Het NOS-Journaal: staatsgevaarlijke 20e-eeuwse incompetentie

Het NOS-Journaal toonde op de avond van 29 januari aan nog altijd niet ontsnapt te zijn uit de 20e eeuw. Terwijl de publieke omroep zichzelf op de borst sloeg voor haar reactie op de crisis die een enkele verwarde man aan wist te richten met een nepwapen, vergat zij voor het gemak dat twee van de drie publieke netten er tientallen minuten uitlagen.

De uitval van een enkele studio wist de hele publieke nieuwsvoorziening in Nederland een uur lang in volkomen verwarring te brengen. De NOS mag dit wellicht acceptabel vinden. In mijn optiek is dit onvermogen om op een backup-plan over te schakelen niet acceptabel in de 21e eeuw. Niet voor een zender die in staat moet zijn om mededelingen van de overheid uit te zenden.

Di onvermogen van de NOS beschouw ik als een gevaar voor de staatsveiligheid.

Offerdiensten, een hindoe traditie

Hindoestaanse offerbloemen. Foto door Roel Wijnants.
Hindoestaanse offerbloemen.

Na een overlijden en begrafenis binnen de Hindoestaanse gemeenschap, wordt een deel der bloemen bewaard en volgens traditie aan stromend water toevertrouwd.

Officieel is dit verboden, maar wordt soms oogluikend toegestaan, hoewel sommigen een bekeuring krijgen wegens vervuiling van het oppervlakte water. Het is een eeuwenoude traditie, die in grote steden met Hindoestaanse inwoners in de verdrukking komt.

Tot nu toe is er in Rotterdam een gedoogbeleid ten aanzien van dit ritueel. Den Haag, met het grootst aantal Hindoestaanse inwoners van Nederland, loopt hierbij achter.
Het is mijns inziens niet schadelijk, want duizenden lelies groeien in de Haagse grachten en die sterven en vergaan zonder het milieu aan te tasten.

Het water in de grachten is nog nooit zo gezond geweest als nu.

Fotogedicht ‘ Vastleggen’ op 21 januari door Marjon van der Vegt

N.a.v. dit stuk’ journalists died doing their job’  schreef ik ’t volgende gedicht ‘ Vastleggen’

Vastleggen

Drie herinneringen nu

I: Gijzeling.

Op vrijdag 13 september 1974 vond er in Den Haag een gijzeling plaats van de Franse ambassade aan het Korte Voorhout door terroristen van het Rode Japanse Leger. Het was de eerste gijzeling in Nederland. Die avond zat ik met de toneelclub van mijn middelbare school -ik was veertien jaar- in de Koninklijke Schouwburg die pal tegenover de Franse ambassade staat.

Al in de pauze werd er op het toneel melding gemaakt wat er aan de hand was en werd verteld dat we na afloop nog moesten wachten en via een achteruitgang de schouwburg zouden verlaten. Uiteindelijk verlieten we de schouwburg via het kleine straatje naast de schouwburg. Maar toch kwamen we dan uit aan de voorkant tegenover de Franse ambassade en werden we verder weggeleid. Ik kon zo naar de verlichte ramen kijken, hoog in het gebouw en naast de schouwburg zag iedereen sluipschutters liggen in het ministerie van Financiën dat toen nog in aanbouw was. Het was donker, spannend en luguber.

Vier dagen later vond de ontknoping plaats van de gijzeling met een vrijgeleide naar het buitenland. De terroristen en de gegijzelden met de Franse ambassadeur vertrokken met een bus naar Schiphol. Ik woonde toen vlak achter de route en ben met een vriend op het laatste moment gaan kijken op de Benoordenhoutseweg. We lagen verscholen in de berm van de weg. Er reed een colonne voorbij met op het eind de grote bus. Alle ramen waren ingeslagen en ik zag duidelijk de loop van een geweer naar buiten steken en het gezicht van de Franse ambassadeur. Het is allemaal goed afgelopen.

II: Oorlog.

Met demonstraties heb ik niet veel op. De eerste keer dat ik demonstreerde was begin jaren tachtig tegen de Shell in Zuid-Afrika. Het was een demonstratie bij de Zuid-Afrikaanse ambassade in Den Haag. Het eindigde in rellen en ik was daardoor zwaar teleurgesteld. Daarna heb ik nog meegelopen in de anti-kruisrakettendemonstratie in Den Haag. Ik zat toen in militaire dienst en wilde per se in mijn uniform demonstreren hoewel dat verboden was. Met een groepje dienstplichtigen werden we als helden onthaald. Dat beviel me totaal niet en halverwege ben ik naar huis gegaan om nooit meer mee te doen aan dit soort manifestaties die grenzen aan massa-hysterie. Maar in 2004 ’s avonds toch naar de Dam gegaan voor de lawaaidemonstratie op dag dat Theo van Gogh werd vermoord. Maar nu met de aanslag op Charlie Hebdo blijf ik thuis en verwerk ik mijn woede op mijn eigen manier.

En later op de avond mailde ik nog:

En verder zitten er zoveel kanten aan, nu te veel om voor mij te overzien of aan te halen, maar ik kies uiteindelijk altijd voor het menselijke en het kleine en minder voor de grote woorden en daden …

III: Vrijheid.

Al daarvoor had ik met twee meisjes experimenteel gezoend, maar mijn eerste opwindende contact met een meisje was toen ik dertien jaar was en slowde met Maaike uit de straat, ze was een jaar ouder. Het was op een feestje in een garage in de Roelofsstraat waar Marieke een aantal tieners uit de straat had uitgenodigd. Het was een kleine garage die voor de gelegenheid was aangekleed met visnetten, druipkaarsen en spaarzaam gekleurd licht. In een hoekje stond een pick-up met singletjes. Ik was toen al gek op muziek en op dansen en ook ontluikte mijn belangstelling voor meisjes. Het was in mijn herinnering meer een oefen-feestje van jonge tieners om elkaar beter te leren kennen en hormonaal met elkaar om te gaan.

Maaike was een aantrekkelijk meisje, groot en met al behoorlijke borsten. Hoewel ik het niet precies begreep viel ik vooral op haar borsten. Er werden snelle nummers gedraaid, maar vooral ook slijpplaatjes, waaronder Je t’aime moi non plus van Serge Gainsbourg en Jane Birkin. Die werd meerdere malen gedraaid. En toen vroeg ik Maaike. En alleen op dat nummer heb ik die avond geschuifeld. We draaiden rond in elkaars armen. Ze rook sterk naar scherpe parfum en ik voelde hoe haar borsten zich tegen mijn borst drukten. Dat vond ik bijzonder opwindend. Maar het was nog allemaal vrij voorzichtig en er gebeurde verder niets.

MobyDirk 2015.

Het grote bord op Den Haag Centraal

De NS is de weg kwijt, net als de reiziger die op Centraal vergeefs naar een bord met vertrektijden zoekt.

image

De NS heeft weinig nodig om zijn reputatie als compleet faalbedrijf waar te maken. De ene dag zijn ze ‘redelijk tevreden’ als in een deel van het land lichte sneeuwval het treinverkeer helemaal platlegt, de andere dag is de dienstregeling weer aangepast om de gebruikelijke werkzaamheden aan het spoor op te vangen.
Pakt men een keer uit, bijvoorbeeld met een groot bord, zoals dat de hal van Den Haag CS past, dan blijkt dit bord een reclamescherm. Reizigers die tegen dit pontificaal in de hal geplaatste ding aanlopen, moeten vervolgens goed zoeken om ergens een door kolommen aan het zicht onttrokken bord met treintijden te vinden.
Extra reclameinkomsten zijn voor de spoorwegen schijnbaar belangrijker dan het verlenen van service aan haar reizigers.