Den Haag Jazz Stad

Je hoeft alleen maar naar het het volgende uitgebreide met muziek omlijste interview met Peter Schilperoort te kijken en je zult zien dat de titel klopt.

Welke band heeft een jongensboek voortgebracht: Zie Willy van der Heide en de Bob Everts serie met titel “Stampij om een Schuiftrompet”?

Dutch Swing College Band

Een veel gehoorde uitspraak is: “Er zijn slechts twee soorten muziek, namelijk goede en slechte”. Voor de ware liefhebber van goede traditionele jazzmuziek is de keuze dus vrij eenvoudig, want er is slechts één Dutch Swing College Band.

Op bevrijdingsdag (5 mei) 1945 gestart als een amateur/studenten combo is het DSC sinds jaar en dag uitgegroeid tot een wereldwijd bekend jazz-ensemble dat inmiddels alle vijf de continenten heeft bezocht en met succes. De band heeft in de naoorlogse jaren een belangrijke pioneersrol vervuld en vele toenmalige jongeren in de ban gebracht van de in Noord-Amerika ontstane muziekvorm; de jazz. Gedurende het zestigjarig bestaan werden de klanken van de DSCB op vrijwel alle typen geluidsdragers vastgelegd. Ook verscheen de band ontelbare malen op de beeldbuis en in film-produkties. Vele groten uit de jazzwereld werden in de loop van zijn bestaan door het DSC begeleid: van Sidney Bechet via Joe Venuti, Rita Reys tot Teddy Wilson. De invloed van het DSC op het Nederlandse jazz-gebeuren werd in de loop der jaren zo groot, dat men ging spreken van een “Haagse School”! Terecht wordt het DSC dan ook door veel jazzminnaars als een instituut beschouwd. Een gelukkige bijkomstigheid is wel, dat de Dutch Swing College Band zich nooit heeft geprofileerd als een show- of glitterorkest. De musici zijn er vrijwel altijd in geslaagd hun publiek in de eerste plaats te boeien met voortreffelijke jazzvertolkingen, waarbij goedkope showelementen ten ene male ontbraken.

In 1960 werd het DSC een beroepsorkest en hoewel hun muziek evolueerde en ondanks de vele mutaties die in het orkest plaatsvonden bleven de muzikale produkties van het DSC in tegenstelling tot de vele navolgers, het visitekaartje van de traditionele jazzmuziek van eigen bodem. Na Frans Vink Jr (1945-’46), Joop Schrier (1955-’60) en Peter Schilperoort (1946-’55 & 1960-’90) berust de DSC-leiding bij Bob Kaper. De meest opvallende eigenschap van het DSC, ondanks alle reeds genoemde veranderingen, is van het begin af aan altijd geweest een eigen, zeer herkenbaar, geluid. Dus eigen interpretaties, arrangementen of composities en geen kopiën van opnamen van oude Amerikaanse meesters. Kortom een geheel eigen muzikale aanpak. Ook de huidige samenstelling van het door een halve eeuw gelouterde DSC laat zien en horen dat de aloude naam Dutch Swing College Band nog altijd borg staat voor professionele vertolkingen van traditionele jazzmuziek op wereldniveau!

Herman Openneer/Nederlands Jazz Archief

Beslist Tom de Tour in een tijdrit, 50 jaar na Jan Janssen?

Het volgende artikel is geschreven door een hond. Haagspraak acht zich niet aansprakelijk voor feitelijke onjuistheden en eventuele schade. U leest dit artikel op eigen risico. (Red.)

Vandaag is het precies 50 jaar geleden dat Jan Janssen als eerste Nederlander de Tour de France won. Net als Zoetemeld ruim een decennium na hem had Janssen eerst in het voorgaande jaar de Ronde van Spanje gewonnen.

Jan Janssen besliste de Tour van 1968 in de slottijdrit. Gedurende de hele ronde had hij nog geen dag in het geel gereden. Herman van Springel, zijn Belgische concurrent die hij uit het geel reed, had de trui nog maar twee dagen tevoren veroverd op Gregorio San Miguel. Het was ongemeen spannend geweest. Zo stond het ervoor op de ochtend van de slottijdrit:

1. Van Springel
2. San Miguel, op 12 seconden
3. Janssen, op 16 seconden
4. Bitossi, op 58 seconden

Tijdrijden als de basis

Van Springel werd gezien als de betere tijdrijder en zou de Tour gaan winnen. In het begin van de tijdrit won hij ook tijd, maar Janssen reed de tijdrit van zijn leven en won de Tour met 38 seconden voorsprong.

Gisteravond wist Bram Tankink de vinger op de zere plek te leggen met een onderzoekje dat hij persoonlijk had gedaan. De conclusie: het gemiddelde gewicht van de top 20 in de Tour was de afgelopen jaren met enkele kilo’s gezakt, tot 63 kilogram.
Tankink weet dit voornamelijk aan de mondialisering van het wielrennen, met onder andere lichte Zuid-Amerikanen die nu in grotere getalen deelnemen, maar hij had ook naar het parcours kunnen kijken.

Waar in de jaren ’90 een proloog en twee lange tijdritten van boven de 50 km geen uitzondering was in de Tour, kent de Tour van 2018 nog maar één individuele tijdrit van 31 kilometer. Wel zijn er 6 bergetappes, waar de Tour van 1993 er bijvoorbeeld 5 had en die van 1992 maar 2 echte bergritten kende… Dan hebben we het maar niet over Tours uit de late jaren ’40, waarin een lange tijdrit van 100 km heel gewoon was. Jarenlang was tijdrijden de basis voor een Tourzege. Anno 2018 zijn tijdrijders de stiefkindjes van de wielersport geworden.

Een tactiek voor Tom

Als je Tom heet en je allereerst tijdrijder bent, is het leven in de wielerwereld er dus niet gemakkelijker op geworden. Links en rechts kan je demarrages van magere mannetjes verwachten in de bergen. De plekken om tijd te pakken op van nature betere klimmers zijn beperkt.

Aanklampen is de natuurlijke tactiek voor de tijdrijder in de Tour de France. Jacques Anquetil en Miguel Indurain wonnen er ieder 5 rondes mee. Wegrijden in de bergen is lastig als je de splijtende demarrage van Geraint Thomas niet hebt.

Maar er is nog hoop …

We weten niet hoe Thomas zich in de derde week zal houden. De kans is groot dat hij inderdaad de beste is en er weinig te doen is. Met de collectieve sterkte van Team Sky tegen je is het ook nauwelijks mogelijk een goede stunt uit te halen.
Thomas heeft tot noch toe echter weinig karakter laten zien en, alhoewel zijn kopman Froome beweert hem te steunen, vooral op de counter gereden. Froome mocht aanvallen. En Froome schoot hierin telkens te kort.
De meest voor de hand liggende optie voor Tom Dumoulin lijkt mij dan ook: rijd op Froome. Thomas mag of durft niet, of alletwee. Froome pakken in de tijdrit moet geen issue zijn voor Tom.

En dan is het hopen dat Thomas niet geschikt is om drie weken op niveau te blijven. Anders wordt je tweede. Daar hebben we er een heel stel van gehad in de vaderlandse Tourgeschiedenis. Kent u hun namen? Noem ze maar op:

Woef.

een pronte borst

(voor José Day)

Gierende banden en gillende sirenes. Een macht aan blauwe auto’s komt het viaduct over. Bier en Brood duiken weg in hun bakje aan het danspaleis. De stoet gaat door zonder op of om te kijken. Even verder stopt de colonne. De top biljarter stoot de acht in een gat, anderen missen volkomen. Bevelen worden geschreeuwd, manschappen stellen zich in slagorde op. Het poolparadijs laten zij links liggen. Een deur wordt ingebeukt. “Tiet”, roept de voorste agent. De gehele Hermandad gaat liggen in dekking.

borst1

Handboeien werden ingeslagen. Deren verzegeld, daglicht geweerd. Een ban van een dag is ingesteld.  De film Brève traversée heb ik nog steeds niet gezien, maar Louis Napoleon wordt al tijden pront herdacht.

P1210158_Fotor

 

Reddingsactie in Kijkduin

Ik wandelde vanmiddag even op het strand van Kijkduin toen ik een auto van “handhaving” zag staan die geen kant meer op kon. En het werd vloed.

20180514_6575

Een tweede auto van “handhaving” schoot te hulp.

20180514_6578

Maar helaas, deze auto reed zichzelf ook tot aan de assen in het zand.

20180514_6583Dus werd hulp ingeroepen van een zwaarder geschut

20180514_6584Eerst werd de tweede auto losgetrokken

20180514_6588Ondertussen werd al wat zand weggegraven om de reddingsactie te vergemakkelijken.

20180514_6590Het moest niet langer meer duren want het water rukte op. Maar de redding was nabij.

20180514_6594

Eind goed, al goed.

Maison Albert

Sinds het incident op het Boekenbal had ik een jaar lang niet meer met Sacha mogen wandelen. U zal dus begrijpen dat dat toen Sacha mij vertelde dat wij een stukje om zouden lopen om langs ‘Maison Albert’ te gaan ik zo mijn bedenkingen had.

“Nee Tommy, Maison Albert is een hoedenzaak.”

Dat stelde mij gerust. Ik weet dat Sacha hecht aan zijn hoeden. Bij het faillissement van Borsalino in november vorig jaar had hij nog een uur met mij aan de telefoon gehangen. De gedachte dat er een bedrijf bestond dat een hoed kon maken uit een enkel konijn deed mij wel rillen. Stel je voor dat er hoeden gemaakt zouden worden uit andere viervoeters. Zoudt u een hoed dragen die gemaakt is uit hondenvilt?

“Nee Tommy, er worden geen hoeden gemaakt van honden, ook niet in Zuid-Korea. Er worden wel handtassen gemaakt van katten.”

Dat was een geruststelling. Een uurtje omlopen bij de ochtendwandeling voor het bekijken van hoeden leek mij heel natuurlijk voor Sacha. Zo liepen wij het centrum in, via de Grote Markt langs het wat groezelige hoekje bij het benzinestation de Torenstraat op. Tegenover de kerk moest daar Maison Albert te vinden zijn, dat was mij na een lezing van een half uur wel duidelijk. Gewoon een hoedenzaak waar Sacha een nieuwe zomerhoed ging uitzoeken, geen zaak waar schaarsgeklede dames mij whiskey zouden laten drinken uit de plantenbak.

“Sinds 1928, Tommy.”

“Sinds 1928.”

Ik houd niet zo van dat belerende toontje waarin Sacha over zijn hobbies praat. Ergens moest ik dan ook wel gniffelen toen ik zijn gezicht zag bij aankomst.

“Leeg…”

“Het pand staat leeg, sacha. Er is hier geen hoedenwinkel. “

“Dit kan niet, ik bel ze wel even. Nou, waar is dat kaartje.”

“Heb jij het visitekaartje van een hoedenwinkel op zak?”

“Uiteraard.”

Ik schudde mijn kop en keek de andere kant uit, waar een bewoonster van het centrum haar Yorkshire uitliet. Mijn staart reageerde er al op. Weer omhoog kijkend naar Sacha zag ik zijn betrokken gezicht.

“Ze nemen niet op. Het nummer is dood.”

Sacha’ s telefoon viel op de grond. Hij bleef voor zich uitstaren.

“Sinds 1928, Tommy. Sinds 1928…”

Makkelijk is het niet met mijn pootjes, maar gelukkig was de telefoon met de juiste zijde op straat gevallen. Het nummer stond nog in het toestel.

“Ja, goedendag, u spreekt met Tommy van Beek. Ben ik verbonden met de crisisdienst?”

“Daar spreekt u mee. Wat kan ik voor u doen?”

“Ik sta hier op straat met een oude bekende van u, de heer Kahn.”

Gevloek.

“Waar bevindt u zich? Blijf daar. Probeer de patiënt rustig te houden. We komen eraan.”

Rustig houden was het probleem niet. Mijn patiënt bleef roerloos staan.

“Sinds 1928. Tommy, besef je dat? Sinds 1928…”