Strandbeest meets the Simpsons

Theo Jansen heeft in de Haagse regio al wereldfaam verworven met zijn Strandbeesten, die de kust ter hoogte van het ‘stille’ Zuiderstrand al zo’n 15 jaar onveilig maken, hij was al ‘Big in Japan‘, waar zijn tentoonstellingen veel belangstelling trekken en in de VS had hij ook al enige bescheiden succesjes te vieren, zoals te zien was in de documentaire ‘De jongensdroom – Theo Jansen’ van Het Uur van de Wolf (nu helaas alleen terug te zien op NPO Plus, het is mij een raadsel waarom iemand dat abonnement zou willen hebben).

De makers van de Simpsons hebben al vaker blijk gegeven van een vooruitziende geest, zo voorspelden zij bijvoorbeeld het presidentschap van Trump al in 2000. Het verschijnen van het Strandbeest in een recente aflevering zou dus wel eens kunnen betekenen dat Theo Jansens’ creatie een grote toekomst wacht.

Wellicht zien wij binnen enkele generaties echt een hele kolonie strandbeesten langs de kust foerageren, tussen Scheveningen – Haven en Kijkduin.

Haagse stadhuizen

stadhuis Den Haag
Foto stadhuis 2004, Ellywa. Wikipedia, Creative commons

Den Haag, die mooie residentie achter de duinen, kreeg pas in 1806 stadsrechten. Daarvoor was het een dorp. Maar wel een dorp met een raadhuis op de Groenmarkt dat in 1564 werd gebouwd met geld dat eigenlijk bedoeld was voor het aanleggen van stadsmuren die er verder nooit zijn gekomen. En het oude stadhuis staat er nog steeds, midden in het hart van de stad, en wordt gebruikt als pittoreske trouwlocatie. Ik heb er menig bruidspaar naar binnen of naar buiten zien gaan via de hoge trap, maar zelf ben ik er nooit binnen geweest.

Pas in 1912 koopt de gemeente ‘s-Gravenhage een groot, statig woonhuis in de Javastraat als nieuw stadhuis en worden daar tot 1972 de raadsvergaderingen gehouden. Ook dit stadhuis werd gebruikt voor het voltrekken van het burgerlijk huwelijk en als kind ben ik er in de jaren zestig daardoor een paar keer geweest. Zo herinner ik me daar het huwelijk van mijn tante Ada, een zus van mijn moeder, en ik had toen een matrozenpakje aan. Dat weet ik weet allemaal nog goed door de foto’s en een 8-mm-filmpje van de bruiloftsdag.

Buiten het stadhuis in de Javastraat kwam er na de oorlog nog een grote uitbreiding op de Burgemeester Patijnlaan, op de plek van het huidige Burgemeester de Monchyplein, dat naar een ontwerp van Julius Maria Luthmann in 1953 in gebruik werd genomen. Ruim veertig jaar later werd het eind jaren negentig al weer gesloopt. Maar daarvoor kwam je er voor burgerzaken zoals het aanvragen of verlengen van je paspoort, ik ben er verschillende keren geweest. Opvallend aan het gebouw waren de paternosters. Dat waren open houten liften zonder deuren en waar je altijd gelijk in een liftcompartiment kon stappen. Een paar jaar voordat het nieuwe stadhuis er kwam, ben ik een keer boven bij het ambtenarengedeelte geweest, op bezoek bij een bestuursadviseur van een wethouder.

Begin jaren zeventig verrees er een nieuwe, betonnen en lelijke raadszaal op de Groenmarkt. Daar ben ik nooit in geweest, maar wist hoe het er van binnen uitzag door de uitzendingen van raadsvergaderingen door de lokale televisie van Lokatel en TV West.

Midden jaren tachtig werd bekend dat er een nieuw stadhuis zou komen in het centrum van de stad bij het Spui en het zou later gebouwd worden naar het ontwerp van de Amerikaanse architect Richard Meier. Het nieuwe stadhuis was het geesteskind van wethouder Adri Duivesteijn en pas na veel gekrakeel zou het stadhuis er komen.

Er was een prijsvraag aan vooraf gegaan en de Haagse burger kon alle inzendingen en maquettes bekijken in het Haags Gemeentemuseum. Ik heb dat ook gedaan. Het ontwerp van Rem Koolhaas (OMA) lag ook goed, maar ik was het ermee eens dat de grote, witte kolos van Meier het is geworden. Het leefde enorm toen in de stad.

De eerste paal voor het nieuwe stadhuis ging op een koude najaarsdag in 1990 de grond in op de geëgaliseerde zandvlakte en nog lege bouwput aan het Spui en de Kalvermarkt. Adri Duivesteijn had inmiddels al het politieke veld moeten ruimen vanwege de financiering van het stadhuis door een ruzie met wethouder en PvdA-partijgenoot Gerard van Otterloo. Ook hij redde het niet veel later ook niet. Adri Duivesteijn woont nu in Almere en ik vind hem ergens wel de verloren zoon van Den Haag. Er mag ooit nog eens een groot Haags plein naar hem vernoemd worden, of vernoem ooit nog eens het Atrium in het stadhuis naar deze stadsvernieuwer.

Maar voordat er gebouwd kon worden, zorgde woninginrichter Hulshoff nog voor de nodige vertraging omdat ze niet akkoord gingen met hun plek in de nieuwbouw. Toen alles al was afgebroken stond de winkel van Hulshoff nog een tijd als enige gebouw recht overeind, de gebouwen van Lummus op de Kalvermarkt waren al verdwenen, net als café Van Beek, dat later ook zou terugkeren. Maar uiteindelijk ging Hulshoff overstag en kon er gebouwd worden.

En ik was er die middag bij toen de eerste paal de grond in werd gedreven, geschroefd, door het startsein van burgemeester Ad Havermans. Ik zou er een stukje over schrijven voor het uitgaansblad Doen en ik was er met fotograaf Eelco Jongma. Er was een muziekkorps en ik herinner me vooral dat de hele omvang van het toekomstige gebouw die dag en avond werd aangegeven met spectaculaire laserlichten; ja, het zou heel groot worden. Later verscheen mijn stukje met een foto erbij van Havermans met een bouwhelm op en met zijn rechterarm gestrekt vooruit alsof hij de hitlergroet bracht. Hoofdredacteur Robert-Jan Rueb had deze foto bewust uitgekozen als gebbetje met een passend onderschrift.

En zo duurde de bouw daarna nog vijf jaar en ontvingen het bouwbedrijf Wilma en het ABP samen 125 miljoen euro (niet gek duur denk ik dan nu) van de gemeente voor het realiseren van 131.000 vierkante meter vloeroppervlak. En toen was het stadhuis zonder noemenswaardige tegenslagen eind 1995 klaar.

Het stadhuis werd op 9 september 1995 door koningin Beatrix geopend. Ik was daar niet bij, maar ik ben toen wel naar een van de speciale theatervoorstellingen van Julius Ceasar van Shakespeare geweest in het Atrium. Een groots opgezet en feestelijk spektakel van het Nationaal Toneel met een kleurrijk lichtspel en echte paarden in een regie van Johan Doesburg.

In de periode daarna heb ik af en toe een kijkje genomen in het grote complex en ik vond het een mooi, open en licht stadhuis, maar ik was geen fan van het hele Spuiforum met het kale voorplein (met een water- en licht-kunstwerk van Peter Struycken dat zelden werkte) met de Dr. Anton Philipszaal en het Lucent Danstheater, de drukke rijweg en trambaan, en met aan de overkant het in mijn ogen kille Spuitheater, Haags Filmhuis, Kijkhuis en Stroom.

En dan zat er aan het stadhuis de nieuwe, grote bibliotheek vast, ook het gemeentearchief was er ondergebracht, er zaten commerciële kantoren en wat horeca in, maar het hele gebied wilde naar mijn idee niet tot leven komen en bruisen. Misschien gaat dat met de volgende nieuwbouw van de Vuurkorf en herinrichting wel gebeuren. Later kreeg het stadhuis de bijnaam het IJspaleis, een niet al te vriendelijke benaming, maar ja, Den Haag vond ik ergens ook een stad die nooit helemaal echt heeft willen ontdooien. Het ontbreekt Den Haag aan warmte, behalve op een zomerse dag.

Maar eind 1995 stond het nieuws stadhuis er dus en zaten de meeste gemeentelijke diensten, die daarvoor verspreid waren over de hele stad, en de raadszaal nu bij elkaar onder één dak en had het stadhuis het grootste atrium van Nederland. Ik kwam er ook wel voor wat burgerzaken en ik bezocht een paar keer de bibliotheek, zonder lid te worden. In die beginjaren kon je er ook gratis internetten. Ik ging daar wel kijken of ik andere internetliefhebbers zou kunnen ontmoeten, maar het was er altijd alleen maar heel druk met mensen die alleen maar aan het internet-chatten waren. En dan was er nog het nieuwe Hulshoff en beneden bij de ingang zat een soort van koffietentje waar ik een paar maal ben gaan zitten, ik vond het er te ongezellig.

En zo was ik in die jaren bezig met allerlei baantjes via uitzendbureaus en soms moest ik tussen twee jobs in een beroep doen op de bijstand. Was goed te doen met een hoop vrijheid. En toen ineens kon ik er via een uitzendbureau gaan werken, op het stadhuis, nota bene op de afdeling van de bijstand. Gelijk gedaan en ik heb er een paar maanden van allerlei werk gedaan, vooral ook dossiers van vluchtelingenkinderen doorlichten op financiële regelingen en uitkeringen. Best aardig werk en er werd door het afdelingshoofd aan me getrokken om vooral te blijven en door te stromen naar een vaste baan. Ik moest er eerlijk gezegd niet aan denken, maar het baantje bood wel alle gelegenheid om het hele stadhuis van binnenuit te verkennen. En dat heb ik ook ruimschoots gedaan. Maar veel bijzonders valt daar ook niet over te schrijven. Ja, een prachtig uitzicht over de stad op de hoogste verdieping en ik herinner me nog hoe eng ik de hoge loopbruggen onder het dak van het Atrium vond. Ik werd daar helemaal duizelig van en later nam ik liever een omweg binnendoor. Gelukkig ben ik er niet lang gebleven en kon ik na een paar maanden bij de grote uitgeverij Ten Hagen & Stam gaan werken in de Plaspoelpolder, maar ik vond het wel geestig dat ik als vrijbuiter een keer voor de gemeente op het stadhuis had gewerkt. En wat een ambtenaren zeg. De vaste medewerkers waar ik mee samenwerkte hadden geen hoge pet op van de burgers en lieten zich ronduit discriminerend uit over allochtonen. Beschamend, maar ik zei nergens wat van.

En toen kwam niet veel later het moment naderbij dat ik voorgoed uit Den Haag zou vertrekken en zou emigreren naar de hoofdstad. Je laat dan na bijna veertig jaar toch wat achter in je geboortestad, vooral veel herinneringen, zoals die aan de Haagse stadhuizen. maar je moet juist ook niet bang zijn om nieuwe avonturen in de wereld op te zoeken. En dat heb ik gedaan.

De mazzel!

Moby Dirk, voor Haagspraak.

(Amsterdam – Den Haag 1960)

De Jongenskamer – www.dejongenskamer.nl

Dank aan het electoraat

Graag wil ik het Haagse electoraat bedanken voor het in mij gestelde vertrouwen bij de afgelopen burgemeestersverkiezing. U bent massaal opgekomen om uw steun te betuigen, wat resulteerde in een mooie verkiezingsuitslag. Bij het bestuderen van de cijfers vanochtend viel mij op dat ik slechts één stem minder haalde dan zittend wethouder Joris Wijsmuller. Het verheugt mij dat u mij evenveel stemmen gunde als politieke ikonen Erica Terpstra en Pieter Omtzigt.

Dank aan het electoraat
Toch nog een borrel op de mooie uitslag

Helaas zal hiermee het burgemeesterschap niet voor mij zijn en zal u, zeker nu u massaal Richard de Mos tot meest gewenste burgervader verkoos, nog een termijntje of vier, vijf moeten wachten op de Tour de France. Den Haag zal wellicht nooit een fietsstad worden …

In de tussentijd geef ik u de bemoedigende reacties vanuit mijn eigen campagneteam:

Edwin: “Ook mooi dat ‘ie bijna Joris versloeg.”
Niek: “En Jetta Kleinsma.”
Oenkenstein: “Hahaha, hij staat er gewoon tussen! Wel jammer dat een andere hond heeft gewonnen.”

Graag maak ik gebruik van de gelegenheid om mijn drie kiezers te bedanken: Guido, Theo en Edwin, jullie zijn van harte uitgenodigd voor een fotowandeling met mij in één van onze prachtige parken.

Woef.

Mededeling van de redactie: gezien het speciale karakter van dit artikel hebben wij de gebruikelijke disclaimer (‘Dit artikel is geschreven door een hond’ etc.) achterwege gelaten. Wij maken graag gebruik van de gelegenheid om onze columnist te bedanken met zijn mooie verkiezingsresultaat.

Mijmeren

Nee beste lezer, het verblijf in een Turks hotel voor intellectuelen was niet direct een verfrissende ervaring. Ik hield mij onledig met mijmeren over mijn jeugd.

Sinds mijn jongste jaren en in mijn oudste herinneringen was ik vroeger een speels kind die op een grasveldje in de box van het zonnetje kon genieten. In mijn beleving lachte ik naar iedereen die mij aankeek. In de toen nog strenge winters leerde mijn vader mij schaatsen op schaatsen die aan iedere kant twee ijzers onder hadden. Ik had hem namelijk laten zien hoe je op je voeten kon lopen met schaatsen onder, en doen alsof je schaats reed op  ijzer….. Daar trapte mijn vader niet in, waarna het vallen, en niet vooruit komen op die nare schaatsen mij deden beseffen dat ik hockey schaatsen moest hebben. Pas dan zou ik het leren. Vervuld van trots kon ik mijn vader eindelijk tonen hoe goed ik was geworden. Helaas, het was nog niet genoeg. Zo heb ik geoefend en geoefend tot ik dwars kon stoppen, en mijn vader even ijs  zou laten eten, terwijl ik vlak voor hem net op tijd een rem actie in zette.

mijmeren
Foto: Albert Lemming

Ik zie dat je het nu kan, zei hij. Maar ik heb liever dat je je best doet op school…..

Mijn vader werkte hard. Eerst in de tuin van zijn vader op de Leyweg, tegenover het woonwagenkamp zoals dit vroeger genoemd werd. Vervolgens ging hij werken in het slachthuis, waarover later meer. Begin jaren 60 hing er een straatnaambordje met de tekst: Guntersteinweg (dichteres) Heel vaak heb ik anderen uit moeten leggen dat het niet de Goentersteinweg is (auf Deutsch) maar de Guntersteinweg. Naar Gunterstein de dichteres waar ik nog nooit van gehoord had. Nu hangt dit bordje er niet meer, en beschouw ik het als een destijds gemaakt foutje van een goedwillende ambtenaar. Het was denk ook lastig in die tijd. Aagje Dekenlaan, Betje Wolffstraat, …… Jan, wie of wat is toch Gunterstein? Weet ik niet, volgens mij een dichteres. O.k. Bedankt, en zo geschiedde. In het slootje recht tegenover ons huis zat ik vaak te vissen. Jawel, toen zwommen ze nog in prachtig helder, en schoon water. Ik ving vooral grondelingen, baarsjes, en ruisvoorns.
Maar de leukste beestjes die ik zag waren toch wel de salamanders en de  ijsvogel.

Eén keer ving ik op de Geysterenweg een zeelt, echter de Erasmusweg was altijd de mooiste vis stek. Er was veel plek om te vissen, en het water was zo helder dat je de vissen onder het witte bruggetje door kon zien zwemmen. Altijd een prachtig gezicht, onderweg naar school. Ik vond het altijd stoer om er overheen te fietsen, echter, dan moest ik er wel zeker van zijn dat oom agent je niet aan de andere kant van het bruggetje stond op te wachten.

Eenmaal terug uit school ging ik het liefste vissen in de karperkweekvijver. Daar mocht je niet vissen, want anders had je kans dat je werd gepakt door “tomaatje” de boswachter. Wanneer hij je snapte, was je je hengel kwijt. Zijn bijnaam dankte hij aan de kleur van zijn hoofd wanneer hij je ontdekte aan de andere kant van de vijver. Briesend stapte hij dan op zijn fiets, terwijl wij er als een haas vandoor gingen, en ons meestal gewoon even verstopten, om later vrolijk verder te vissen, verscholen in het riet. Mijn eerste kleuterschool bevond zich op het Westhovenplein op nog geen 5 minuten lopen van mijn huis. Hier leerde ik Jerry kennen die op latere leeftijd vuurwerk verkocht vanuit zijn kelder. Ik moet nog ergens een foto hebben waarin we beiden in ongemakkelijke houding in het klimrek hingen. Later begon Jerry een bekende vuurwerkwinkel op de Zuiderparklaan. Nu voor de hobby, aangezien hij een vuurwerkfabriek heeft…..of had. Dat weet ik even niet meer. Ook leerde ik Jan Vrolijk op de kleuterschool kennen. Hij sprak het grasmaaier consequent uit als gasmaaiuh. Ik herinner me dat ik dit zo leuk vond, dat ik ook dit soort Haags wilde leren spreken, hetgeen thuis niet altijd in goede aarde viel. Voor zover ik weet is hij nog steeds als drummer actief in het Haagse.

Nee, de herinneringen aan mijn jeugd doen mij nog steeds glimlachen.

Tommy van Beek, burgemeester van Den Haag

Dit item is geschreven door een hond. De redactie is niet aansprakelijk voor grove inhoudelijke tekortkomingen en eventuele megalomane ideeën.

Tot mijn grote vreugde zag ik dat Omroep West een voorsprong heeft genomen op een bestuurbare en democratische stad: in een poll vraagt de regionale omroep aan Hagenezen om hun favoriete kandidaat te presenteren. Hiervoor stel ik mij graag beschikbaar:

 

tommy-van-beek

Tommy van Beek, burgemeester van Den Haag

Dat staat goed toch? Aan u, mijn electoraat, beloof ik het volgende:

Ik zal zorgen voor een groene, diervriendelijke stad waarin het kappen van bomen uit den boze is. Ook zal er volop ruimte zijn voor fietsen. Als burgemeester zal ik mij verder inspannen om gedurende mijn ambtsperiode zowel het WK Wielrennen als de Tour de France naar onze prachtige stad te halen.

Op deze pagina kan u aangeven dat u mij als kandidaat wilt:
http://www.omroepwest.nl/nieuws/3261161/Wie-wordt-de-volgende-burgemeester-van-Den-Haag-Jij-mag-stemmen

Ik geef alvast een voorzetje:

De beste kandidaat voor de burgemeestersfunctie van Den Haag is:
Tommy van Beek

Deze kandidaat is mijn favoriet, omdat:
Tommy staat voor meer wijkgroen, een einde aan de bomenkap en een fietsvriendelijke stad. Als wielerliefhebber beschikt Tommy over een jarenlange bustuurlijke ervaring. Hij zal zich dan ook inspannen om de komende jaren een Tourstart in onze prachtige hofstad te realiseren. Tommy is scherp als columnist en zal dat ook zijn als burgemeester. Hij neemt geen blad voor zijn mond.

Woef.