
Maandag
laat mij
het is maandag
ik zie jou niet
ik ken jou niet
eerst koffie
dan kijk ik
ik ben wakker
maar jij
raakt mij niet
ik geeuw ik schreeuw
ik lazer
de pennen en de muis
van de PC van tafel
het is maandag
dat gebeurt wel vaker
fictie, korte verhalen, poëzie.

laat mij
het is maandag
ik zie jou niet
ik ken jou niet
eerst koffie
dan kijk ik
ik ben wakker
maar jij
raakt mij niet
ik geeuw ik schreeuw
ik lazer
de pennen en de muis
van de PC van tafel
het is maandag
dat gebeurt wel vaker
“Je leeft naakt, in een pot vol insecten”
– Ester Naomi Perquin
Het thema van Poëzie aan de waterkant 2013 was ‘Poetry in Fashion’. Dichters en modeontwerpers lieten zich inspireren door ‘De nieuwe kleren van de keizer’, hiervoor werden speciaal teksten en kledingstukken ontworpen. Aangezien de zomer op 31 augustus toch echt op zijn einde liep, mocht dit gerust ambitieus genoemd worden. Je weet immers nooit of de waterkant zich in Nederland tot de achtergrond beperkt of op het laatste moment besluit toch van boven zijn entree te maken.

De financiëring werd dit jaar op innovatieve, moderne, crisisbestendige etc., wijze gedaan: met behulp van crowdfunding, waarbij Fonds1818 ook nog een bijdrage leverde. Iets minder aandacht hiervoor in de presentatie had ik persoonlijk wat leuker gevonden. De weergoden moeten hetzelfde gedacht hebben, want het schoolbord waar de visitekaartjes van een sponsor op lagen, werd gedurende de middag zeven maal omgeblazen.

De poëzie maakte dan weer veel goed. Naast de deelnemers aan het speciale themaevenement waren er vooral jonge dichters en singer-songwriters te horen. Het was ook weer amusant om het verschil op te merken tussen die dichters die zich als een echte podiumtijger ontpopten en diegenen die op archetypische wijze met papiertjes bleven frommelen, wat ook wel zijn charme heeft. Beide categorieën bleken ongeveer evenredig vertegenwoordigd te zijn. Met een bak thee erbij en zittend aan een tafeltje of eenvoudig in het gras liggend was het zo een uitstekende culturele middag.
Organisatoren Diann van Faassen en Harry Zevenbergen van het Haags dichtersgilde kunnen tevreden zijn. Ik kijk alweer uit naar de editie van volgend jaar.
GELEENSTRAAT, ZIJ STROMEN,
zij schilderen hier in de virginale kerstmisnacht
en zien hoe breed een bruid kan zetelen om zich telkenmale
te boorden met de lichten van de lust. Van hier bewaak ik
uw zestien smalle ramen, uw knap ondergoed,
de opgepakte jongsten verglazen hun lippen tot een kus.
Ik dank u dan ik niet ben gelijk hem die de vrouwen
naloopt, die zich altijd tussen het vlees in droomt,
die vreemd van drift en scheel van zaad
door de straten banjert. Ik heb geleerd
hoe op u beurend in te spreken.
Probeer uw stem in de bordeeltaal te verheffen,
dan ketst het op de keien. Wees een kiepkar
die zijn lading klinkers weg laat glijden.
Hoor de klanten consonanten smoren, in de peuken
brandend sissen, afgebeten, uitgespet.
Zorg dat u slipvrij zit.
Ik schenk u rijgbottines, behoed u
voor de positie die plat in de plassen ligt;
versier het zwart en nette van de straat
met gitgalon in uw Braziliaanse stijl.
Waak over uw moorddadig hart,
want in uw borst zijn kelders waarin
verholen vrouwen en precisie-instrumenten
kraken de kranen van herinnering.
Laat mij uw wensen en uw dorsten registreren,
ik verzorg de wederopbouw van deze vergeten kern.
Ik knoop mijn das tot strop, koop
voor de feesten in, zet de boom in top.
Tomas Lieske

Ik zal u uitleggen
waarom het zo fijn is
om een aap te zijn:
Als ik zometeen
Hamlet heb uitgetikt,
zonder mijn vingers
van het toetsenbord
te halen, zal u denken
dat ik geniaal ben.
Ik ben dan nog
steeds een aap.