de Stuyvesantstraat

Sinds een jaar, na lange omzwervingen in binnen- en buitenland woon ik weer in mijn geboortestreek. Vanaf mijn appartement tot aan de Stuyvesantstraat zijn maar een paar kilometer. Als ik dan ook op mijn e-bike naar het centrum fiets kan het niet laten om, meestal op de terugweg door mijn ouwe buurtje te fietsen. Mijn straat is tot een herontdekkingsreis geworden. Ik loop langs de huizen en herinner mij de namen van de bewoners. Rechts van ons portiek op de begane grond woonde een echtpaar. Zij was een flink gezette vrouw en stond vaak in het geopende raam en mompelde dan allerlei verwensingen naar haar man. Ze had een Duits accent en aan haar kin zaten meestal verschillende lange haren. Vanaf ons balkon aan de achterkant van ons huis zag je haar ook bezig in de tuin. Er kwam ook wel eens een dochter op bezoek, maar dat was dan ook de enige verandering die daar beneden plaats vondt.
Mijn jongere broer en ik werden naarmate de jaren vorderden de gelukkige bezitters van een fiets. Overdag stalden wij de fietsen tegen de pui van de beneden buurvrouw en ’s avonds duwden wij ze langs de portiekrand naar boven.
Dat stallen tegen de pui verliep vaak slordig en zo gebeurde het met grote regelmaat, dat een voor of achterwiel tegen de voordeur van de buurvrouw stond en de buurman niet fatsoenlijk met zijn kostuums (hij was coupeur) erin of eruit kon. Zo kon het op een dag gebeuren, dat terwijl ik van bovenaf toevalligerwijze uit het raam keek ik tot mijn grote verbazing net op tijd er getuige van was, dat de buurman met beide handen het frame van mijn dierbaar bezit vast pakte en resoluut een aantal meters verder aan de stoeprand deed belanden. Ik draaide van het raam weg en bracht in hevige verontwaardiging mijn vader, die achter zijn bureau zijn dagelijkse rapporten aan het schrijven was, op de hoogte van wat ik zojuist gezien had. Zonder wat te zeggen vloog mijn vader naar beneden ( ik er achteraan natuurlijk) sprong op mijn fiets en spoedde zich achter de eveneens fietsende buurman aan, die net aan het eind van de straat links het Stuyvesantplein op reed. Bij apotheker Reineker(ns) kreeg pa hem te pakken, hij trok buurman van zijn fiets, greep het frame stevig vast met beide handen en wierp het vervoermiddel met grote kracht van zich af. Met zijn handen aan stuur liepen wij, zonder dat hij verder sprak samen terug naar huis. Ik met een warm gevoel van binnen.

De apotheker is er nog steeds onder dezelfde naam en ook schuin daar tegenover kan je nog steeds een haring kopen. Een bollekie voor de kat kennen ze niet meer.

20121103-062529.jpg

Een Hagenaar in Rotterdam


Enige tijd geleden heeft Stichting “De Ooievaart” beslag weten te leggen op deze Hagenaar uit 1905. De Hagenaar dankt zijn naam aan het feit dat dit boottype speciaal is gebouwd om in de Haagse grachten onder de bruggen door te kunnen varen. De Wagenstraatbrug was de maatstaf van daar dat dit boottype een Hagenaar of Wagenbrugger werd genoemd.
Stichting De Ooievaart gaat dit oude schip zoveel mogelijk terugbrengen in originele staat. Dit scheepstype heeft de stenen vervoerd die nodig waren om het Vredespaleis te bouwen. Het schip voer tot aan het Piet Heinplein alwaar de stenen werden overgeladen op een paardenwagen. Zo werd de lading verder vervoerd richting bouwplaats. Het lege schip was te hoog om onder de diverse Haagse bruggen de terugreis te kunnen aanvangen. Het werd dan net zolang volgepompt met water tot het gewenste niveau bereikt was, zodat ze de diverse bruggen zonder problemen kon passeren. Later is het schip gebruikt om bouwmaterialen die nodig waren voor de snelle groei en uitbreidingen van Den Haag naar de diverse locaties te vervoeren.

De Hagenaar staat nu op de helling, is aan de onderkant schoongemaakt en doorgemeten. Te dunne plekken werden behandeld en bij één lek werd een metalen plaat opgelast. De onderkant moet daarna drie keer met een speciale coating behandeld worden. Een nieuwe motor wordt geïnstalleerd. Als alles goed gaat wordt de Hagenaar op 15 november weer terug gevaren naar de havensteiger aan het Zieken, waar ze verder afgebouwd en ingericht zal worden.

Lunchconcert

Het Residentie Orkest verzorgt regelmatig lunchconcerten waarbij het orkest repeteert voor het concert van het komende weekend. Dé gelegenheid om een kijkje in de keuken te nemen en te zien hoe elke dirigent een eigen aanpak heeft en hoe een toporkest functioneert.
Vanmiddag was ik er weer. Op het programma van aanstaand weekend staan werken voor orkest en cello van Berlioz, Saint-Saëns en Franck. Maar helaas, maar ook weer niet helemaal helaas, kregen we een stuk van Jacques Offenbach te horen. Jaques Offenbach? operette, can-can enzo. Ik zat niet echt te springen op mijn stoel.
We waren bevoorrecht vertelde de presentator. Vanmiddag zou een uniek optreden plaatsvinden want dit zou verder niet meer in Den Haag gespeeld ten gehore worden gebracht. We gingen luisteren naar Offenbach’s Grand Concerto, de concerto militaire met als solist de beroemde Franse cellist Jérôme Pernoo. Alles onder de leiding van een eveneens beroemde dirigent, de Amerikaan Andrew Grams.
Het eerste wat opviel toen ik de zaal in kwam was de opstelling van het orkest. Normaal gesproken staat de gouden harp altijd links op het toneel, dan de violen en rechts van de dirigent volgen dan de grotere vioolfamilieleden, oplopend in grootte tot aan de contrabassen toe. Vandaag stond alles in spiegelbeeld opgesteld. Na afloop vertelde een van de violistes ons (we waren met een paar bezoekers naar voren gelopen om hierover opheldering te vragen) dat deze opstelling de nadrukkelijk wens van de dirigent was omdat de klank van het orkest hierdoor beter zou zijn.
Muziek is in eerste instantie natuurlijk iets om naar te luisteren. Maar in dit geval was het ook een genot om naar te kijken. De cellist speelde virtuoos en ontspannen. Hij was als het ware één met zijn instrument, hij wàs de muziek die hij speelde. Het stuk zelf, typisch Frans met de nodige militaire paukenslagen en tromgeroffel, was verder vrolijk en opgewekt.
De lunchconcerten vinden meestal plaats op donderdag, duren niet langer dan een half uur (er zijn uitzonderingen) en zijn gratis toegankelijk.
Het volgende lunchconcert is op 29 november, 12.30 uur, dirigent Jun Märkl. Op het programma staan stukken van Dvorák en Prokofjev (maar voor hetzelfde geld krijg je wat anders te horen).

Bouw omstreden Spuiforum vandaag van start gegaan

Zonder de toestemming van de bevoegde overheden af te wachten is men vandaag onverwacht met de bouw van het omstreden Spuiforum begonnen.

Als reden gaf men op niet te kunnen wachten met bouwen omdat anders het gebouw niet op tijd klaar zou zijn als Den Haag in 2018 Culturele Hoofdstad van Europa wordt.

Update 2 november 2012
Dit satirisch bedoelde berichtje bleek toch min of meer op waarheid te berusten. Op de dag dat ik deze foto nam en dit bericht plaatste, 1 november 2012, heeft het gemeentebestuur op diezelfde avond het principebesluit tot bouw van dit geldverslindende prestigeobject genomen, kosten 181 miljoen. Waarom niet gewoon 180 miljoen? We weten toch allemaal uit ervaring dat het uiteindelijk, als het meezit, gauw de 300 miljoen zal halen. Of moet die 1 miljoen de indruk wekken dat er zeer nauwkeurig gecalculeerd is? De tijd zal het leren.

Dag Maxima

Afbeelding

Toen ik vanmiddag weer eens over het Binnenhof liep merkte ik onder de bezoekers een bepaalde staat van opwinding. Ik wist dat Rutte zijn toekomstige kabinetsleden ontving (vanochtend had ik hier Lodewijk Asscher al voorbij zien komen) maar al gauw hoorde ik dat Prinses Maxima in aantocht was. Ze werd verwacht in de Ridderzaal om aanwezig te zijn bij het “Congres Samenwerken aan Internationale Voedselstabiliteit”. De man rechts van haar is onze loco-burgemeester Rabin Baldewsingh.