Campagne van de Rijksoverheid tegen clichées

De Rijksoverheid voert campagnes om burgers te informeren of om een beroep op hen te doen om bij te dragen aan een actueel probleem. Een voorbeeld van zo’n campagne is ‘Nederland zegt Nee tegen clichées’ , waarin mensen worden aangemoedigd om elkaar aan te spreken op versleten taalgebruik.
kijkwijzer

clichées
woorden om snel te vergeten

als ik jouw mond
aftape

vingers glijden
over je kin
je nek
n a a r  b e n e d e n

herhaal
na mij

ik zal je geen pijn doen
geen centje
pijn
als ik je keel
d i c h t k n i j p

ik vraag het jou
nu heel v r i e n d e l i j k

nee
vergeef mij
vergeet dit
ik vraag je maar één ding:

Z e g  n é é  t e g e n  c l i c h é e s !

 

Sacha Kahn

HAAGGEDICHT

Regentes

BAD- EN ZWEMINRICHTING ‘DE REGENTES’

De badknecht had een oor
waar nog een North State
achter paste.

Hij hielp de tijd voort
op een klok
die niet echt liep

verbood
als ooit zijn club verloor
een naar het matglas opgalmende aria.

Weer in dat broeierige hokje.
Je vangt in tegels soms een glimp op
van jezelf, ontdekt

sporen van roest. Een nutteloze plug.
Met ribbelige vingers
wrik je hem eruit.

Schuim daalt langs haar rug.
Je volgt haar hand, de welving
van haar buik.

Vlug naderend geklos.
Dat godzijdank voorbijgaat.
Het kletteren van hengsels

later. Nog hoor je wel
in zinken emmers
het snel stijgen van water.

Cees van Hoore

ik schrijf mijn lijf

ik schrijf mijn lijf
verlies mijzelf
in schrift en tijd

wat blijft en schrijft
zijn twee dingen:

ik schrijf mijn lijf
in inkt en bytes

Een gedicht kan vele vormen aannemen. En in vele verschillende media worden vormgegeven. Het kan tegenwoordig een tekst zijn, traditioneel in inkt, modern, op een site of wordpress-blog, vlot en vluchtig, op twitter. Het kan gedragen worden op papier, op bits en bytes of op de trillingen van de lucht die wij geluid noemen. Het blijft een gedicht.

 

Sacha Kahn

HAAGGEDICHT

P1200815

LETTERKUNDIG MUSEUM IN DE JUFFROUW
IDASTRAAT

I

Beneden steeds de astmahoest van Gerrit Borgers
meer nicotine dan zuurstof leek het soms
wel gulle happer tijdens vergaderingen
in een literair modemagazijn

waarin maskers
van makers maar nooit lekker voorjaar
waarin grijze dossiers maar nooit popmuziek
en een leeszaal voor strafregels
over al die dode mevrouwen en mijnheren

drukwerk is oorzaak van bedruktheid
tenzij een flitsend lampje ontploft

A flirt met B in de studiezaal
wat kan Potgieter ons nou toch verdommen
jazeker, ogen en steelse lippen plegen
overspel in dit stoffige boudoir

II

vaste baan van 9 tot 5 maar
vaak spijbelde ik in het schaduwarchief
hongerig als een muis naar kaas.
het liefst opende ik de doos ‘Nescio’
sarcofaag vol cahiers en notitieboekjes.
de verwarming suisde. ik las:
‘een groot dichter zijn en dan vallen.
in de volheid der tijden.’ het jeukte in
mijn schedel van jaloezie en geluk.
alleen zijn met een dierbare dode
in een kelder van onze residentie.
ook Gerrit Achterberg liep hier in
doodvakantie, van Noordeinde via Gerzon
tot de Passage: Den Haag je tikt er tegen
en het zingt – voorbij de laatste stad

III

op zolder schreef ik
gedichten in de stoel van Couperus
illegale muze en illegale sigaret
onder hanebalken en het dakraam

zo komt de zon zonder dollen
naar binnen en tolt in je kop

IV

beneden nog altijd
vlijtig pennen van legale studenten
over ‘Awater’ en ‘Een winter aan zee’

de waanzinsonnetten van Willem Kloos
het verschoten behang van ‘De avonden’
en Vijftigers met tijgersnorren

tot de leeszaalcerberus tikt
het is tijd: lever in
kranteknipsels en hogere wijsheid

een draaiorgel jankt bij de Kneuterdijk
poëzie en proza worden ingeruild
de hoge toon zingt meteen
een toontje lager

O muze R.I.P. – na 5 uur verlaten.
mevrouw Aalbregt de werkster veegt
alle rommel aan en sluit fluitend de deur

Jaap Harten

HAAGGEDICHT

245548190_f007d8befd_z

HUIS VAN BEWARING

aan de pompstationsweg aan zee zowat
tikt ja trommelt ferry s. zijn schaduw op
de vingers want die klauwt uit de schemer
zelfs van een amechtig ademhalende zon

ik sta blank en boos en daverend als water
dat valt druipen op handen en voeten dromen
als arrestanten met ingekeerde gezichten af
naar dit gedicht een huis van b.

is al het lust aanpalende poëzie dan ook
hij die verzekerd in bewaring gesteld alweer
aan nieuwe buit denkt als straks de jacht
geopend is de maan vol en maten te over

wat à decharge er nog toe doet is tover
van een telkens misbruikte taal getoonzet
het kon niet anders als tureluur van trouw
ook nu in de cel stilte hem toetakelt nog

wat kan ik meer dan wachtlopen
aan de pompstationsweg aan zee zowat
met woorden die doen weten gewapend

Willem Bijsterbosch