Le Tour de Tommy: Livarot – Fougières

Parijs is nog ver. Zeker als je Tommy heet: met zijn korte pootjes kan onze columnist niet bij de trappers. Sturen kan hij ook niet. Blaffen wel.

Ieder jaar gaan tienduizenden Nederlanders op vakantie naar Frankrijk. Alvorens te vertrekken binden ze thuis hun hond aan een boom. Al jaren is dit gedrag een doorn in het oog van de dierenbescherming. De redactie van Haagspraak maakte het dit jaar helemaal bont: ze namen hun hondje, mij, mee naar Frankrijk om me daar aan een boom vastgebonden achter te laten. En dan wilden ze ook nog eens dat ik de Tour ging verslaan.

Eén van de beesten die je hier in dit land als aan een boom gebonden hondje tegen kan komen is De Das. Dat is dan ook de bijnaam van de man die uit de provincie komt waar vandaag de Tour finisht: Bernard Hinault. Net als de andere Franse vijfvoudig tourwinnaar, Anquetil, die van zijn vrouw scheidde om met zijn schoondochter te trouwen, stond Hinault ook niet bekend om zijn sociale gedrag: zijn bijnaam dankte hij aan het feit dat hij altijd vooral aan zichzelf dacht. Gelukkig heb ik als verslaggever ‘de das’ dus nog niet hoeven interviewen.

De Bretonse etappe naar Fougières wordt een feestje voor de sprinters, die hier wel eens een laatste kans zouden hebben, voor ze de Champs-Elysees bereiken. De sprint loopt licht bergop, verwacht een wind die enigszins van achteren komt. Sprinters met power zijn hier in het voordeel. Denk aan Degenkolb, Sagan, Greipel, die al twee zeges binnen heeft. Mocht hij zijn treintje deze keer niet laten ontsporen zou u zelfs aan Cavendish kunnen denken. Ik durf het niet.

Woef.

Le Tour de Tommy

Parijs is nog ver. Zeker als je Tommy heet: met zijn korte pootjes kan onze columnist niet bij de trappers. Sturen kan hij ook niet. Blaffen wel.

Na het uitvallen van Tom Dumoulin vroeg de redactie van Haagspraak mij om de Nederlandse honneurs in de Tour de France waar te nemen. De redenatie was simpel: Gesink is een aardige jongen, maar we verwachten niets meer van hem. Ten Dam is een bikkel, maar hij bewijst dat iets te vaak nadat hij op de grond is gaan liggen. En Mollema? Tsja, ook geen Hagenees he? De opdracht is simpel: vanaf de zijlijn naar fietsers blaffen en af en toe mijn poot optillen.
Voor vandaag betekent dat dus commentaar vooraf over de etappe naar Le Havre, in Normandië, het land van Jacques Anquetil. ‘Monsieur Chrono’, overleden in 1980, was ook in het dagelijks leven een man van de klok. Hij kwam altijd op tijd aan. Was hij drie minuten te vroeg, aldus zijn weduwe, dan wachtte hij drie minuten bij de deur alvorens aan te bellen. Laten we hopen dat in de verwachte winderige rit vandaag het peloton zich in zijn nagedachtenis wel aan het tijdsschema zal houden. De rit van gisteren was sloom genoeg.
Tot slot mijn voorspelling: Peter Sagan. Cavendish kan u definitief afschrijven en de helling in de laatste kilometer zal Greipel neutraliseren. Aan Franse sprinters hoeft u al helemaal niet te denken: die waaien tot nog toe steevast weg.
Aan deze voorspelling kan u geen rechten ontlenen: ik ben immers een hond die niets van fietsen begrijpt. Vraag de redactie maar om een andere wielerverslaggever…

Woef.

Opengraven Grachten Den Haag: Spui Forum vs. Spui Haven.

DSC_0275
Op woensdag 8 juli werd in Pulchri Studio, onder het mom van een debat, een alternatief plan gepresenteerd, voor het Spui gebied (die verlate vlakte met Anton Philipszaal en Nederlands Danstheater). Waarom was dat nodig?

Het oorspronkelijke Spuiforum was een megalomaan plan, mede ingegeven door de wens om Europese Culturele Hoofdstad in 2018 te kunnen worden. Een lelijke kolos te midden van de al bestaande grote gebouwen.
Vorig jaar was er één partij waar je op moest stemmen als je tegen het Spuiforum was: de Stadspartij.  Op de politiek na, zag niemand het Spuiforum zitten; de Stadspartij werd dan ook een grote partij. Zij nam verantwoordelijkheid, Joris Wijsmuller werd Wethouder Stadsontwikkeling Den Haag. Het Spuiforum komt er dan ook niet. Maar de politieke werkelijkheid is onverbiddelijk: geen forum dan moet er dus iets anders komen.

In een reeks Raadsbesluiten werd een traject uitgestippeld, waarbij uiteindelijk drie consortia voorstellen hebben uitgewerkt. Daaruit wordt er één gekozen. En die gaat iets bouwen. Weliswaar tegen voor de stad betere voorwaarden dan het originele Forum, maar eind van de maand wordt de winnende kandidaat bekendgemaakt. En die gaat bouwen. De andere twee consortia krijgen een bedrag voor de moeite, en dat is het. Joris is daar halverwege de avond uiterst duidelijk over. Goede spreker trouwens onze Joris.

index
met de klok mee: Christiaan Weijts, Rene Strijland, Joris Wijsmuller, Peter Drijver

Maar laten we beginnen bij het begin. Rene Strijland(Stedenbouw) en Peter Drijver (architect Muziekzaal) hebben een geweldig plan ontwikkeld. Maak zoveel mogelijk oude grachten weer open, en zet een bescheiden muziek tempel neer aan een haven die zich spiegelt naar de Nieuwe Kerk. De bouw kost een stuk minder dan het totale budget voor de alternatieven, en van het ovegebleven geld kan je heel wat grachten weer gracht laten worden. Net als heel vroegâh weer de  Ammunitiehaven, Schedeldoekshaven, Turfgracht enzovoorts.

Als eerste spreekt  de schrijver Christiaan Weijts een column uit met als titel “Iedereen tegen? Dan gaan we bouwen!”. Kern van het verhaal, veel en zeker politiek is als mode, we vinden het zo goed dat er elk half jaar opnieuw verkiezingen moeten worden gehouden. De Philipszaal staat er nu twintig jaar; de Nieuwe kerk daarentegen staat al 350 jaar. Waarom al dat vernieuwen. Hoe kan een partij die gekozen werd op Oxi, nu opeens ja zeggen?

Onwillekeurig wordt de aanwezige wethouder in het debat gezogen. Hij heeft er moeite mee. Was uitgenodigd voor een avond met iemand die niet aanwezig blijkt te zijn. Wordt vervolgens gelijktijdig doodgenuffeld en beledigd. Een effectieve column al met al.DSC_0279
Vervolgens presenteren Strijland en Drijver hun plan. Gebiedontwikkeling met veel water. Een muziekthater gevormd naar de opzet van het onvolprezen Concertgebouw. Dat overigens ook model stond voor de huidige Anton Philipszaal. Zie ook http://www.spuihaven.com
DSC_0281
Tijdens en na de presentatie, een discussie over stijl (waarom zo’n klassiek gebouw en niet iets eigentijds?), democratie (hoe kan men de hier verzamelde volkswil negeren?), aanbestedingsprocedures (ze kunnen toch tegen alle drie de consortia nee zeggen?) en moraal (Koolhaas werkt voor de Chinese regering, die o.a. de Galong Fong vervolgt, die moet je hier niet willen).

De wethouder was duidelijk en maakte gaande de discussie het statement waar dit stuk mee begon. Het Haven plan was interessant, vooral de nadruk op het element water. Maar voor het proces maakte het niet uit. Te laat.

Zijn we dan helemaal niks opgeschoten? Dat denk ik niet. Het thema “open de grachten” slaat aan en kan ook los van de Spuibebouwing belangrijk worden. Joris lijkt het ook wel mee te willen nemen bij de uitvoering van het gekozen plan.

Tenslotte hebben we geen idee hoe de drie plannen er echt uitzien. Er is een kans dat we na bekendmaking van de winnaar gezamenlijk zeggen: zo hee dat is een goed plan.

(Met dank aan InterNiek voor het beschikbaar stellen van zijn aantekeningen).

Symposium Trauma en Dissociatie

Ik hoefde niet lang te twijfelen en gaf een volmondig ‘ja’, toen ik gevraagd werd om foto’s te maken op het symposium trauma en dissociatie, welke werd gehouden op 26 juni 2015.

Hoge School Utrecht.
Hoge School Utrecht.

Nadat ik door de met geel omwikkelde bomen door Utrechtse lanen begaf naar de Hoge School waar kopstukken uit de geestelijke gezondheidszorg zich hadden verzameld, kwam ik ook mijn oude ‘peut’ tegen, die vier jaar geleden mij adviseerde om weer eens te gaan fotograferen. Met een brede grijns schudde hij mijn hand: “Dat was een goed advies”.

Ik wist niet goed wat mij te wachten stond. De bedoeling van het symposium is om de krachten te bundelen om het probleem van kindertrauma’s tegen te gaan. Dagvoorzitter was Dirk de Wachter, een serieuze komische Vlaamse uitvoering van Nick Cave. Tijdens het symposium werd een grafiek getoond met aantallen kinderen die lastig gevallen worden door hun trainers bij diverse sportbonden. Mijn maag draaide om: Dit is wel een groot probleem.

Ankie Driessen, auteur van de boeken “Gevangen in mijn dagdromen” en “Je zult maar net kind zijn” en organisator van dit symposium hield een emotioneel betoog. Het greep mij zo aan, dat ik besloot om haar verhaal ook op Haagspraak te plaatsten:

Ankie Driessen.
Ankie Driessen.

Ik was ruim 60 jaar toen ik me realiseerde dat ik onmogelijk het enige kind kon zijn dat na een uiterst slechte jeugd in een droomwereld terecht was gekomen. Boeken die me hierover hopelijk meer vertelden vond ik niet. Ook vroeger niet. Dan schrijf ik het zelf maar. In ongeveer vier maanden was “Gevangen in mijn dagdroom” in 2012 klaar. Daarna realiseerde ik me dat hier veel meer achter moest zitten.

Ik had een aantal keren iets gelezen van Dirk de Wachter en hem gezien op tv. Hij sprak mij aan. Ik mailde hem met de vraag of hij me verder kon helpen. Hij vroeg mijn boek te sturen en niet veel later telefoneerden we. Ik wist toen nog niet dat Dirk is gepromoveerd op trauma en dissociatie. Niet te verwarren met traumavorm 1, PTSS, het stresssyndroom. Hij herkende uiteraard het e.e.a. in mijn boek en ik werd eigenlijk voor het eerst geconfronteerd met dissociatie en alles wat daar mee samenhangt. Mijn droomwereld werd verklaard.

Omdat ik journaliste ben vroeg ik hem of ik naar België kon komen voor een interview. Dat gebeurde en het eerste verhaal voor mijn tweede boek was klaar. Ik benaderde 2 andere deskundigen, 6 ervaringsdeskundigen, 2 onderzoekers en 3 leraren. Zij vertelden hun verhaal over trauma en dissociatie of gaven hier hun deskundige visie op. Het boek ”Je zult maar net dat kind zijn…” was geboren.

Ik kon en kan met mijn kennis en inzicht hierover niet langer aan de zijlijn blijven staan. Zeker niet nadat ik me realiseerde hoe slecht en met hoeveel kinderen het slecht gaat. Ik zou bijna een sadist zijn om mijn kennis niet in te zetten voor andere kinderen. Maar ik doe dit uit liefde. U begrijpt nu waarschijnlijk de titel van deze bijdrage beter: waarom u en ik in actie moeten komen. Zelf heb ik het bijna letterlijk mijn hele leven dag en nacht slecht gehad. De laatste jaren kan ik eindelijk zeggen dat ik meestal tevreden en gelukkig ben. Ik vind het fijn om al mijn negatieve ervaringen om te zetten in positieve. Voor anderen, op de eerste plaats voor kinderen. Toen ik me realiseerde dat de gevolgen van misbruik, mishandeling, liefdeloosheid en verwaarlozing ook in het volwassen leven meestal doorgaan, was ik eigenlijk “verplicht” door te gaan. Helemaal toen duidelijk werd dat de meeste mensen absoluut niet weten hoe slecht het leven van een kind is na trauma en dissociatie.

Dirk de Wachter.
Dirk de Wachter.

Want je kunt bijna niet meer van een leven spreken na trauma en dissociatie. Zo’n slechte kwaliteit heeft het. Vooral bedroevend omdat het kind het leed diep wegstopt. Uit nood omdat het de ellende niet meer aan kan. Er vervolgens zelf meestal niet meer bij kan, en er dus ook niet meer over kan praten. Zich alleen maar heel naar en onbegrepen voelt. En dat is dan zacht uitgedrukt.
Het is net een gezwel. Je kunt het vergelijken met kanker. Een slopende ziekte, in dit geval geestelijk, die je langzaam, onopgemerkt opvreet. Die je verteert. Waarvan je aan de buitenkant meestal niet veel ziet. Trauma en dissociatie hebben eenzelfde soort uitwerking. Ik wil niet zeggen dat kanker en dissociatie hetzelfde zijn of dat geestelijk leed erger is, maar beide woekeren voort. Intussen wordt het leven van het kind alsmaar slechter. Lichamelijk gaat een kind ook vaak kwalen vertonen of aandoeningen ontwikkelen. Geestelijk ben je eigenlijk invalide. Zo voelde dat lang voor mij. Geestelijk gehandicapt. Ik vluchtte voor de ellende in mijn dagdroom. Dit had ook z’n doorwoekerende uitwerking en hierdoor was mijn leven tot voor een paar jaar geleden, dus totaal verziekt.

Een getraumatiseerd kind, de latere volwassene, leeft gemiddeld zo’n 10 jaar korter dan een niet getraumatiseerd persoon. De kwaliteit van leven is dus al erg slecht en als je dan na heel hard werken eindelijk kans ziet een prettig leven te leiden, is dat vaak van korte duur. Nogal zuur… En het gaat om heel veel kinderen. In een basisschoolklas ging men eerst uit van 1 op de 27 kinderen die een trauma heeft. Heel verdrietig om te lezen uit Amerikaans onderzoek dat men vermoedt dat dit moet worden bijgesteld naar 1 op 7 kinderen. Daarom ben ik er van overtuigd dat, als mensen meer weten over trauma en dissociatie , zij minder snel een kind iets zullen aandoen. Want een kinderleven, later het leven als volwassene, is na een ernstig trauma verloren, geruïneerd.

Ik verwacht dat ook mensen uit de omgeving van een kind eerder ingrijpen als zij het gedrag van deze kinderen beter begrijpen en herkennen. Dat kan niet anders. Althans… dat hoop ik. Ik ga daar vanuit! Vooral als ze ook weten dat een kind het meestal niet zelf kan aangeven wat dwars zit. Behalve dat het zich in zijn of haar gedrag afwijkend kan uiten. En dat gedrag wordt dan meestal als zeer negatief bestempeld dus dat krijgt een kind er ook nog bij.

Mijn hoopvolle verwachting, ook met betrekking tot deze dag is dat we met elkaar – deskundigen en leken – zoveel mogelijk mensen in ons land zien te bereiken en te mobiliseren. Hun deelgenoot maken van dit vreselijke leed. Daarom is op deze manier voor deze dag gekozen. Om verschillende doelgroepen bij elkaar te brengen. Want alleen gezamenlijk kunnen we deze misdaad aanpakken. Want zo mag je het toch wel noemen: een misdaad. Als je zo slecht met een kind omgaat. De andere kant is ook vaak waar: zo’n dader, laat ik het even zo noemen, was vroeger zelf dikwijls ook slachtoffer.

Het is mijn rotsvaste geloof dat er iets kan veranderen aan deze vreselijke situaties. Op andere congressen hoor ik dat we er naar de maatschappij doorheen moeten breken. Alleen gebeurt het tot dusver nauwelijks zegt men. Een beetje bij hypes maar daar heeft het kind niks aan. Eigenlijk lukt het dus niet. Ik hoop dat we er vanaf vandaag met elkaar een soort van estafette van maken. Waaraan zoveel mogelijk mensen meedoen! En helpen.

Ik kan nog in actie komen. Het heeft vaak niet veel gescheeld of ik had het niet gered. Simpelweg door geestelijke en lichamelijke inzinking. Ik kon dikwijls niet verder, was vrijwel permanent een wrak. Had ook constant lichamelijke kwalen en ziekten maar werd soms net even opgetild door iets of iemand. Een klein lief woord of gebaar. Even aandacht. Iets wat ieder kind in zo’n situatie ontzettend hard nodig heeft. Of vluchten in een droomwereld, een vorm van dissociatie. Dat deed ik. Die droom hield me overeind. Maar daar moest ik een forse rekening voor betalen. Vooral later. Een hele hoge rekening van pijn en verdriet. En van enorm veel eenzaamheid. Bijna niet te dragen.

En had ik op 18 jarige leeftijd niet de man ontmoet met wie ik later trouwde, was ik toen al ten onder gegaan in een drugscircuit waar ik in zat. Ondanks de enorme band die we vanaf de eerste ontmoeting hadden, was het bijna elke dag een groot gevecht om mij boven water te houden. We hebben het twintig jaar gered maar toen ging het echt niet meer.
Na de scheiding kwam ik een man tegen die mij een hele grote spiegel voorhield door zijn gedrag. Hij leek in alles op mijn vader. Weliswaar ook lief, maar ondoorgrondelijk en vooral onbetrouwbaar. Door deze relatie die 20 jaar duurde, kwamen alle pijn en verdriet naar boven die ik door het vreselijk roekeloze gedrag van mijn vader had beleefd en waardoor ik de droomwereld in moest vluchten.

Ook mijn vader had een merkwaardige en moeilijke jeugd. Steeds duidelijker wordt dat trauma’s worden doorgegeven aan de volgende generatie.
In diezelfde kindertijd raakte ik ook mijn pappie emotioneel kwijt. Ik was ongeveer 8 jaar. Ik hing enorm aan hem omdat ik geen enkele band met mijn moeder had en werd in diezelfde tijd ook misbruikt door een kapelaan. Dat laatste ben ik nog steeds niet kwijt maar ik heb het wel een veilig plekje gegeven. Niet mee bezig zijn dan kan ik er mee omgaan. Er klopte ook van de REST van mijn leven niets . Ik ben er zelfs achtergekomen dat de vrouw bij wie ik opgroeide waarschijnlijk niet mijn moeder was, wat haar afstandelijke houding naar mij verklaart. De problemen en eigenaardigheden blijven zich opstapelen gedurende mijn hele leven.

Ik heb veel geluk gehad met de psychiater die mij bijna 30 jaar begeleidde en mij langzaam door het proces heen loodste. Zelfs hij vroeg zich soms af of ik de problemen niet opzocht. Daar kwam hij van terug. Zonder hem had ik waarschijnlijk hier ook niet gestaan. Voordat ik bij hem kwam had ik al bijna het hele scala van artsen gezien: neurologen, zenuwartsen, psychiaters, psychologen en ook vrijwel het hele alternatieve circuit.

Toen ik echt bijna niet meer te redden was kwam ik terecht bij Primal Scream. Oerschreeuw therapie. Een andere keuze zat er niet op maar het was 1982. Er moest echt iets gebeuren want ook toen stond mijn leven op het spel. Het was nog de tijd dat trauma’s er zonder pardon uit werden gerukt mag ik wel zeggen. Ik zat daarna 5 maanden met een psychose gevolgd door een zeer zware depressie in een psychiatrische kliniek. Voornamelijk aan het bedenken hoe ik een einde aan mijn leven kon maken.

Ik ben heel blij voor anderen dat tegenwoordig eerst goed wordt gekeken of het trauma gestabiliseerd kan worden in plaats van de harde hand. Natuurlijk weten alle deskundigen in de zaal hoe dergelijke processen van trauma en dissociatie werken. Ik vertel mijn achtergrond om aan te geven wat inhoudelijk zwaar mis kan gaan in een kinderleven en wat de consequenties zijn. Ik wil hiermee de motivatie aangeven van mijn actie en wil dat alles op alles wordt gezet om kinderlevens te sparen.

En als het misgaat, dat we dan zoveel mogelijk met elkaar de verantwoording nemen en het kind helpen. Vooral om te zorgen dat het op de juiste, veilige plek terechtkomt. Dat een onderwijzer bijvoorbeeld niet zelf voor hulpverlener speelt, maar handelt als een huisarts. Als die meent iets te ontdekken, stuurt hij je ook door naar een specialist. En zo moet dat bij het vermoeden van trauma en dissociatie ook gaan. Misschien E.H.B.O. toepassen, maar het dan vooral overlaten aan mensen die deskundig zijn op dit gebied.

Maar ook daar blijkt soms dat hulpverleners niet altijd goed op de hoogte zijn van trauma en dissociatie, waardoor iemand ten onrechte van de ene therapeut naar de andere wordt gestuurd voordat het probleem wordt onderkend.
Het is een moeilijke en lange weg. Veel hulpverleners hebben daar niet altijd tijd voor en zin in. Maar als we de slachtoffers de juiste aandacht geven scheelt dat in alle opzichten: in tijd, geld, energie, relaties, werkkring en vooral in levensgeluk. En kunnen zij vooral sneller aan een ‘gewoon’ leven beginnen.

Na afloop van haar betoog stond een man op en beloofde zijn volledige inzet en medewerking toe om het probleem van kindertrauma’s tegen te gaan. Er volgde een welgemeend applaus uit de zaal.

Laten wij hopen dat Ankie’s oproep gehoor krijgt.

Bron: Ankie Driessen.
Foto’s: Ed Gool.

DIS

Mijn interpretatie van het gedicht
Cantus

DIS

Het kan niet schelen waar wij eten,
zolang het maal wordt begeleid
door donker water van de Lethe,
De wijn van de vergetelheid

Hoe ook de zetels zijn bemeten
en hoe de tafel is geschikt,
bij elke slok slinkt elke vete,
bij elke bete elk conflict.

Tezamen aan de dis gezeten
zijn wij verzoend met ons bestaan,
zolang wij niet bij ons geweten
en bij ons hart te rade gaan,

en samen van de lotus eten,
opdat ons eens gegeven wordt
ook elke liefde te vergeten
en elk onmetelijk tekort.

Jean Pierre Rawie

De voorste rij, de fine fleur
De voorste rij, de fine fleur

Ik was gisteren bij de officiële vernissage van DIS, in het Atrium van ons mooie en koele IJspaleis.
Eergisteren dwaalde ik door deze ruimte toen men de kunstwerken aan het plaatsen waren en kwam ik in gesprek met Jan Harm Bakhuis, een (amateur)fotograaf die als taak op zich genomen had van alle werken een foto te maken en stond daar met zijn camera op statief. Iets wat normaal gesproken niet toegestaan is in deze ruimte.
Aan deze tentoonstelling doen 30 Haagse exposanten mee. Het is een ontmoeting van tien jonge talenten en tien ervaren kunstenaars. Ook 10 oudere amateurkunstenaars – niet gehinderd door het professionele juk – (de toevoeging tussen de streepjes heb ik uit de brochure gepikt) gingen ook voor DIS aan de slag.
Uitgangspunt was dus het gedicht van Jean Pierre Rawie, begin dit jaar, bij de start van het DIS project, tijdens een cultureel diner in Pulchri, waarbij alle 30 al dan niet professionele kunstenaars aanwezig waren, voorgedragen door Paul van Vliet.
Dit thema, en dus de tentoonstelling, gaat over het leven zelf en de daarop volgende onvermijdelijke dood. Over jong en oud en alles wat zich daartussenin afspeelt.
De inloop was vanaf 15.00 uur dus ik was er ook rond die tijd. Ik trof meteen Akbar (vaste bezoeker van Opuh Koffie) aan. Hij was druk in gesprek met Ringo Mollinger, een van de jonge talenten die zijn sporen ruimschoots had verdiend in het illegale graffiti- en street art. Een logisch vervolg in deze ontwikkeling was de toelating tot de Willem de Kooning academie te Rotterdam
Even later verscheen ook Casper de Weerd ten tonele, eveneens vaste koffieklant en een bekende van Ringo. Zowel Akbar als Casper verdwenen al snel. De hele Haagse kunstenaarsscene leek aanwezig. Grote hoeden, kleding en kleurige waaiers smeekten om aandacht. Wijntjes, sapjes en hapjes in overvloed. Alles en iedereen vooral heel beschaafd.

Aandachtige toehoorders tijdens het mooie verhaal van Renate Dorrestein
Aandachtige toehoorders tijdens het mooie verhaal van Renate Dorrestein

Een mevrouw begon de opening met de aankondiging dat het hele programma 1 uur zou duren. Voordrachten, muziek, interviews etc, alles zou in die tijd voorbijkomen en gaf het woord aan Renate Dorrestein. Zij las haar column voor over de kracht van vitale ouderen en of eventuele onsterfelijkheid wel wenselijk was. Daar heb ik met plezier naar staan luisteren, er was veel herkenning bij deze oudere. Daarna volgde muziek en uiteindelijk zou Hedy d’Ancona de tentoonstelling tot officieel geopend verklaren. Ik heb dit allemaal niet afgewacht en ben langzaam richting uitgang gewandeld.

Bij de uitgang, of bij de ingang zo u wilt, stond een podium waarop rond een grote houten tafel een tiental studenten flink feest aan het vieren waren. Althans zo leek het.
We zagen de performance van kunstenares Linde Gadellaa. Het gedicht had haar geïnspireerd om een oude studententraditie te laten herleven: de Cantus.
Een cantus is een zang- en drinkfestijn georganiseerd door en voor studenten. De hoofdbedoeling van een cantus blijft het verbroederen, het beter leren kennen van medestudenten aan de hand van samenzang en het delen van een glas. Goed kunnen zingen is meegenomen, maar absoluut niet noodzakelijk om aan de cantus mee te doen. (wiki). Om te voorkomen dat het een dronken boel zou worden stonden er op de tafel ook hoge stapels pannenkoeken en pizza’s. Om de vitamientjes niet te vergeten was er ook een bord met een uitgebreide gezonde salade.
Het servies bestaande uit onregelmatig gevormde wijnkannen en bekers was door Linde zelf bedacht en met de hand vervaardigd.
In Nederland, althans in ons land van boven de grote rivieren, komt dit verbroederingsritueel niet meer voor. Daarom zijn speciaal voor deze performance buitenlandse studenten ingevlogen. Helemaal uit Antwerpen.
Hoewel eenmalig opgevoerd vond ik dit toch de mooiste verbeelding van het gedicht.
Deze live performance, waar ik dan weer deze foto van heb gemaakt, en vooral heb bewerkt, is mijn interpretatie. Er is een mogelijkheid voor niet-deelnemers aan deze expositie om ook eigen werk over dit thema op te hangen. Daar is één muur speciaal voor vrij gehouden.
Toen ik op dinsdagmiddag, na de officiële opening, eventjes in het Atrium was trof ik Linde Gadellaa daar in hoogst eigen persoon aan terwijl zij daar onder de tafel met een kwast en verf (beits?) het meubilair aan het bijwerken was. Ik heb even met haar gesproken, zodoende kon ik bovenstaande informatie die nergens in een programma is terug te vinden voor jullie vastleggen. Ik liet haar mijn foto zien via de iPhone. Ze wilde hem graag hebben, ik heb hem inmiddels gemaild.
Ik denk dat ik deze foto laat afdrukken en op die ene speciale muur ga ophangen.

De tentoonstelling is nog tot 20 augustus te bekijken. Ik zou er zeker naar toe gaan. Kost niets en er hangt veel moois. En vergeet vooral het gedicht niet.

Er hangt werk van:
Pat Andrea, Jan Harm Bakhuys, Dóra Benyó, Rommert Boonstra, Gideon Bouwman, Willem Diepraam, Linde Gadellaa, Herman Gordijn, Marthe van de Grift, Maja van Hall, Frank Hamers, John Houkes, Jakob de Jonge, Marleen Kappe, Annelien van Kempen, Linda Kind, Arno Kramer, Pien Lemstra, Ans Markus, Han Mes, Ringo Mollinger, Rita de Niet, Kim Nuijen, Lonneke van der Palen, Coby Smits, Suzanne van Soest, Ronald Sohier, Susanne Stoop, Aat Verhoog en Elly Winkel