Verhuis parlement naar BuZa

Geachte redactie,

Rob Perik van VNO-NCW (AD-HC 4-4-’13) lijkt me het prototype van een man met teveel geld en een tikkeltje te weinig verbeeldingskracht. Overheidsgebouwen die leeg komen te staan kunnen heel goed worden hergebruikt. Het pand van Buitenlandse Zaken, dat uiterst representatief is, kan geschikt worden gemaakt voor het Parlement en het ministerie van Algemene Zaken, eventueel aangevuld met een of meer adviesorganen van de Regering (SER, WRR), want het gebouw is nogal groot. Het Binnenhof kan worden omgevormd tot museum, een Nationaal Historisch Museum en/of het Huis voor de Democratie en Rechtsstaat. Veel objecten om de ruimtes in te richten zijn niet nodig, want veel zalen zijn al attracties opzichzelf en verbonden met de geschiedenis van Nederland: Treveszaal, Statenzaal, Eerste Kamer, werkkamer van de Stadhouder, Ridderzaal, Rolzaal, Balzaal; ze behoeven weinig of helemaal geen verdere invulling. Het huidige pand van BuZa hoeft dus niet te worden afgebroken, terwijl het pand van Algemene Zaken op de hoek van het Buitenhof over kan gaan naar Hotel Corona dat ernaast ligt. Het gebied tussen de ministeries van Landbouw en BuZa kan worden omgevormd tot een plein. Bovendien kan eens goed worden nagedacht over een betere ontwikkeling van het Hofplein onder de plenairezaal van het huidige Parlement, een belangrijk gebied in de binnenstad dat er nu als uitgestorven bij ligt.

Daarnaast is BuZa ontworpen als gezicht van Nederland naar het buitenland toe en niet om commercieel rendabel te zijn. Het gebouw zal dan ook weinig kans maken op de vastgoedmarkt. Sloop komt dan al gauw om de hoek kijken. De functie van Parlement is dus een uitstekende optie.

Kortom, het idee is goed voor de ruimtelijke en economische ontwikkeling van de stad en daarmee voor de werkgelegenheid (toerisme), goed voor de parlementariers die er meer werkruimte bij krijgen, goed voor Corona, goed voor de redding van een markant en kostbaar (!!) gebouw en goed voor het milieu, want onnodige sloop wordt voorkomen. Het idee is daarmee ook goed voor de portemonnee; we gooien tenslotte geen geld over de balk. En Den Haag krijgt er een topmuseum bij dat zich kan meten met de beste van Nederland. De stad wordt er een stuk minder saai door. Een beetje meer verbeeldingskracht kan soms wonderen doen…….

Marcel Matla

Verzekeraar frustreert artsen om aan de eed te voldoen

De hype rond de neuroloog Jansen Steur, kreeg in “1 Vandaag” een nieuw hoogtepunt. Aanvankelijk dacht ik dat ik hier met een goed stuk journalistiek werk had te maken, maar aan het slot werd de verwarring alleen maar groter gemaakt. Wat is het geval. De emeritus neuroloog Rien Vermeulen neemt het op voor Jansen Steur. Zijn betoog valt in twee delen uiteen. Namelijk dat het normaal is dat de diagnose voor 10% niet goed wordt vastgesteld door neurologen. Hier zit Jansen Steur ruim onder. En dat er soms moedwillig een verkeerde diagnose naar de verzekeraar gaat. Dit omdat de verzekeraar bepaalde dingen niet vergoedt terwijl de arts vaststelt dat die wel nodig zijn voor de patiënt. Deze verkeerde diagnose zorgt dan alsnog voor vergoeding. Vermeulen geeft daarbij het voorbeeld van het medicijn Exelon dat de verzekeraar niet wil vergoeden bij een beginnende dementie, terwijl de arts dit wil voorschrijven wegens gebleken grote geschiktheid bij beginnend dementerenden. Daarna geeft hij het concrete voorbeeld van een rolstoel, die een patiënt bij een complexe diagnose niet krijgt, terwijl de arts dit wel voorschrijft. Bij het stellen van de bekende diagnose ‘MS’, die dezelfde praktische gevolgen heeft voor de patiënt, blijkt dit dan vervolgens geen probleem. Dit is exact het punt waar het om draait. Het is de verzekeraar die hier op de stoel van de arts gaat zitten, waardoor de arts kronkelwegen moet zoeken om de patiënt te kunnen helpen en aan zijn eed te voldoen.

Hippocrates, foto: Adrian Clark

Al sinds de Griekse tijd leggen de artsen een eed de eerste vorm komt van Hippocrates. Tegenwoordig luidt de artseneed afkomstig van de KNMG en de VSNU van 2003 als volgt:

“Ik zweer/beloof dat ik de geneeskunst zo goed als ik kan zal uitoefenen ten dienste van mijn medemens. Ik zal zorgen voor zieken, gezondheid bevorderen en lijden verlichten.

Ik stel het belang van de patiënt voorop en eerbiedig zijn opvattingen. Ik zal aan de patiënt geen schade doen. Ik luister en zal hem goed inlichten. Ik zal geheim houden wat mij is toevertrouwd.

Ik zal de geneeskundige kennis van mijzelf en anderen bevorderen. Ik erken de grenzen van mijn mogelijkheden. Ik zal mij open en toetsbaar opstellen, en ik ken mijn verantwoordelijkheid voor de samenleving. Ik zal de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de gezondheidszorg bevorderen.

Ik maak geen misbruik van mijn medische kennis, ook niet onder druk. Ik zal zo het beroep van arts in ere houden.

Zo waarlijk helpe mij God almachtig

of

Dat beloof ik.”

Ik ben blij dat de arts de gezondheid van de patiënt, boven de goede resultaten voor de verzekeraar stelt.

Maar dan komt letselschadespecialist Yme Drost aan het woord. Hij maakt er een soepzooi van. Ziet of wil niet zien het verschil tussen moedwillige verkeerde diagnose ten nadele van de patiënt en de moedwillig verkeerde diagnose ten goede van de patiënt. Vervolgens komt hij met een niet concreet voorbeeld van orgaandonatie dat als een tang op een varken slaat. Misschien is het beter dat de heer Drost zich bezig gaat houden met letselschade dat is veroorzaakt door de verzekeraar als deze niet beantwoordt aan de voorschriften van de arts.

Teun Wolzak

Leidt het Russisch-Nederlands vriendschapsjaar schipbreuk?

Het vriendschapsjaar tussen Nederland en Rusland, dat al tijdens haar begin in januari een flinke deuk opliep met de dood van Russisch politiek vluchteling Alexander Dolmatov in Nederlandse vreemdelingendetentie, lijkt met de recente diplomatieke rellen in Den Haag en Moskou en de gevangenneming van de 30 opvarenden van Greenpeace’s ‘Arctic Sunrise’ helemaal schipbreuk te leiden.

Terwijl de vaderlandsche media de diplomatieke rel al een paar weken helemaal uitkauwen, blijven politici uit beide kampen krampachtig de goede relaties tussen Nederland en Rusland benadrukken.

Mocht dit vriendschapsjaar op 9 november met het bezoek van Koning Willem-Alexander nog veilig zijn Moskouse haven behalen, dan zal dit waarschijnlijk te danken zijn aan een een stevige sleepboot of een ouderwetse Hollandse bergingsdienst: een thuiskomst de herinnering aan Peter de Grote, godfather van zeevarend Rusland, onwaardig.

Nederlandse bloemen zijn nog altijd populair in Rusland, dat weten ze bij de Keukenhof ook. Foto: Will Bakker

Het is altijd leuk om zo’n politieke mediahype te testen aan de dagelijkse realiteit. Een leuke gelegenheid voor mij om eens rond te vragen in het Russische deel van mijn vriendenkring. Twee Russische vrienden wilden niet reageren. Twee anderen gaven hun mening:

Daria, 28, sales manager te Moskou, vindt de diplomatieke rel volkomen oninteressant: “Ik heb het item niet gevolgd in het nieuws. Wat andere mensen ervan vinden: geen idee. Waarschijnlijk zullen ze dit als de volgende farce zien, niet iets dat werkelijk belangrijk voor hen is.” Wat haar wel interesseert is ‘de belachelijke zaak van die Greenpeace-activisten, die nu al een maand opgesloten zitten.’

Maria, 36, chemisch ingenieur en moeder van 2 kinderen te München, geeft aanvankelijk aan geen mening te hebben, maar komt na een paar minuten praten met een duidelijke stellingname: “Het verdrag van Wenen is geschonden door de Nederlandse politie, dat is een ernstige zaak. Hier is het noodzakelijk om excuses aan te bieden.” Wel geeft ze aan dat het belangrijk is om de kinderen van de diplomaat te kunnen beschermen: “De mensen van de ambassade hadden echter meteen gecontacteerd moeten worden om dit op te lossen.” Hiermee lijkt ze de lijn te volgen van voormalig diplomaat Frans Thirion die eerder in een reactie op Haagspraak de correcte procedure voor het aanpakken van zware vergrijpen door diplomaten uiteenzette.

Maria, die het vriendschapsjaar een positief en goed idee vindt, ziet het diplomatieke incident vooral als een onderdeel van een geopolitiek spel tussen het Westen en Rusland, waarin het moeilijk te achterhalen is wat er precies gebeurt. “Russen voelen zich aangevallen en zien de diplomatieke rel als onderdeel van ‘een oorlog tegen hen’. Dit soort incidenten zorgen ervoor dat Putin zich in eigen land als een ‘good guy’ kan profileren.”

Daria daarentegen denkt dat het de Russen allemaal weinig uitmaakt: “Wij hebben andere problemen om ons druk over te maken.”

Een definitieve conclusie valt er voor mij op basis van deze gesprekken niet te trekken, of het moet het vervolg van mijn gesprek met Maria zijn: twee dagen later vraagt zij mij om het recept van een pompoentaart. Over de diplomatieke farce van het vriendschapsjaar hebben wij het al niet meer.

 
Edwin IJsman

Vreemd gekletter …

Om drie uur ’s nachts zit ik nog mijn ‘te late’ kopij bij te werken voor Ons Den Haag nummer 6 als ik buiten een geluid vóór op straat hoor van iets dat valt op het fietspad. Ik kijk naar beneden en zie tussen de lamellen door een beeldscherm liggen met nog wat spulletjes er omheen!?! Dat maak ík weer mee. Uiteraard ga ik kijken hoe dat daar terecht komt. Het is doodstil op straat en het miezert. Voor alle zekerheid kijk ik langs de gevelwand naar boven of de buren wellicht ruzie hadden met het systeem en het daarom maar uit het raam hebben gegooid. Niets van dit al. Nou ja zeg, je merkt toch dat er een modern plat Philips beeldscherm uit je fietstas valt? Of was het iemand (een dief) met een helm op een scooter? Die komt niet meer terug. Dus ik pak het ding op en laat het aan Lida zien die met een jetlag nog wakker is en er meteen het hare van denkt. Wat moet je ermee? En wat heb jij eraan om het naar binnen mee te nemen?
Dat is nou het praktische van vrouwen. Zij komt altijd met een ander gezichtspunt op de proppen, of ben ik dat? Inderdaad, laat ik het maar weer terugleggen. Maar dan niet midden op het fietspad maar netjes langs de kant, alsof het voor het grofvuil bestemd is. Ja, want als ik het neer ga leggen zoals ik het gevonden heb, mocht iemand mij zien, dan moet dat een heel vreemd gezicht zijn.

De hele dag heeft het scherm, met losse voet en aansluiting, keurig naast het fietspad gelegen. Ik wilde er nog een opname van maken zoals ik het aantrof deze nacht, maar vond dat ook niet zo slim. Ik moest er gewoon niets mee te maken hebben. Anders kreeg ik nog een bekeuring ook.

Zover ik kon zien, keek elke voorbijganger, gehaast of niet, even naar dat ding. En aan het einde van de dag was ie opeens weg. En niet door de ophaaldienst van het grof vuil.

20131016-165923.jpg

de stapels folders die inmiddels ook al eens verplaatst zijn geweest …

Maar dan toch even een plaatje, maar dan van weer een ander raadsel. Dat van de niet opgehaalde te verspreiden folders die al een route van de grond naar een kozijn hebben meegemaakt toen de straat er onder werd opengebroken. De stapels werden daarna weer keurig op straat gelegd …

Maakhaven: kaalslag of karakter?

s-maakhaven3

10 Jaar geleden trok een groep kunstenaars tijdelijk in een oude fabriekshal aan de 1e Lulofdwarsstraat, in een deel van het Laakhavengebied waar de vergane glorie van het industriële verleden wel heel zichtbaar is: sinds mensenheugenis niet onderhouden loodsen in een openbare ruimte waar geen stoeptegel nog recht lag.

Deze groep kunstenaars kreeg een tijdelijk huurcontract, dat met telkens een half jaar verlengd zou worden. De verwachting was dat ze er wel een jaartje, misschien iets langer, zouden kunnen blijven. Dankzij kunstenaarsvereniging Stroom kon de huurprijs laag gehouden worden. De projecthal kreeg een nieuwe naam: Maakhaven.

Het sheddak van het gebouw aan de 1e Lulofdwarsstraat. Foto: Thijs Koppelman
Het sheddak van het gebouw aan de 1e Lulofdwarsstraat. Foto: Thijs Koppelman

De gemeente: ontwikkeling zonder visie

Inmiddels zijn we 10 jaar verder en ligt een groot deel van het Laakhavengebied er nog net zo bij als voorheen. Dichterbij Station Hollandsch Spoor is de herontwikkeling al wel duidelijk doorgezet met woningen en kantoren. Maar voor dit deel van Den Haag wist de gemeente duidelijk niet wat zij moest doen: zo ongeveer elk jaar verschijnt er een nieuwe ‘ontwikkelingsvisie’. Het laatste idee bestaat uit het vrijgeven van het terrein in kavels voor een vorm van ‘vrije sector’-woningbouw. Hoe de gemeente dit gebied achter het spoor, naast het industriële verleden bekend dankzij de voormalige tippelzone aan de Waldorpstraat, aantrekkelijk wil maken voor woningbezitters blijft een raadsel.

laakhaven
De meest recente kleurplaat van de gemeente voor het Laakhavengebied

Een geschiedenis van productie

Ondertussen werkten de kunstenaars in het pand aan de 1e Lulofdwarsstraat nijverig door. In de 10 jaar hebben zij inmiddels een hechte gemeenschap opgebouwd, weet voorzitter Denis Oudendijk te melden. “Het zou jammer zijn als deze groep allemaal verloren ging.” Het pand, met zijn grote centrale hal, stelde hen ondertussen in staat om grote objecten te maken, die wij de afgelopen jaren konden terugzien in de vijver van het Gemeentemuseum, op Oerol, bij Robodock en op vele andere terreinen en festivals. Ook voor de filmindustrie werd er nuttig werk geleverd: in het gebouw werd een zombie-slashermovie opgenomen. Ook voorzag het in de tijdelijke opslag van materialen voor de film ‘Sonny Boy’.

Een uniek dak

Daarmee plaatsten de kunstenaars zichzelf in de lange industriele traditie van het Laakhavengebied. Het pand waarin zij nu zitten werd ooit in 1929 door Shell gebouwd. Zij gebruikten het voor onderhoud van wagens en benzinepompen. Het was en is een bijzonder pand: gesteund door slechts 3 kolommen heeft het nog altijd het grootste sheddak in Den Haag. Een dak dat zelfs nog in oorspronkelijke staat is.

s-maakhaven
Een beeld uit het roemruchte verleden van het gebouw. Het sheddak, oftewel zaagtanddak, verschaft de hal indirect zonlicht vanuit het noorden, dit was ideaal voor industriele toepassingen.

De kunstenaars van Maakhaven maken zich niet alleen zorgen om het voortbestaan van hun initiatief. Zij hopen ook vooral dat de gemeente de historische waarde van dit stuk industrieel erfgoed inziet. Een schetsontwerp dat architect Andries Micke afgelopen vrijdag liet zien in een presentatie van Maakhaven illustreerde dat: door de ideeën van de gemeente voor een woontoren te combineren met het historische gebouw, worden cultuurhistorische waarden benut voor de gebiedsontwikkeling: Karakter in plaats van kaalslag. Welke zichzelf respecterende grote stad wil dat nou niet?

Edwin IJsman