Als kinderen dromen


Er gaat niets boven een boomhut in de vrije natuur, geen yuppenpand met gelegenheid tot boomhutten bouwen terwijl vader of moeder aan de bar of tafel zit te appen.
Wij spelen buiten, wij trotseren hagel wind en regen,
geen zee is ons te hoog. In onze droomhut zit je hoog en droog.

De uitgedroogde vijvers der vrijheid

Van de migrantenvogeltjes die zich geordend verplaatsen heb ik geleerd hier naartoe te komen. Ook zij komen, evenals ik, uit het donker en de uitgedroogde vijvers der vrijheid.

Een fragment

Toen ik naar de gevangenis kwam, stond ik sprakeloos en verbijsterd, alsof wat mij toebedeeld was niets te maken had met mijn lot. Ik kwam tot de conclusie dat de mens aan het begin van iedere fase van zijn lot deze verbijstering en overgave gedwongen zal moeten ervaren. En zelfs de meest kwade en rigide mensen ook in een dergelijke fase van hun leven zich onvoorwaardelijk moeten overgeven. Zodoende is de onverstoorde eenzaamheid mijn lot geworden. De vochtige lucht van de gevangenis adem ik in met haar bittere geur. Bij iedere stap voel ik mij als iemand die, op het strand aangekomen, zijn bootje achterlaat, want het heeft geen nut meer. Van het verleden kan ik geen afstand nemen. Doorzettingsvermogen, levenslust, avonturisme en toekomstperspectief hebben mij alle verlaten. De zoete jeugd heeft zich van mij gekeerd. Thans sta ik voor het daglicht en heb geen intentie om haar wederom, ook niet voor een moment, terug te krijgen.

Wanneer ik een blik werp op mijn omgeving en soms anderen spreek, zie ik dat gevangenen tot een zeldzame groep wezens in de wereld behoren die content zijn met een vluchtig verloop van de tijd. Daar ze met iedere op- en ondergang van de zon de vrijheid dichter naderen. Voor mij echter is er geen dag en nacht, geen land en geen zee, geen gevangenis en geen vrijheid, en geen slaap en geen waak. Voor een moment denk ik erover preciezer na: de wereld is geen illusie voor mij, noch bevat die een kern van werkelijkheid. In feite ben ik gevangene van een levenloos leven; ik eet en ik eet niet, ik drink en ik drink niet, ik ben positief en negatief, ik ben sober en dronken. Een complex aan tegenstrijdigheden wordt in mijn wezen gevormd, net zoveel als bij honderden psychiatriche patiënten en normale mensen bij elkaar.

Als het water aan de lippen komt, heeft voorzichtigheid geen betekenis meer. Wanneer je alles kwijt bent, verliezen de macht en de machtige hun kleur, bereikt je moed, komt de woede tot leven en is angst voor dingen en personen niets meer waard. Het bezitten maakt je behoeftig. Behoeftig om hetgeen wat je bezit te behouden. Het ultieme lot van de mens is verlies. En zo kom je plotseling in opstand en begin je alles en iedereen te vervloeken.

Wat valt te verhalen over onuitgesproken verhalen in de diepte van mijn hart? De hele gevangenis is levenloos door de droge wind. Hier zijn geen dansende granen op de grond, geen lustige avondwind. De hitte van de zon is net een zweepslag op onze lichamen, geluidloos. Iedereen is gebogen heen en weer aan het lopen onder de zon en ik op zoek naar een gedachte in een dialoog. Ieder oog volgt een blik, elke vreemde zoekt een weg, maar niemand ziet mij. Hier is de een verbijsterd in zijn zoektocht naar geld en eigendommen en de ander wacht tot de dagen voorbijgaan. Maar ik weet dat morgen er ook aankomt. Ik weet dat gefluister uit de harten, zoals onderdrukt gekreun, uiteindelijk zullen rijzen om zich aan de fluwelen gordijnen van dit gebouw te kleven. De nacht, het donker en de illusie zullen met elkaar worden verenigd. Van de migrantenvogeltjes die zich geordend verplaatsen heb ik geleerd hier naartoe te komen. Ook zij komen, evenals ik, uit het donker en de uitgedroogde vijvers der vrijheid.

Het menselijk hart is net een schaduw; het gaat overal naar toe, door de muren naar iedere plaats die het maar wenst. Het hart is ruim en groot. Soms past deze grote wereld ook in een klein hart.

In de vlucht van de ene plaats naar de andere kan men maar een seconde rust bereiken. En vervolgens wederom pijn en leed, deze oude metgezel laat je niet met rust. Een man denkt niet aan zijn dood. Dit is te merken aan een vreemd verdriet in zijn ogen. Twintig jaar duurt lang genoeg om te kunnen vergeten. Maar de voetsporen van het leven zijn niet zo eenvoudig te verwijderen.

Wanneer je aan het leven gewend bent, liefde gegeven en ontvangen hebt, pijnigt het loslaten je hart. In de regelmaat van gewoonten en rust krijgt je ‘zijn’ een andere waarde. De wereld lijkt met grote stappen vooruit te lopen. Maar wat wordt onder haar voeten verpletterd?

Dariush Hamidi Sooha

dariush_tekst_farsi

 

Oproep tot gebed

5

Gisteren zag ik op het Spuiplein iets bijzonders gebeuren. Terwijl de wind het geluid van het haja ilal-salah (oproep tot gebed) uit de luidspreker van de moskee in de Wagenstraat zachtjes meevoerde, maakte de moslim die op het plein tegen de schutting aan zat zich klaar om het salat Dhuhr (middaggebed) te doen.
Een klein gebedskleedje woei door de harde wind over het plein. ik zette mijn fiets op slot en ging achter het kleedje aan. ik raapte het op en bracht het bij de man terug die mij uitvoerig bedankte.
Den Haag stad van vrijheid
9
meer foto’s op FB

Het reservaat van de vrijheid

5 Mei 2013, Den Haag viert de vrijheid. Achter hekwerken. Om binnen te komen moet je door een poortje, netjes achteraan sluiten in de rij. Aan de andere kant van het poortje staat dan een bewaker. Deze wil in je tas kijken. Meegenomen etenswaren moeten worden ingeleverd, drankjes mogen ook niet. Zelfs petflessen water zijn niet toegestaan. Een kennis van mij werd kwaad toen zijn vriendin gedwongen werd om een karton drinkwater leeg te kieperen in de container. Het moge duidelijk zijn: vrijheid vergt offers.

Vrijheid, achter een hekwerk, foto: Oenkenstein

Eenmaal binnen blijkt al snel wat anno 2013 de belangrijkste ingrediënten van vrijheid zijn: patat, bier en muziek. Er dansen ook nog wat meiden op militaire voertuigen. Als je een beetje zoekt, kan je ergens rechtsaf voorbij een tent de kraampjes vinden van mensenrechtenorganiaties, non-profits en politieke partijen. Tussen de ergste herrie van de muziek door kan je hier af en toe zelfs een gesprek voeren met de mensen.

De kraamhouders van de NGO’s, zorgvuldig verstopt achter enkele kraampjes met handelswaar, zijn ook niet allemaal te spreken over de behandeling door de organisatie: vorig jaar konden ze op het Spuiplein nog ongedwongen en kostenloos staan. Hier kon een toevallige passant, met een inmiddels ook verboden hond aan de lijn, nog even informatie inwinnen. De afstand tot de muziek was groter en de vrijwilligers van de kraampjes werden niet gedwongen om de patat en hamburgers van de organisatie te kopen als ze iets te eten wilden hebben. Dat konden zij toen zelf nog meenemen.

Ik onderga het gebeuren gelaten. Vrijheid heeft immers weinig te betekenen voor een bevolking die niet bereid is om haar te bevechten. Op patat en bier zal dat niet lukken. Ik besluit dan ook om het Haagse concept van de vrijheid te saboteren: ik neem alleen gratis dingen aan en doe simpelweg datgene wat ik mij voorgenomen had. Ik maak mijn stapel uit te delen blaadjes op en wandel hierna het terrein af voor het avondeten, bij het pannekoekenhuis. Hier kan ik heerlijk met een biertje erbij op het terras genieten van het vrij rondlopend vrouwelijk schoon. Een aanzienlijke verbetering ten opzichte van het reservaat: daar waren geen zitplaatsen. Zitten in het stof van het Malieveld, dat door het overmatige verbruik is verworden tot een neoliberale vrijheidswoestijn, nee dank je, dat is geen optie.

Na de avondmaaltijd ga ik nog even een praatje maken met Inge, een fanatieke dame van de SP die zich, gewapend met scootmobiel, niet tegen laat houden door fysiek ongemak. Ook zij is kwaad: haar vriend mocht het terrein niet op. Hij had een hond bij zich. Naast ons is een bejaard echtpaar in discussie met een van de bewakers. Hij wil hen niet doorlaten bij de achteruitgang van het terrein, wat hun vermoeide benen aanzienlijk zou ontzien. Zij zullen 500 meter om moeten lopen.

Inge en ik schudden ons hoofd: wat een proletenorganisatie. Volgend jaar boycotten wij dit festival en gaan we lekker naar het strand. Genieten van onze vrijheid.

Hitler is jarig; over vrijheid en verantwoordelijkheid

Het monster mag geen naam hebben..

En ik zal je uitleggen waarom. Vandaag, op de geboortedag van Hitler, zullen er wat dubieuze fans opstaan, een handjevol mensen dat de man en zijn daden verheerlijkt. Voor hen ben ik niet bang. Ook ben ik niet bang voor Adolf zelf: de beste man is al een eeuwigheid dood. Voor een ieder die hem als inspiratiebron neemt en zelf volksmenner wil worden dan? Nee, kom op.. Wie luistert er naar die onzin?

Beantwoord deze vraag en je weet wie ik vandaag, op de geboortedag van de beruchtste massamoordenaar uit de geschiedenis, het meeste vrees:
De hardwerkende ambtenaar, de ijverige politieman, de dappere soldaat. De man die iedere dag opstaat en ‘gewoon zijn werk doet’. De mens die uitvoert en geen vragen stelt is de grootste bedreiging van onze vrijheid. De filosofe Hannah Arendt beschreef in haar klassieke werk “Eichmann in Jerusalem: A Report on the Banality of Evil”  Adolf Eichmann, de ambtenaar die de praktische uitvoering van de Holocaust leidde, als een kleurloos mannetje ‘dat enkel zijn werk deed’. Hij gehoorzaamde aan de wet en was verder alleen met zijn carriere bezig.  Een mooi Nederlands voorbeeld is rijksambtenaar Jacobus Lentz, een man die al sinds 1933 plannen in de kast had liggen voor het invoeren  van persoonsbewijzen met als argumenten: de beheersing van vreemdelingenstromen, criminaliteit en fraude, alsmede doelmatig bestuur. De Duitse bezetting maakt het voor hem mogelijk om zijn ideeën te realiseren. Dankzij hardwerkende ambtenaren als Lentz konden de Nazi’s 90% van de Joden in Nederland uitroeien. In de jaren ’80 gebruikten partijen als het CDA vergelijkbare motieven om de paspoortplicht door te drukken. Inmiddels weet onze overheid veel meer van ons dan de Nazi’s ooit hadden durven dromen.

Verstop je niet achter een symbool met een snor en een foute scheiding

Maar wij zijn hier niet bang voor: 5 mei vieren wij wederom onze vrijheid en schuiven wij een man met een raar snorretje naar voren als symbool van het kwaad: hij heeft 6 miljoen joden vermoord. Eén vraag volstaat: hoe vaak heeft hij zelf de trekker overgehaald? We vergeten te gemakkelijk wie er allemaal nodig waren bij de uitvoering van zijn plannen. Brave, hardwerkende mensen die geen vragen stellen. Mensen zoals u en ik.

Het monster is in onszelf. De geschiedenis heeft dat al vele malen bewezen, voor en na Adolf Hitler. Sinds WO II hebben Vietnam, Rwanda, Irak en Afghanistan ons genoeg voorbeelden laten zien van waartoe een mens in staat is. Het heeft geen pas om ons nog langer achter een symbool met een foute scheiding en een snorretje te verschuilen: wij hebben als mensen zelf de verantwoording voor onze daden te dragen. Wij maken de wereld, met onze vele miljoenen, niet die enkele rattenvanger die wij massaal volgen.
Probeer nooit jezelf of de maatschappij te immuniseren voor volksmenners door een enkele persoon te demoniseren. Ware vrijheid komt van binnenuit, ware vrijheid ontstaat in de mens die kritisch naar zichzelf durft te kijken.

Het monster is niet het monster dat wij creëerden om ons achter te verstoppen. Het monster in onszelf. De grootste bedreiging van onze vrijheid is geen enge man met een fout kapsel, de grootste bedreiging zijn wijzelf. Wij zelf en ons onvermogen om voor onze rechten op te komen.