Damir fleurt de Weimarstraat op

Ik tref hem aan tegenover de garagedeur van het beschermdwonencomplex van de Stichting Anton Constandse, op de hoek van het Koningsplein en de Weimarstraat, terwijl hij een praatje maakt met één van de buurtbewoners.

“Bent u de maker van de muurschildering?”

Ik krijg een bevestigend antwoord, welke gelijk in daadkracht wordt omgezet: Damir loopt naar zijn collectie spuitbussen, zet een masker op en gaat weer aan de slag.




Hij werkt in opdracht van de reeds genoemde stichting. De garagedeur zag er ook niet uit, helemaal vol gekalkt met ‘tags’, vluchtige handtekeningen van in de nacht actief zijnde creatievelingen. Ondertussen lopen voorbijgangers verbaasd voorbij en een enkele toeschouwer keurt het werk.

Na een paar uur is het bloemrijke tafereel af. De Weimarstraat is opgefleurd.

Het mandje

Ap is onze grote vriend. Dagelijks doen wij bij hem onze boodschappen. Het is crisis, veel mensen hebben het niet breed en letten op de kleintjes. Dus komen wij er graag. Hij heeft vriendelijk personeel. Als je vraagt waar een product ligt, lopen zij helemaal mee naar het juiste schap. Wij kunnen er veilig winkelen, want overal hangen camera’s en hoeven niet bang te zijn, dat wij in zijn toko onze portemonnee kwijtraken.

Volgens oud kruideniersgebruik, biedt Ap de mogelijkheid om een winkelwagen of mandje te gebruiken, om de vele aangekochte boodschappen tijdens onze droomreis door consumptieland te kunnen vervoeren.

Behalve in de Weimarstraat. Filiaalmanager Herbert is van mening, de door zijn baas, ons opgelegde huisregel om altijd een mandje te moeten pakken en mee te dragen strikt na te komen. Zo kan het voorkomen dat een dagelijkse kasspekker, die enkel even binnenwipt voor een pakje vanillesuiker, door een lange bewaker in een soort politiepak, gesommeerd wordt toch een mandje te gebruiken.

“Daar doe ik niet aan mee, daar heb ik geen zin in”, meld ik de breedgeschouderde. “Ik kom enkel een klein product halen. Weet u ook waar de vanillesuiker staat?” Zonder enige kennis van de inhoud van zijn te bewaken winkel, roept hij bovengenoemde manager er bij. “Dat is een huisregel mijnheer, daar moet u zich aan houden.”

Ik kom hier vrijwel iedere dag en mensen pakken enkel een mandje als zij deze nodig hebben. Vandaag niet. Iedereen moet aan het mandje. Zo gaat een goedlopende zaak niet met zijn klanten om. Dit is geen klantvriendelijkheid meer, dit is schofferende intimidatie. Ik heb er schoon genoeg van.

“De politiek maakt en rechters toetsen wetten en regels. Weet u ook waar de vanillesuiker staat? Zal ik u mijn kaartje geven?”, vraag ik hem, “ik ben verslaggever van Haagspraak en mag ik u bedanken voor een mooi artikel, wat is ook al weer uw naam?”

Hij bedekt snel met zijn hand, de op zijn borst en waarschijnlijk wegens bewezen diensten, uitermate grote naamkaart. “U kunt contact opnemen met Albert Heijn media”. Ik meld hem dat ik ook zonder hun hulp een artikel kan schrijven.

Ik loop Ap’s zijn zaak uit, houdt het klapdeurtje open voor een consument in een invalidenwagen en wordt achternagelopen door een zichtbaar geschrokken manager, die eist dat ik mijn kaartje geef.

“Nee, mijnheer, die krijgt u niet, dat is veel te zwaar om te mee te nemen en daar heeft u dan toch echt een mandje of winkelwagen voor nodig.”

Ik kom er nooit meer.

Aanhouding Weimarstraat

Om kwart voor zeven in de avond, terwijl een jonge knul een lading nog te bezorgen flyers in een afvalcontainer werpt, gonst het ineens sirenes in de Weimarstraat. Agenten zetten nerveus de straat af.

“Bent u pers?”, vraagt één van hen.
“Verslaggever Haagspraak.”
Hij laat mij door en waarschuwt, dat ik vooral aan de rechterkant van de straat moet blijven, want “anders loopt U in de vuurlinie”.

De afgezette straat.
De afgezette straat.

Ondertussen komen de discussies op gang tussen ordebewakers en passanten, die per se doorgang willen hebben, ondanks dat politie hen verzoekt een andere route te nemen. Eén dame op de fiets glipt door de afzetting. Enkele buurtbewoners mogen wel naar hun woning en krijgen het advies binnen te blijven.

Ik wil daar heen.
Ik wil daar heen.

Een man, onder schot gehouden door twee agenten, eerst laconiek niet luisterend naar het bevel zijn handen te laten zien, knielt uiteindelijk naast zijn scooter met de armen gespreid op een auto en wordt gearresteerd.

Verlaten scooter.
Verlaten scooter.

Verderop staat een gehavende auto, waarschijnlijk slachtoffer van een wilde achtervolging en klinkt het storende geluid van een politiehelicopter, die wordt ingezet om een tweede verdachte op te sporen.

Na een klein half uurtje is de schijnbare rust in de straat en op Twitter wedergekeerd. De afzettingen worden opgeheven en de auto afgevoerd.

De auto wordt weggesleept.
De auto wordt weggesleept.

Een eigenaar van een zaak staat heftig te gebaren tijdens een geprek met twee overgebleven agenten en toont zijn verbazing over het politieoptreden, die na wat uitleg, er genoeg van krijgen en besluiten te vertrekken. Vervolgens komt de man op mij afstormen en vraagt waarom ik een foto maak en eist dat ik hem verwijder. Ik leg uit dat het mij vrij staat te fotograferen op de openbare weg, dat ik een reportage maak en bied hem aan om bij mij langs te komen voor een bak koffie om de zaak even rustig te bespreken. Een buurtbewoner probeert nog met redelijke argumenten de zaak te sussen en plots komen er twee buurtpreventisten op de fiets langs, springen tussenbeide en ondervragen de eigenaar en mij naar wat er gaande is. Zij hadden melding gekregen van een vechtpartij en weten, tot ieders verbazing, niets van de zojuist gehouden aanhouding.

Tja, daar sta ik dan: De intermediar vind het ongepast dat ik een foto maak tijdens zo een gespannen sfeer in de straat, de eigenaar schreeuwt dat hij mij kent en iedere dag ziet en de preventist wil dat ik de foto verwijder.
“U bent er voor de openbare orde en niet om te censureren”, leg ik uit, maar om de vrede in de straat te bewaren besluit ik onder zijn toeziend oog twee foto’s te verwijderen van de SD kaart. Ik deel mijn actie mede aan de nog immer geëmotioneerde eigenaar, wij schudden elkaar de hand en een familielid van hem bied aan om dan maar een foto van hem te maken, samen met de twee dienstdoenders.

Morgen krijgt de eigenaar een print van 30 bij 40 centimeter in een lijst. Die gaat hij ophangen in zijn zaak.

Eind goed, al goed.
Eind goed, al goed.

Of zoals iemand twitterde:

“Never a dull moment at Weimarstraat.”