Het Beeldenkerkhof van P. Struycken

Vanmiddag, op mijn fietstocht langs de rafelranden van de stad, ergens langs de spoorlijn op een terrein waar vroeger uitsluitend autosloperijen gevestigd waren vond ik een zes of zevental (afgedankte?) sokkels uit de beeldengalerij.

Schermafbeelding 2017-10-30 om 10.12.10

Den Haag kent een “Sokkelplan”, toen die term helemaal ingeburgerd was moest het Sokkelplan ineens “Beeldengalerij” gaan heten, maar dit terzijde. Ik hou het gewoon op Sokkelplan.

In de binnenstad staan 40 sokkels opgesteld met daarop actuele kunst in opdracht gemaakt. Ik vind dit een heel mooi plan en geniet altijd van de bijzondere beelden die te vinden zijn in de Grote Marktstraat, op het Spui en ook naast het stadhuis op de Kalvermarkt. Regelmatig verhuizen zij naar een andere plek, maar altijd binnen de daarvoor bestemde ruimte.

Een tijdje terug waren alle 40 sokkels geplaatst, het plan was voltooid. Toch bleven er af en toe nieuwe beelden komen. Ik had er nog niet over wakker gelegen of over nagedacht maar… wordt het plan uitgebreid? Worden het er nu 50 of 60? Zou natuurlijk zomaar kunnen. Maar als het bij 40 blijft en er komt jaarlijks een nieuw beeld bij wat gebeurt er dan met de beelden die daar niet meer te vinden zijn. Gaan die beelden terug naar de kunstenaar, krijgen ze een andere bestemming? Weet de kunstenaar hier van en gaat hij hiermee akkoord?

Allemaal vragen die een bezorgde Hagenaar kan hebben over zaken die met gemeenschapsgeld zijn betaald.

Schermafbeelding 2017-10-30 om 10.11.48
De Beeldengalerij in Den Haag is bedacht en ontworpen door P. Struycken. Door het permanente karakter en de jaarlijkse nieuwe opdrachten is het een unieke vorm van kunst in de openbare ruimte: het laat een dwarsdoorsnede zien van de Nederlandse beeldhouwkunst. Conservator van De Beeldengalerij is André Kruysen, projectleider vanuit Stroom is Vincent de Boer, adviseur en begeleider kunst in de openbare ruimte. (bron: Website Stroom)

 

 

Wie Hep de Grautstuh?

Zo maar een rijtje gevels van woningen aan de Haagse Vaillantlaan. Gecreëerd door een buitenlandse architect, dacht ik. Bij wat meer nadenken dacht ik aan de Portugees Alvaro de Siza.. Qua periode zat ik goed, want hij ontwierp de gebouwen Punt en Komma aan de Parallelweg. Zie bijvoorbeeld dit verhaal erover in Archined.

De laan ziet er zeker beter uit dan toen hier nog afbraakwoningen stonden….Heel erg verpauperde Haagse bouw, maar mogelijk achteraf gezien wel jammer dat het niet gerestaureerd is…

Hee Wikipedia zegt dat het masterplan van Jo Coenen was….das geen buitenlander, nou ja hij woont wel in Maastricht…., maar niet zoiets als Winny Maas uit Rotjeknor die ons een wolkenkrabber Haagse Bos wil aansmeren…Jo maakte voor de Vaillantlaan een bouwdoos met voorgeschreven elementen die andere architecten zouden moeten gebruiken. 4 Bouwlagen en een gelijke hoogte langs de hele laan, niet veel hoger dan er was, maakt het redelijk te beheersen qua wind en daardoor aangenaam.

De Schotelantennes zijn al vanaf het begin een doorn in het oog van de Gemeente (en vermoedelijk de architect, maar wat doen we eraan?

Ik begrijp nu ook weer wat beter hoe Coenen bij dat Spuiplein Plan betrokken raakte….

De Haringman

Ineens zag ik hem uit het donkere gat van de spoorbrug opduiken. De Haringman van de dag. Heel vriendelijk, waarschijnlijk uitverkocht. Zwaaiend en al (niet op deze foto). Je maakt wat mee als vrijwillig schipper van De Willemsvaart.

De man zal niet weten dat op deze plek al in de 19nde eeuw schepen met haringtonnetjes langs kwamen om het achterland van Scheveningen mee te laten genieten van het Schevenings product bij uitstek, de Hollandse Nieuwe….

Afvalverwerking op zijn Chinees?

Als vrijwillig schipper bij De Willemsvaart zie ik ook andere kanten van Den Haag. Dit is het afvaloverslagstation op de Binckhorst. Als je dit gebouw vanaf de Plutostraat of de Meteoorstraat ziet liggen, ziet het er altijd wat somber, misschien zelfs wat dreigend uit. Dat komt omdat je dan tegen het licht in kijkt. Het gebouw is dan eigenlijk niet meer dan een schaduwzijde. Van deze kant af met de zon mee is het heel wat vrolijker, vooral ook omdat er wat begroeiing om het opslagterrein heen staat en door de rode kantoortjes.

Onder het rode deel kunnen twee schepen liggen. Je ziet er rechts een liggen met een blauw randje. Vanaf hier wordt het restafval over het water vervoerd naar de verbrandingsoven op Rozenburg, waar het ooit begon met de Afvalverwerking Rijnmond, oftewel AVR. Voor de hoeveelheid afval die in de boten past zouden anders 16 vrachtwagens nodig zijn.

AVR is ontstaan uit de AfvalVerwerking Rijnmond. Dat bedrijf verwerkte afval in een groot deel van de Rijnmond, maar niet in Rotterdam, waar de eigen Roteb actief was. Toen AVR eind jaren zeventig dreigde om te vallen, schoot de gemeente Rotterdam te hulp en verwierf het overgrote deel van de aandelen.

In de zomer van 2005 nam het gemeentebestuur een besluit tot verkoop. De interesse was groot en in januari 2006 verkocht de gemeente en een aantal minderheidsaandeelhouders AVR voor ruim € 1,4 miljard aan een groep investeerders. De kopers waren private-equitypartijen: het Britse CVC Capital Partners (CVC), het Amerikaanse KKR en het Nederlandse investeringsfonds Oranje Nassau. De verkoopprijs was ongeveer 15 tot 20 procent hoger dan verwacht. De omzet was destijds ruim een half miljard euro. Er werkten 2.100 mensen in vijftig vestigingen. In Nederland verwerkte AVR toen al een derde van alle afval. De koop werd gesloten op 2 maart 2006.

Door overnames en uitbreiding van activiteiten groeide het bedrijf sterk. In 2007 werd ook Van Gansewinkel over genomen. Ze voegden deze bedrijven samen tot de Van Gansewinkel Groep.

In februari 2013 hebben eigenaren CVC en KKR van Van Gansewinkel een zakenbank ingehuurd om de strategische opties met betrekking tot Van Gansewinkel te onderzoeken.[15] Een verkoop van het bedrijf wordt niet uitgesloten. Medio juni 2013 werd bekend dat AVR in Chinese handen komt.[16] Een consortium onder leiding van Cheung Kong Infrastructure neemt het bedrijf over voor € 944 miljoen.

Via Wikipedia (nl)

Niet zo gek dat de lasten voor het verwerken van afval steeds verder oplopen….het kapitalisme heeft ook hier zijn hebgrage klauwen in gestoken. Wederom een voorbeeld van hoe het eigenlijk niet moet. Aan de andere kant ook een voorbeeld van hoe overheidsbedrijven niet echt met elkaar communiceren. In Amsterdam is een afvalverbrandingscentrale en in Rotterdam en nog eentje in Duiven die ook door AVR was opgezet. Te veel verbrandingscapaciteit voor al het restafval van Nederland met als gevolg dat er restafval uit de hele wereld naar Nederland wordt vervoerd om de honger van deze vuurmuilen te stillen….

Visserijvlag – Het scheelt een letter en dus een wereld

Tja, op zoek naar een lekker visje werd ik in in de Nieuwe Vissershaven van Harlingen gespot. Waar ik zat te wachten tot deze vissermannen weer op een maandag de zee op konden. In hun kielzog komen altijd wat vissen naar boven en daar zijn niet alleen meeuwen gek op. Ook een Ooievaar versmaadt geen kielzog visje.

Al peinzend keek ik naar de visserij letters, niet goed oplettend dacht ik: “SC! das bekend terrein dat moet Scheveningen zijn en die twee daar de SC 35 Jacob Senior en en SC 45 Marijtje Keuter liggen hier wat dichter bij de visgronden. Scheelt vast een halve dag varen”…

Dom, dom, dom. Scheveningen heeft SCH natuurlijk als letters voor vissersschepen die daar thuis horen.

Na enig spitwerk kwam ik erachter dat SC de visserij letters zijn voor de Duitse stad Büsum, een badplaats en toeristisch centrum aan de Noordzee, vlak onder Denemarken.

Sinds eind 19e eeuw zijn vissers uit Büsum actief in de garnalenvisserij. In 1898 werd de Büsumer Fischereigesellschaft opgericht, die in de jaren 1940 haar hoogtijdagen had met in 1948 136 schepen, maar in 2008 nog slechts 20 schepen bezat. Het grootste deel van de schepen in de haven komt nu uit Friedrichskoog en Nederland, waar de visserijnormen uit de EU minder stringent worden nageleefd dan in Duitsland. De vangst van noordzeegarnalen voor de westkust van Sleeswijk-Holstein neemt de laatste jaren echter af. De belangrijkste afnemers van de garnalen (ongeveer 90%) zijn de Nederlandse garnalenverwerkers Heiploeg (die de Büsumer Fischereigesellschaft heeft opgekocht) en Klaas Puul. Tot de jaren 1960 werden de garnalen vaak thuis gepeld door Büsumse huisvrouwen, tegenwoordig gebeurt dit in verband met strengere hygiëneregels vaak in lage lonenlanden als Marokko. Sinds de recentelijke uitvinding van de garnalenpelmachine door de Nederlandse uitvinder Klaas Kant bevinden zich een tiental van deze machines in Leens (Groningen), Nederland.

Bron Wikipedia (nl).

Büsum, Schleswig-Holstein, Deutschland

Als je naar deze luchtfoto kijkt scheelt de haven van Büsum niet eens heel veel van die van Scheveningen qua formaat en opzet.

Via een refit verhaal op de Urker uitgave Visserijnieuws kwam ik achter de rederij:

URK – Seefischereibetrieb Hecht GmbH wordt gerund door Jacob (33) en Willem Snoek (27). Eigenaar is moeder Marretje Snoek-Hoekstra. Beide zonen zijn directielid. Willem bestuurt de zaken aan de wal, Jacob schippert op de SC 35.

Toen vader Evert Snoek in 2007 overleed had het visserijbedrijf Hecht vier Eurokotters, allemaal twinriggers. De oudste twee daarvan werden in 2011 verkocht. ,,We konden ons Duitse bedrijfsquotum ook met twee schepen benutten. Vervolgens hebben onze twee andere schepen een grote onderhoudsbeurt gekregen en die vissen sindsdien volop’’, legt Willem uit.

,,We proberen tegen zo weinig mogelijk kosten zo optimaal mogelijk ons quotum op te vissen. Dat lukt, tot alle tevredenheid. Alleen zien we met onze kleinere kotters in de winter vanwege weersinvloeden een minder bedrijfsresultaat. Met een grotere kotter erbij kunnen we dat oplossen. En dus hebben we vorig jaar de SC 25 gekocht. We hebben ons vervolgens eerst geöriënteerd. Uiteindelijk hebben we de knoop doorgehakt voor pulsvisserij en tegelijk ook geïnvesteerd in de mogelijkheid om met name in de zomer te kunnen twinriggen.’’

Pulsvissen is een nieuwe variant vor de boomkorvisserij waar zware netten met stalen kettingen de zeebodem loswoelen en zo ook het ecosysteem verwoesten en en enorme bijvangst van niet gewilde soorten gepaard gaan met een enorm olieverbruik.

Bij het pulsvissen zweef het net boven de bodem en worden de vissen gewekt met electrische pulsjes waardoor ze zo het net in zwemmen. Het verhaal is hoe groter de vis hoe groter de uitwerking van de puls vanwege hun lengte en verschil tussen de polen snuit en staart. Kleinere vissen hebben daar minder last van en zwemmen dus niet het net in…..

Ik zag dus Büsummer Urkers in Harlingen liggen….

Via Fischerhäfen in Europa kun je dan weer de doopceel van het vissersschip lichten:

1994 Casco gebaut in Gdansk / Polen, fertiggestellt bei Maaskant in Stellendam
Motor: 300 PS / 221 KW Mitsubishi Bj. 1995
28.04.1995 reg. als SC 35 “JACOB SENIOR” für Seefischereibetrieb Hecht GmbH (Gebr. Snoek / Urk) in Büsum
2012 Modernisiert
2015 neuer Motor: 300 PS / 221 KW Mitsubishi
2016 neuer Motor: 300 PS / 221 KW Mitsubishi
Eigner Fischereibetrieb Hecht GmbH
Schiffsname JACOB SENIOR
Fischereinummer SC35
MMSI 211241240
Call Sign DIRY
Länge 23,93
Breite 7,00
Seitenhöhe 3,90
BRZ
Baujahr 1995
Bauwerft Maaskant
Motor Mitsubishi
PS / KW 300 / 221

En via het MMSI nummer kun je bijvoorbeeld weer de huidige positie opzoeken.

Klep klep.