Vrijheid blijheid, of toch niet

De een komt uit de horeca, de ander uit de muziek. Noel en Maarten de Bruin. Broers, partners. Vrije jongens. In de goede zin van de twee woorden.

In 2009 stapten ze vol goede moed in een nieuw project: de leegstaande Onze Lieve Vrouwe van Lourdeskerk aan de B. Blokstraat in Scheveningen. De kerk was verlaten door het Nationaal Toneel, dat de ruimte gebruikte om te repeteren.

De kerk werd in 1913 samen met dertien aanpalende panden ontworpen door Alexander Kropholler. In 1925 begon de bouw. De kerk werd in 1926 ingewijd. De toren kwam er in 1962, betaalt door Reindert  Zwolsman ter ere van het huwelijk van zijn dochter in het katholieke heiligdom. Op 10 september 2005 werd er de laatste heilige mis gehouden. Restte een holle ruimte waarvoor het bisdom en het kerkbestuur wanhopig een nieuwe bestemming zochten. Met de gemeente hijgend in hun nek.

De gebroeders De Bruin waagden de stap. In overleg met het bisdom, kerkbestuur en gemeente werd ingezet op een cultureel centrum voor Scheveningen, Den Haag en de agglomeratie Haaglanden. Er zouden bijeenkomsten van maatschappelijk nut gehouden gaan worden: tentoonstellingen, congressen, lezingen, presentaties, toneel, muziek, film.

De geschiedenis en de aard van het gebouw mochten geen geweld aangedaan worden, zo werd afgesproken. Alle kerkschatten moesten worden afgedekt.

Na twee jaar restaureren en aanpassen – met eigen geld – ging Chizone/In de Lourdeskerk op 10 mei 2011 open. Chizone (Japans voor energie) verwees niet alleen naar de geleverde en te leveren inspanningen maar ook naar de wens van de beheerders voor de bezoekers. Die moesten vol energie weer naar huis gaan. Als ‘vaste’ bewoners vonden een tiental therapeuten en medici in de gewelven van de kerk een nieuwe arbeidsplaats.

Op 31 december 2014 was het allemaal voorbij. De huur en andere kosten (verwarming!) waren te hoog in vergelijking met het aantal evenementen en hetgeen die opleverden. Ongeacht p.r., lage toegangsprijzen, zelfs offertes waar geen marge meer in zat.

Zijdens het bisdom, het kerkbestuur maar met name de gemeente en haar instellingen was er, ondanks alle goede intenties en mooie woorden over de noodzaak het gebouw ‘levend’ te houden, geen steun. Geen subsidie, geen evenementen, geen overleg. Een notoir klagende buurman werd geloofd, hoe doorzichtig zijn gedrag ook was en hoe ongefundeerd zijn dwarsliggerij.

Maar er was nog meer: met financiële steun van de gemeente werd er een concurrent ‘in de markt gezet’: het Zuiderstrandtheater ten zuiden van de Scheveningse haven. Een cultuurpaleis gebouwd op kosten van de gemeenschap. Gevuld met gesubsidieerde evenementen. Die ook nog bewust naar dat theater worden gedirigeerd. De leiding heeft een vast salaris ongeacht succes dan wel falen.  Zij hoeven hun eigen broek niet op te houden.

De broers zijn een illusie armer. En velen met hen. Niet alleen bezoekers maar ook organisatoren van evenementen en medewerkers waarvan velen zich om niet of tegen een vrijwilligersvergoeding inzetten om van Chizone/In de Lourdeskerk een succes te maken. Mensen die geloofden in een droom. Misschien wel een wonder. Hoe toepasselijk eigenlijk.

Het risico van een zelfstandige ondernemer? Kan zijn. Van de andere kant maken beloften schuld. En is het ‘samen uit, samen thuis’. Niet dat je als dank alleen maar stokken tussen de spaken gestoken krijgt of dat je concurrent alle steun krijgt die jij ontbeert. Zonder enige redengeving.

 

 

Fotogedicht ‘ Vastleggen’ op 21 januari door Marjon van der Vegt

N.a.v. dit stuk’ journalists died doing their job’  schreef ik ’t volgende gedicht ‘ Vastleggen’

Vastleggen

RIP 501

Hij was echt wel aan vervanging toe.
Hij was echt wel aan vervanging toe.

Na een onaangenaam treffen met een rits besloot ik ruim 30 jaar geleden uitsluitend nog spijkerbroeken met een knoopsluiting te kopen. Veel keuze was er toen nog niet, dus het werd na een korte zoektocht de Levi’s 501. Wonder boven wonder zat dat model me ook nog als gegoten. Ze waren sterk en vormvast. Beetje duur, dat dan weer wel, maar je deed er best wel lang mee.
Een keer per jaar kocht ik een nieuwe “voor netjes”, de oudere exemplaren werden afgedragen tijdens fietsen, wandelen en andere bezigheden buitenshuis. Om van die herrie in spijkerbroekenwinkels en boetieks af te zijn had ik mijn vaste winkel bij De Werkman, naast IJssalon Florencia. De muziek stond daar altijd zo zacht dat ik het jarenlang niet eens hoorde. Ik hoefde de nieuwe jeans nooit te passen want 32-32 zat altijd goed, bovendien vind ik het verschrikkelijk om in zo’n klein pashokje mijn broek uit te trekken. De prijs was ook redelijk, 69 of 79 euri, maar dat weet het niet precies meer. Mijn eerste 501 had nog de maten 29-32. Maar met het ouder worden nam ook de waist-omvang een beetje toe. Nu gaat ook de lengte veranderen vanwege mijn krimp maar dat is weer een ander verhaal.
Vorige maand was het weer zo ver. Er zat een flink gat in mijn achterzak (kontzak in de volksmond) dus het was weer hoog tijd voor een nieuw exemplaar. Tijdens de opuh koffie op oudjaarsdag kreeg ik er nog opmerkingen over in café van Beek. Gelukkig was het Tommy niet opgevallen want die had er beslist een punt van gemaakt en een heel artikel over geschreven.

Ik neem u mee op mijn vergeefse zoektocht naar een een nieuwe 501.
De Werkman zat niet meer in hetzelfde pand naast Florencia maar was verhuisd naar een nieuwe, kleinere, locatie in de Prinsestraat. Maar daar verkopen ze geen levi’s meer in alle maten en soorten. “Nee, we beperken ons momenteel uitsluitend tot werkkleding”.
Teleurgesteld ging ik de winkel uit. Het ergste vond ik eigenlijk nog dat ik straks zo’n herriewinkel in moest waar je door de decibellen zowat direct weer naar buiten wordt geblazen.
Hier en daar eerst nog wat tevergeefs bij andere winkels gekeken… “nee, dat model hebben we niet, dat merk ook niet trouwens.”
Maar gelukkig zit er in de Spuistraat een echte Levi Store die geen ander merk verkoopt.
Dus vooruit dan maar. Oordoppen in. Het was uitverkoop, tot 50% korting. Had ik even geluk!
“Mag ik van u een donkere 501, maat 32-32”. Het leek zo’n simpele vraag. “Welke wassing” was de wedervraag. Wassing? Ik liep mee naar de afdeling 501, want die was er gelukkig nog wel. Ik zag van alles voorbij komen. Met wassing werd de mate van versletenheid bedoeld. Hoe lichter op de bovenbenen en elders hoe beter het verkoopt lijkt het wel. Nee, dat wilde ik zeker niet. Ook geen jeans met lies- en andere kreukels zodat ze er heel erg gedragen uitzien. Laat die broeken met die gestopte gaten ook maar zitten. “Zijn er echt geen normale ouderwetse spijkerbroeken meer?” vroeg ik me vertwijfeld af.
Bij de, duurdere, nieuwe collectie zag ik er een die nogal donker was en minder versleten en kapot dan al die andere, maar die kostte dan wel weer 99 euri. “Geen uitverkoopprijsje” zei ik. “Nee, maar dit is dan ook een broek uit de nieuwe collectie!” “Hoezo “nieuwe collectie, ik draag ze al meer dan 30 jaar!”
Kortom: een bijna levenslange zekerheid, een broek waar je op kon bouwen, bestaat niet meer. RIP 501.

 

Een pakketje voor Buitenlandse Zaken

Jaren geleden, het moet zo ergens een jaar na het begin van de oorlog in Irak zijn geweest, kwam ik een verdwaalde man tegen op straat. Nou gebeurt dat wel vaker bij mij in de buurt, maar deze man viel op: hij had een Arabisch uiterlijk, compleet met baard en een wit gewaad. Onder zijn arm droeg hij een pakketje. Hij had niet echt een duidelijk idee waar in Den Haag hij zich bevond, dat was duidelijk. Hij vroeg mij naar het Ministerie van Buitenlandse zaken. Was het nog ver?

Ik stelde hem gerust: hij was de verkeerde kant op gelopen, maar het Ministerie van Buitenlandse Zaken was slechts tien minuten van hier. Ik legde hem uit hoe hij daar het eenvoudigst kon komen, langs Centraal Station en het winkelcentrum Babylon, dat toen nog niet gerenoveerd was.

Of ik later die dag nog naar het journaal gekeken heb kan ik mij niet meer herinneren, maar ik weet vrij zeker dat er geen nieuws bestaat uit die tijd over een aanslag op het Ministerie, zeker niet door een Arabier in witte jurk. Waarschijnlijk zal de man dan toch gewoon een pakketje bezorgd hebben.

 
Edwin IJsman

Anna Cornelia, een naam uit het verleden

Vernoemd naar een van de schuiten van de Firma Jansen. Foto door Roel Wijnants.
Vernoemd naar een van de schuiten van de Firma Jansen.

Wie kent ze niet? De diverse bordjes, die je in een aantal Haagse grachten tegen komt. Ze zijn net iets boven de waterlijn aangebracht.

Het is een kunstproject en heeft een relatie met de Energiecentrale (GEB) aan de Constant Rebecquestraat.

In het verleden voer de firma Jansen met een aantal schepen dagelijks van de kolenoverslag aan de Laak naar de Energiecentrale, die tot 1967 met kolen werd gestookt.
Schepen hebben om diverse redenen vaak vrouwennamen. Zo ook de platte schuiten van de firma Jansen, de namen van de schuiten komt men tegen vanaf het begin tot het eind van de route, die de schuiten dagelijks een aantal keren aflegde. Hier bij Vaillantlaanbrug is het bord met Anna Cornelia te zien.