Hannah Arendt

Hannah in haar werkkamer in New York, met haar onafscheidelijke cigaret
Hannah (Barbara Sukowa) in haar werkkamer in New York, met haar onafscheidelijke cigaret

Onlangs de film over Hannah Arendt van Margaretha von Trotta gezien. Indrukwekkend gespeeld ook door Barbara Sukowa.
Frits Abrahams schrijft er al twee dagen lang zijn column op de achterpagina van de NRC helemaal mee vol. Verwacht van mij dus geen korte beschrijving die deze film compleet samenvat. Dat is namelijk onmogelijk. Ik kan er alleen maar van zeggen dat wat ik gezien heb ik heel indrukwekkend vond en ook dat ik vind dat iedereen hem moet gaan zien. In zekere zin vind ik hem actueel.
De film draait voornamelijk om het proces van Adolf Eichmann en om de verslaglegging van Hannah daarna en de gevolgen voor haar persoonlijk.
Thuisgekomen had ik de behoefte om meer te weten te komen over de hoofdpersoon. Hannah Arendt was een belangrijk Joods-Duits-Amerikaans filosofe en politiek denker uit de vorige eeuw. Ze heeft een poosje in een kamp in Frankrijk gezeten, daaruit ontsnapt en vervolgens gevlucht naar Amerika waar ze 18 jaar stateloos burger is geweest. (mijn korte wikipedia samenvatting) Dit gegeven op zich is al een hele film waard.
Zij heeft voor het Amerikaans tijdschrift de New Yorker het proces van Eichmann, in 1961 (Jeruzalem), als journaliste verslagen en daar over gepubliceerd.
De originele filmbeelden van dat proces waarin Eichmann zich, vanuit zijn glazen kooi, verdedigt vormen geen groot maar wel belangrijk onderdeel van de film. Enkele getuigenissen van overlevenden van de holocaust worden ook getoond. Deze documentaire beelden zijn nog even sterk en emotioneel als destijds. Ik kan deze beelden van de televisiejournaals uit die tijd ook nog heel goed voor de geest halen.
Haar publicatie (later boek) over dit proces is haar niet in dank afgenomen. Zij zag in Eichmann niet dat grote monster dat iedereen verwacht had maar iemand die nog nooit een vinger naar een Jood had uitgestoken zoals hij zelf beweerde tijdens de verhoren. Hannah zag in hem een van de schakels in het grote proces, iemand die niet zelfstandig kon denken, of dat verleerd was. Ze vond hem een middelmatige man, niet tot grootse daden in staat, maar iemand die deed wat van hem verwacht werd. De banaliteit van het kwaad wordt dit ook wel genoemd.
Haar verhaal was niet emotioneel en veel te filosofisch voor de gemiddelde lezer van de New Yorker. Grote hoeveelheden negatieve reacties waaronder dreigbrieven stroomden binnen. Er waren ook een paar positieve reacties maar die waren te verwaarlozen. Ze verloor vriendschappen, haar werd tevens antisemitisme verweten.
Een niet nader uitgewerkt aspect van haar leven , althans niet in de film uitgewerkt, was haar vriendschapsrelatie met Martin Heidegger, hoogleraar filosofie aan de universiteit van Marburg, waar Hannah studeerde en in die tijd een korte liefdesrelatie met hem had. Heidegger was een bewonderaar van Hitler. Hij wordt algemeen beschouwd als een van de grootste en invloedrijkste filosofen van de twintigste eeuw.
Ook na de oorlog is Hannah bevriend met hem gebleven en bezocht hem nog regelmatig vanuit Amerika.

Het reservaat van de vrijheid

5 Mei 2013, Den Haag viert de vrijheid. Achter hekwerken. Om binnen te komen moet je door een poortje, netjes achteraan sluiten in de rij. Aan de andere kant van het poortje staat dan een bewaker. Deze wil in je tas kijken. Meegenomen etenswaren moeten worden ingeleverd, drankjes mogen ook niet. Zelfs petflessen water zijn niet toegestaan. Een kennis van mij werd kwaad toen zijn vriendin gedwongen werd om een karton drinkwater leeg te kieperen in de container. Het moge duidelijk zijn: vrijheid vergt offers.

Vrijheid, achter een hekwerk, foto: Oenkenstein

Eenmaal binnen blijkt al snel wat anno 2013 de belangrijkste ingrediënten van vrijheid zijn: patat, bier en muziek. Er dansen ook nog wat meiden op militaire voertuigen. Als je een beetje zoekt, kan je ergens rechtsaf voorbij een tent de kraampjes vinden van mensenrechtenorganiaties, non-profits en politieke partijen. Tussen de ergste herrie van de muziek door kan je hier af en toe zelfs een gesprek voeren met de mensen.

De kraamhouders van de NGO’s, zorgvuldig verstopt achter enkele kraampjes met handelswaar, zijn ook niet allemaal te spreken over de behandeling door de organisatie: vorig jaar konden ze op het Spuiplein nog ongedwongen en kostenloos staan. Hier kon een toevallige passant, met een inmiddels ook verboden hond aan de lijn, nog even informatie inwinnen. De afstand tot de muziek was groter en de vrijwilligers van de kraampjes werden niet gedwongen om de patat en hamburgers van de organisatie te kopen als ze iets te eten wilden hebben. Dat konden zij toen zelf nog meenemen.

Ik onderga het gebeuren gelaten. Vrijheid heeft immers weinig te betekenen voor een bevolking die niet bereid is om haar te bevechten. Op patat en bier zal dat niet lukken. Ik besluit dan ook om het Haagse concept van de vrijheid te saboteren: ik neem alleen gratis dingen aan en doe simpelweg datgene wat ik mij voorgenomen had. Ik maak mijn stapel uit te delen blaadjes op en wandel hierna het terrein af voor het avondeten, bij het pannekoekenhuis. Hier kan ik heerlijk met een biertje erbij op het terras genieten van het vrij rondlopend vrouwelijk schoon. Een aanzienlijke verbetering ten opzichte van het reservaat: daar waren geen zitplaatsen. Zitten in het stof van het Malieveld, dat door het overmatige verbruik is verworden tot een neoliberale vrijheidswoestijn, nee dank je, dat is geen optie.

Na de avondmaaltijd ga ik nog even een praatje maken met Inge, een fanatieke dame van de SP die zich, gewapend met scootmobiel, niet tegen laat houden door fysiek ongemak. Ook zij is kwaad: haar vriend mocht het terrein niet op. Hij had een hond bij zich. Naast ons is een bejaard echtpaar in discussie met een van de bewakers. Hij wil hen niet doorlaten bij de achteruitgang van het terrein, wat hun vermoeide benen aanzienlijk zou ontzien. Zij zullen 500 meter om moeten lopen.

Inge en ik schudden ons hoofd: wat een proletenorganisatie. Volgend jaar boycotten wij dit festival en gaan we lekker naar het strand. Genieten van onze vrijheid.

Expositie Ellert Haitjema in Heden

Ellert Haitjema heeft op uitnodiging van Heden vorig najaar drie maanden in het Cemeti Art House te Yogyakarta in Indonesië gewerkt. Een uitwisselingsprogramma, dat gestart is in 2006, heeft tot vandaag zo’n twintig Nederlandse kunstenaars in contact gebracht met de Indonesische cultuur.

Haitjema werkt met wat hij aantreft tijdens de reizen die hij maakt. Verrukt is hij over de bijna vanzelfsprekende inventiviteit die mensen aan de dag leggen. Als een plastic stoel bijvoorbeeld een poot verliest, dan vormt een paal van een verkeersbord misschien wel de nieuwe poot. Dat de stoel na deze operatie niet meer te verplaatsen is, is bijzaak. De functie van de stoel wordt in ieder geval behouden.

Gewapend met zijn fototoestel maakt hij snapshots van deze situaties. De snapshots vormen de basis van zijn werk. Terug in het atelier wordt met dit visuele schetsboek nieuwe beelden gemaakt.

De expositie kunt u bezichtingen van 3 mei tot en met 16 juni 2013.

Bron: Heden, Denneweg 14 A, Den Haag.

Koningslied

Hij is al helemaal in de stemming met zijn hoedje
Hij is al helemaal in de stemming met zijn hoedje

Je moet Nederlanders nooit zeggen dat ze iets moeten, als je dat doet kan je ervan verzekerd zijn dat alle stekels bij iedereen overeind gaan staan. Wij laten ons niets voorschrijven, zo zitten wij niet in elkaar.
Hierin ligt waarschijnlijk al de kiem van de grote mislukking van het muzikale Koningsdrama.
We mochten onze dromen insturen. De mooiste dromen worden gebundeld en straks in boekvorm gepresenteerd. Maar was het Borsato niet die zong dat dromen bedrog waren? Maar je hoeft geen dromen in te sturen en je hoeft het ook niet allemaal te lezen. Het mag.
Scholen mochten meedoen aan de oranjespelen. Het overgrote deel van alle scholen doet hieraan mee, want het moet niet maar het mag en het is misschien wel leuker voor leerlingen dan gewone lesuren volgen.
Het Nationaal Comité Inhuldiging ging in de fout door te stellen dat we met z’n allen op 30 april het nieuwe koningspaar een mooi Koningslied MOESTEN toezingen.
Iedereen in het hele land zou dat op hetzelfde moment moeten doen. En dat terwijl samenzang en muziekonderwijs in het algemeen op scholen al heel lang geleden werd wegbezuinigd. Alleen daarom al zal het een mislukking worden.
Er zou een koningslied geschreven worden waarvoor iedereen tekstsuggesties mocht insturen. Nou dat hebben we geweten, wat een tenenkrommende zinnen ben ik tegengekomen. Hieruit blijkt ook maar weer eens dat het onderricht van de Nederlands taal in het huidig onderwijs behoorlijk ondermaats is. Ervaren liedjesschrijvers zoals daar zijn o.a. Daphne Deckers (wie kent haar tophits niet?) zouden dit dan aaneensmeden tot een Koninklijke Dijenkletser. John Ewbank zorgde voor de nootjes, die had hij toch al jaren in de la liggen vertelde hij in een openhartige bui. Hoe mooi was dit alles niet bedacht door o.a. zelfverklaard D66 republikein Hans Wijers.
Ik weet niet veel van het schrijven van songteksten en componeren, zeg maar helemaal niets, maar wat ik wel weet is dat een creatief proces per definitie ondemocratisch is.
Regelmatig werd bij serieuze babbelprogramma’s zoals P+W en DWDD tipjes van sluiers opgelicht om ons voor te warmen op de grote dag dat tekst en clip onthuld zouden worden. Er was nog even kort sprake van plagiaat maar Ewbank ontkende dat in alle toonaarden, hij had het lied al geruime tijd gekoesterd als een diamant totdat hij het juweel eindelijk kon laten horen. Deze laatste zin is beeldspraak want diamanten of juwelen kun je natuurlijk niet horen – dit voor de critici die hier misschien ook en opmerking over zouden kunnen maken. Want beeldspraak en ironie schijnen momenteel overal erg letterlijk genomen te worden.
Afgelopen donderdag (of was het vrijdag?) was het dan eindelijk zover: we mochten het lied horen en zien.
Binnen enkele seconden stond het Koningslied nummer 1 op de downloadlijst van iTunes, dus het viel kennelijk in de smaak.
Maar niet bij iedereen. Taalpuristen verwezen zin voor zin regelrecht naar de prullenbak in een veelbekeken kijkcijferkanon.
Twitter en Facebook kwamen op stoom. Petities werden ondertekend alsof een nationale ramp ons had getroffen. De inzamelingsactie voor de slachtoffers van de oorlog in Irak verbleekte hierbij. Er ontstond een tweestrijd, zeg maar oorlog, tussen twee groepen bekende Nederlanders. De ene groep had aan het lied alle medewerking verleend en zich hier helemaal voor méér dan de volle 100 procent ingezet om dit tot een oorverdovend succes te maken. De andere groep BN’ers, die niet gevraagd was om een bijdrage te leveren en dus heel erg gepikeerd was, reageerde vol afschuw op het ten gehore gebrachte.
De componist fungeerde hierbij als Nationale Kop van Jut.
Midden in de nacht, misschien na een paar glaasjes spraakwater, legde hij het bijltje er bij neer en liet ons via Facebook weten dat hij het lied terugtrok. Alle leden van het Nationaal Comité Inhuldiging kwamen in crisisberaad bijeen en beslisten dat zij een dag nodig hadden om uit deze onverwachte malaise te komen.
Inmiddels doken overal alternatieve Koningsliederen op. Je vraagt je af waar die allemaal zo plotseling kant en klaar vandaan kwamen. Compleet met clip en groot orkest bleken die ook al ergens in een la te liggen. Dat heeft me eigenlijk nog het meest verbaasd. Gezien de sfeer, de arrangementen en de tekst denk ik dat Paul van Vliet zijn ongebruikte compositie bij de overgang van Juliana naar Beatrix uit de mottenballen had gehaald. Twee studenten uit Utrecht hadden ook veel succes op you-tube met een grappig cabaretesk humorvol Koningslied. Die had meteen mijn voorkeur.
Dan was er nog een alternatief van Dries Roelvink. Filmpje erbij, opgenomen op de Dam van Amsterdam. Een niet onaardig hymne-achtige voetbalcompositie maar… tja, Dries Roelvink. Ik heb hem ooit in een televisieprogramma horen vertellen dat hij tijdens een schnabbel op een bruiloft de bruid, tussen een paar nummers door in haar eigen huis geneukt had. Spuiten en slikken of zo zal het wel geweest zijn. Dat blijft me bij, ik krijg daar ook beelden bij iedere keer als ik zijn kop zie. Er zijn dingen die ik liever niet weet.
Kortom John Ewbank was al die verwensingen meer dan zat en trok het lied terug. Dat was het domste wat hij ooit in zijn leven gedaan heeft. Deze reuring hoort bij Nederland, met name bij nationale evenementen. Iedereen zat juist goed in zijn rol. De voorstanders, de tegenstanders, bloggers lieten van zich horen, twitteraars twitterden de vingers blauw, de vuilspuiters op internet droegen – zoals gebruikelijk – ook hun bedenkelijke steentje bij. Die dingen neem je toch niet allemaal serieus? Trouwens Ewbank zelf gaat ook niet helemaal vrijuit, hij noemde als reden om te stoppen o.a. “de zoveelste nageboorte”. Verklaar u nader. Natuurlijk heeft hij grote successen geboekt en werd elk lied dat hij voor Marco had geschreven een groot succes. Maar je kunt een voetbalstadion vol Borsato-fans toch niet vergelijken met het hele Nederlandse volk?
Hij had gewoon zijn schouders op moeten halen en misschien een paar dagen niet op zijn computer moeten letten. Op Koninginnedag werd dan het lied gewoon gezongen door een heleboel vrolijke mensen, terwijl de andere helft smalend de schouders opgehaald had of naar het buitenland was gevlucht voor deze gelegenheid. Op woensdag 1 mei was iedereen alles weer vergeten en gewoon aan het werk gegaan en dat was dat. Op naar de volgende hype.
De verstandigste man van Nederland momenteel is Joop. Niks terugtrekken, gewoon doorgaan met oefenen en zingen met die hap. “The Show must go on!”
Ik zoek zelf nog een onderduikadres.