Een ontmoeting

20170328

Ik stond geduldig in de rij bij boekhandel Paagman op de Fred op mijn beurt te wachten. Hier geen voordringers, keurige buurt. Achter mij hoorde ik een man heel zachtjes praten.
“ken je hem niet? Hij was je buurman”… “Wie?” fluisterde een vrouwenstem. “Deze man hier vlak voor ons”. Ik draaide me om en keek in de gezichten van een vriendelijke grijze man met een wit baardje en een oud fragiel vrouwtje naast hem. “Hebt u het over mij?” vroeg ik. “Ja, u hebt toch in de Parijsstraat in Zoetermeer gewoond?” Ja zei ik, maar dat is al weer ruim 18 jaar geleden. “Ik bezocht daar regelmatig mijn moeder die toen boven u woonde. Ik herkende u meteen”. Het oude vrouwtje keek hem ongelovig aan want zij wist het ook allemaal niet meer. “U hebt een uitstekend geheugen”, complimenteerde ik hem terwijl hij mij nog steeds totaal onbekend voorkwam.
“Komt u maar” riep een dame achter de balie.
Ik was aan de beurt. Ik legde dichtbundel “ ’s Nachts verdwijnt de wereld” van Jaap Robben en “Gij Nu” van Griet op de Beeck op de toonbank. “Zijn het cadeautjes?”

Ik had geen idee welke boeken ik zou gaan kopen toen ik bij Paagman binnen wandelde. “Gij Nu” keek me bij binnenkomst al aan en ik herinnerde me een leuk gesprek bij DWDD met de schrijfster en had me toen al voorgenomen ooit eens een boek van haar te kopen.

De gedichtenbundel van Jaap Robben was een andere verhaal. Ik wist niet eens dat hij gedichten schreef maar afgelopen week was hij te gast bij DWDD Heimweh, waar Adriaan van Dis hem interviewde en het gesprek behalve over zijn roman Birk, voornamelijk over deze dichtbundel ging. Zijn eerste roman voor volwassenen, Birk, had ik een tijdje terug toegestuurd gekregen door de uitgever van “De gekste plek van Nederland – 111 bizarre locaties en hun bijzondere verhaal” (auteur Jeroen van der Spek), waarin twee foto’s van mij waren gepubliceerd. Aanvankelijk ging het om één foto maar later kreeg ik het verzoek om een tweede foto te mogen plaatsen. Omdat ze één bewijsexemplaar voor 2 foto’s te weinig vonden kreeg ik een ander boek cadeau, dat werd Birk, geen paperback maar een hardcover, gebonden en genaaid. Een heel beklemmend boek, vond ik, omdat de 3 personen die in dit boek voorkomen de enige bewoners zijn van een eiland waarop het hele verhaal zich afspeelt. Benauwend maar ook heel bijzonder.

Onderweg naar huis, op de fiets, kwam mijn bijzondere ontmoeting weer naar boven. De man kwam mij absoluut niet bekend voor hoe diep ik ook terug ging in mijn herinnering. Hoe vaak kwam hij bij zijn moeder en waarom was ik hem zo opgevallen? 18 Jaar geleden werkte ik nog volop en had weinig contacten met de overige bewoners van mijn flat.
Had ik hem en zijn moeder een kop koffie aan moeten bieden?

Het Boekenbal

“Lieve Kitty,”

Sacha staat op van zijn kruk, wankelt even, krijgt dan op miraculeuze wijze de projectie van zijn massamiddelpunt weer boven zijn voeten en slingert zich een weg richting de gang,

“Ik moet even naar de WC.”

Ik neem nog een slok champagne uit de plantenbak, waar Kitty deze gedurende haar gesprek met onze dichter nipje bij nipje in heeft geschonken.

“Jij bent ook zo’n schattig hondje, ” zegt ze, terwijl ze van haar barkruk glijdt en naast mij op de grond hurkt.

Normaal gesproken vind ik het woord ‘schattig’, aan mij gericht, nogal badinerend klinken, de redactie van mijn magazine zou ik dit bijvoorbeeld niet in dank afnemen, maar nu doet een stel lange, precies gemanicuurde nagels dat mij achter de oren krabt mij dit snel vergeten. Terwijl Kittyś hand over mijn vacht glijdt probeer ik mij te herinneren hoe ik hier vanavond beland ben.

“Weet je zeker dat tram 12 ons bij het Boekenbal brengt? We kunnen toch beter de trein nemen bij Hollands Spoor?”
“Geen zorgen Tommy, het is niet zo ver. Het is alleen jammer dat mijn kaartjes tussen het wasgoed verloren zijn gegaan. Gelukkig ken ik wat mensen bij de catering. Die smokkelen ons wel naar binnen. En jou laten ze ook wel binnen. Denk je dat Harry Mulisch ergens zonder zijn teckel heen zou zijn gegaan?”

Ik vind het niet geruststellend klinken, maar heel belangrijk is het ook niet. Sacha stond erop dat ik meeging naar het boekenbal en ik vond een uitje sowieso wel een goed idee.

De tram stopt en Sacha lijnt mij aan. Twee straten verder bellen wij aan bij een keurig herenhuis. Het is hier rustig op straat en van binnen komen geen geluiden. Nergens hoor of zie ik een schrijver, al dan niet in kennelijke staat. De reputatie van het Boekenbal is ook tot viervoeters doorgedrongen. Als het ons lukt er binnen te komen, dan verschijnen ook wij graag.
Een vrouw in avondjurk met een tikje te rode lipstick opent de deur: “Oh Sacha, wat leuk om jou weer te zien. En wat een schattig hondje heb je bij je. Kom snel binnen!” Voordat ik de kans krijg een opmerking te maken over het woord ‘schattig’ tilt de dame mij op en draagt mij voor Sacha uit een trap op.

“Dank je Bea. Wie zijn er al binnen?”
“Het is rustig vanavond. Molly, je gebruikelijke meisje, heeft zich ziek gemeld. Maar ik weet zeker dat je het naar je zin zult hebben.”

De gastvrouw loopt ons voor naar de bar, die op twee schaars geklede vrouwen na leeg is. Sacha pakt een kruk voor mij en zet mij erop. Hij neemt de kruk ernaast en bestelt een biertje.

“Wat is het hier rustig, weet je zeker dat we goed zitten?”
“Schrijvers komen nooit zo vroeg, Tommy, maak je niet druk. De nacht is nog jong.”

Terwijl Sacha, voorovergebogen over de bar, zijn bier drinkt komt een slanke blondine op hakken van minimaal 15 centimeter naast mijn barkruk staan. Ik probeer nog te protesteren als ze mij optilt, maar de overkill aan parfum in de boezem waar ik tegenaan wordt gedrukt doet mij duizelen. Een stel slanke vingers met lange nagels gaat enkele seconden door mijn vacht heen en dan zit ik op de grond, terwijl zij mijn kruk in beslag heeft genomen.

“Ik ben Kitty, ” stelt ze zich voor aan Sacha, “Jij wil mij vast wel een drankje aanbieden.”

Een paar minuten later verschijnt er een grote fles champagne op de bar. Sacha lijkt mij vergeten zodra Kitty een hand op zijn dij legt. Terwijl hij langzaam nipt van zijn champagne wordt het mij duidelijk dat langbenige Kitty hem volledig ingepakt heeft en ik voor de rest van de avond niets meer aan hem zal hebben.
De deur gaat open en een man in een nette overjas komt binnen. Sacha kijkt even om als een vrouw in witte lingerie op hem afstapt. Kitty maakt van de gelegenheid gebruik om een slok van haar eigen champagne in de plantenbak naast mij te schenken. Haar andere hand speelt met een jarretel. Het klakkende geluid dat dit maakt irriteert mij.

“Wat maakt het ook uit, ” denk ik en ik neem een slok champagne uit de plantenbak.

Noot van de redactie:
Aanvankelijk waren wij verheugd om te vernemen dat Sacha Kahn twee uitnodigingen voor het Boekenbal had. Het niet doorgaan van het Blogbal dit jaar, nadat Oud Zeikwijf met de organisatie stopte, had er bij onze redactie stevig ingehakt. Het idee dat het mogelijk was om het hondje mee te nemen klonk ons enigszins vreemd in de oren, maar Sacha had al eens vreemdere dingen gedaan.
Het verschijnen van dit verslag gistermiddag deed toch de alarmbellen rinkelen: het werd ons overhandigd door Sacha, die aangaf dat Tommy ‘niet zo lekker was’. De inhoud deed vermoeden dat beiden nooit op het Boekenbal aan waren gekomen.
Alvorens tot publicatie over te gaan hebben wij eerst contact gezocht met het etablissement waar onze beide bloggers zich waarschijnlijk bevonden op vrijdagavond. Na enig aandringen kregen wij ‘Kitty’ te spreken, die ons er van wist te overtuigen dat het hondje per ongeluk champagne had gedronken. Onze dichter, die op het toilet in slaap gevallen bleek, had Tommy die avond niet meer thuis kunnen brengen. Van dierenmishandeling bleek geen sprake te zijn.

Woef.

HEMAtales 3, Strak

Als je een paardenstaart te strak zet krijg je hoofdpijn, zegt men. Aan deze meid is alles strak,  ze zal dus ook wel meer dan alleen hoofdpijn krijgen. Van haar in Ugg-achtige schoenen gestoken zwarte legging tot haar blauwe truitje met brede colkraag is alles aangespannen.
Ze eet dromerig voor zich uitkijkend, een schouder op het witte Hema-tafeltje en het croissaintje tussen twee vingers. Kleine hapjes.
Als ze tikt op haar modieuze smetphone, met een enkele vinger, het ding aandachtig vasthoudend met haar andere hand, zie je dat haar nagels lang zijn, lichtgroen en vers van de manicure. Ze zal wel geen werk doen waarbij je vuile handen krijgt, politica ofzo. Of iets dat erg stressvol is. Niet goed voor je nagels.
Als ze haar dienblad oppakt om te vertrekken hangt haar zwarte jas met een brede kraag over haar schouders. Grote knopen. In haar keurig gemanicuurde dunne vingers houdt ze twee zwarte leren handschoentjes.

Rechts voor mij zit een gezinnetje aan tafel: vier chinese kinderen en een blonde moeder met krullen in het haar. Het jongste van de twee meisjes ziet er naar uit dat ze tegen de tijd dat ze 18 is modern Hollands mollig zal zijn. Ze eet er ook naar.
Een studiegenoot van me zei het ooit: “Die meiden zien er strak uit als ze als eerstejaars net binnenkomen, maar binnen een half jaar zijn ze dankzij alle bier bij de sociëteit moddervet.”
Dat was in 1998. In 2005 kwamen ze al moddervet binnen en was het uit uit met de pret.
De oudste van de twee meisjes heeft steil bruin haar in de kleur die je vaker ziet bij Aziaten en waarvan ik nooit heb begrepen of dat natuurlijk is of een al decennia aanhoudende modegril. Ik houd het op het laatste, ook de natuur kan immers modegrillen hebben.
Uiteraard draagt ze Uggs (insert trademark symbol). Ze geinen met de twee jochies die iets kleiner zijn dan hen. De blonde Hollandsche moeder is nergens te bekennen. Waarschijnlijk is ze zich aan het verbijten bij de koffieautomaat van het buffet, knoppen aan het bestuderen of heeft ze net als ik weleens de pech om achter een gang van pinguïns met primarktassen te belanden. Dan ben je zo een kwartier verder voor er koffie is. Tijd genoeg om ’s ochtends weer in slaap te vallen in deze tijd van het jaar.
De Chinese meisjes kijken ondertussen hoeveel rietjes er in een pakje yoghurtdrink passen. – Alle rietjes – Als ze klaar zijn blijkt dat ze de dienbladen nauwkeurig gesorteerd klaar hebben staan voor de aftocht. Ook in de afwezigheid van blonde moeder draait dit gezin als een geoliede machine. Strak.
“Zijn jullie nu al klaar?” zegt ze als ze aan komt lopen bij de stapel etensresten die nu door de jongens en het jongste meisje weggewerkt worden richting lopende band.
De oudste van de meisjes blijft zitten en legt met een wijd rondzwaaiende arm een en ander uit aan moeder terwijl de jongere kids terugkomen.
De zwarte poncho die de moeder draagt valt nog iets wijder dan de dunne witte trui van haar dochter. Ze zouden wel eens echt familie kunnen zijn. Je zit tenslotte niet voor niets aan één tafel.
Het kleinste jochie met een grijze hoodie zegt dan ook “hé mama” om haar aandacht te trekken als hij aan komt lopen. Dat lost het raadsel op. Het ziet er gezellig druk uit in hun stukje restaurant en zal dat ook wel blijven als het aan de kids ligt.
Moeder grijpt even in als de jongens een spel ontdekt hebben waarbij je op elkaars handen én de tafel kan slaan. De trillingen zullen wel storend zijn als je iets wil doen met je smartphone. Alhoewel swipen haar nog wel lijkt te lukken.

Niet voor lang: de kinderen staan ineens alle vier op. Moeder moet mee in de dynamiek van haar gemengde gezinnetje.
Ik ga ook en swipe mijn tafel leeg. Tijd om kerstcadeaus te kopen, voor zes familieleden.  Ze krijgen allen hetzelfde.

HEMAtales 2, de Russin en de BN’er

Lang leve het slechte onderwijs: het complete gebrek aan rekenvaardigheid bij de Nederlandse jeugd levert mij vanochtend een kwartje op. Geen kwartje voor rekening van de cassière, want gelukkig zitten er nog geen streepjescodes op koffie en broodjes. Het verlies wordt hier gewoon keurig door het bedrijf gedragen en niet door het uitgebuitte personeel.
Rekensommetje: hoe lang zou een minderjarig personeelslid hier moeten moeten werken om een bepaald product aan te schaffen? Stel je deze vraag af en toe eens in een winkel, best interessant.

Rechts voor mij zit aan een tafeltje een slanke vrouw van in de 30 die Nederlands spreekt met een accent dat Frans kan zijn, of iets Oost-Europees. Ze zit aan tafel met een oudere heer met brilletje, terwijl het meisje dat ze meenam, haar dochter neem ik aan, met een kleurrijk boek aan haar eigen tafeltje is gaan zitten. In tegenstelling tot Nederlandse kinderen, die heen en weer vliegen en alleen te containen zijn in de buurt van het speelhuisje dat een soort miniatuur van een winkel voor moet stellen en dat ongetwijfeld is ingericht om hen te vormen tot brave consumenten, zit zij rustig en geconcentreerd bij haar boek.
Aantrekkelijke dame, ze heeft een mooie, vriendelijke glimlach en als ze loopt is dat licht heupwiegend. Ik stel mij voor dat zij de vrouw is van een of andere Shell-expat die hier is voor haar taallessen bij een gepensioneerde leraar.

Voor de tweede dag zit hier vlakbij een man met grijs haar in plukken, elegant gekleed, colbertje, zwarte sjaal om. Hij is lang en enigszins statig. Hij lijkt mij een BN’er te zijn maar aangezien ik BN’ers meestal niet herken kan ik hem ook niet plaatsen.
Ondertussen kijkt de vrouw bijna verliefd naar haar leraar. Aan haar hele lichaamstaal zie je dat ze het naar haar zin heeft. Het is dan ook een charmante en geestige oudere man. Een stapel dikke woorden- en andere boeken onderstreept zijn intellectuele voorkomen.

De BN’er aan het andere tafeltje torent met gemak een meter boven hen uit, zelfs zittend is hij bijna een kop langer dan iedereen hier. Misschien is hij ook wel geen BN’er maar valt hij gewoon op. Of is hij een vergeten oud-docent van mij.
Als ik mijn dienblad op de lopende band zet en het pand verlaat weet ik de man nog altijd niet te plaatsen. De Russin en haar leraar zal het niets uitmaken, zij amuseren zich wel.

Onderweg naar huis kom ik op straat nog een echte BN’er tegen: Wim de Bie. Hij herkent mij niet. Ik zal hem er een volgende keer eens op aanspreken.

Sacha Kahn