Buurman

zwarte kraai
The black sheep, foto: Herman Beun, (CC BY-NC-ND 2.0)

Buurman, zegt hij steevast
de man van de Koerdische winkel
Ik woon hier al jaren
ik reken het brood af en loop naar huis
Veel verder komen wij niet

Buurman, zeg ik steevast
de zwarte kraai op de straatlantaarn
Hij woont hier al jaren
met een duikvlucht raapt hij de korsten op
Veel verder komen wij niet

Sacha Kahn

Een ontmoeting

20170328

Ik stond geduldig in de rij bij boekhandel Paagman op de Fred op mijn beurt te wachten. Hier geen voordringers, keurige buurt. Achter mij hoorde ik een man heel zachtjes praten.
“ken je hem niet? Hij was je buurman”… “Wie?” fluisterde een vrouwenstem. “Deze man hier vlak voor ons”. Ik draaide me om en keek in de gezichten van een vriendelijke grijze man met een wit baardje en een oud fragiel vrouwtje naast hem. “Hebt u het over mij?” vroeg ik. “Ja, u hebt toch in de Parijsstraat in Zoetermeer gewoond?” Ja zei ik, maar dat is al weer ruim 18 jaar geleden. “Ik bezocht daar regelmatig mijn moeder die toen boven u woonde. Ik herkende u meteen”. Het oude vrouwtje keek hem ongelovig aan want zij wist het ook allemaal niet meer. “U hebt een uitstekend geheugen”, complimenteerde ik hem terwijl hij mij nog steeds totaal onbekend voorkwam.
“Komt u maar” riep een dame achter de balie.
Ik was aan de beurt. Ik legde dichtbundel “ ’s Nachts verdwijnt de wereld” van Jaap Robben en “Gij Nu” van Griet op de Beeck op de toonbank. “Zijn het cadeautjes?”

Ik had geen idee welke boeken ik zou gaan kopen toen ik bij Paagman binnen wandelde. “Gij Nu” keek me bij binnenkomst al aan en ik herinnerde me een leuk gesprek bij DWDD met de schrijfster en had me toen al voorgenomen ooit eens een boek van haar te kopen.

De gedichtenbundel van Jaap Robben was een andere verhaal. Ik wist niet eens dat hij gedichten schreef maar afgelopen week was hij te gast bij DWDD Heimweh, waar Adriaan van Dis hem interviewde en het gesprek behalve over zijn roman Birk, voornamelijk over deze dichtbundel ging. Zijn eerste roman voor volwassenen, Birk, had ik een tijdje terug toegestuurd gekregen door de uitgever van “De gekste plek van Nederland – 111 bizarre locaties en hun bijzondere verhaal” (auteur Jeroen van der Spek), waarin twee foto’s van mij waren gepubliceerd. Aanvankelijk ging het om één foto maar later kreeg ik het verzoek om een tweede foto te mogen plaatsen. Omdat ze één bewijsexemplaar voor 2 foto’s te weinig vonden kreeg ik een ander boek cadeau, dat werd Birk, geen paperback maar een hardcover, gebonden en genaaid. Een heel beklemmend boek, vond ik, omdat de 3 personen die in dit boek voorkomen de enige bewoners zijn van een eiland waarop het hele verhaal zich afspeelt. Benauwend maar ook heel bijzonder.

Onderweg naar huis, op de fiets, kwam mijn bijzondere ontmoeting weer naar boven. De man kwam mij absoluut niet bekend voor hoe diep ik ook terug ging in mijn herinnering. Hoe vaak kwam hij bij zijn moeder en waarom was ik hem zo opgevallen? 18 Jaar geleden werkte ik nog volop en had weinig contacten met de overige bewoners van mijn flat.
Had ik hem en zijn moeder een kop koffie aan moeten bieden?

Het Boekenbal

“Lieve Kitty,”

Sacha staat op van zijn kruk, wankelt even, krijgt dan op miraculeuze wijze de projectie van zijn massamiddelpunt weer boven zijn voeten en slingert zich een weg richting de gang,

“Ik moet even naar de WC.”

Ik neem nog een slok champagne uit de plantenbak, waar Kitty deze gedurende haar gesprek met onze dichter nipje bij nipje in heeft geschonken.

“Jij bent ook zo’n schattig hondje, ” zegt ze, terwijl ze van haar barkruk glijdt en naast mij op de grond hurkt.

Normaal gesproken vind ik het woord ‘schattig’, aan mij gericht, nogal badinerend klinken, de redactie van mijn magazine zou ik dit bijvoorbeeld niet in dank afnemen, maar nu doet een stel lange, precies gemanicuurde nagels dat mij achter de oren krabt mij dit snel vergeten. Terwijl Kittyś hand over mijn vacht glijdt probeer ik mij te herinneren hoe ik hier vanavond beland ben.

“Weet je zeker dat tram 12 ons bij het Boekenbal brengt? We kunnen toch beter de trein nemen bij Hollands Spoor?”
“Geen zorgen Tommy, het is niet zo ver. Het is alleen jammer dat mijn kaartjes tussen het wasgoed verloren zijn gegaan. Gelukkig ken ik wat mensen bij de catering. Die smokkelen ons wel naar binnen. En jou laten ze ook wel binnen. Denk je dat Harry Mulisch ergens zonder zijn teckel heen zou zijn gegaan?”

Ik vind het niet geruststellend klinken, maar heel belangrijk is het ook niet. Sacha stond erop dat ik meeging naar het boekenbal en ik vond een uitje sowieso wel een goed idee.

De tram stopt en Sacha lijnt mij aan. Twee straten verder bellen wij aan bij een keurig herenhuis. Het is hier rustig op straat en van binnen komen geen geluiden. Nergens hoor of zie ik een schrijver, al dan niet in kennelijke staat. De reputatie van het Boekenbal is ook tot viervoeters doorgedrongen. Als het ons lukt er binnen te komen, dan verschijnen ook wij graag.
Een vrouw in avondjurk met een tikje te rode lipstick opent de deur: “Oh Sacha, wat leuk om jou weer te zien. En wat een schattig hondje heb je bij je. Kom snel binnen!” Voordat ik de kans krijg een opmerking te maken over het woord ‘schattig’ tilt de dame mij op en draagt mij voor Sacha uit een trap op.

“Dank je Bea. Wie zijn er al binnen?”
“Het is rustig vanavond. Molly, je gebruikelijke meisje, heeft zich ziek gemeld. Maar ik weet zeker dat je het naar je zin zult hebben.”

De gastvrouw loopt ons voor naar de bar, die op twee schaars geklede vrouwen na leeg is. Sacha pakt een kruk voor mij en zet mij erop. Hij neemt de kruk ernaast en bestelt een biertje.

“Wat is het hier rustig, weet je zeker dat we goed zitten?”
“Schrijvers komen nooit zo vroeg, Tommy, maak je niet druk. De nacht is nog jong.”

Terwijl Sacha, voorovergebogen over de bar, zijn bier drinkt komt een slanke blondine op hakken van minimaal 15 centimeter naast mijn barkruk staan. Ik probeer nog te protesteren als ze mij optilt, maar de overkill aan parfum in de boezem waar ik tegenaan wordt gedrukt doet mij duizelen. Een stel slanke vingers met lange nagels gaat enkele seconden door mijn vacht heen en dan zit ik op de grond, terwijl zij mijn kruk in beslag heeft genomen.

“Ik ben Kitty, ” stelt ze zich voor aan Sacha, “Jij wil mij vast wel een drankje aanbieden.”

Een paar minuten later verschijnt er een grote fles champagne op de bar. Sacha lijkt mij vergeten zodra Kitty een hand op zijn dij legt. Terwijl hij langzaam nipt van zijn champagne wordt het mij duidelijk dat langbenige Kitty hem volledig ingepakt heeft en ik voor de rest van de avond niets meer aan hem zal hebben.
De deur gaat open en een man in een nette overjas komt binnen. Sacha kijkt even om als een vrouw in witte lingerie op hem afstapt. Kitty maakt van de gelegenheid gebruik om een slok van haar eigen champagne in de plantenbak naast mij te schenken. Haar andere hand speelt met een jarretel. Het klakkende geluid dat dit maakt irriteert mij.

“Wat maakt het ook uit, ” denk ik en ik neem een slok champagne uit de plantenbak.

Noot van de redactie:
Aanvankelijk waren wij verheugd om te vernemen dat Sacha Kahn twee uitnodigingen voor het Boekenbal had. Het niet doorgaan van het Blogbal dit jaar, nadat Oud Zeikwijf met de organisatie stopte, had er bij onze redactie stevig ingehakt. Het idee dat het mogelijk was om het hondje mee te nemen klonk ons enigszins vreemd in de oren, maar Sacha had al eens vreemdere dingen gedaan.
Het verschijnen van dit verslag gistermiddag deed toch de alarmbellen rinkelen: het werd ons overhandigd door Sacha, die aangaf dat Tommy ‘niet zo lekker was’. De inhoud deed vermoeden dat beiden nooit op het Boekenbal aan waren gekomen.
Alvorens tot publicatie over te gaan hebben wij eerst contact gezocht met het etablissement waar onze beide bloggers zich waarschijnlijk bevonden op vrijdagavond. Na enig aandringen kregen wij ‘Kitty’ te spreken, die ons er van wist te overtuigen dat het hondje per ongeluk champagne had gedronken. Onze dichter, die op het toilet in slaap gevallen bleek, had Tommy die avond niet meer thuis kunnen brengen. Van dierenmishandeling bleek geen sprake te zijn.

Woef.

Zorgeloos jij en ik

Molenwijk, foto: Sjenell Uslu

Zorgeloos jij en ik

Het zal ons een zorg zijn
Ik vind het al te zorgelijk als jij dat schrijft

want ik wil het hebben
over luchtiger zaken
Want het wordt al bijna lente
dan heb je bloemetjes en vlinders

De lucht wordt blauw
met witte wolken
als schapen

en een frisse wind die langs mijn huid streelt

Sjenell Uslu

Dit gedicht verscheen eerder op ongekendhaags.nl

Het roze schrift

Terwijl ik de tekst voor een brief aan een vriendin die ik al anderhalf jaar niet gesproken heb overdenk, trek ik mijn jas aan om naar de bibliotheek te gaan. Hier kom ik bij de afdeling Nederlandse romans – B, naast “Wat een man nodig heeft” van Martin Bril een roze schrift met kartonnen kaft tegen.
Iemands aantekeningen van school? Een dagboek, denk ik als ik het open en een ingeplakte tekst ergens rond bladzijde vijftien tegenkom. Maar er zit meer in het schrift, op het schutblad voorin stuit ik op een getypte tekst die mij de herkomst geeft:

zomaar op verhaal komen

Het schrift is afkomstig van Erica Rutten uit Vught. Zij schrijft graag en heeft op 29 juli 2015 meerdere schriften in omloop gebracht met het doel deze rond te laten zwerven, mensen de gelegenheid te geven eigen gedichten en verhalen te delen, waarna ze het het schrift door kunnen geven aan een voor hen bekende of onbekende persoon.
Ook is er een mogelijkheid om het schrift terug te sturen naar de initiatiefneemster: achterin vind ik een envelop met haar adres.

Aan de hand van de teksten die drie vorige bezitters van het schrift hebben achtergelaten kan ik de reis die het aflegde gedeeltelijk reconstrueren:

  • Juli 2015, Vught, het schrift wordt door Erica Rutten in omloop gebracht,
  • Augustus 2015, Leiden, er wordt een tekst over vrijheid aan toegevoegd door ene Maria,
  • Oktober 2015, Drachten, Gerda Bekius schrijft een bijdrage genaamd ‘Gelukskoekjes’.

De laatst toegevoegde tekst is ‘Opruimen’, van Ate Klomp. Datum en plaats worden niet vermeld. Als ik het roze schrift zo aankijk bedenk ik mij dat ik nu twee teksten heb om over na te denken. Ik weet al waar het schrift naartoe gaat met mijn bijdrage.

Edwin IJsman

Het blog van Erica Rutten over haar project kan u hier vinden: https://zomaaropverhaalkomen.wordpress.com/