Gemeente jojoot met lantarenpaal

Begin september wandelde ik naar het Noordeinde om het resultaat te zien van de maanden durende renovatie en herinrichting.

bloemennoordeinde

Het zag er allemaal mooi uit en de geplaatste bloemperken vond ik een aanwinst.
Bij het ruitermonument aangekomen keek ik nog even richting het paleis en er viel mij iets vreemds op.
Er stond een lantarenpaal die er eerst niet stond en ik bedacht dat vanwege Prinsjesdag er aardig wat ruimte nodig was om met de koetsen te kunnen manoeuvreren en de paal dan in de weg zou kunnen staan.

na de renovatie

Ik besloot er een foto van te maken.
Even later kwam er een groepje gemeentelijke opzichters langs met papieren onder de arm om de uitgevoerde renovatie te controleren.
Wat ik begreep uit de discussie was dat de lantarenpaal inderdaad niet helemaal op de goede plek stond.

Op 19 september fietste ik over het Noordeinde en zag dat de lantarenpaal was verdwenen.

Ik besloot om weer een foto te maken want ik zag er wel een stukje voor Haagspraak in.

Wordt er ten burele niet nagedacht als men plannen voor herindeling maakt?
Er gaan ik weet niet hoeveel ambtenaren over, voordat de plannen definitief zijn en toch plaatst men een paal die er eigenlijk niet zou moeten staan.

Wie schetst mijn verbazing toen ik meer dan een maand later weer eens over het Noordeinde fietste.

De gemeente heeft de lantarenpaal gewoon weer op dezelfde plek teruggeplaatst!?!
Moet men voordat men bij de gemeente mag werken eerst een cursus jojoën met goed gevolg afleggen en blijken de mensen minder capabel voor hun werk?
Eerst een paal plaatsen, daarna weer verwijderen om hem vervolgens weer opnieuw te plaatsen.
Er kijken tientallen ambtenaren, opzichters en wie al niet meer zij naar het nieuwe ontwerp voor de herinrichting van een straat, maar bij geen van hen gaat blijkbaar een lichtje op.

Een Koninklijke fietstour door Den Haag

Nachtburgemeester René Bom fiets naar binnen.
Nachtburgemeester René Bom fiets naar binnen. Foto Door Roel Wijnants.

Afgelopen woensdag liep ik door het Noordeinde, toen ik Nachtburgemeester René Bom tegen kwam. Hij was keurig gekleed: Strak in het pak en met glimmende schoenen. Ik vroeg hem wat hij ging doen, maar daar gaf hij geen antwoord op: “‘k heb zo een toertje“, was het enige dat hij kwijt wilde.

Verder lopend kwam ik bij ijscoman Martijn aan. Martijn is de zoon van Moes, die op het Binnenhof staat. Ik maak altijd een praatje met Martijn en het Noordeinde is een leuke plek om wat straatshots te maken. Intussen werden er fietsen bij het monument gestald, dus ik vroeg aan Martijn of hij wist wat er ging gebeuren. Hij wist het ook niet maar hij wees mij op de rode loper die was uitgerold. Ik besloot om te wachten.

Even later ging de deur van het paleis open en iemand liep naar het hek, waar intussen ook Bom was heengelopen Er werden handen geschut en gepraat. Ik kreeg het vermoeden dat Bom een fietstoer ging maken met de koning of met hoge bezoekers. Pas later bleek het om een fietstoer te gaan met leden van de hofhouding. De groep van ongeveer 60 mannen en vrouwen werden verdeeld in kleinere groepjes. Er werd afwisselend gewandeld, gevaren en met Bom gefietst.

Na een korte introductie ging het groepje hofhouding op de fiets achter René Bom aan. Het beloofde een gezellige toer te worden, want Bom vertelde dat als er iets gebeurde onderweg, ze hard moesten roepen “Bom Bom” zodat hij het vooraan kon horen, maar dat ze het niet moesten roepen als ze voorbij de Amerikaanse en Israëlische ambassade fietste, want dan is het leed niet te overzien.

Het gelach klonk mooi op het chique Noordeinde en de toon voor de fietstoer met de nachtburgemeester was gezet. Het beloofde een leuke middag te worden.

Foto door Roel Wijnants.

Deel van de hofhouding die ging fietsen. Foto door Roel Wijnants.
Deel van de hofhouding die ging fietsen.

Foto door Roel Wijnants.

Foto door Roel Wijnants.

Er staat een hele serie met foto’s op Facebook.

Noordeinde 66

Deze lange witte schutting vraagt om behandeling...
Deze lange witte schutting vraagt om behandeling…

Noordeinde 66 te Den Haag (geheel in de steigers) was van 1995 tot 2003 de woning van Koning Willem-Alexander, en vanaf hun huwelijk in 2002 ook van Koningin Máxima.
Het pand is, volgens een bericht in het AD van 15 februari 2008, door Willem Alexander voor 3 miljoen euro verkocht aan de Rijksgebouwendienst.
De geschiedenis van het huis is interessant. Het was altijd in het bezit van de Oranjes. In 1993 verkocht prinses Juliana het pand aan haar kleinzoon Willem-Alexander. Zou prinses Beatrix het nu weer teruggekocht hebben? Of was die verkoop aan de Rijksgebouwendienst een handigheidje om een paar miljoen aan het familiekapitaal toe te voegen?
Momenteel wordt dit pand, grenzend aan het Paleis Noordeinde, grondig verbouwd tot de tweede woning en het secretariaat van Prinses Beatrix. Ik vermoed dat als dit klaar is, prinses Beatrix naar haar geliefde Drakensteyn zal verhuizen. Het paleis Huis ten Bosch zal daarna bewoond gaan worden door het huidige koningspaar. Beatrix krijgt dan een geheel zelfstandig onderkomen naast het werkpaleis van haar zoon. Want een beetje toezicht van een ervaringsdeskundige kan nooit kwaad.
Den Haag als de “stad van de lege paleizen” (Paul van Vliet) is al een tijdje niet zo actueel meer.

Het pand dateert uit 1757 en de opdracht voor de bouw werd gegeven door Willem Robert Schieffel. Het pand werd door Schieffel verhuurd aan personen die betrokken waren bij het landsbestuur. De laatste huurder was Willem Frederik baron Röell, minister van Binnenlandse Zaken onder koning Lodewijk Napoleon.

Update: op 10 februari 2014 las ik het volgende artikel op de NOS website.

Woord op Noord

Zoals eerder aangekondigd op Haagspraak, bood Café van Delden op 14 april 2013 de gelegenheid, enkele woordkunstenaars ten gehore te brengen.
Onder het genot van een drankje, muziek en presentator Alex Franken, vulden dichters, verhalenvertellers, columnisten en bloggers, de zonnige en warme zondagmiddag met hun schrijfsels.

In een korte impressie komen de dichters Stefan, Anna en Sacha aan bod.

Foto’s door Oenkenstein en Anna Djerek.

Maar waar was dit dan?


Scheveningseveer, gezien naar de Hogewal en Kortenaerkade; vervaardiger: Meyer, Fotoburo; 1956

Panden van honderden jaren oud. Den Haag houdt daar niet van. Ze zijn dan ook vrijwel allemaal uit het stadsbeeld verdwenen. Begin jaren zestig viel dit rijtje (met een wat Berlage-achtig gebouw op de hoek, dat wel wat weg heeft van het Berlage-gebouw aan het Kerkplein) onder de slopershamer. Maar waar was dit? Het was langs een tramlijn en aan het water.

Ja. Inmiddels allemaal geraden. Het verdwijnen van deze huisjes was weer typisch een geval van zonde. Stonden ze echt zo in de weg? Op de plek er van bevindt zich nu een schaars stukje groen, waarbij je je verbaast dat er nog zoveel pandjes op pasten.

Hier meer foto’s uit het Haags Gemeentearchief. Ga er met de muis overheen voor uitleg. Klik met de muis om naar de foto in de Haagse Beeldbank te gaan.


Scheveningseveer 11-7; vervaardiger: Becht, H.; 3 -1960


Scheveningseveer 11-1, te slopen huizen; vervaardiger: Becht, H.; 3 -1960



Scheveningseveer, bebouwing langs het water, gezien naar de Mauritskade. Links nr. 2, Opeldealer F. v.d. Valk; 1950

>> Hier ook nog een foto uit htmfoto.net. Met lijn 5 (Appelstraat – Prinsessegracht) – inmiddels ook als bijna 40 jaar weg.