Het roze schrift

Terwijl ik de tekst voor een brief aan een vriendin die ik al anderhalf jaar niet gesproken heb overdenk, trek ik mijn jas aan om naar de bibliotheek te gaan. Hier kom ik bij de afdeling Nederlandse romans – B, naast “Wat een man nodig heeft” van Martin Bril een roze schrift met kartonnen kaft tegen.
Iemands aantekeningen van school? Een dagboek, denk ik als ik het open en een ingeplakte tekst ergens rond bladzijde vijftien tegenkom. Maar er zit meer in het schrift, op het schutblad voorin stuit ik op een getypte tekst die mij de herkomst geeft:

zomaar op verhaal komen

Het schrift is afkomstig van Erica Rutten uit Vught. Zij schrijft graag en heeft op 29 juli 2015 meerdere schriften in omloop gebracht met het doel deze rond te laten zwerven, mensen de gelegenheid te geven eigen gedichten en verhalen te delen, waarna ze het het schrift door kunnen geven aan een voor hen bekende of onbekende persoon.
Ook is er een mogelijkheid om het schrift terug te sturen naar de initiatiefneemster: achterin vind ik een envelop met haar adres.

Aan de hand van de teksten die drie vorige bezitters van het schrift hebben achtergelaten kan ik de reis die het aflegde gedeeltelijk reconstrueren:

  • Juli 2015, Vught, het schrift wordt door Erica Rutten in omloop gebracht,
  • Augustus 2015, Leiden, er wordt een tekst over vrijheid aan toegevoegd door ene Maria,
  • Oktober 2015, Drachten, Gerda Bekius schrijft een bijdrage genaamd ‘Gelukskoekjes’.

De laatst toegevoegde tekst is ‘Opruimen’, van Ate Klomp. Datum en plaats worden niet vermeld. Als ik het roze schrift zo aankijk bedenk ik mij dat ik nu twee teksten heb om over na te denken. Ik weet al waar het schrift naartoe gaat met mijn bijdrage.

Edwin IJsman

Het blog van Erica Rutten over haar project kan u hier vinden: https://zomaaropverhaalkomen.wordpress.com/

HEMAtales 3, Strak

Als je een paardenstaart te strak zet krijg je hoofdpijn, zegt men. Aan deze meid is alles strak,  ze zal dus ook wel meer dan alleen hoofdpijn krijgen. Van haar in Ugg-achtige schoenen gestoken zwarte legging tot haar blauwe truitje met brede colkraag is alles aangespannen.
Ze eet dromerig voor zich uitkijkend, een schouder op het witte Hema-tafeltje en het croissaintje tussen twee vingers. Kleine hapjes.
Als ze tikt op haar modieuze smetphone, met een enkele vinger, het ding aandachtig vasthoudend met haar andere hand, zie je dat haar nagels lang zijn, lichtgroen en vers van de manicure. Ze zal wel geen werk doen waarbij je vuile handen krijgt, politica ofzo. Of iets dat erg stressvol is. Niet goed voor je nagels.
Als ze haar dienblad oppakt om te vertrekken hangt haar zwarte jas met een brede kraag over haar schouders. Grote knopen. In haar keurig gemanicuurde dunne vingers houdt ze twee zwarte leren handschoentjes.

Rechts voor mij zit een gezinnetje aan tafel: vier chinese kinderen en een blonde moeder met krullen in het haar. Het jongste van de twee meisjes ziet er naar uit dat ze tegen de tijd dat ze 18 is modern Hollands mollig zal zijn. Ze eet er ook naar.
Een studiegenoot van me zei het ooit: “Die meiden zien er strak uit als ze als eerstejaars net binnenkomen, maar binnen een half jaar zijn ze dankzij alle bier bij de sociëteit moddervet.”
Dat was in 1998. In 2005 kwamen ze al moddervet binnen en was het uit uit met de pret.
De oudste van de twee meisjes heeft steil bruin haar in de kleur die je vaker ziet bij Aziaten en waarvan ik nooit heb begrepen of dat natuurlijk is of een al decennia aanhoudende modegril. Ik houd het op het laatste, ook de natuur kan immers modegrillen hebben.
Uiteraard draagt ze Uggs (insert trademark symbol). Ze geinen met de twee jochies die iets kleiner zijn dan hen. De blonde Hollandsche moeder is nergens te bekennen. Waarschijnlijk is ze zich aan het verbijten bij de koffieautomaat van het buffet, knoppen aan het bestuderen of heeft ze net als ik weleens de pech om achter een gang van pinguïns met primarktassen te belanden. Dan ben je zo een kwartier verder voor er koffie is. Tijd genoeg om ’s ochtends weer in slaap te vallen in deze tijd van het jaar.
De Chinese meisjes kijken ondertussen hoeveel rietjes er in een pakje yoghurtdrink passen. – Alle rietjes – Als ze klaar zijn blijkt dat ze de dienbladen nauwkeurig gesorteerd klaar hebben staan voor de aftocht. Ook in de afwezigheid van blonde moeder draait dit gezin als een geoliede machine. Strak.
“Zijn jullie nu al klaar?” zegt ze als ze aan komt lopen bij de stapel etensresten die nu door de jongens en het jongste meisje weggewerkt worden richting lopende band.
De oudste van de meisjes blijft zitten en legt met een wijd rondzwaaiende arm een en ander uit aan moeder terwijl de jongere kids terugkomen.
De zwarte poncho die de moeder draagt valt nog iets wijder dan de dunne witte trui van haar dochter. Ze zouden wel eens echt familie kunnen zijn. Je zit tenslotte niet voor niets aan één tafel.
Het kleinste jochie met een grijze hoodie zegt dan ook “hé mama” om haar aandacht te trekken als hij aan komt lopen. Dat lost het raadsel op. Het ziet er gezellig druk uit in hun stukje restaurant en zal dat ook wel blijven als het aan de kids ligt.
Moeder grijpt even in als de jongens een spel ontdekt hebben waarbij je op elkaars handen én de tafel kan slaan. De trillingen zullen wel storend zijn als je iets wil doen met je smartphone. Alhoewel swipen haar nog wel lijkt te lukken.

Niet voor lang: de kinderen staan ineens alle vier op. Moeder moet mee in de dynamiek van haar gemengde gezinnetje.
Ik ga ook en swipe mijn tafel leeg. Tijd om kerstcadeaus te kopen, voor zes familieleden.  Ze krijgen allen hetzelfde.

HEMAtales 2, de Russin en de BN’er

Lang leve het slechte onderwijs: het complete gebrek aan rekenvaardigheid bij de Nederlandse jeugd levert mij vanochtend een kwartje op. Geen kwartje voor rekening van de cassière, want gelukkig zitten er nog geen streepjescodes op koffie en broodjes. Het verlies wordt hier gewoon keurig door het bedrijf gedragen en niet door het uitgebuitte personeel.
Rekensommetje: hoe lang zou een minderjarig personeelslid hier moeten moeten werken om een bepaald product aan te schaffen? Stel je deze vraag af en toe eens in een winkel, best interessant.

Rechts voor mij zit aan een tafeltje een slanke vrouw van in de 30 die Nederlands spreekt met een accent dat Frans kan zijn, of iets Oost-Europees. Ze zit aan tafel met een oudere heer met brilletje, terwijl het meisje dat ze meenam, haar dochter neem ik aan, met een kleurrijk boek aan haar eigen tafeltje is gaan zitten. In tegenstelling tot Nederlandse kinderen, die heen en weer vliegen en alleen te containen zijn in de buurt van het speelhuisje dat een soort miniatuur van een winkel voor moet stellen en dat ongetwijfeld is ingericht om hen te vormen tot brave consumenten, zit zij rustig en geconcentreerd bij haar boek.
Aantrekkelijke dame, ze heeft een mooie, vriendelijke glimlach en als ze loopt is dat licht heupwiegend. Ik stel mij voor dat zij de vrouw is van een of andere Shell-expat die hier is voor haar taallessen bij een gepensioneerde leraar.

Voor de tweede dag zit hier vlakbij een man met grijs haar in plukken, elegant gekleed, colbertje, zwarte sjaal om. Hij is lang en enigszins statig. Hij lijkt mij een BN’er te zijn maar aangezien ik BN’ers meestal niet herken kan ik hem ook niet plaatsen.
Ondertussen kijkt de vrouw bijna verliefd naar haar leraar. Aan haar hele lichaamstaal zie je dat ze het naar haar zin heeft. Het is dan ook een charmante en geestige oudere man. Een stapel dikke woorden- en andere boeken onderstreept zijn intellectuele voorkomen.

De BN’er aan het andere tafeltje torent met gemak een meter boven hen uit, zelfs zittend is hij bijna een kop langer dan iedereen hier. Misschien is hij ook wel geen BN’er maar valt hij gewoon op. Of is hij een vergeten oud-docent van mij.
Als ik mijn dienblad op de lopende band zet en het pand verlaat weet ik de man nog altijd niet te plaatsen. De Russin en haar leraar zal het niets uitmaken, zij amuseren zich wel.

Onderweg naar huis kom ik op straat nog een echte BN’er tegen: Wim de Bie. Hij herkent mij niet. Ik zal hem er een volgende keer eens op aanspreken.

Sacha Kahn