Nederland leest – het zeer korte verhaal

Elk jaar is er de actie Nederland Leest van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek. Dit jaar was het thema ‘Het korte verhaal’. Nederlandse bibliotheken boden voor hun lezers een speciaal door A.J. Snijders samengestelde bundel korte verhalen aan.
Wegens ‘persoonlijke omstandigheden’ was uw vaste blogger voor deze rubriek dit jaar niet beschikbaar om dit item verder uit te diepen voor Haagspraak. Wel zijn wij nog in de gelegenheid om te melden dat de bijbehorende wedstrijd ‘zeer korte verhalen schrijven’ in Den Haag is gewonnen door Margreet Hofland. Haar verhaal “Dodenmars” is verkozen uit 24 inzendingen van maximaal 500 woorden en te lezen op: http://www.bibliotheekdenhaag.nl/Artikelen/Winnaar-schrijfwedstrijd-Zeer-Kort-Verhaal.htm

Aldo Rossi – Slachthuisterrein

Aldo Rossi plan voor Slachthuisterrein Den Haag
Een paar weken terug was ik in het Bonnefanten Museum in Maastricht. Omdat dat ontworpen is door Aldo Rossi en omdat zij een deel van het archief van Aldo Rossi bezitten en daar wat over exposeerden trof ik er deze gekleurde tekening aan van het stedebouwkundige ontwerp voor het voormalige Slachthuisterrein.

Aan de bovenzijde staat wat thans “de Lamel” heet.

Neherkade

De foto van de Lamel is van een van onze auteurs: Jacq Duimel

Scala Architecten hebben er wel het een en ander op aan te merken :

In Kridelahé 9 konden we nog verzuchten dat een Aldo Rossi hekje een woningbouwprojekt nog niet tot architektuur maakt. Nu kunnen we vertwijfeld toekijken hoe precí es zo’n hekje van een Zwarte Madonna een Aldo Rossi maakt.

Als eerste van een reeks is het bouwplan ingediend van De Lamel, de eerste nieuwbouw op het Slachthuisterrein tussen Laak en Laakhaven.

Rossi-Studio-Cie
Het stedenbouwkundig ontwerp voor deze rekonstruktielokatie is van het buro van de meest besproken architect van de tachtiger jaren, Aldo Rossi. Het plan voor De Lamel is eveneens van zijn buro, en de uitwerking hiervan zal dan ook emblematisch zijn voor de toekomstige ontwikkeling van het Slachthuisterrein. Het plan is van de hand van het buro Studio d’Architettura, Rossi’s bruggehoofd in Nederland en een initiatief van twee frisse knapen: Umberto Barbieri en Robbert Schütte. Eerstgenoemde weet zijn baan als Rossi’s ambassadeur te kombineren met die van direkteur van de Akademie in Rotterdam. Laatstgenoemde, Robbert Schü tte is aan die akademie afgestudeerd en is bij de Gemeentelijke Dienst Stadsontwikkeling werkzaam: als ontwerper voor het gebied van de Groothandelsmarkt!
…..
De woningen in De Lamel verdienen een aangepast toewijzingsbeleid, omdat ze met kinderen nauwelijks bewoonbaar zijn: de woningen zijn te groot om in begraven te worden, te klein om te overleven.

Mooie kreet: Kridelahé het was ook een tijdschrift….

De uitgedroogde vijvers der vrijheid

Van de migrantenvogeltjes die zich geordend verplaatsen heb ik geleerd hier naartoe te komen. Ook zij komen, evenals ik, uit het donker en de uitgedroogde vijvers der vrijheid.

Een fragment

Toen ik naar de gevangenis kwam, stond ik sprakeloos en verbijsterd, alsof wat mij toebedeeld was niets te maken had met mijn lot. Ik kwam tot de conclusie dat de mens aan het begin van iedere fase van zijn lot deze verbijstering en overgave gedwongen zal moeten ervaren. En zelfs de meest kwade en rigide mensen ook in een dergelijke fase van hun leven zich onvoorwaardelijk moeten overgeven. Zodoende is de onverstoorde eenzaamheid mijn lot geworden. De vochtige lucht van de gevangenis adem ik in met haar bittere geur. Bij iedere stap voel ik mij als iemand die, op het strand aangekomen, zijn bootje achterlaat, want het heeft geen nut meer. Van het verleden kan ik geen afstand nemen. Doorzettingsvermogen, levenslust, avonturisme en toekomstperspectief hebben mij alle verlaten. De zoete jeugd heeft zich van mij gekeerd. Thans sta ik voor het daglicht en heb geen intentie om haar wederom, ook niet voor een moment, terug te krijgen.

Wanneer ik een blik werp op mijn omgeving en soms anderen spreek, zie ik dat gevangenen tot een zeldzame groep wezens in de wereld behoren die content zijn met een vluchtig verloop van de tijd. Daar ze met iedere op- en ondergang van de zon de vrijheid dichter naderen. Voor mij echter is er geen dag en nacht, geen land en geen zee, geen gevangenis en geen vrijheid, en geen slaap en geen waak. Voor een moment denk ik erover preciezer na: de wereld is geen illusie voor mij, noch bevat die een kern van werkelijkheid. In feite ben ik gevangene van een levenloos leven; ik eet en ik eet niet, ik drink en ik drink niet, ik ben positief en negatief, ik ben sober en dronken. Een complex aan tegenstrijdigheden wordt in mijn wezen gevormd, net zoveel als bij honderden psychiatriche patiënten en normale mensen bij elkaar.

Als het water aan de lippen komt, heeft voorzichtigheid geen betekenis meer. Wanneer je alles kwijt bent, verliezen de macht en de machtige hun kleur, bereikt je moed, komt de woede tot leven en is angst voor dingen en personen niets meer waard. Het bezitten maakt je behoeftig. Behoeftig om hetgeen wat je bezit te behouden. Het ultieme lot van de mens is verlies. En zo kom je plotseling in opstand en begin je alles en iedereen te vervloeken.

Wat valt te verhalen over onuitgesproken verhalen in de diepte van mijn hart? De hele gevangenis is levenloos door de droge wind. Hier zijn geen dansende granen op de grond, geen lustige avondwind. De hitte van de zon is net een zweepslag op onze lichamen, geluidloos. Iedereen is gebogen heen en weer aan het lopen onder de zon en ik op zoek naar een gedachte in een dialoog. Ieder oog volgt een blik, elke vreemde zoekt een weg, maar niemand ziet mij. Hier is de een verbijsterd in zijn zoektocht naar geld en eigendommen en de ander wacht tot de dagen voorbijgaan. Maar ik weet dat morgen er ook aankomt. Ik weet dat gefluister uit de harten, zoals onderdrukt gekreun, uiteindelijk zullen rijzen om zich aan de fluwelen gordijnen van dit gebouw te kleven. De nacht, het donker en de illusie zullen met elkaar worden verenigd. Van de migrantenvogeltjes die zich geordend verplaatsen heb ik geleerd hier naartoe te komen. Ook zij komen, evenals ik, uit het donker en de uitgedroogde vijvers der vrijheid.

Het menselijk hart is net een schaduw; het gaat overal naar toe, door de muren naar iedere plaats die het maar wenst. Het hart is ruim en groot. Soms past deze grote wereld ook in een klein hart.

In de vlucht van de ene plaats naar de andere kan men maar een seconde rust bereiken. En vervolgens wederom pijn en leed, deze oude metgezel laat je niet met rust. Een man denkt niet aan zijn dood. Dit is te merken aan een vreemd verdriet in zijn ogen. Twintig jaar duurt lang genoeg om te kunnen vergeten. Maar de voetsporen van het leven zijn niet zo eenvoudig te verwijderen.

Wanneer je aan het leven gewend bent, liefde gegeven en ontvangen hebt, pijnigt het loslaten je hart. In de regelmaat van gewoonten en rust krijgt je ‘zijn’ een andere waarde. De wereld lijkt met grote stappen vooruit te lopen. Maar wat wordt onder haar voeten verpletterd?

Dariush Hamidi Sooha

dariush_tekst_farsi

 

Den Haag plant twee klimaatbomen

Op vrijdagmiddag 4 december 2015 worden in Den Haag twee klimaatbomen geplant in het Zeeheldenkwartier. Het planten van deze bomen is een initiatief van Hanneke van Veen vanwww.hitte-eilanden.nl samen met de Haagse afdeling van de Bomenstichting.

Klimaatbomen moeten (vooral in steden) goed bestand zijn tegen extra hitte, droogte en overvloed aan water en wind. Ook moeten ze (fijn)stof kunnen opvangen en schaduw te bieden. Geschikt als klimaatboom zijn (o.a.) bepaalde soorten eik, iep, esdoorn, honingboom en linde.

Meer bomen in Den Haag, absolute noodzaak
Twee bomen kunnen de ernstige Haagse problematiek van hitte-eilanden en klimaatopwarming natuurlijk niet oplossen. Maar zij staan symbool voor de wil en vastberadenheid van grote groepen Haagse burgers én het gemeentebestuur om deze problemen voortvarend aan te pakken. Simpel gezegd komt dat neer op: minder steen en meer groen. Want uit alle wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat vooral groen, met name bomen, de ernstige gevolgen van klimaatopwarming en het hitte-eiland-effect het beste kunnen tegengaan.

Zeeheldenkwartier moet groener!
Het planten vindt plaats op 4 december 2015 om 15:15 u in het Jennyplantsoen, achter de AH Elandstraat, tussen de Zorgvlietstraat en Hemsterhuisstraat. Het Jennyplantsoen bevindt zich in het Zeeheldenkwartier, volgens gemeentelijke opgave de minst groene wijk van Den Haag.

Wethouders Revis en Wijsmuller (beiden verantwoordelijk voor het Haagse groen) zijn bij het planten aanwezig en benadrukken daarmee ook het belang van de Klimaattop in Parijs voor Den Haag met – in vergelijking met andere grote steden in Nederland- de hoogste bevolkingsdichtheid en minste groen per inwoner.

Op zoek naar Sacha Kahn – 3 – De verloren bladzijden

“Ik heb het hondje gevonden meneer Kahn. Ik doe zo de deur voor u open, maar moet eerst nog even naar het toilet. Maak maar even gebruik van de gelegenheid om het dier aan u te laten wennen.”
De man aan tafel reageert niet op de woorden van de therapeut en maakt een korte hoofdknik naar de tweede plastic stoel: “Ga zitten Tommy, wil je koffie?”
Ik schud mijn hoofd, er vliegen wat druppels van deze natte herfst van mijn oren.

Sacha Kahn heeft zijn zwarte Bogarthoed al op, jas aan. Met twee handen omklemt hij een plastic mok zwarte smurrie. Naast hem ligt en pak papier zo dik als het telefoonboek van New York.
“Ik heb het afgelopen jaar jouw stukjes met belangstelling gelezen, voor zover ik internettoegang kreeg tenminste. Leuk werk Tommy, laat je niet kisten door die conservatieve redactie.” Onwillekeurig begint mijn staart te kwispelen. “Hoe heb je mij gevonden?”
Ik leg de dichter uit dat een reeks recente foto’s van onder andere Roel Wijnants en andere clues mij tot de conclusie brachten dat Sacha Kahn nog in leven moest zijn en wel in onze stad. Sacha grinnikt: “Je woorden ‘halfgare dichter’ zaten dichter bij de waarheid dan je kon vermoeden. Die ontsnapping van drie weken geleden leverde me dagen isoleercel op. Het was op zich ook wel weer nuttig. Ik heb de tijd gehad om na te denken over mijn nieuwe boek,” Hij legt zijn hand op de papierstapel, “Op zoek naar de verloren bladzijden noem ik het, een roman in zeven delen waarin de herinnering een grote rol speelt.”
“Het was niet moeilijk je te vinden, Sacha, je collega’s bij Haagspraak zijn gewoon nooit op het idee gekomen de afdeling Verwarde Personen te bellen.”
“Tsja, erg praktisch waren ze nooit.” Sacha vertelt mij dat hij na het verlaten van zijn flat in april 2014 enige tijd rondgezworven heeft, aanvankelijk in gezelschap van De heer T.W. Baal, een hersenspinsel van de onlangs overleden medeblogger Teun. Hij complimenteert me met de ontdekking van hun beider aantekeningen in een gastenboek en vertelt verder: “Op een gegeven moment zat ik hier. Het is hier een gekkenhuis. Het is verdomde lastig je hier op je schrijfwerk te concentreren.”

schaduw van sacha kahn
Roel Wijnants maakte onlangs al deze foto van een man die wel erg op Sacha Kahn leek.

Van zijn opname en de periode direct ervoor herinnert hij zich niets meer, maar de behandeling in de gesloten inrichting heeft hem goed gedaan, zo vertelt hij. Ook legt hij mij uit dat zijn kijk op de wereld van de poezie en het bloggen totaal is veranderd:
“Gerry,” Sacha wijst naar de gesloten deur, “is een goed mens, een beetje goedgelovig misschien, maar daar profiteren we zometeen van. Mijn hoofdbehandelaar heeft mij veel geleerd. Dankzij hem begrijp ik nu dat de collega’s bij Haagspraak mijn eigen hersenspinsels zijn en ik al die tijd in een psychose heb geleefd.”

“Hersenspinsels?”

“Ja, allemaal, Lies, Edwin, Carel. Van Someren (Sacha’s therapeut, red.) heeft mij dit uitgelegd. Welke hotelier noemt zich immers ‘Happy‘ en verkoopt vervolgens zijn vijfsterrenhotel? Welke rijksambtenaar wordt ineens creatief en neemt een naam als ‘Interniek‘ aan? Wat voor zeventiger noemt zich in vredesnaam ‘Artodidart‘? En IJsman, Oenkenstein? Wat voor mens die bij zijn volle verstand is noemt zich zo?”
Ik probeer er nog iets tegenin te brengen maar het blijkt zinloos.
“Ik heb jullie allemaal verzonnen. Ook jij, Tommy, bent een product van mijn verbeelding, maar dat geeft niet. Zometeen gaan wij samen een stukje wandelen en dan duurt het maanden voor ze me weer gevonden hebben.”

Ik kijk van Sacha’s ogen naar zijn manuscript ter dikte van het telefoonboek van New York en realiseer het mij plotseling: dit is het telefoonboek van New York.

“Meneer Kahn? Ik ben klaar, u kan met het hondje gaan wandelen.”

De man lijnt mij aan en geeft de riem aan Sacha. Samen wandelen we de novemberregen in. Mijn opdracht zit erop. Sacha Kahn is terug, min of meer…

Woef.