De keramische tegels van het Anna HenrietteHof

Anna HenrietteHof anno 2017

Vorige week ging ik even kijken in het deel van de Schilderswijk rond het Vermeerpark .
De Nutswoningen waren op een klein plukje na gesloopt en de nieuwe huizen zijn reeds bewoond.
Ik liep door naar het Anna HenrietteHof en zocht naar de keramische tegels met de naam van het hof.
Helaas de tegels zijn niet meer terug geplaatst op de plek waar ze eens de gevel sierden.

Anna HenrietteHof

Een aandenken aan het verleden zou juist hier op z’n plaats zijn.De schilder ,beeldhouwer, dichter Willem Hussum woonde tot 1974 in een van de huizen.
Hij woonde naast het voormalige badhuis links in de hoek ,
er was een doorbraak gemaakt zodat hij vanuit zijn woning het atelier in het oude badhuis kon bereiken.

foto met links het badhuis dat later als atelier diende voor Willem Hussem
zijn woning was ernaast(R) .Bron Haagse Beeldbank. http://www.haagsebeeldbank.nl/beeldbank/indeling/detail/form/advanced?q_searchfield=0.28345+

Een van de latere bewoners heeft als ode aan van Hussum een van zijn gedichten op de erker aangebracht.
Het zou Den Haag sieren als de keramische tegels met het opschrift “Anna HenrietteHof” weer in ere werd hersteld
en er ook een bordje aan de gevel komt wie wat waar Willen Hussem was.Hij verdient het om op deze manier geëerd te worden als Haags kunstenaar.

Wie Anna Henriette waarnaar het hof is vernoemd is wordt nergens vermeld maar ik vermoed dat het hier Anna Henriëtte Swellengrebel betreft ,
zij was de directrice van het eerste diaconessenhuis van Nederland . Dergelijke mensen werden vaak vernoemd.
Vind het ook wel passen bij het gedachtegoed achter de Nutswoningen .

oude situatie met op de erker links het gedicht van Hussem

Op zoek naar Sacha Kahn – 3 – De verloren bladzijden

“Ik heb het hondje gevonden meneer Kahn. Ik doe zo de deur voor u open, maar moet eerst nog even naar het toilet. Maak maar even gebruik van de gelegenheid om het dier aan u te laten wennen.”
De man aan tafel reageert niet op de woorden van de therapeut en maakt een korte hoofdknik naar de tweede plastic stoel: “Ga zitten Tommy, wil je koffie?”
Ik schud mijn hoofd, er vliegen wat druppels van deze natte herfst van mijn oren.

Sacha Kahn heeft zijn zwarte Bogarthoed al op, jas aan. Met twee handen omklemt hij een plastic mok zwarte smurrie. Naast hem ligt en pak papier zo dik als het telefoonboek van New York.
“Ik heb het afgelopen jaar jouw stukjes met belangstelling gelezen, voor zover ik internettoegang kreeg tenminste. Leuk werk Tommy, laat je niet kisten door die conservatieve redactie.” Onwillekeurig begint mijn staart te kwispelen. “Hoe heb je mij gevonden?”
Ik leg de dichter uit dat een reeks recente foto’s van onder andere Roel Wijnants en andere clues mij tot de conclusie brachten dat Sacha Kahn nog in leven moest zijn en wel in onze stad. Sacha grinnikt: “Je woorden ‘halfgare dichter’ zaten dichter bij de waarheid dan je kon vermoeden. Die ontsnapping van drie weken geleden leverde me dagen isoleercel op. Het was op zich ook wel weer nuttig. Ik heb de tijd gehad om na te denken over mijn nieuwe boek,” Hij legt zijn hand op de papierstapel, “Op zoek naar de verloren bladzijden noem ik het, een roman in zeven delen waarin de herinnering een grote rol speelt.”
“Het was niet moeilijk je te vinden, Sacha, je collega’s bij Haagspraak zijn gewoon nooit op het idee gekomen de afdeling Verwarde Personen te bellen.”
“Tsja, erg praktisch waren ze nooit.” Sacha vertelt mij dat hij na het verlaten van zijn flat in april 2014 enige tijd rondgezworven heeft, aanvankelijk in gezelschap van De heer T.W. Baal, een hersenspinsel van de onlangs overleden medeblogger Teun. Hij complimenteert me met de ontdekking van hun beider aantekeningen in een gastenboek en vertelt verder: “Op een gegeven moment zat ik hier. Het is hier een gekkenhuis. Het is verdomde lastig je hier op je schrijfwerk te concentreren.”

schaduw van sacha kahn
Roel Wijnants maakte onlangs al deze foto van een man die wel erg op Sacha Kahn leek.

Van zijn opname en de periode direct ervoor herinnert hij zich niets meer, maar de behandeling in de gesloten inrichting heeft hem goed gedaan, zo vertelt hij. Ook legt hij mij uit dat zijn kijk op de wereld van de poezie en het bloggen totaal is veranderd:
“Gerry,” Sacha wijst naar de gesloten deur, “is een goed mens, een beetje goedgelovig misschien, maar daar profiteren we zometeen van. Mijn hoofdbehandelaar heeft mij veel geleerd. Dankzij hem begrijp ik nu dat de collega’s bij Haagspraak mijn eigen hersenspinsels zijn en ik al die tijd in een psychose heb geleefd.”

“Hersenspinsels?”

“Ja, allemaal, Lies, Edwin, Carel. Van Someren (Sacha’s therapeut, red.) heeft mij dit uitgelegd. Welke hotelier noemt zich immers ‘Happy‘ en verkoopt vervolgens zijn vijfsterrenhotel? Welke rijksambtenaar wordt ineens creatief en neemt een naam als ‘Interniek‘ aan? Wat voor zeventiger noemt zich in vredesnaam ‘Artodidart‘? En IJsman, Oenkenstein? Wat voor mens die bij zijn volle verstand is noemt zich zo?”
Ik probeer er nog iets tegenin te brengen maar het blijkt zinloos.
“Ik heb jullie allemaal verzonnen. Ook jij, Tommy, bent een product van mijn verbeelding, maar dat geeft niet. Zometeen gaan wij samen een stukje wandelen en dan duurt het maanden voor ze me weer gevonden hebben.”

Ik kijk van Sacha’s ogen naar zijn manuscript ter dikte van het telefoonboek van New York en realiseer het mij plotseling: dit is het telefoonboek van New York.

“Meneer Kahn? Ik ben klaar, u kan met het hondje gaan wandelen.”

De man lijnt mij aan en geeft de riem aan Sacha. Samen wandelen we de novemberregen in. Mijn opdracht zit erop. Sacha Kahn is terug, min of meer…

Woef.

Op zoek naar Sacha Kahn – 2 – De gouden tip, of niet

Tommy - Letter Sinds ik aankondigde dat ik voor Haagspraak op zoek ging naar onze vermiste dichter Sacha Kahn werd ik door verscheidene Hagenezen aangeschoten. Her en der worden mannen met lange jassen en hoeden aangetroffen en met grote regelmaat worden zij nu voor ‘onze’ Sacha aangezien. Zo ook door onze vaste reaguurder Theo Che, die zich inmiddels heeft opgeworpen als mijn Dr. Watson:

“Op een van mijn nachtelijke omzwervingen door de stad ben ik me afgelopen nacht rot geschrokken ik reed door het binnenhof en er hingen mist flarden en de sfeer was sinister
opeens zag ik een schim…Dat profiel! Dat ken ik !!! Sacha Kahn !!!!!!
Lang niet meer gezien, maar hij schoot weg achter een pilaar.
Ik scheurde er achter aan op mijn scootmobiel, maar de capaciteit van mijn accu’s lieten me in de steek en ik was niet snel genoeg helaas.
Het impliceert wel dat hij in Den Haag bivakkeert, Tommy !!!!!!!………. Hij is dus ergens in de buurt.
Wat niet wil zeggen dat hij dat nu ook echt is. Het zou zo kunnen zijn dat hij alleen in de diepe diepe nacht af en toe de stad aan doet uit sentimentele overwegingen… Dat zou voor mij nieuw zijn> Ik heb nooit enige emotie bij Sacha kunnen waarnemen. Al zijn sommige gedichten van hem dat wel weer wel.
Ik hoop ooit de GROTE dichter toch weer eens de hand te mogen schudden.
Ik ben een groot bewonderaar.” *

Is deze Borsalino de hoed van Sacha Kahn?
Is deze Borsalino de hoed van Sacha Kahn?

Mijn Dr. Watson overhandigde mij wel een hoed die de man na deze wilde achtervolging op straat had achtergelaten. Deze liet ik zien bij de Opûh Koffie, waar de redactie van Haagspraak wekelijks bijeenkomt. De consensus was dat dit niet de hoed van Sacha Kahn kon zijn: dit was een grijze Borsalino, Sacha droeg altijd een zwarte hoed.

Met mijn tandafdrukken erin heb ik de hoed weer op straat gedeponeerd. Misschien dat de rechtmatige eigenaar hem nog eens terugvindt.

Woef.

Op zoek naar Sacha Kahn – 1 – De speurhond

Tommy, die eerder geschorst werd door de redactie van Haagspraak, is, als enige hond binnen ons team, op het spoor van de sinds vorig jaar vermiste dichter Sacha Kahn gezet. In zijn kenmerkende, onsamenhangende stijl doet hij verslag van zijn speurtocht.

Twee weken geleden was ik nog op non-actief gesteld door de redactie van Haagspraak. De reden hiervoor was een valse beschuldiging: ik werd ervan verdacht een kluif te hebben aangenomen. Hier klopte niets van, het waren koekjes.
Zo’n schorsing kan natuurlijk nooit lang duren, want de incompetente redactie van dit internetvod  heeft mijn talenten daarvoor te hard nodig. Het verbaasde mij dan ook niets dat ik reeds de volgende dag weer hersteld werd in mijn functie als blogger.

Wat mij wel verbaasde was de reden.

Nee, mijn artikelen misten ze niet. Het wielerseizoen was allang afgelopen, dus daarvoor konden ze mij ook missen als kiespijn. Het was iets heel banaals, ze hadden een neus nodig. Misschien behoeft dit enige uitleg:

Hier volgt een uitgebreide beschrijving van het reukorgaan van een hond en waarom dit superieur is aan dat van ons (de redactie neemt voor het gemak aan dat Tommy’s stukjes niet door honden gelezen worden). Aangezien dit totaal irrelevant is, hebben wij dit geschrapt. De volgende video volstaat voor een verklaring:

Haagspraak was nog iets kwijt, een dichter. Hoe je een dichter kwijt kan raken snap ik nog steeds niet, maar zij hadden het voor elkaar gekregen. Op een onbewaakt ogenblik in april 2014 had Sacha Kahn zijn Haagse flatje verlaten, met achterlating van een enkel briefje. Hierop stond een bizar gedicht.

Kijk, een geurspoor. Zo komen we ergens!
Kijk, een geurspoor. Zo komen we ergens!

Het eerste wat je dan natuurlijk doet als speurneus is: je opdrachtgever vragen stellen. In mijn geval was dat Edwin IJsman, een naar mannetje dat mijn stukken voortdurend inkort en van rare opmerkingen voorziet.

Tommy: “Nu jij eindelijk die stinksigaar op hebt kan ik wel beginnen met een paar vragen te stellen. Als eerste: hebben jullie indertijd contact opgenomen met de politie?”
Edwin: “Nee, ik houd niet zo van contact met de politie. Ook was mijn beltegoed op.”
Tommy: “Heeft een ander redactielid de politie gebeld? Is de man dan uberhaupt officieel als vermist opgegeven?”
Edwin: “Nee, eigenlijk niet. Oenkenstein dacht er net zo over als ik, Teun had nog een recente slechte herinnering aan de politie en bij Theo waren we bang dat hij bij binnenkomst op het bureau meteen opgepakt zou worden. Happy Hotelier.. dat weet ik eigenlijk niet.. misschien was hij weer eens op reis.”
Tommy: “Is er dan iets van een spoor? Heeft Sacha nog iets anders achtergelaten dan dat briefje?”
Edwin: “Nou.. ehm.. deze broek die ik aan heb. Die had ik van hem geleend. Ik draag hem nu als aandenken aan onze Sacha.”

Kijk, daar kan je iets mee als speurhond. Ik snuffelde dus aandachtig aan de broek en ontdekte een en ander aan geursporen. Voornamelijk van poezen, een enkele hond, gemorste koffie en sigarenas, maar ergens tussen dit ongewassen aroma van anderhalf jaar zat duidelijk iets dat naar muffe dichter rook.

Hier kon ik verder mee! Wordt vervolgd!

Woef.