Hoe vrij is het bevrijdingsfestival

Ingang  bevrijdingsfestival. Foto door Roel Wijnants.
Ingang bevrijdingsfestival.

Op 5 Mei 2014 was er het jaarlijkse bevrijdingsfestival. Het weer werkte mee om er een leuke dag van te maken. De temperatuur was aangenaam warm.

Bij het Malieveld aangekomen, begaf ik mij naar de ingang en werd er uitgehaald door een beveiliger en doorgestuurd naar een andere beveiligingsmedewerker. Wijzend op mijn camera, die ik altijd om mijn nek heb hangen, vroeg hij of ik een professionele fotograaf was, hetgeen ik ontkende. Ik sta als zodanig nergens geregistreerd en ben nergens bij aangesloten. Een perskaart heb ik niet, ben zo vrij als een vogel. Wel heb ik een KVK nummer.

“Dan mag ik je er niet inlaten met een dergelijke camera”, opperde de beveiliger, “we hebben instructies om dergelijke camera’s te weren van het terrein, vanwege de concurrentie met de professionele fotografen.”
Spontaan zakte mijn broek tot aan mijn enkels bij het horen van zoveel onzin.

Ik sprak de beveiliger toe, dat het bevrijdingsdag was en velen hun leven hebben gegeven om ons de vrijheid te geven te doen en te laten wat we willen. Hij verontschuldigde zich voor de van boven opgelegde instructies en zei dat ik er door mocht, maar dat ik het risico liep om eenmaal op het terrein, alsnog aangesproken te worden en terug gestuurd te worden. Van anderen hoorde ik, dat zij de reglementen steeds strakker gaan aanhalen.

Deze tekst stond levensgroot op het Lange Voorhout tijdens het 200 jarig feest van de grondwet. Nooit gedacht, dat ik zoiets zo snel al zou ervaren.

“De overheid schept voorwaarden voor maatschappelijk en culturele ontplooiing en voor vrijetijdsbesteding”.

Artikel 22, lid 3 van de grondwet.

Ik begreep ineens wat ze bedoelen met “De overheid schept voorwaarden“: Heb je een grote camera sorry, maar dan geen bevrijdingsfeestfoto’s. Dan ga je maar een perskaart proberen te bemachtigen.

Na een uurtje rondlopen en wat foto’s maken, heb ik het festivalterrein verlaten. Wat een bevrijdingsdag. Wat een minkukels bij de organisatie om dergelijke beperkingen op te leggen. Bevrijdingsdag is verkwanselt aan patat, bier, leden wervende instanties en standhouders, die hun torenhoge stageld zo snel mogelijk willen terugverdienen.

Kuenta i Tambu. Foto door Roel Wijnnants.

Meer foto’s op Facebook.

Het reservaat van de vrijheid

5 Mei 2013, Den Haag viert de vrijheid. Achter hekwerken. Om binnen te komen moet je door een poortje, netjes achteraan sluiten in de rij. Aan de andere kant van het poortje staat dan een bewaker. Deze wil in je tas kijken. Meegenomen etenswaren moeten worden ingeleverd, drankjes mogen ook niet. Zelfs petflessen water zijn niet toegestaan. Een kennis van mij werd kwaad toen zijn vriendin gedwongen werd om een karton drinkwater leeg te kieperen in de container. Het moge duidelijk zijn: vrijheid vergt offers.

Vrijheid, achter een hekwerk, foto: Oenkenstein

Eenmaal binnen blijkt al snel wat anno 2013 de belangrijkste ingrediënten van vrijheid zijn: patat, bier en muziek. Er dansen ook nog wat meiden op militaire voertuigen. Als je een beetje zoekt, kan je ergens rechtsaf voorbij een tent de kraampjes vinden van mensenrechtenorganiaties, non-profits en politieke partijen. Tussen de ergste herrie van de muziek door kan je hier af en toe zelfs een gesprek voeren met de mensen.

De kraamhouders van de NGO’s, zorgvuldig verstopt achter enkele kraampjes met handelswaar, zijn ook niet allemaal te spreken over de behandeling door de organisatie: vorig jaar konden ze op het Spuiplein nog ongedwongen en kostenloos staan. Hier kon een toevallige passant, met een inmiddels ook verboden hond aan de lijn, nog even informatie inwinnen. De afstand tot de muziek was groter en de vrijwilligers van de kraampjes werden niet gedwongen om de patat en hamburgers van de organisatie te kopen als ze iets te eten wilden hebben. Dat konden zij toen zelf nog meenemen.

Ik onderga het gebeuren gelaten. Vrijheid heeft immers weinig te betekenen voor een bevolking die niet bereid is om haar te bevechten. Op patat en bier zal dat niet lukken. Ik besluit dan ook om het Haagse concept van de vrijheid te saboteren: ik neem alleen gratis dingen aan en doe simpelweg datgene wat ik mij voorgenomen had. Ik maak mijn stapel uit te delen blaadjes op en wandel hierna het terrein af voor het avondeten, bij het pannekoekenhuis. Hier kan ik heerlijk met een biertje erbij op het terras genieten van het vrij rondlopend vrouwelijk schoon. Een aanzienlijke verbetering ten opzichte van het reservaat: daar waren geen zitplaatsen. Zitten in het stof van het Malieveld, dat door het overmatige verbruik is verworden tot een neoliberale vrijheidswoestijn, nee dank je, dat is geen optie.

Na de avondmaaltijd ga ik nog even een praatje maken met Inge, een fanatieke dame van de SP die zich, gewapend met scootmobiel, niet tegen laat houden door fysiek ongemak. Ook zij is kwaad: haar vriend mocht het terrein niet op. Hij had een hond bij zich. Naast ons is een bejaard echtpaar in discussie met een van de bewakers. Hij wil hen niet doorlaten bij de achteruitgang van het terrein, wat hun vermoeide benen aanzienlijk zou ontzien. Zij zullen 500 meter om moeten lopen.

Inge en ik schudden ons hoofd: wat een proletenorganisatie. Volgend jaar boycotten wij dit festival en gaan we lekker naar het strand. Genieten van onze vrijheid.