Parkpop 2014

Epica by Lies Baas
Epica by Lies Baas

Epica by Fotogravirus
Epica by Fotogravirus

Orange Skyline by Fotogravirus
Orange Skyline by Fotogravirus

Orange Skyline by Fotogravirus
Orange Skyline by Fotogravirus

Dudettes by Lies Baas
Dudettes by Lies Baas

De weersverwachtingen voorspellen niet veel goeds voor deze Parkpop dag.
Dus met plastic camera hoezen in de tas en met opgewekt humeur rijden we naar het Zuiderpark.
De avond ervoor ging het dak er nog af voor ‘Night at the Park’ en dat het een goed feestje was is op enkele plekken nog wel te zien.
We zijn te vroeg, maar wilden zeker weten dat we de eerste band konden aanschouwen.

Dudettes, krachtige dames+heer die lekkere muziek ten gehoren brengen. Langzaam druppellen de bezoekers een klein beetje binnen. De meesten moesten misschien nog bijkomen van de avond ervoor of zich nog aankleden voor de voetbal wedstrijd die ’s middags ingelast getoont wordt tussen de optredes door omdat het Nederlandsche Team zich zo hoog in de WK geplaatst had.

We Were Evergreen bracht een prettige sound naar voren, vooral de dame op de xylofoon vond ik persoonlijk een toevoeging aan deze band. En toen waren daar Orange Skyline. Vier jonge, energieke jongens die het dak eraf speelden. Gebundeld met ritme, goede teksten, stuiterende energie en zichtbaar veel plezier zongen deze gasten een paar hele goede nummers. Omdat Eefje de Visser op het andere podium reeds was begonnen spoedden wij ons daarheen om daar een paar foto’s te maken om vervolgens snel terug naar Orange Skyline te gaan. Waar we teleurgesteld vernamen dat ze na een bliksembezoek, zo leek het, weer vertrokken waren. Hopelijk gaan we in de toekomst meer van deze band horen, want wat mij betreft zijn het blijvertjes!
Toen, door een iets drukker wordend publiek, naar het kleiner opgezette Haags Podium waar Hallo Venray acte de presence deed.

Epica brak de tent zowat af met geweldige vuurspugers, rookmolens en confettiebom.
Wat een energie, wat een geweld, wat een super toffe muziek. De zangeres zong prachtig en was een werkelijk feest voor het welwillende oog.
Maar ook de verdere muzikanten gingen als goed op elkaar afgestelde en ingespeelde beesten tekeer. Wat een show!
Epica is niet voor niets wereldberoemd, hun symfonische metal muziek is krachtig, prachtig en gewoon zeer de moeite waard om je wenkbrauwen bijna in de fik voor te laten vliegen.
GeWelDig!
En toen gingen we kort naar huis.

Na een korte pauze reden we over een lege weg terug naar het Parkpop terrein. Onderweg hoorden we dat er door het Nederlands Elftal gescoord werd en als klap op de vuurpijl hoorden we het volledige Parkpop Publiek juichen toen bleek dat de wedstrijd gewonnen was.
Alsof het hele voetbal intermezzo niet plaats gevonden had, ging de volgende band van start. Een bijzondere combinatie van Mantra muziek en rock, zou ik Hanggai omschrijven.
Waarna als hekkensluiter 10CC. Soepeltjes, alsof het een cd-tje was wat we beluisterden, zo klonk deze aangename band. Een mooie afsluiting van een wonderbaarlijke en heerlijk warme dag.
Zoals we Parkpop gewend zijn!

Breath of Fresh Air by Lies Baas
Breath of Fresh Air by Lies Baas

Sunscreen by Lies Baas
Sunscreen by Lies Baas

The Visitor by Lies Baas
The Visitor by Lies Baas

René Bom by Fotogravirus
René Bom by Fotogravirus

Dudettes by Fotogravirus
Dudettes by Fotogravirus

The Grand Budapest Hotel

The Grand Budapest Hotel
The Grand Budapest Hotel

Een schrijver vertelt hoe hij als schrijver altijd de vraag krijgt hoe hij toch aan zijn te vertellen verhalen komt.
Zo stappen wij vanuit een enigszins verlopen eens ‘groots’ hotel in de jaren ’70 ineens in datzelfde hotel, alleen zo’n veertig jaar eerder.
Het verhaal speelt zich dan ook tussen de twee wereld oorlogen in af, met in de hoofdrollen een conciërge, een hotel loopjongen en het befaamde Grand Budapest Hotel dat ergens in een voor ons onbekend land staat hoog boven op een berg.
Het hotel heeft in die jaren zijn hoogtij dagen, met voor die tijd de bekende jaren ’20 grandeur, met chique gasten en rijkelijk vloeiende champagne.
Als snel vertelt het verhaal over de aanname, de inwerking en de loyaliteit van de loopjongen naar de conciërge toe. De man die in zijn taak als conciërge van het hotel een behoorlijke rol speelt in de levens van zijn gasten, waardoor natuurlijk vreemde, mooie, bizarre en uitdagende avonturen ontstaan.
Eerlijkheidshalve moet ik u vertellen dat ik eigenlijk zo min mogelijk wil vertellen over deze film, want ik denk dat dit één van de klassiekers van onze tijd gaat worden.
Werkelijk fenomenaal.
Deze film is tot in de puntjes verzorgd. De aankleding was prachtig, het decor overweldigend en de cast een lust voor het oog. De meest grote namen van Hollywood komen voorbij en spelen hun rol vol overtuiging en op excentrieke wijze.
Het is een hilarisch grappige, bijna cartooneske, film met een duister, doch te verwachten plot. Een betere reclame dan : MOET U ZIEN kan ik deze film niet geven.

Marks&Spencer

Marks&Spencer

Terwijl ik met gepaste stappen richting de net nieuw geopende Marks&Spencer loop, zie ik een medewerkster van de gigantisch grote nieuwe winkel buiten snel haar lunch naar binnen werken. Terwijl het regent staat ze tegenover de winkel en er straalt een glimlach van haar gezicht. Ik spreek haar meteen aan op het moment dat ik het logo op haar truitje zie staan, om haar vervolgens het hemd van het lijf te vragen. Ze antwoord uiterst keurig en zichtbaar oprecht op mijn nogal directe vragen.
Na mij, een klant, in haar pauze zeker 5 minuten antwoord te hebben gegeven op al mijn vragen snelt ze zich weer naar binnen. Waar ik haar even later op verschillende plekken in de winkel klanten zie helpen. Ik vraag me, terwijl ik me vergaap aan alle mooie kleding, af of ze daarop getraind is…klantvriendelijkheid.
Om dit te testen stel ik meerdere leden van het winkelpersoneel vragen en opvallend; allemaal even behulpzaam, vriendelijk, voorkomend, netjes gekleed en informatief.
Verheugd loop ik via de dameskleding richting de voedingswarenafdeling. Maar na nog geen vier stappen in de winkel gezet te hebben vult mijn hartje zich reeds…bijna alle kleding waar ik mijn oog langs laat glijden is er óók in een plus size, en het is nog enigszins betaalbaar ook!
Als ik uiteindelijk bij de voedingswarenafdeling geraak ben ik zo verguld van blijdschap dat ik rondloop als een kip zonder kop en met een soort van blackout gevoel kan ik alleen bedenken dat ik graag wil weten of ze ook clotted en dubble cream hebben. Beter bekend als>die heerlijk, vol vette room die zo uiterst Engels is. Staand bij het roomvak zie ik dat alles reeds uitverkocht is, maar het kan me eigenlijk niets schelen. Een winkel met super nette, mooie kleding, een grappige namen assortiment met heerlijk eten én vriendelijk personeel…dat is wat Den Haag nodig had!
Ik denk nog even aan mijn gesprekje met het meisje voor de winkel. Ik vroeg haar of met z’n allen als een team een winkel gaan bemannen een saamhorigheidsgevoel aanboort of dat het net zo is als bij de Etos werken. Waarop zij, met gepaste trots, antwoord: ik denk dat bij de Etos werken ook leuk zal zijn, maar om met met z’n allen in dit pand een zo’n bijzondere winkel opbouwen geeft wel een heel andere dimensie en ik ben blij dat ik daar deel van mag zijn.
Zo’n antwoord maakt me blij, en ik waan me heel even weer in het keurige Engeland waar ik mij ooit, een leven geleden, een tijdje heb verpoosd.

Betaald om op de bank te zitten

Betaald om op de bank te zitten

Betaald om op de bank te zitten

Wie ben ik?
Je identiteit ontlenen aan wat je voor een werk doet, wat je geloofsovertuigingen zijn, welke huidskleur je hebt, dat is best begrijpelijk als je dat doet, dat deed ik vroeger ook.
Al maanden loop ik rond met het idee om hier een stukje over te schrijven, maar iets weerhoud mij steeds.
Wat is het dat mij weerhoudt, waarom vind ik het moeilijk dit op te schrijven, hier geschreven woorden aan te geven?
Het raakt mij in het diepst van mijn ziel om dit verhaal eens op te schrijven, want ik ben een op de bank liggende afgekeurde eind dertiger. Ik kan niet voor de vele duizende zieke mensen spreken, maar u alleen mijn verhaal vertellen. Want daar is waar ik écht weet van heb.

Als je afgekeurd bent, wordt je als het ware betaald om op de bank te zitten, dan wel liggen.
Ik zie het zo…je hebt bijvoorbeeld een voetbal team, dat doet zijn ding, de een is keeper, de ander aanvaller en een derde verdediger. Als je afgekeurd bent vervul je een andere functie, dan ben je de wachtende, die met dat joggingpak aan langs de zijlijn staat.
Terwijl het team in de aanval gaat, loop jij langs het veld te ijsberen, terwijl het team de bal overneemt, loop jij rondjes om je op te warmen, terwijl het team scoort, zit jij op de bank.

Blijkt, men heeft al snel een stempel als ‘afgekeurde Nederlander’.
Je bent te lui om te werken, je bent uit het arbeidsproces, dus niets meer waard, een zo gehete uitvreter die nog maar moet bewijzen écht ziek te zijn, als het niet zichtbaar is.

Maar wat gebeurd er nou écht met zo’n afgekeurd mens?
Om te beginnen; chronisch ziek zijn is als 24/7 topsport beoefenen.
Veel ‘niet zieke’ mensen realiseren zich dat niet zo maar de simpele dingen doen zijn voor zieke mensen reeds een totale dagbesteding.
Bijvoorbeeld de was doen, normaal gooi je de was in de machine, je gaat stofzuigen, doet een spelletje op je computer, gaat koken, belt met een vriendin, loopt naar de supermarkt en maakt een lunch. Dan hang je de was op/ of in de droger, gaat de kinderen ophalen, gaat naar de speeltuin, drinkt koffie bij je moeder, en gaat thuis alvast koken. Als de was uit de droger komt vouw je hem op en legt de kleding in de kast om de volgende dag weer aan te doen.
Ik daarin tegen, ik doe de was in de machine, ik ga zitten om uit te rusten van het op mijn hurken zitten of voorover buigen (ligt aan de fysieke belasting die ik op dat moment op mijn lijf kan uitoefenen). Kijk tv totdat de was klaar is. Ik loop met de mand naar de droger en zet hem aan. Ik ga dan weer liggen op de bank en surf wat op internet.
Als de was droog is vouw ik hem zo veel mogelijk op, meestal blijven er stapeltjes op de droger liggen, want te veel pijn om de was in de kasten te leggen en beslis dan, de sokken doe ik morgen. Daarna ga ik liggen op de bank en ben gefrustreerd, want heb weer de was niet in de kast kunnen leggen en nou moet ik morgen de sokken uitzoeken en wrijf over mijn pijnlijke lijf.
De was doen is voor mij dus topsport.

Mensen die niet ziek zijn realiseren zich het volgende niet:
Alle goed bedoelde vragen kunnen overkomen als “ze geloven mij niet’ en een vragenvuur, dat als je soms afzegt omdat je het te slecht met je gaat mensen je niet meer uitnodigen, of voor jou invullen dat je iets wel niet zou kunnen en je daardoor een kans ontnemen.
Dat je je altijd verplicht voelt om weer uit te leggen dat als je na uren wikken en wegen besluit toch niet naar die afspraak te gaan dat je dat niet voor je lol doet en dat je je dus niet toch maar even had kunnen vermannen.
Dat je je soms met verwondering ineens af kan vragen of je iets eigenlijk wel wilt, in plaats dat je je altijd moet afvragen of je het wel kan.
Dat ik spontaan kan ga huilen van blijheid als ik me een dagje niet hondsziek voel, dat als je je een paar uur iets minder slecht voelt dat weer lucht geeft voor een paar dagen. Tranen die beginnen als een geluks-momentje, maar al snel door verdriet overgenomen worden, omdat je je niet vaker beter voelt. Dat als je er niet ziek uitziet je toch nog steeds niet genezen bent. Dat vragen als: “Hoe gaat het nou met je?” gewoon soms niet te beantwoorden zijn, want waar begin je?! Dat je niet altijd hetzelfde negatieve verhaal wilt vertellen, maar het liever over de ander hebt. Dat je altijd de balans aan het zoeken bent tussen kosten en baten.
Als ik nu ja zeg op iets ondernemen en ik vind het niet geweldig, zijn dat die 3 dagen op de bank dat dan eigenlijk wel waard? Dat een dagje vrij, van ziek zijn, niet bestaat.

Terwijl ik al die uren op de bank lig schieten er gedachten door mijn hoofd, hoor ik bepaalde uitspraken uit het verleden echoën waardoor er vragen ontstaan.
Zien de mensen om je heen je nog als volwaardig, of sta je zoals men denkt daadwerkelijk buiten de sociale gemeenschap? Ben je alleen een volwaardig mens als je betaald je leven invulling geeft? Volgens onze maatschappij wel.
Maar ik, Lies, ik als betaald-op-de-bank-zittende denk dat ik een bijzonder grote sociale functie te vervullen heb in deze wereld.
Een die ik mezelf al had eigen gemaakt, maar eentje die ik geperfectioneerd heb door de (ziekte) jaren heen. Als ik nog, als zieke, volledig had gewerkt denk ik niet dat ik gelukkiger, dan wel ongelukkiger zou zijn dan dat ik nu ben. Dan had ik meer collega’s gehad, maar minder vrienden. Dan had ik nooit om hulp leren en durven vragen, of mijn creativiteit een vorm kunnen geven, maar dan had ik al watertrappelend en naar adem snakkend nauwelijks mijn hoofd boven water kunnen houden…nu is dat niet veel beter…maar ik heb nog steeds een functie in deze maatschappij.
Ik ben het luisterende oor, de vriendin die advocaat van de duivel durft te zijn, de persoon die haar hart op tafel legt waardoor anderen dat ook makkelijker durven.
Terwijl ik door mijn ziekten reeds jaren balanceer boven de afgrond van depressie wankel ik vaak, maar kan ik steeds nog een voet aan de vaste kant houden. Die voet die mij aarde geeft om van te groeien, die mij wortels geeft om door te gaan, die mij lucht geeft om adem te blijven halen en alleen omdat ik diep in mij de noodzaak van mijn bestaan weet.
Ik ben op deze wereld om een spiegel te zijn voor hen die er niet in durven te kijken, ik ben een arm waar er tranen vloeien, een andere kant wijzend als het cirkeltje rond blijft draaien. Ik sta ’s ochtend op om mijn lijf in leven te houden, om mijn kat kunstjes te leren, mijn buddy checks te doen online, om op de sos-lijsten te staan voor mijn vrienden voor het geval hen iets overkomt, een veilige haven te zijn voor mijn man, en anderen ruimte te geven om zichzelf (bij mij) te zijn. Er is een noodzaak én een behoefte voor mijn bestaan.

Ik word betaald om op de bank te zitten, maar ben en blijf nog steeds een mens die volledig in het leven staat en deel uitmaakt van het werkende leven, want je dacht toch niet dat zieke mensen niet een fulltime baan hadden hè….ze hebben nooit vakantie van hun ziekte, ze kunnen nooit een dagje vrij nemen.
Ik ben Lies…ik ben de belichaming op dit moment van hetgeen u leest. U hoort door mijn ogen en geschreven woord wat het kan doen met een mens om afgekeurd op de bank te zitten, als ik door mijn verhaal één iemand een ander idee heb kunnen geven over ‘de afgekeurde mens’ dan is mijn taak in het leven volbracht.

Het Individu van Nu

foto

Toen ik jong was heb ik geleerd dat het individu belangrijker is dan een meeloper.
Mijn opvoeding, school en studie waren gebaseerd op de ontwikkeling van dit individu. Wat mij opvalt is dat juist deze manier van denken mij de laatste tijd steeds meer tegen gaat staan. Opvallend is namelijk dat wij, als maatschappij, dit ene segment van het mens zijn, het individu, wel een heel erg duidelijke plek op deze aarde laten innemen.
Hiermee zeg ik niet dat het individu niet belangrijk is. Hiermee zeg ik dat het mij opvalt dat de afgelopen jaren mensen mijns inziens alleen nog maar lijken te gaan voor buiten zichzelf zoekende snelle oplossingen. De consumptie maatschappij is daar een van. De onstilbare hang naar informatie en daardoor persoonlijke grensoverschrijdende computer aangelegenheden willen ontwikkelen is buitensporig te noemen.

Gegeven is het feit dat ook ik mij daar schuldig aan maak. Afgekeurd en op de bank zittend is die virtuele wereld mijn raam naar de buitenwereld.

Maar vroeger was niet alle informatie noodzakelijk. Om meningen werd gevraagd. Ik ben zelf ook écht iemand die haar mening zeer duidelijk ventileert, maar ik probeer wel altijd respectvol om te gaan met mijn medemens. Mij te bedenken wat ik teweeg kan brengen door mijn mening te geven, wat mij overigens vaak niet weerhoudt hem te geven. Maar wat opvallend is: de mens evalueert zich de laatste jaren in een soort absorberende, over consumerende, ongevoelige wandelaar in woelig water.

De vraag is: Zuigt dat water je als een pop mee de kolk in, geeft het je de ruimte om met de stroom mee te reizen en te drijven op de aftakking van de rivier, of voel je met je tenen toch altijd nog naar grond onder de voeten?

Hou je de kant vast om staande te blijven, geniet je van de bubbeltjes tegen je benen. Ben je bang voor de bacteriën die in de wondjes op je voeten kunnen komen?
Waar laat jij je door leiden? Of lijd je alleen en ga je dus maar door?

Lopend door de miezer regen naar de tram verbaas ik mij wederom dat mensen oversteken zonder te kijken. Dat de oudere dame voordringt in de tram, dat iemand met blote handen op een winkelraam staat te slaan om spullen voor geld te ruilen.

Ik zie, ik zie,
ik hoor zo veel,
maar integreer het nie

….dat komt in mij op.

Want al dat individualisme leidt dus ook hierheen; het consumeren van het leven lijkt soms gevoelloos te zijn geworden.