Betaald om op de bank te zitten

Betaald om op de bank te zitten

Betaald om op de bank te zitten

Wie ben ik?
Je identiteit ontlenen aan wat je voor een werk doet, wat je geloofsovertuigingen zijn, welke huidskleur je hebt, dat is best begrijpelijk als je dat doet, dat deed ik vroeger ook.
Al maanden loop ik rond met het idee om hier een stukje over te schrijven, maar iets weerhoud mij steeds.
Wat is het dat mij weerhoudt, waarom vind ik het moeilijk dit op te schrijven, hier geschreven woorden aan te geven?
Het raakt mij in het diepst van mijn ziel om dit verhaal eens op te schrijven, want ik ben een op de bank liggende afgekeurde eind dertiger. Ik kan niet voor de vele duizende zieke mensen spreken, maar u alleen mijn verhaal vertellen. Want daar is waar ik écht weet van heb.

Als je afgekeurd bent, wordt je als het ware betaald om op de bank te zitten, dan wel liggen.
Ik zie het zo…je hebt bijvoorbeeld een voetbal team, dat doet zijn ding, de een is keeper, de ander aanvaller en een derde verdediger. Als je afgekeurd bent vervul je een andere functie, dan ben je de wachtende, die met dat joggingpak aan langs de zijlijn staat.
Terwijl het team in de aanval gaat, loop jij langs het veld te ijsberen, terwijl het team de bal overneemt, loop jij rondjes om je op te warmen, terwijl het team scoort, zit jij op de bank.

Blijkt, men heeft al snel een stempel als ‘afgekeurde Nederlander’.
Je bent te lui om te werken, je bent uit het arbeidsproces, dus niets meer waard, een zo gehete uitvreter die nog maar moet bewijzen écht ziek te zijn, als het niet zichtbaar is.

Maar wat gebeurd er nou écht met zo’n afgekeurd mens?
Om te beginnen; chronisch ziek zijn is als 24/7 topsport beoefenen.
Veel ‘niet zieke’ mensen realiseren zich dat niet zo maar de simpele dingen doen zijn voor zieke mensen reeds een totale dagbesteding.
Bijvoorbeeld de was doen, normaal gooi je de was in de machine, je gaat stofzuigen, doet een spelletje op je computer, gaat koken, belt met een vriendin, loopt naar de supermarkt en maakt een lunch. Dan hang je de was op/ of in de droger, gaat de kinderen ophalen, gaat naar de speeltuin, drinkt koffie bij je moeder, en gaat thuis alvast koken. Als de was uit de droger komt vouw je hem op en legt de kleding in de kast om de volgende dag weer aan te doen.
Ik daarin tegen, ik doe de was in de machine, ik ga zitten om uit te rusten van het op mijn hurken zitten of voorover buigen (ligt aan de fysieke belasting die ik op dat moment op mijn lijf kan uitoefenen). Kijk tv totdat de was klaar is. Ik loop met de mand naar de droger en zet hem aan. Ik ga dan weer liggen op de bank en surf wat op internet.
Als de was droog is vouw ik hem zo veel mogelijk op, meestal blijven er stapeltjes op de droger liggen, want te veel pijn om de was in de kasten te leggen en beslis dan, de sokken doe ik morgen. Daarna ga ik liggen op de bank en ben gefrustreerd, want heb weer de was niet in de kast kunnen leggen en nou moet ik morgen de sokken uitzoeken en wrijf over mijn pijnlijke lijf.
De was doen is voor mij dus topsport.

Mensen die niet ziek zijn realiseren zich het volgende niet:
Alle goed bedoelde vragen kunnen overkomen als “ze geloven mij niet’ en een vragenvuur, dat als je soms afzegt omdat je het te slecht met je gaat mensen je niet meer uitnodigen, of voor jou invullen dat je iets wel niet zou kunnen en je daardoor een kans ontnemen.
Dat je je altijd verplicht voelt om weer uit te leggen dat als je na uren wikken en wegen besluit toch niet naar die afspraak te gaan dat je dat niet voor je lol doet en dat je je dus niet toch maar even had kunnen vermannen.
Dat je je soms met verwondering ineens af kan vragen of je iets eigenlijk wel wilt, in plaats dat je je altijd moet afvragen of je het wel kan.
Dat ik spontaan kan ga huilen van blijheid als ik me een dagje niet hondsziek voel, dat als je je een paar uur iets minder slecht voelt dat weer lucht geeft voor een paar dagen. Tranen die beginnen als een geluks-momentje, maar al snel door verdriet overgenomen worden, omdat je je niet vaker beter voelt. Dat als je er niet ziek uitziet je toch nog steeds niet genezen bent. Dat vragen als: “Hoe gaat het nou met je?” gewoon soms niet te beantwoorden zijn, want waar begin je?! Dat je niet altijd hetzelfde negatieve verhaal wilt vertellen, maar het liever over de ander hebt. Dat je altijd de balans aan het zoeken bent tussen kosten en baten.
Als ik nu ja zeg op iets ondernemen en ik vind het niet geweldig, zijn dat die 3 dagen op de bank dat dan eigenlijk wel waard? Dat een dagje vrij, van ziek zijn, niet bestaat.

Terwijl ik al die uren op de bank lig schieten er gedachten door mijn hoofd, hoor ik bepaalde uitspraken uit het verleden echoën waardoor er vragen ontstaan.
Zien de mensen om je heen je nog als volwaardig, of sta je zoals men denkt daadwerkelijk buiten de sociale gemeenschap? Ben je alleen een volwaardig mens als je betaald je leven invulling geeft? Volgens onze maatschappij wel.
Maar ik, Lies, ik als betaald-op-de-bank-zittende denk dat ik een bijzonder grote sociale functie te vervullen heb in deze wereld.
Een die ik mezelf al had eigen gemaakt, maar eentje die ik geperfectioneerd heb door de (ziekte) jaren heen. Als ik nog, als zieke, volledig had gewerkt denk ik niet dat ik gelukkiger, dan wel ongelukkiger zou zijn dan dat ik nu ben. Dan had ik meer collega’s gehad, maar minder vrienden. Dan had ik nooit om hulp leren en durven vragen, of mijn creativiteit een vorm kunnen geven, maar dan had ik al watertrappelend en naar adem snakkend nauwelijks mijn hoofd boven water kunnen houden…nu is dat niet veel beter…maar ik heb nog steeds een functie in deze maatschappij.
Ik ben het luisterende oor, de vriendin die advocaat van de duivel durft te zijn, de persoon die haar hart op tafel legt waardoor anderen dat ook makkelijker durven.
Terwijl ik door mijn ziekten reeds jaren balanceer boven de afgrond van depressie wankel ik vaak, maar kan ik steeds nog een voet aan de vaste kant houden. Die voet die mij aarde geeft om van te groeien, die mij wortels geeft om door te gaan, die mij lucht geeft om adem te blijven halen en alleen omdat ik diep in mij de noodzaak van mijn bestaan weet.
Ik ben op deze wereld om een spiegel te zijn voor hen die er niet in durven te kijken, ik ben een arm waar er tranen vloeien, een andere kant wijzend als het cirkeltje rond blijft draaien. Ik sta ’s ochtend op om mijn lijf in leven te houden, om mijn kat kunstjes te leren, mijn buddy checks te doen online, om op de sos-lijsten te staan voor mijn vrienden voor het geval hen iets overkomt, een veilige haven te zijn voor mijn man, en anderen ruimte te geven om zichzelf (bij mij) te zijn. Er is een noodzaak én een behoefte voor mijn bestaan.

Ik word betaald om op de bank te zitten, maar ben en blijf nog steeds een mens die volledig in het leven staat en deel uitmaakt van het werkende leven, want je dacht toch niet dat zieke mensen niet een fulltime baan hadden hè….ze hebben nooit vakantie van hun ziekte, ze kunnen nooit een dagje vrij nemen.
Ik ben Lies…ik ben de belichaming op dit moment van hetgeen u leest. U hoort door mijn ogen en geschreven woord wat het kan doen met een mens om afgekeurd op de bank te zitten, als ik door mijn verhaal één iemand een ander idee heb kunnen geven over ‘de afgekeurde mens’ dan is mijn taak in het leven volbracht.