Terwijl ik met gepaste stappen richting de net nieuw geopende Marks&Spencer loop, zie ik een medewerkster van de gigantisch grote nieuwe winkel buiten snel haar lunch naar binnen werken. Terwijl het regent staat ze tegenover de winkel en er straalt een glimlach van haar gezicht. Ik spreek haar meteen aan op het moment dat ik het logo op haar truitje zie staan, om haar vervolgens het hemd van het lijf te vragen. Ze antwoord uiterst keurig en zichtbaar oprecht op mijn nogal directe vragen.
Na mij, een klant, in haar pauze zeker 5 minuten antwoord te hebben gegeven op al mijn vragen snelt ze zich weer naar binnen. Waar ik haar even later op verschillende plekken in de winkel klanten zie helpen. Ik vraag me, terwijl ik me vergaap aan alle mooie kleding, af of ze daarop getraind is…klantvriendelijkheid.
Om dit te testen stel ik meerdere leden van het winkelpersoneel vragen en opvallend; allemaal even behulpzaam, vriendelijk, voorkomend, netjes gekleed en informatief.
Verheugd loop ik via de dameskleding richting de voedingswarenafdeling. Maar na nog geen vier stappen in de winkel gezet te hebben vult mijn hartje zich reeds…bijna alle kleding waar ik mijn oog langs laat glijden is er óók in een plus size, en het is nog enigszins betaalbaar ook!
Als ik uiteindelijk bij de voedingswarenafdeling geraak ben ik zo verguld van blijdschap dat ik rondloop als een kip zonder kop en met een soort van blackout gevoel kan ik alleen bedenken dat ik graag wil weten of ze ook clotted en dubble cream hebben. Beter bekend als>die heerlijk, vol vette room die zo uiterst Engels is. Staand bij het roomvak zie ik dat alles reeds uitverkocht is, maar het kan me eigenlijk niets schelen. Een winkel met super nette, mooie kleding, een grappige namen assortiment met heerlijk eten én vriendelijk personeel…dat is wat Den Haag nodig had!
Ik denk nog even aan mijn gesprekje met het meisje voor de winkel. Ik vroeg haar of met z’n allen als een team een winkel gaan bemannen een saamhorigheidsgevoel aanboort of dat het net zo is als bij de Etos werken. Waarop zij, met gepaste trots, antwoord: ik denk dat bij de Etos werken ook leuk zal zijn, maar om met met z’n allen in dit pand een zo’n bijzondere winkel opbouwen geeft wel een heel andere dimensie en ik ben blij dat ik daar deel van mag zijn.
Zo’n antwoord maakt me blij, en ik waan me heel even weer in het keurige Engeland waar ik mij ooit, een leven geleden, een tijdje heb verpoosd.
Tag: Den Haag
Kunstiniatief Maakhaven blijft voorlopig
![]()
In oktober berichte Haagspraak over de dreigende sloop van het pand waarin het kunstinitiatief Maakhaven gevestigd is. Gedurende de afgelopen 10 jaar dat het pand in gebruik was als ‘cultuurfabriek’ werden er vele grote objecten en voorstellingen voor tal van culturele organisaties gerealiseerd, zowel voor binnen als buiten Den Haag. De gebruiksovereenkomst met de gemeente werd echter opgezegd. Dit vanwege een rommelig plan van de gemeente om het gebied per kavel voor woningen te verkopen. Een plan dat niet alleen weinig respect toonde voor het industrieel erfgoed, maar juist ook een serieuze herontwikkeling van Laakhaven op lange termijn in de weg zou zitten. Zonde voor een plek in de stad die de geschiedenis en de potentie heeft om een centrale rol te vervullen in het stedelijk leven.
Dankzij een initiatiefvoorstel van de Haagse Stadspartij en GroenLinks is dit sloopplan nu voorlopig van de baan. Op 20 februari was er raadsbrede steun voor een voorstel waarbij nu een renovatieplan voor het voormalige Shellgebouw uitgewerkt kan worden.
Betaald om op de bank te zitten

Betaald om op de bank te zitten
Wie ben ik?
Je identiteit ontlenen aan wat je voor een werk doet, wat je geloofsovertuigingen zijn, welke huidskleur je hebt, dat is best begrijpelijk als je dat doet, dat deed ik vroeger ook.
Al maanden loop ik rond met het idee om hier een stukje over te schrijven, maar iets weerhoud mij steeds.
Wat is het dat mij weerhoudt, waarom vind ik het moeilijk dit op te schrijven, hier geschreven woorden aan te geven?
Het raakt mij in het diepst van mijn ziel om dit verhaal eens op te schrijven, want ik ben een op de bank liggende afgekeurde eind dertiger. Ik kan niet voor de vele duizende zieke mensen spreken, maar u alleen mijn verhaal vertellen. Want daar is waar ik écht weet van heb.
Als je afgekeurd bent, wordt je als het ware betaald om op de bank te zitten, dan wel liggen.
Ik zie het zo…je hebt bijvoorbeeld een voetbal team, dat doet zijn ding, de een is keeper, de ander aanvaller en een derde verdediger. Als je afgekeurd bent vervul je een andere functie, dan ben je de wachtende, die met dat joggingpak aan langs de zijlijn staat.
Terwijl het team in de aanval gaat, loop jij langs het veld te ijsberen, terwijl het team de bal overneemt, loop jij rondjes om je op te warmen, terwijl het team scoort, zit jij op de bank.
Blijkt, men heeft al snel een stempel als ‘afgekeurde Nederlander’.
Je bent te lui om te werken, je bent uit het arbeidsproces, dus niets meer waard, een zo gehete uitvreter die nog maar moet bewijzen écht ziek te zijn, als het niet zichtbaar is.
Maar wat gebeurd er nou écht met zo’n afgekeurd mens?
Om te beginnen; chronisch ziek zijn is als 24/7 topsport beoefenen.
Veel ‘niet zieke’ mensen realiseren zich dat niet zo maar de simpele dingen doen zijn voor zieke mensen reeds een totale dagbesteding.
Bijvoorbeeld de was doen, normaal gooi je de was in de machine, je gaat stofzuigen, doet een spelletje op je computer, gaat koken, belt met een vriendin, loopt naar de supermarkt en maakt een lunch. Dan hang je de was op/ of in de droger, gaat de kinderen ophalen, gaat naar de speeltuin, drinkt koffie bij je moeder, en gaat thuis alvast koken. Als de was uit de droger komt vouw je hem op en legt de kleding in de kast om de volgende dag weer aan te doen.
Ik daarin tegen, ik doe de was in de machine, ik ga zitten om uit te rusten van het op mijn hurken zitten of voorover buigen (ligt aan de fysieke belasting die ik op dat moment op mijn lijf kan uitoefenen). Kijk tv totdat de was klaar is. Ik loop met de mand naar de droger en zet hem aan. Ik ga dan weer liggen op de bank en surf wat op internet.
Als de was droog is vouw ik hem zo veel mogelijk op, meestal blijven er stapeltjes op de droger liggen, want te veel pijn om de was in de kasten te leggen en beslis dan, de sokken doe ik morgen. Daarna ga ik liggen op de bank en ben gefrustreerd, want heb weer de was niet in de kast kunnen leggen en nou moet ik morgen de sokken uitzoeken en wrijf over mijn pijnlijke lijf.
De was doen is voor mij dus topsport.
Mensen die niet ziek zijn realiseren zich het volgende niet:
Alle goed bedoelde vragen kunnen overkomen als “ze geloven mij niet’ en een vragenvuur, dat als je soms afzegt omdat je het te slecht met je gaat mensen je niet meer uitnodigen, of voor jou invullen dat je iets wel niet zou kunnen en je daardoor een kans ontnemen.
Dat je je altijd verplicht voelt om weer uit te leggen dat als je na uren wikken en wegen besluit toch niet naar die afspraak te gaan dat je dat niet voor je lol doet en dat je je dus niet toch maar even had kunnen vermannen.
Dat je je soms met verwondering ineens af kan vragen of je iets eigenlijk wel wilt, in plaats dat je je altijd moet afvragen of je het wel kan.
Dat ik spontaan kan ga huilen van blijheid als ik me een dagje niet hondsziek voel, dat als je je een paar uur iets minder slecht voelt dat weer lucht geeft voor een paar dagen. Tranen die beginnen als een geluks-momentje, maar al snel door verdriet overgenomen worden, omdat je je niet vaker beter voelt. Dat als je er niet ziek uitziet je toch nog steeds niet genezen bent. Dat vragen als: “Hoe gaat het nou met je?” gewoon soms niet te beantwoorden zijn, want waar begin je?! Dat je niet altijd hetzelfde negatieve verhaal wilt vertellen, maar het liever over de ander hebt. Dat je altijd de balans aan het zoeken bent tussen kosten en baten.
Als ik nu ja zeg op iets ondernemen en ik vind het niet geweldig, zijn dat die 3 dagen op de bank dat dan eigenlijk wel waard? Dat een dagje vrij, van ziek zijn, niet bestaat.
Terwijl ik al die uren op de bank lig schieten er gedachten door mijn hoofd, hoor ik bepaalde uitspraken uit het verleden echoën waardoor er vragen ontstaan.
Zien de mensen om je heen je nog als volwaardig, of sta je zoals men denkt daadwerkelijk buiten de sociale gemeenschap? Ben je alleen een volwaardig mens als je betaald je leven invulling geeft? Volgens onze maatschappij wel.
Maar ik, Lies, ik als betaald-op-de-bank-zittende denk dat ik een bijzonder grote sociale functie te vervullen heb in deze wereld.
Een die ik mezelf al had eigen gemaakt, maar eentje die ik geperfectioneerd heb door de (ziekte) jaren heen. Als ik nog, als zieke, volledig had gewerkt denk ik niet dat ik gelukkiger, dan wel ongelukkiger zou zijn dan dat ik nu ben. Dan had ik meer collega’s gehad, maar minder vrienden. Dan had ik nooit om hulp leren en durven vragen, of mijn creativiteit een vorm kunnen geven, maar dan had ik al watertrappelend en naar adem snakkend nauwelijks mijn hoofd boven water kunnen houden…nu is dat niet veel beter…maar ik heb nog steeds een functie in deze maatschappij.
Ik ben het luisterende oor, de vriendin die advocaat van de duivel durft te zijn, de persoon die haar hart op tafel legt waardoor anderen dat ook makkelijker durven.
Terwijl ik door mijn ziekten reeds jaren balanceer boven de afgrond van depressie wankel ik vaak, maar kan ik steeds nog een voet aan de vaste kant houden. Die voet die mij aarde geeft om van te groeien, die mij wortels geeft om door te gaan, die mij lucht geeft om adem te blijven halen en alleen omdat ik diep in mij de noodzaak van mijn bestaan weet.
Ik ben op deze wereld om een spiegel te zijn voor hen die er niet in durven te kijken, ik ben een arm waar er tranen vloeien, een andere kant wijzend als het cirkeltje rond blijft draaien. Ik sta ’s ochtend op om mijn lijf in leven te houden, om mijn kat kunstjes te leren, mijn buddy checks te doen online, om op de sos-lijsten te staan voor mijn vrienden voor het geval hen iets overkomt, een veilige haven te zijn voor mijn man, en anderen ruimte te geven om zichzelf (bij mij) te zijn. Er is een noodzaak én een behoefte voor mijn bestaan.
Ik word betaald om op de bank te zitten, maar ben en blijf nog steeds een mens die volledig in het leven staat en deel uitmaakt van het werkende leven, want je dacht toch niet dat zieke mensen niet een fulltime baan hadden hè….ze hebben nooit vakantie van hun ziekte, ze kunnen nooit een dagje vrij nemen.
Ik ben Lies…ik ben de belichaming op dit moment van hetgeen u leest. U hoort door mijn ogen en geschreven woord wat het kan doen met een mens om afgekeurd op de bank te zitten, als ik door mijn verhaal één iemand een ander idee heb kunnen geven over ‘de afgekeurde mens’ dan is mijn taak in het leven volbracht.
Debat Humanity House: Terug naar Irak?
Voor Irak was 2013 volgens de Verenigde Naties het bloedigste jaar sinds 2008. Ten opzichte van het vorige jaar is het geweld zelfs verdubbeld, met 9000 doden tot gevolg. Het ‘ambtsbericht Irak’ van het Ministerie van Buitenlandse zaken, dat na veel vertraging afgelopen december verscheen, meldt deze toename van sectarisch geweld ook.

Voor asielzoekers uit Irak en afgewezen asielzoekers die in Nederland verblijven is dit ambtsbericht een belangrijk document. Staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie gaf eerder aan zijn beleid ten aanzien van asiel en terugkeer pas aan te passen na het verschijnen van dit bericht.
Wat is nou precies de inhoud van het ‘ambtsbericht Irak’?
Wat betekent dit voor de Irakezen die momenteel zonder status in Nederland verblijven?
Onder leiding van buitenlandjournalist Harm Ede Botje, die als moderator optreed, zal een aantal landelijke politici en binnen- en buitenlandse Irakkenners zich komende woensdag buigen in het Humanity House. Aanwezig zullen zijn:
Sharon Gesthuizen, Tweede Kamerlid, SP
Tim Noordhof, VluchtelingenWerk Nederland
Joost Hiltermann, Irakspecialist van de International Crisis Group
Muzahim Abdulkarim Mustafa Mufty, eerste secretaris van de Ambassadeur van Irak
Het programma zal ingeleid worden door een van de Iraakse vluchtelingen die sinds januari 2013 in de Haagse Sacramentskerk verblijven.
Praktische informatie
Waar:
Humanity House
Prinsegracht 8
2512 GA Den Haag
Tel: 070 31 000 50
http://www.humanityhouse.org/agenda/terug-naar-irak-en-nu/
Wanneer:
woensdag 22-01-2014
20:00 t/m 21:30
Voertaal: Engels
Café / foyer open: 19:30
Start programma: 20:00
Programma eindigt: 21:30
Toegang: € 6,50
Nieuw Babylon geen visitekaartje van de ‘Beste Binnenstad’

“Dat nieuw Babylon, moest dat er eigenlijk wel zo nodig komen?” Een vraag van Harry van het Klein Orkest in 1982 in wat toen het Haagse lijflied is geworden: ‘Oh, Oh, Den Haag’.
Die vraag stel ik me nu weer opnieuw, nu het oude Nieuw Babylon alweer met de grond gelijk is gemaakt en plaats heeft moeten maken voor een nieuw concept.
En het antwoord is ‘Nee’.
Het staat in de eerste plaats helemaal op een verkeerde plek. Als je vanuit het station naar de binnenstad (het meest logisch) loopt, laat je het rechts liggen. Het ligt op geen enkele doorgangsroute. Het is zelfs erger: wil je vanuit het station er heen dan kun je niet eens binnendoor, alhoewel het maar op luttele meters afstand ligt.
Den Haag heeft een grote misser gemaakt. Daar waar het witte VROM-gebouw een van de schakels richting Spui vormt, dáár had het moeten komen en het ministerie had dan op de plaats van Nieuw Babylon kunnen worden neergepoot, knusjes naast de ‘apenrots’ van het Ministerie van Buitenlandse zaken.
Honger
Het is vrijdag 20 december. Als we uit het gastvrije Roermond terug komen willen we nog even ergens zitten om wat te eten. We besluiten een kijkje te nemen in Nieuw Babylon. Daar zou toch zoveel nieuwe horeca zijn? We moeten om er te komen over een somber en tochtig binnenplein, waar overal nog bouwwerkzaamheden en dito rommel aanwezig zijn.
Het vinden van de ingang is lastig, maar omdat ik er vast van overtuigd bent dat je er hier toch ergens naar binnen moet kunnen stoten we uiteindelijk op een bescheiden deur. We spoeden ons langs enkele open, maar door God en iedereen verlaten winkels en treffen de eetzaak van Dungelmann. Die zaak heeft een naam hoog te houden, dus daar willen we wel wat nuttigen. Kan ook moeilijk anders: het is ook de enige snel vindbare plek waar je iets kunt eten. De prijzen op de lijst zijn zowaar betaalbaar: friet met kroketten voor 7,50. We willen bestellen.
De schuchtere jongen meldt ons ‘dat de keuken helaas al is gesloten’.
Ik schiet uit mijn slof. DE KEUKEN GESLOTEN OM ZEVEN UUR TERWIJL HET CENTRUM TOT ACHT UUR OPEN IS!!!
Achteraf heb ik spijt van mijn knorrige reactie. Wat kan die arme werkstudent achter de balie er aan doen, dat zijn baas zijn tent al zo vroeg sluit, omdat er geen hond meer komt?
We nokken af en verlaten langs de treurig verlaten winkels het centrum.
Dan maar in hemelsnaam de Burger King. Maar die is zo vol (niet omdat die zo goed is, maar er domweg niets anders in de omgeving van het station is waar je een warme maaltijd kunt krijgen), zo vol dat we niet kunnen zitten.
Bedremmeld halen we bij de AH-shop maar wat opwarmmaaltijden voor thuis.
Beschaamd
We voelen ons beschaamd over onze stad van recht en vrede. Is dit een manier om treinreizigers te ontvangen? De vroede vaderen en moederen moeten maar eens kijken op het station van Hamburg: honderden eetgelegenheden: schoon, betaalbaar en gezellig! En je hoeft er niet eens het station voor uit!
Nu is het station van Hamburg wel een tikkie groter, maar omgerekend zouden er op Den Haag Centraal toch wel minstens zeven restaurants moeten zijn.
Op zo’n moment vraag ik me echt af waaraan Den Haag het predicaat ‘Beste Binnenstad 2013’ heeft verdiend. Maar als je het jury-rapport zo doorbladert wordt e.e.a. wel duidelijk. Het rapport belicht vooral de inspanningen van het gemeentebestuur en Bureau Binnenstad om zoveel mogelijk grote merken binnen te halen en de vele nieuwbouwprojecten. En het kijkt op het eerste gezicht helemaal niet naar de ogen van de bezoeker. En die krijgt bij het binnenkomen van Den Haag op Centraal of HS vooral een klap zijn gezicht, vooral als hij direct wordt onthaald met de boodschap “Let op uw bagage; er zijn tasjesdieven en en zakkenrollers op het station actief!”
Uitzondering
Overigens vind je de info over Nieuw Babylon op erg karig ingerichte site www.newbabylon.nl, waarop om duistere reden de tweede verdieping niet eens vermeld staat.
Dat de ‘i’ en de ‘u’ weg zijn gelaten in de url, dat zal wel zijn om wat mondialer over te komen, maar ik vrees dat het winkelcentrum niet echt een reclame is voor expats en toeristen. Die zijn wel beter gewend.
Toch wil ik met al dit genurk één uitzondering plaatsen. Dat is voor het het Brabants (ja, Brabants, daar heb je het al) Lederwarenhuis, heel ver achterin het centrum op de begane grond. Daar kwam ik binnen met de vraag of ze rugzak hadden waarin ook een trekharmonica zou passen. Is zo’n vraag in de hofstad meestal een aanleiding om je als dwaas aan je lot over te laten, hier vroegen de dames om snel terug te komen mét trekzak en of ik dan ook wat voor ze zou willen spelen.
En zo geschiedde en verliet ik enkele dagen later tevreden de zaak mét een zwarte, handzame, edoch ruime rugzak de winkel.
In de poll staat ergens ‘nic’. Moet natuurlijk ‘nice’ zijn.
