Recensie boekenweekgeschenk 2017: Makkelijk leven

Ongetwijfeld heb je er wel eens een gezien: een goeroe die in een tekst of een video zijn wijze levensles aan de man brengt. Hij neemt zichzelf als lichtend voorbeeld en blijft doorvertellen zonder ooit ter zake te komen. De echte inhoud, de levensles, moet immers verkocht worden en bevindt zich ergens aan het einde van het document.

Herman Koch vertelt in Pauw over ‘Makkelijk leven’ en ontpopt zich en passant als een humoristische, tegendraadse goeroe

Herman Koch voert in zijn boekenweekgeschenk ‘Makkelijk leven’ zo iemand op: Tom Sanders, die wereldwijd 40 miljoen exemplaren van zijn zelfhulpboek verkocht heeft. In het eerste hoofdstuk vertelt Sanders dat zijn filosofie samen te vatten is op een half A4-tje, dat achterin het boekenweekgeschenk te vinden is. Omdat niemand 19,95 neer zou leggen voor een half A4-tje heeft hij deze uitgesmeerd over 300 bladzijden.

De hoofdpersoon

Ondanks de roem is Sanders al die jaren ‘zo gewoon gebleven’. Wel heeft hij een Jaguar gekocht, die bij nader inzien niet zo bij hem paste en vervangen is door een Range Rover. Hij is gelukkig getrouwd en heeft twee zoons, de één woont in Canada met zijn gezin, de ander, Stefan, is zijn oogappel.
Tijdens een verjaardagsfeestje staat zijn niet zo geliefde schoondochter Julia voor de deur. Zij is duidelijk mishandeld door zoon Stefan. Herman Koch laat Sanders na deze confrontatie enkele hoofdstukken lang zwemmen tussen twee opties: niet ingrijpen, zoals de filosofie van zijn werk ‘Makkelijk leven’ aanraadt of het aanspreken van zijn zoon op zijn gedrag. Uiteindelijk besluit hij het gesprek met zijn schoondochter aan te gaan. Hij maakt een ‘project’ van haar. Misschien zal het hem wel materiaal voor een nieuw boek opleveren.
Wij leren Tom Sanders kennen als een man met een chronisch gebrek aan zelfkennis, die zijn eigen ideeën op zijn omgeving projecteert. Gedurende 94 bladzijden bevinden wij ons in zijn hoofd in zijn tot mislukken gedoemde pogingen om het huwelijk van zijn zoon te redden.

Uitwerking

Het boek leest vlot en is vrij luchtig van toon. De eerste hoofdstukken zijn een amusante satire op de zelfhulpboekenschrijver en zijn opgeblazen ego. Verder bevat ‘Makkelijk leven’ vermakelijke observaties op de samenleving. De echte confrontatie tussen de karakters wordt echter telkens uit de weg gegaan. Meestal lezen wij Sanders iets zeggen als: “Je zou achteraf kunnen zeggen dat…”
Het slot, waar ik verder niets over vertel, komt enigszins uit de lucht vallen en voelt geforceerd aan. Ook dit draagt ertoe bij dat de uitwerking van het gegeven in dit boekenweekgeschenk voor mij onbevredigend is. Wellicht had Herman Koch liever ook 300 bladzijden tot zijn beschikking gehad.

Edwin IJsman

Recensie boekenweekgeschenk 2016: Broer

Boekenweekgeschenk 2016 – Broer – Esther Gerritsen leest voor uit het boekenweekgeschenk.

Dialogen

Bart ging niet aan haar bureau zitten maar op de bank.
. `En,’ vroeg hij, `hoe is het gegaan? Het eerste weekend?’
. Ze kreeg maagpijn. Er was geen ontkomen aan.
. `Het is fijn dat we geen drempels hebben.’
. `Hebben jullie geen drempels?’
. `We hebben zo’n gietvloer, door het hele huis.’

Esther Gerritsens werk kende ik nog niet. Het boekenweekgeschenk voor 2016 dat zij schreef laat mij één ding zien: zij is goed in het schrijven van dialogen. Dialogen met mensen die miscommuniceren, mensen die hun zinnen niet afmaken …

Realistische dialogen, van mensen die verre van perfect zijn en gezamenlijk een gezin vormen, broer en zus of collega’s zijn. Het zijn die dialogen die het boekenweekgeschenk voor mij overeind houden en het maken tot een boek dat ik voor mijn plezier uit kan lezen, iets wat de afgelopen 3 jaar niet bij elk boekenweekgeschenk vanzelfsprekend was.
Arjan Peters zegt in De Volkskrant: `Het verhaal van Broer is aan de schematische kant’ en daar kan ik mij bij aansluiten. Als ik het boek uitgelezen heb, blijf ik met het gevoel zitten dat er meer in had gezeten, dat ik niet voldoende kennis heb kunnen maken met de karakters en dat hun confrontatie in het plot uiteindelijk beperkt blijft.

Waar gaat ‘Broer’ over?

De hoofdpersoon van het boekenweekgeschenk is Olivia, een 52-jarige vrouw die sinds 2 jaar financieel directeur is van een familiebedrijf, een winkel die ’47-delige serviezen’ verkoopt die ‘niet in de vaatwasser kunnen’, duur en ouderwets. Vlak voor een belangrijke aandeelhoudersvergadering wordt zij gebeld door haar broer, die haar geëmotioneerd verteld dat zijn been zal worden afgezet. Zij heeft altijd weinig contact gehad met haar broer, maar desondanks laat ze haar werk vallen en zoekt ze hem op in het ziekenhuis. Tijdens zijn revalidatie neemt ze hem in huis, tegen het advies van haar man in:

. Gerard lachte. `Maar dat gaat mooi niet gebeuren.’
. Hij dronk zijn glas leeg en vroeg of zij nog wat wou.
. `Waarom moet je daarom lachen,’ vroeg Olivia, `is het zo’n raar idee?’
. `Dat meen je toch niet?’
. `Waarom niet?’
. `Jij met jouw broer, onder één dak?’
. `Ja?’
. `Dat kan jij helemaal niet.’

De dialoog tekent de hoofdpersoon: achter haar laptop en op kantoor is zij een prima zakenvrouw, maar sociaal en emotioneel gezien schiet zij tekort. Zij beseft niet dat het niet haar man is die problemen gaat hebben met de komst van haar broer, maar zijzelf en dat de eigenaren van haar bedrijf, drie generaties van een familie, haar plotselinge uitvallen tijdens de aandeelhoudersvergadering niet zien als een teken van zwakte. Integendeel: haar tijdelijk inwonende broer, een outcast die in een bungalow woont, palmt haar werkgevers net zo makkelijk in als haar gezin. Ondertussen schuift Olivia steeds verder richting de zijlijn in haar eigen leven. Misschien heeft zij haar broer harder nodig dan hij zijn zus.

‘Broer’ is een heel aardig boekenweekgeschenk. Het maakt nieuwsgierig naar ander werk van Esther Gerritsen en zal ook uitstekend leesbaar zijn in de trein komende zondag.

Edwin IJsman

Recensie boekenweekgeschenk 2015: De zomer hou je ook niet tegen

Rauw, humoristisch, bij tijd en wijlen best bot, maar een genot om naar te kijken. Dat was mijn kennismaking met Dimitri Verhulst. Een verfilming van ‘De helaasheid der dingen’ die nu wellicht meer mensen heeft bereikt dan het boek zelf, maar ongetwijfeld ook velen heeft geïnteresseerd voor de romans van deze Vlaamse auteur. Verhulst is zo in een paar jaar tijd een populaire schrijver geworden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze publiekslieveling is gevraagd om het boekenweekgeschenk van 2015 te schrijven.

De boekenweek werkt altijd met een thema, iets waar je je vragen bij kan stellen. Voegt zo’n thema echt iets toe, geeft het richting aan de schrijvers van een boekenweekgeschenk of -essay, of is het een kapstok om verhalen en evenementen aan op te hangen?

In het geval van dit boekenweekgeschenk bestaat de waanzin waarschijnlijk uit de daad van de hoofdpersoon, Pierre genaamd: hij ontvoert Sonny, zijn zwaar geestelijkDe zoner hou je ook niet tegengehandicapte zoon, uit een inrichting en neemt hem mee naar de Provence om daar Sonny’s 16e verjaardag met hem te vieren. In de hitte op een berg begint hij daar aan wat zijn verjaardagscadeau zal worden: het verhaal over de verwekking van Sonny en de relatie tussen hem en de moeder van de jongen. Een jongen die geen woord terugzegt en dus eigenlijk als een soort praatpaal fungeert.
De hoofdpersoon noemt de jongen nooit bij zijn naam: “En dus had Pierre zijn reisgezel altijd al aangesproken met het eerste en het zotste wat in hem opkwam. De namen van sierstruiken was hij cynisch begonnen te vinden, daar was hij al een poos mee opgehouden. Jammer ergens, want in het latijn hadden ze best poëtisch geklonken. Aesculus parviflora. Acer japonicum. Arbutus unedo. Enfin. Nu zat Pierre in de fase dat hij zijn passagier namen van componisten schonk. Voor de variatie.”

Maar ook de variatie kent zijn grenzen: uiteindelijk wordt de jongen het meest aangesproken met ‘Chopin’. Naarmate dit langer aanhield verloor ik bij het lezen ook mijn aandacht bij het verhaal, dat enigszins dun is. Verderop in het boek, als blijkt dat Pierre ook nog een dochter heeft, voor wie hij gefaald heeft als vader, wordt het weer wat interessanter.
De jongen blijkt uiteindelijk verwekt net voor de liefdesgeschiedenis ten einde is: Pierre wil geen kinderen, zijn vriendin wel. Drie maanden nadat ze uit elkaar zijn belt ze hem op met de mededeling dat ze zwanger is.

Verhulst rauwe taalgebruik geeft het verhaal aanvankelijk kleur en voorkomt dat het een mierzoete vertelling wordt. De botheid. waar het af en toe op uitloopt, kan tegen gaan staan, maar is ook functioneel, bijvoorbeeld als Verhulst zijn hoofdpersoon kritiek laat leveren op de troosteloze inrichting waar de jongen in woont.

Ik zal het boek niet afraden, maar het geheel overziend, denk ik niet dat ik het nog een tweede keer uit de kast zal trekken. Daar is het mij niet interessant genoeg voor. Dan lees ik liever een ander werk van Verhulst.

 

Edwin IJsman

Nederland leest – Een vlucht regenwulpen

In april of mei attendeerde medeblogger Teun, een fanatiek tuinier, mij op Maartens Moestuin, een programma waarin Maarten ’t Hart de kijker meenam naar ‘de grootste luxe die een mens hebben kan’: de mogelijkheid om een aardappeltje uit eigen grond op te eten. Maarten ’t Hart leerde het tuinieren van zijn vader en grootvader.
Ik kan me herinneren dat mijn moeder, die op latere leeftijd een Havo-diploma Nederlands afrondde, ‘Een vlucht regenwulpen in huis’ haalde. Maar voor mijn gevoel was ’t Hart hierna jaren uit beeld als schrijver. Wie op de website van de actie ‘Nederland Leest’ kijkt, ziet echter dat hij al die tijd trouw ieder jaar nieuw werk uitbracht. Misschien is het dat anderen meer gepromoot zijn in het recente verleden.

De liefde voor de natuur zie je terugkomen in het werk van veel schrijvers. Een ander bekend voorbeeld is natuurlijk Jan Wolkers. Bij Maarten ’t Hart, gepromoveerd gedragsbioloog, kan het bijna niet anders dan dat dit thema herhaaldelijk terugkeert in zijn werk.

De hoofdpersoon van ‘Een vlucht regenwulpen’ heet Maarten. In het volgende filmpje vertelt de auteur over hem en over de autobiografische elementen uit het boek:

De actie ‘Nederland Leest’ duurt tot 1 december. Tot die tijjd kan het boek gratis verkregen worden bij de openbare bibliotheek. In de Centrale Bibliotheek in Den Haag kan je hiervoor naar de balie op de 2e verdieping lopen. Ik kon de keuze maken uit vier verschillende kleuren en heb de gele meegenomen. Voor 12,50 is een luxe editie verkrijgbaar in de boekhandel.

Een vlucht regenwulpen

Edwin IJsman

‘Een vlucht regenwulpen’ op de officiële site van de campagne ‘Nederland Leest’: http://www.nederlandleest.nl/Een_vlucht_regenwulpen.html

Online bespreking en discussietips op: http://www.deboekensalon.nl/nieuws/nederland-leest

Het Dichtersspreekuur

Een vriendelijke dame heet mij welkom als ik aanschuif aan het verder lege tafeltje op de eerste verdieping: “Bent u de dichter van dienst? Of bent u de klant?”

Ik moet hier even over nadenken, zo had ik mijzelf nog nooit bezien. Ik schrijf gedichten, ja, dus ben ik dichter. Maar ik ben niet het lid van het Haags Dichtersgilde dat hier vandaag dichtersspreekuur houdt. En klant, nee, ik kom hier langs om even te buurten bij Harry Zevenbergen, die ik hier hoop te zien.
En dan nog: hebben dichters klanten? En zo ja, noemen we die klanten? Of misschien noemen wij ze cliënten? Een Amerikaanse architect waarvan ik de naam weer vergeten ben, schreef ooit ergens op dat enkel advocaten, prostituees en architecten hun klanten cliënten noemen. Misschien dat dit gebruik ook opgaat onder dichters. Ik besluit maar gewoon te gaan zitten en het aangeboden bakje koffie te accepteren.

De tafel bij het dichtersspreekuur
De tafel met boeken bij het dichtersspreekuur

Na enige minuten waarin ik de op tafel uitgestalde dichtbundels, ik herken er enkele, waaronder een boekje van Lucebert dat ik in Juni nog geleend had, moedwillig negeer en de dame ergens buiten mijn zicht op zoek gaat naar het telefoonnummer van ‘de dichter van dienst’ die nu toch wel lang op zich laat wachten, komt er dan toch een dichteres aangelopen.
Ze stelt zich voor als Milla Braat. Ik ken haar nog niet, maar dat zegt niets: dichters kunnen zich over het algemeen erg goed verstoppen, soms jarenlang. Dat weet ik uit eigen ervaring. Ik leg Milla dan ook uit dat ik mijzelf als dichter 18 jaar lang verborgen heb weten te houden, om uiteindelijk in mei 2013 voor het eerst eens op een podium te zijn gaan staan. Uit het simpele feit dat ik dit optreden overleefd heb leidt ik af dat mijn verborgen dichtersbestaan al die jaren misschien enigszins overdreven is geweest.

Bij andere dichters ligt dit duidelijk anders: ze vertonen zich niet op deze vrijdag. Pas op het moment dat de vriendelijke dame van de bieb de tafel begint op te ruimen dient zich een jongeman aan. Omdat hij nog slechter geschoren is dan ik leid ik uit zijn voorkomen af dat hij wellicht een dichter is.
Dat blijkt te kloppen. Sean Cornelisse, zoals de laatkomer blijkt te heten, presenteert zich in de stijl van ‘bezeten kunstenaar’ of ‘waanzinnige geleerde’. De dame van de bieb kijkt opgelucht op en onderbreekt haar opruimactiviteiten om het hele gezelschap nog een automatendrankje aan te bieden. We schakelen massaal over op warme chocolade.

Sean Cornelisse toont zijn werk ‘Ovismen’

Sean heeft een klein boekje meegenomen, met maar liefst 99 gedichten. Hij legt uit dat hij een jaar geleden begonnen is aan dit werk en dat het binnen enkele weken gedrukt zal worden.
Ovismen, zoals het boekje heet, blijkt een bijzonder experimenteel werk. Cornelisse is bij het vervaardigen van zijn 99 gedichten uitgegaan van een bijzonder proces, waarin hij fantasiewoorden door Google Translate naar het Nederlands heeft laten vertalen. Elk fantasiewoord, dat spontaan uit zijn onderbewuste is ontsproten, komt slechts een keer voor in het werk. Elke pagina bevat een gedicht in beide talen: de klanken van de fantasiewoorden, gevolgd door de Nederlandse vertaling.
Dit levert bijzondere, raadselachtige teksten op. En dat blijkt ook, want het werk zal binnen enkele weken in druk gaan, in een kleine oplage weliswaar, maar dat is een begin voor deze bundel van een bijzonder talent.

Na nog ruim een half uur gesproken te hebben met Sean, wordt de dichteres van dienst opgehaald door haar vriend. Ik besluit dat het onderhand ook etenstijd is en neem afscheid van beiden. Maar niet zonder Sean om zijn emailadres te vragen. Als zijn ‘Ovismen’ over enkele weken presentatieklaar is, wil ik er wel bij zijn. Indien mogelijk schaf ik dan meteen een eigen exemplaar van deze experimentele bundel aan.

Edwin IJsman

Overige informatie:

Het dichtersspreekuur vindt iedere tweede vrijdag van de maan plaats in de Openbare Bibliotheek aan het Spui in Den Haag. Het is bedoeld voor dichters van alle niveaus, maar ook liedjesschrijvers en scholieren die een gedicht moeten analyseren voor een opdracht van hun docent Nederlands kunnen hier terecht. De vaste plek is een tafel in het zicht van de roltrap op de eerste verdieping.

De experimentele dichtbundel Ovismen van Sean Cornelisse komt binnenkort uit. Haagspraak zal hier hopelijk verslag van doen.