vanaf hier wordt het restafval over het water vervoerd naar de verbrandingsoven op Rozenburg, waar het ooit begon met de Afvalverwerking Rijnmond, oftewel AVR. Voor de hoeveelheid afval die in de boten past zouden anders 16 vrachtwagens nodig zijn.

AVR is ontstaan uit de AfvalVerwerking Rijnmond. Dat bedrijf verwerkte afval in een groot deel van de Rijnmond, maar niet in Rotterdam, waar de eigen Roteb actief was. Toen AVR eind jaren zeventig dreigde om te vallen, schoot de gemeente Rotterdam te hulp en verwierf het overgrote deel van de aandelen.

In de zomer van 2005 nam het gemeentebestuur een besluit tot verkoop. De interesse was groot en in januari 2006 verkocht de gemeente en een aantal minderheidsaandeelhouders AVR voor ruim € 1,4 miljard aan een groep investeerders. De kopers waren private-equitypartijen: het Britse CVC Capital Partners (CVC), het Amerikaanse KKR en het Nederlandse investeringsfonds Oranje Nassau. De verkoopprijs was ongeveer 15 tot 20 procent hoger dan verwacht. De omzet was destijds ruim een half miljard euro. Er werkten 2.100 mensen in vijftig vestigingen. In Nederland verwerkte AVR toen al een derde van alle afval. De koop werd gesloten op 2 maart 2006.

Door overnames en uitbreiding van activiteiten groeide het bedrijf sterk. In 2007 werd ook Van Gansewinkel over genomen. Ze voegden deze bedrijven samen tot de Van Gansewinkel Groep.

In februari 2013 hebben eigenaren CVC en KKR van Van Gansewinkel een zakenbank ingehuurd om de strategische opties met betrekking tot Van Gansewinkel te onderzoeken.[15] Een verkoop van het bedrijf wordt niet uitgesloten. Medio juni 2013 werd bekend dat AVR in Chinese handen komt.[16] Een consortium onder leiding van Cheung Kong Infrastructure neemt het bedrijf over voor € 944 miljoen.

Via Wikipedia (nl)

Niet zo gek dat de lasten voor het verwerken van afval steeds verder oplopen….het kapitalisme heeft ook hier zijn hebgrage klauwen in gestoken. Wederom een voorbeeld van hoe het eigenlijk niet moet. Aan de andere kant ook een voorbeeld van hoe overheidsbedrijven niet echt met elkaar communiceren. In Amsterdam is een afvalverbrandingscentrale en in Rotterdam en nog eentje in Duiven die ook door AVR was opgezet. Te veel verbrandingscapaciteit voor al het restafval van Nederland met als gevolg dat er restafval uit de hele wereld naar Nederland wordt vervoerd om de honger van deze vuurmuilen te stillen….

Visserijvlag – Het scheelt een letter en dus een wereld

Tja, op zoek naar een lekker visje werd ik in in de Nieuwe Vissershaven van Harlingen gespot. Waar ik zat te wachten tot deze vissermannen weer op een maandag de zee op konden. In hun kielzog komen altijd wat vissen naar boven en daar zijn niet alleen meeuwen gek op. Ook een Ooievaar versmaadt geen kielzog visje.

Al peinzend keek ik naar de visserij letters, niet goed oplettend dacht ik: “SC! das bekend terrein dat moet Scheveningen zijn en die twee daar de SC 35 Jacob Senior en en SC 45 Marijtje Keuter liggen hier wat dichter bij de visgronden. Scheelt vast een halve dag varen”…

Dom, dom, dom. Scheveningen heeft SCH natuurlijk als letters voor vissersschepen die daar thuis horen.

Na enig spitwerk kwam ik erachter dat SC de visserij letters zijn voor de Duitse stad Büsum, een badplaats en toeristisch centrum aan de Noordzee, vlak onder Denemarken.

Sinds eind 19e eeuw zijn vissers uit Büsum actief in de garnalenvisserij. In 1898 werd de Büsumer Fischereigesellschaft opgericht, die in de jaren 1940 haar hoogtijdagen had met in 1948 136 schepen, maar in 2008 nog slechts 20 schepen bezat. Het grootste deel van de schepen in de haven komt nu uit Friedrichskoog en Nederland, waar de visserijnormen uit de EU minder stringent worden nageleefd dan in Duitsland. De vangst van noordzeegarnalen voor de westkust van Sleeswijk-Holstein neemt de laatste jaren echter af. De belangrijkste afnemers van de garnalen (ongeveer 90%) zijn de Nederlandse garnalenverwerkers Heiploeg (die de Büsumer Fischereigesellschaft heeft opgekocht) en Klaas Puul. Tot de jaren 1960 werden de garnalen vaak thuis gepeld door Büsumse huisvrouwen, tegenwoordig gebeurt dit in verband met strengere hygiëneregels vaak in lage lonenlanden als Marokko. Sinds de recentelijke uitvinding van de garnalenpelmachine door de Nederlandse uitvinder Klaas Kant bevinden zich een tiental van deze machines in Leens (Groningen), Nederland.

Bron Wikipedia (nl).

Büsum, Schleswig-Holstein, Deutschland

Als je naar deze luchtfoto kijkt scheelt de haven van Büsum niet eens heel veel van die van Scheveningen qua formaat en opzet.

Via een refit verhaal op de Urker uitgave Visserijnieuws kwam ik achter de rederij:

URK – Seefischereibetrieb Hecht GmbH wordt gerund door Jacob (33) en Willem Snoek (27). Eigenaar is moeder Marretje Snoek-Hoekstra. Beide zonen zijn directielid. Willem bestuurt de zaken aan de wal, Jacob schippert op de SC 35.

Toen vader Evert Snoek in 2007 overleed had het visserijbedrijf Hecht vier Eurokotters, allemaal twinriggers. De oudste twee daarvan werden in 2011 verkocht. ,,We konden ons Duitse bedrijfsquotum ook met twee schepen benutten. Vervolgens hebben onze twee andere schepen een grote onderhoudsbeurt gekregen en die vissen sindsdien volop’’, legt Willem uit.

,,We proberen tegen zo weinig mogelijk kosten zo optimaal mogelijk ons quotum op te vissen. Dat lukt, tot alle tevredenheid. Alleen zien we met onze kleinere kotters in de winter vanwege weersinvloeden een minder bedrijfsresultaat. Met een grotere kotter erbij kunnen we dat oplossen. En dus hebben we vorig jaar de SC 25 gekocht. We hebben ons vervolgens eerst geöriënteerd. Uiteindelijk hebben we de knoop doorgehakt voor pulsvisserij en tegelijk ook geïnvesteerd in de mogelijkheid om met name in de zomer te kunnen twinriggen.’’

Pulsvissen is een nieuwe variant vor de boomkorvisserij waar zware netten met stalen kettingen de zeebodem loswoelen en zo ook het ecosysteem verwoesten en en enorme bijvangst van niet gewilde soorten gepaard gaan met een enorm olieverbruik.

Bij het pulsvissen zweef het net boven de bodem en worden de vissen gewekt met electrische pulsjes waardoor ze zo het net in zwemmen. Het verhaal is hoe groter de vis hoe groter de uitwerking van de puls vanwege hun lengte en verschil tussen de polen snuit en staart. Kleinere vissen hebben daar minder last van en zwemmen dus niet het net in…..

Ik zag dus Büsummer Urkers in Harlingen liggen….

Via Fischerhäfen in Europa kun je dan weer de doopceel van het vissersschip lichten:

1994 Casco gebaut in Gdansk / Polen, fertiggestellt bei Maaskant in Stellendam
Motor: 300 PS / 221 KW Mitsubishi Bj. 1995
28.04.1995 reg. als SC 35 “JACOB SENIOR” für Seefischereibetrieb Hecht GmbH (Gebr. Snoek / Urk) in Büsum
2012 Modernisiert
2015 neuer Motor: 300 PS / 221 KW Mitsubishi
2016 neuer Motor: 300 PS / 221 KW Mitsubishi
Eigner Fischereibetrieb Hecht GmbH
Schiffsname JACOB SENIOR
Fischereinummer SC35
MMSI 211241240
Call Sign DIRY
Länge 23,93
Breite 7,00
Seitenhöhe 3,90
BRZ
Baujahr 1995
Bauwerft Maaskant
Motor Mitsubishi
PS / KW 300 / 221

En via het MMSI nummer kun je bijvoorbeeld weer de huidige positie opzoeken.

Klep klep.

Sparkle

sparkle-p1020103

Het is een beetje triest verhaal. Op de foto aan de linkerzijde ziet u de roestige romp van een schip dat ooit een klipperboeg had. Er stak toe ie nog springlevend was nog een boegspriet uit. Landlubbers zouden het een stokkie noemen. Volgens mij is dit het restant van de “Sparkle” ooit een prachtige motorboot, eigendom van een antiquair die het volgestopt had met antiek als varende showroom.

Deze foto is nu ruim 9 jaar geleden genomen. De eigenaar die ik kende was toen al lang dood en was al jaren geen eigenaar meer. Wellicht ligt de romp ook niet meer op dat plekkie. Het is de Heimanswetering tussen de Oude Rijn bij Alphen aan de Rijn en de Wijde Aa. Ik ken zijn Ex, inmiddels in de 90 en ik ken zijn dochter en zijn zoon. Mijn leeftijd ongeveer. Jammer dat het met die boot zo gegaan is.

Ik kwam erop omdat ik in mijn archief een foto tegenkwanm van de Haida G:

haida-img_8117a

Een schip dat wellicht groter is, maar wel uit dezelfde tijd dateert….ik ga het verder onderzoeken.

Kennedy logeerde in de Wagenstraat

Wagenstraat 119
Wagenstraat 119-tm-119d

Tijdens een centrum wandeling liep ik door de Wagenstraat en zag het grote pand op de hoek Wagenstraat – Nieuwe Molstraat. Ik besloot er een foto van te maken want het pand behoort tot de mooiere panden in de Wagenstraat.

Thuisgekomen zocht ik via het internet of er iets te vinden was over dit karakteristieke pand. Het is circa 1750 in Lodewijk XIV stijl gebouwd. Op Wikipedia vond ik het volgende: De latere 35e president van de Verenigde Staten, John F. Kennedy, bracht op 23 en 24 augustus 1937 twee dagen door in Den Haag, tijdens een vakantie waarbij hij samen met een vriend door Europa reisde. Hotel-restaurant Elim van het Leger des Heils, dat toen was gevestigd aan de Wagenstraat 119, was hun overnachtingsadres.

Meer weten? kijk bij de info bronnen Monumentenzorg Den Haag en bij Wikipedia – Wagenstraat