Nieuw Babylon geen visitekaartje van de ‘Beste Binnenstad’

panorama_babylon
Nieuw Babylon. De begane grond tijdens de officiële opening van 12 december 2013

“Dat nieuw Babylon, moest dat er eigenlijk wel zo nodig komen?” Een vraag van Harry van het Klein Orkest in 1982 in wat toen het Haagse lijflied is geworden: ‘Oh, Oh, Den Haag’.

Die vraag stel ik me nu weer opnieuw, nu het oude Nieuw Babylon alweer met de grond gelijk is gemaakt en plaats heeft moeten maken voor een nieuw concept.

En het antwoord is ‘Nee’.

Het staat in de eerste plaats helemaal op een verkeerde plek. Als je vanuit het station naar de binnenstad (het meest logisch) loopt, laat je het rechts liggen. Het ligt op geen enkele doorgangsroute. Het is zelfs erger: wil je vanuit het station er heen dan kun je niet eens binnendoor, alhoewel het maar op luttele meters afstand ligt.

Den Haag heeft een grote misser gemaakt. Daar waar het witte VROM-gebouw een van de schakels richting Spui vormt, dáár had het moeten komen en het ministerie had dan op de plaats van Nieuw Babylon kunnen worden neergepoot, knusjes naast de ‘apenrots’ van het Ministerie van Buitenlandse zaken.

Honger
Het is vrijdag 20 december. Als we uit het gastvrije Roermond terug komen willen we nog even ergens zitten om wat te eten. We besluiten een kijkje te nemen in Nieuw Babylon. Daar zou toch zoveel nieuwe horeca zijn? We moeten om er te komen over een somber en tochtig binnenplein, waar overal nog bouwwerkzaamheden en dito rommel aanwezig zijn.

Het vinden van de ingang is lastig, maar omdat ik er vast van overtuigd bent dat je er hier toch ergens naar binnen moet kunnen stoten we uiteindelijk op een bescheiden deur. We spoeden ons langs enkele open, maar door God en iedereen verlaten winkels en treffen de eetzaak van Dungelmann. Die zaak heeft een naam hoog te houden, dus daar willen we wel wat nuttigen. Kan ook moeilijk anders: het is  ook de enige snel vindbare plek waar je iets kunt eten. De prijzen op de lijst zijn zowaar betaalbaar: friet met kroketten voor 7,50. We willen bestellen.
De schuchtere jongen meldt ons ‘dat de keuken helaas al is gesloten’.

Ik schiet uit mijn slof. DE KEUKEN GESLOTEN OM ZEVEN UUR TERWIJL HET CENTRUM TOT ACHT UUR OPEN IS!!!
Achteraf heb ik spijt van mijn knorrige reactie. Wat kan die arme werkstudent achter de balie er aan doen, dat zijn baas zijn tent al zo vroeg sluit, omdat er geen hond meer komt?

We nokken af en verlaten langs de treurig verlaten winkels het centrum.

Dan maar in hemelsnaam de Burger King. Maar die is zo vol (niet omdat die zo goed is, maar er domweg niets anders in de omgeving van het station is waar je een warme maaltijd kunt krijgen), zo vol dat we niet kunnen zitten.

Bedremmeld halen we bij de AH-shop maar wat opwarmmaaltijden voor thuis.

Beschaamd
We voelen ons beschaamd over onze stad van recht en vrede. Is dit een manier om treinreizigers te ontvangen? De vroede vaderen en moederen moeten maar eens kijken op het station van Hamburg: honderden eetgelegenheden: schoon, betaalbaar en gezellig! En je hoeft er niet eens het station voor uit!
Nu is het station van Hamburg wel een tikkie groter, maar omgerekend zouden er op Den Haag Centraal toch wel minstens zeven restaurants moeten zijn.

Den Haag Beste BinnenstadOp zo’n moment vraag ik me echt af waaraan Den Haag het predicaat ‘Beste Binnenstad 2013’ heeft verdiend. Maar als je het jury-rapport zo doorbladert wordt e.e.a. wel duidelijk. Het rapport belicht vooral de inspanningen van het gemeentebestuur en Bureau Binnenstad om zoveel mogelijk grote merken binnen te halen en de vele nieuwbouwprojecten. En het kijkt op het eerste gezicht helemaal niet naar de ogen van de bezoeker. En die krijgt bij het binnenkomen van Den Haag op Centraal of HS vooral een klap zijn gezicht, vooral als hij direct wordt onthaald met de boodschap “Let op uw bagage; er zijn tasjesdieven en en zakkenrollers op het station actief!”

Uitzondering
Overigens vind je de info over Nieuw Babylon op erg karig ingerichte site www.newbabylon.nl, waarop om duistere reden de tweede verdieping niet eens vermeld staat.
Dat de ‘i’ en de ‘u’ weg zijn gelaten in de url, dat zal wel zijn om wat mondialer over te komen, maar ik vrees dat het winkelcentrum niet echt een reclame is voor expats en toeristen. Die zijn wel beter gewend.

Toch wil ik met al dit genurk één uitzondering plaatsen. Dat is voor het het Brabants (ja, Brabants, daar heb je het al) Lederwarenhuis, heel ver achterin het centrum op de begane grond. Daar kwam ik binnen met de vraag of ze rugzak hadden waarin ook een trekharmonica zou passen. Is zo’n vraag in de hofstad meestal een aanleiding om je als dwaas aan je lot over te laten, hier vroegen de dames om snel terug te komen mét trekzak en of ik dan ook wat voor ze zou willen spelen.
En zo geschiedde en verliet ik enkele dagen later tevreden de zaak mét een zwarte, handzame, edoch ruime rugzak de winkel.

In de poll staat ergens ‘nic’. Moet natuurlijk ‘nice’ zijn.

Créateur culinair Pierre Wind ontvangt Haagse Kei 2013

Créateur culinair Pierre Wind is benoemd tot Haagse Kei 2013. Hij mag deze onderscheiding voor altijd bij zich dragen als blijk van waardering voor zijn sociaal bewogen betrokkenheid met de stad Den Haag, zijn gepassioneerde bevlogenheid bij álles wat hij doet en natuurlijk ook voor zijn altijd tongstrelende verrassende culinaire creaties. Met dezelfde passie waarmee hij één van de meest elementaire problemen in onze consumptiemaatschappij te lijf gaat – het grote belang van goede voeding voor onze gezondheid – zet hij bovendien Den Haag multiculinair op de kaart. “Hij steekt zijn trotse Hagenaarschap nergens onder stoelen of banken, en het is Pierre die Den Haag – de internationale stad van vrede en recht – op de menukaart heeft gezet als internationale stad van vreten en gerecht.”

20131219-022516.jpg

Haagse Kei 2013 Pierre Wind in een innige omhelzing met Joris Wijsmuller, Haagse Kei 2011

(Foto Jos van Leeuwen)

Zo sprak Joris Wijsmuller van de Haagse Stadspartij en trotse drager van de Haagse Kei 2011, Pierre Wind dinsdagavond in het ROC Mondriaan bevlogen toe. Zoals alle voorgaande Haagse Keien ook nietsvermoedend werden verrast met de uitreiking, zo verging het ook Pierre Wind. Hij wist niet wat hem overkwam. Tijdens het opdienen van het stikstofijs – het dessert van het kerstmenu in het leerlingenrestaurant – werd de zaal, tot verbazing van Pierre en de dinerende gasten, plotseling gevuld met genodigden van het Comité du Kei, waaronder Pierre’s eigen gezinsleden. Joris Wijsmuller: “Het siert de mens Pierre dat hij er altijd voor iedereen is. Pierre is een man met een gouden Haags hartje en daarmee een voorbeeld voor ons allen!” Na een daverend applaus bracht stadstroubadour Dennis Wijmer een prachtige serenade aan de kersverse Haagse Kei. Pierre Wind was ontroerd door deze welgemeende huldeblijk en kwam na afloop woorden tekort: “Ik word verlegen van al die aandacht, maar ik ben zó blij met de Kei. Dit is echt onwès kickûh!”

Over de Haagse Kei
Ieder jaar wordt er een origineel exemplaar van een oorspronkelijke granieten straatkei, tien kilo zwaar, afkomstig van de Haagse Vaillantlaan, gepolijst door het verkeer van karren met van ijzeren banden voorziene houten wielen en gelouterd door het zweet van sjouwers en trekpaarden uitgereikt aan een uitverkorene die door het Comité du Kei (Therese M. Flemminks, Joop ten Velden en Esther Langendam) wordt aangewezen en op gepaste wijze wordt verrast. De Haagse Kei is voor het eerst uitgereikt in 1999 aan Huub Donken, de zakelijke ziel van Haags Straatnieuws. Andere Haagse Keien zijn o.a. Paula Udondek, Jos van Leeuwen, Julius Pasgeld en Joris Wijsmuller. De Haagse Kei is geen wisselkei, een Haagse Kei is een Kei voor het leven. Voor meer informatie: www.haagsekei.nl enfacebook.

Een enkele Caravaggio voor Willem V

Stel: je neemt een dame uit Denemarken mee Den Haag in. Zij is een kunstliefhebster. Ergens in de stad, bijvoorbeeld bij de ingang van het Mauritshuis dat nu naar Oud-Haagsch gebruik in de steigers staat, ziet ze een poster met het volgende opschrift:

“Caravaggio in Galerij Prins Willem V”

Dat is veelbelovend. De Deense kunstliefhebster is een groot fan van het expressieve schilderwerk van deze Italiaanse meester. “Hij brengt de gezichten van zijn mensen zo tot leven, kijk zo maar eens naar het verschil met de vlakke, uitdrukkingsloze koppen die zijn tijdgenoten schilderden,” weet ze al lopend naar de galerie te vertellen. Want natuurlijk gaan we er even een kijkje nemen.

Caravaggio, Een jongen gebeten door een hagedis. Bron: Wikipedia

Vijf euro voor de entree is een mooie prijs. Binnen is het wel even zoeken naar Caravaggio. Beter gezegd: er hangt van alles in de galerij, waar schilderijen in volgens de 18e-eeuwse gewoonte van Stadhouder Willem V lijst aan lijst zijn opgehangen, maar onze Italiaan heeft zich goed verstopt. Achter een kolom. Daar kan je wel tijdelijk een paneeltje pakken, met daarop een uitvoerige uitleg bij het schilderij ‘Een jongen gebeten door een hagedis’. Dat paneel leert je dan onder andere wat Caravaggio onderscheidt van zijn tijdgenoten en ook dat het werk in opdracht van een geestelijke is gemaakt. Dat laatste maakt dan meteen duidelijk waarom het jongetje er ‘sensueel’ uit moest zien. De kerk is in al die eeuwen niets veranderd.

Over de belichting zullen we het ook maar niet hebben: als je een paar keer heen en weer loopt langs het doek kan je immers de vele onhandige reflecties ontwijken. Dan heb je het werk alsnog in zijn geheel gezien. Je moet er wat voor over hebben.

Dat is de hele expositie: een enkel schilderij. De informatie bij het werk geeft aan wat het concept van de tentoonstelling is: het periodiek laten zien van een enkel doek dat slechts zelden in Nederland te zien is. Een topstuk van een oude meester, met een uitgebreide toelichting. Kwaliteit in een bescheiden oplage. Een nobel streven.

Helaas kom je hier niet achter voordat je de galerij in bent gelopen of je eerst de website hebt bekeken. Dat maakt dat je je toch misleid voelt door iets dat in beginsel een mooi initiatief is. Voor de hypothetische toerist die al wandelend door de stad op de posters in de stad afgaat, is het toch teleurstellend dat de titel ‘Caravaggio in…’  hier op een wel heel kleine tentoonstelling betrekking heeft.

Ik zeg hypothetisch, maar het betreft hier een teleurstelling die heel eenvoudig zo maar iedereen kan overkomen. Sterker nog: dit is al gebeurd met onze Deense toeriste. Ik denk dat zij niet de eerste was en ook niet de laatste zal zijn.

 
Edwin IJsman

Informatie over de tentoonstelling op de website van het Mauritshuis: http://www.mauritshuis.nl/index.aspx?ChapterID=9122

Oliebollen en Appelflappen

Jan Vermolen op het Spuiplein
Jan Vermolen op het Spuiplein

Ik ben er helemaal niet zo dol op
Eigenlijk lust ik ze niet eens

Maar elk najaar, als Jan Vermolen zijn beide oliebollenkramen weer heeft geplaatst op het Spuiplein en aan het Plein, waar zijn zoon Frederico de scepter zwaait (zijn andere zoon, Jantje, is keeper bij Ajax), wordt ik weer een beetje blij van deze vrolijke Oudhollandse Gebakskramen met een duidelijke apres-ski uitstraling. Het wachten is nu natuurlijk op de uitslag van de Landelijke Nationale Oliebollentest. Mocht Jan in de top komen dan worden de rijen onvoorstelbaar lang.
In 2007 werden ze (met een 9) zesde, maar wel de nummer 1 in de Haagse regio.

Op het Plein. Als je goed kijkt zie je René Bom, onze nachtburgemeester hier staan. Zijn dochter werk in deze kraam.
Op het Plein. Hier staat Frederico, de zoon van Jan. Als je goed kijkt zie je op deze foto ook René Bom, onze nachtburgemeester. Zijn dochter werkt in deze kraam.

Alleen tijdens de jaarwisseling, als mijn buurman zijn portiekgenoten heeft uitgenodigd voor een glaasje champagne, een uitgebreide vissalade en een schaal oliebollen en appelflappen wil ik er nog wel eens eentje wegknagen. Gewoon omdat het er bij hoort.
Ik ben een uitzondering ik weet het. Maar dat neemt niet weg dat ik wel kan genieten van al die gezellige verlichte verkooppunten waar zo heel veel Hagenaars en Hagenezen dol op zijn gezien de grote belangstelling vanaf half november al. Ik neem aan dat die oliebollen niet hoeven te wachten tot de 31 ste.
Ik heb me wel eens afgevraagd waar al die mooie oliebollenkramen na je jaarwisseling blijven. Op de website van Jan Vermolen & Zn lees ik dat ze dan de rest van het jaar gewoon als snack-wagens op kermissen staan.

ReWire Festival 2013: één groot succes!

Deze derde editie van REWIRE Festival, dat op 8 en 9 november plaats vond op vijf locaties in het centrum van Den Haag, is een groot succes te noemen. Het festival kende, naast de centrale tentoonstelling ‘Momentum – Als kunst nu moet gebeuren’, tal van verrassende en zeer geslaagde bijzondere concerten.

20131125-114533.jpg
REWIRE 2013 werd zeer goed bezocht en ontving lovende recensies. Zie de Facebook pagina voor een aantal mooie recensies. Hier is ook een fotoalbum te vinden met een groot aantal foto’s van het festival.

Ook via Haagspraak wil de organisatie graag alle betrokkenen bedanken voor een zeer geslaagde editie; het publiek (!), de artiesten, Gemeente Den Haag, VSBfonds, SNS Reaal Fonds, Fonds Podiumkunsten, Fonds 1818, Stroom Den Haag, Nordic Culture Fund, Prins Bernhard Cultuurfonds, Carhartt, Vice Benelux en Paard van Troje.

Om een nog beter beeld te krijgen van hoe de bezoeker het festival ervaart, is een publieksenquête in de maak. Deze zal binnenkort online gepubliceerd worden.