Carlijn Mens

Foto van een foto van Carlijn Mens
Foto van een (houtskool)tekening van Carlijn Mens, GEM Den Haag

Ik wilde vandaag eigenlijk naar de tentoonstelling van Gustave Caillebotte in het Gemeentemuseum. Via twitter had ik vernomen dat om 14.00 een speciale inleiding gegeven zou worden zodat je een beetje beslagen ten ijs komt als je de tentoonstelling zelf gaat bekijken. Maar toen ik uit de bus stapte eindigde de rij wachtenden voor de kassa buiten op het trottoir, in de natte sneeuw. Daar had ik niet zoveel zin in. Daarom ben ik maar naar het GEM uitgeweken. Altijd handig om een alternatief in de buurt te hebben, zeker met een museumjaarkaart in je portemonnee.
In de spannendste ruimte van het GEM, de donkere kelder, had Carlijn Mens een tentoonstelling (installatie) ingericht over mensenhandel; Fear Faith Face. Geen vrolijk onderwerp, ik geef het direct toe. Tegen een van de muren was een verzameling documenten, foto’s, en knipsels gerangschikt die het onderwerp van alle kanten probeerde te belichten. Het is allemaal heel erg en als je hier even bij stilstaat voel je je machteloos. Aan de overkant hiervan, hingen metersbrede (houtskool)tekeningen aan de muur die mij echt raakten. Het gegeven van de 58 dode chinezen die in 2000 bij Dover in een container werden aangetroffen hadden Carlijn geïnspireerd deze gigantische houtskooltekeningen te maken. Een daarvan heb ik boven dit stukje geplaatst.
Containers worden stelselmatig bij aankomst doorgelicht met Röntgenapparatuur. Zo kan je zien wat er in een container verborgen zit zonder hem open te maken. Het zijn niet de foto’s van de Dover-zaak zelf maar hierop geïnspireerde beelden die Carlijn Mens zelf gemaakt heeft, meestal werkt ze met houtskool. Schokkend is het om te zien hoe mensenhandel, de moderne slavernij, hier uitgebeeld wordt. Mensen als bulkvracht in containers. Dit raakte mij meer dan al die kleine krantenberichtjes die je toch regelmatig overal leest waarvoor ik kennelijk een soort van blinde vlek heb ontwikkeld. Mensenhandel zijn we normaal gaan vinden lijkt het wel. De tekeningen zijn omgeven door afbeeldingen die mij doen denken aan barcodes of uitslagen van DNA testen. Zo worden mensen gereduceerd tot handelswaar, producten met een prijskaartje.

La Cinquième Saison

Maskers en ratels
Maskers en ratels

De zaal druppelde langzaam vol met mannen (en een enkele vrouw) met bijna allemaal een groot glas trappistenbier in de hand. Er werd uitsluitend frans gesproken onder elkaar. Tien minuten later dan aangekondigd begon de film “La cinquième saison” die zich geheel afspeelt in een geïsoleerd Belgisch dorpje in de Ardennen.

Rituelen, de hele film gaat over rituelen. We denken allemaal dat carnaval een katholiek spektakel is maar de oorsprong gaat veel verder terug dan het Christendom oud is. Met het carnaval wordt het afscheid van de winter gevierd om zo de weg vrij te maken voor de lente en het nieuwe leven. Alle ellende en armoede die de afgelopen winter heeft gebracht moet ritueel worden afgesloten. Dat gebeurt o.a. door het verbranden van grote stapels dennenhout en het maken van veel lawaai. Met maskers op en ratels in de hand worden de boze geesten verjaagd. Zang en dans horen hierbij. In sommige streken werd het carnaval ook wel het vijfde seizoen genoemd.

Maar de lente komt niet. De hoge stapel dennenbomen wil niet branden. De natuur heeft er een punt achter gezet. Ze wil niet meer. Het blijft maar sneeuwen en stormen en men vraagt zich vertwijfeld af hoe dat komt. Er moet een schuldige gevonden worden.
Voor het grote feest is een man met zijn zoon van “buiten” gekomen. Ze wonen in een caravan en verkopen eigen honing en drank. Meer het idee van de oude marskramers die van kermis naar kermis trokken met hun koopwaar. Maar als hij nieuwe honing wil oogsten blijkt date zijn bijen ook niet meer willen, ze produceren geen honing meer. En als bijen het niet meer doen is er ook geen bestuiving meer en doet niets het meer. Als dan een bekende dorpsboer tijdens het strooien van tonnen kunstmest over zijn akkers in zijn tractor sterft is de maat vol. De schuldige is de buitenstaander, de man in de caravan. De onderbuik regeert. De gemeente laat van zich horen, wordt opstandig. Gelukkig wordt tijdens de begrafenis aan de oproep rustig te blijven, gehoor gegeven. Dat het daarna toch nog slecht met hem afloopt voel je gedurende de hele film.
La Cinqième Saison is een feest voor oog en oor. De beelden zijn rauw en mooi tegelijk. De zware grijze natuurstenen Ardense huizen lijken één met de natuur. Er zit bovendien veel beeldrijm in de film, de beeldcomposities zijn om van te smullen. Hij is traag, soms héél traag. Vaak lijken scenes op bewegende foto’s. Er gebeurt soms minuten helemaal niets. Er is nergens ook maar één sprietje groen te bekennen. De zaden ontkiemen niet meer. Het landschap is gehuld in een apocalyptische nevel. Lente, zomer en herfst zijn identiek aan de winter. De seizoenen doen het ook niet meer.
Personen bewegen zich soms heel kunstmatig als volgen zij een zorgvuldig uitgetekende choreografie. Een gevecht wordt een ballet. Vaak vormen zij ook stillevens en doen denken aan schilderijen van Breughel en Jeroen Bosch. Men is radeloos, gaan insecten eten. Een dorpsmeisje ruilt seks voor een pak suiker of zout.
De muziek speelt ook een belangrijke rol. Soms huilt de muziek met de bomen mee. Aan het eind klinkt uit de Johannes Passion van J.S.Bach: “Herr, under Herrscher” als ultieme wanhoopskreet. Het licht gaat uit.

Regie: Peter Brosens, Jessica Woodworth
Herkomst: België, Frankrijk, Nederland
Jaar: 2012

Gretta Duisenberg

Gretta Duisenberg
Gretta Duisenberg zet zich al jaren actief in voor de belangen van de Palestijnen in hun conflict met Israël.
Ze is vooral bekend vanwege de vaak controversiële uitspraken die door anderen als krenkend en kwetsend worden ervaren.
Dinsdag was ze aanwezig op het Plein in Den Haag om samen met Dries van Agt te protesteren tegen uitbreiding van de muur op Palestijns grondgebied.
Een groot aantal handtekeningen tegen de bouw van de muur werd door Van Agt aan de kamer aangeboden.

Maar waar was dit dan?


Scheveningseveer, gezien naar de Hogewal en Kortenaerkade; vervaardiger: Meyer, Fotoburo; 1956

Panden van honderden jaren oud. Den Haag houdt daar niet van. Ze zijn dan ook vrijwel allemaal uit het stadsbeeld verdwenen. Begin jaren zestig viel dit rijtje (met een wat Berlage-achtig gebouw op de hoek, dat wel wat weg heeft van het Berlage-gebouw aan het Kerkplein) onder de slopershamer. Maar waar was dit? Het was langs een tramlijn en aan het water.

Ja. Inmiddels allemaal geraden. Het verdwijnen van deze huisjes was weer typisch een geval van zonde. Stonden ze echt zo in de weg? Op de plek er van bevindt zich nu een schaars stukje groen, waarbij je je verbaast dat er nog zoveel pandjes op pasten.

Hier meer foto’s uit het Haags Gemeentearchief. Ga er met de muis overheen voor uitleg. Klik met de muis om naar de foto in de Haagse Beeldbank te gaan.


Scheveningseveer 11-7; vervaardiger: Becht, H.; 3 -1960


Scheveningseveer 11-1, te slopen huizen; vervaardiger: Becht, H.; 3 -1960



Scheveningseveer, bebouwing langs het water, gezien naar de Mauritskade. Links nr. 2, Opeldealer F. v.d. Valk; 1950

>> Hier ook nog een foto uit htmfoto.net. Met lijn 5 (Appelstraat – Prinsessegracht) – inmiddels ook als bijna 40 jaar weg.