Op de beëdiging van ons nieuwe kabinet

Politici

U kijkt naar shows op TV en u kiest,
denkt niet na, let niet op hun daden.
Wij zijn het, het volk, dat verliest.
U stelt mij teleur, dat kan u raden.

Ik zal u geen adviezen meer geven,
want al die heren, op hun instinct,
zij liegen en stelen bij 't leven
van een land dat steeds dieper verzinkt

onder hun lachen, vilein en bekakt.
Voor echt beleid, denk na en blijf
dicht bij uzelf, uw verstand en uw lijf.

Voor uw leven, denk na, strak en exact.
Voor al uw joghurt, pudding en kwark:
bel met Diederik, Edith of Mark!

Dit was even ‘Quick and dirty’ opgepend, maar vuiler dan de realiteit?
Dat lukt mij niet.

 

Dans la maison

Een van de openingsscènes van deze film bestaat uit een breedbeeld mozaïek waarin alle geüniformeerde leerlingen van een lyceum in willekeurige samenstelling in een flits voorbijkomen. Het mozaïek bevat steeds minder leerlingen, het beeld wordt steeds trager en de foto’s steeds groter, totdat er uiteindelijk slechts twee overblijven die – zo blijkt weldra – de hoofdpersonen zullen worden, naast de twee echtparen die de verbinding tussen beide leerlingen vormen.

Claude, een intelligente jongen van 16,  leeft alleen met zijn invalide vader. Zijn moeder is er vandoor gegaan toen hij negen was. Claude is een dromer. Zit soms op een bankje van een parkje dat omringd wordt door hele mooie huizen. Hij fantaseert hoe het zou zijn om als lid van zo’n familie in zo’n mooi huis te wonen. In zijn klas raakt hij bevriend met een jongen die in zo’n mooi huis woont. Toevallig is die jongen heel slecht in wiskunde en Claude juist heel goed. Ze besluiten om samen  huiswerk te maken. Op die manier dringt hij zichzelf zo’n mooi huis binnen. Hij schrijft hierover voor zijn leraar literatuur. Die raakt geboeid door goed geschreven enigszins voyeuristisch verhalen waarin Claude zijn huiswerkbezoeken beschrijft. “Wordt vervolgd” is steevast de slotzin.  Omdat zijn leraar schrijverstalenten vermoed geeft hij hem extra aandacht. Niet in het minst omdat hij, samen met zijn vrouw, benieuwd is naar het beloofde vervolg. Hoewel de opstellen uitsluitend bestemd zijn voor de leraar zelf laat hij ze ook aan zijn vrouw lezen en vraagt haar mening.
Het kinderloze echtpaar laat zich meeslepen door nieuwsgierigheid, puur voyeurisme zeg maar, uiteindelijk wordt dit hun ondergang.
Al met al krijgen we een mooi inkijkje in de privéwereld van het leraarsechtpaar, waarvan de vrouw een galerie heeft met moderne kunst die met opheffing bedreigd wordt. Ondanks de pornografische kunst die er op een bepaald moment staat tentoongesteld blijven kijkers en kopers weg. Deze tentoonstelling is haar strijd tegen de porno-industrie maar in feite zijn het gewoon opblaaspoppen uit een seksshop. Ook hangt er ergens een schilderij van penissen die met zijn vieren en hakenkruis vormen.  Als laatste redmiddel organiseert ze een tentoonstelling over moderne Chinese kunst. Stiekem heeft ze voor de vernissage ook de ouders van de vriend van Claude uitgenodigd, want over die mensen weet zij via de opstellen alles, ook intieme details, maar heeft ze nog nooit gezien en is nieuwsgierig.  De mening van de leraar over moderne kunst in het algemeen die hij gevraagd en ongevraagd ventileert is schitterend. Ik vermoed dat het ook de mening is van François Ozon, de regisseur.
Fictie en werkelijkheid lopen continu door elkaar. Is wat Claude schrijft de waarheid? Voice-overs verbinden fictie en werkelijkheid naadloos aan elkaar. De opstellen blijven komen en worden kritisch beoordeeld en soms zien we scenes opnieuw gespeeld maar dan waarin de opmerkingen van de leraar met terugwerkende kracht zijn verwerkt.
De leraar maakt schema’s hoe je een goed boek moet schrijven, je zou het ook filmscripts kunnen noemen. Er is een hoofdpersoon die een ideaal heeft, dat is altijd de basis. Onderweg naar dat ideaal komt de hoofdpersoon allerlei obstakels tegen die overwonnen moeten worden.
De ouders van zijn medeleerling zijn op hun manier ook een beetje sneu. De vader werkt hard terwijl zijn directeur er met de eer en de centen gaat strijken. (hij wordt later ook ontslagen). Zijn moeder studeerde binnenhuisarchitectuur maar is gestopt toen zij het kind kreeg. Later wil ze haar studie weer oppakken. Ze droomt nu van een nieuwe inrichting en verbouwing van haar huidige woning. Zo heeft iedereen zijn dromen.  De relatie tussen Claude en de moeder is af en toe een beetje broeierig. Ozon maakt gebruik van suggestieve symbolen, metaforen zo je wilt, zo laat hij de moeder, als ze samen met Claude, voor hun huis, op een bankje zit een appel eten. Nou dan weet je het wel.  Terwijl ook enige seksualiteit  gesuggereerd wordt tussen Claude en de galeriehoudster.  Claude weet op slinkse wijze ook het huis van zijn leraar binnen te dringen.
De galeriehoudster pakt op een bepaald moment haar koffers en vertrekt nadat haar man wordt ontslagen wegens fraude. Het hardwerkende echtpaar vertrekt naar China, want daar liggen goede toekomstkansen voor hardwerkende mensen.

Aan het einde van de film zitten Claude en zijn “professeur”, in de avondschemering, op een bankje van een “instituut” met uitzicht op een appartementsgebouw van circa 10 woningen breed,  en 4 lagen hoog waarin achter elk verlicht raam “dingen” gebeuren, mensen ruzie maken, elkaar liefhebben, verzorgd worden, feesten, verveeld naar de televisie liggen te hangen.  We zijn getuigen van een moord. Deze eind scene had voor mij véél langer mogen duren want er was nog zó veel te zien.
Elk “Maison” vertelt zijn eigen verhaal. De wereld zit vol mensen, vol dromen en vol verhalen.

zie filmhuis

de Stuyvesantstraat

Sinds een jaar, na lange omzwervingen in binnen- en buitenland woon ik weer in mijn geboortestreek. Vanaf mijn appartement tot aan de Stuyvesantstraat zijn maar een paar kilometer. Als ik dan ook op mijn e-bike naar het centrum fiets kan het niet laten om, meestal op de terugweg door mijn ouwe buurtje te fietsen. Mijn straat is tot een herontdekkingsreis geworden. Ik loop langs de huizen en herinner mij de namen van de bewoners. Rechts van ons portiek op de begane grond woonde een echtpaar. Zij was een flink gezette vrouw en stond vaak in het geopende raam en mompelde dan allerlei verwensingen naar haar man. Ze had een Duits accent en aan haar kin zaten meestal verschillende lange haren. Vanaf ons balkon aan de achterkant van ons huis zag je haar ook bezig in de tuin. Er kwam ook wel eens een dochter op bezoek, maar dat was dan ook de enige verandering die daar beneden plaats vondt.
Mijn jongere broer en ik werden naarmate de jaren vorderden de gelukkige bezitters van een fiets. Overdag stalden wij de fietsen tegen de pui van de beneden buurvrouw en ’s avonds duwden wij ze langs de portiekrand naar boven.
Dat stallen tegen de pui verliep vaak slordig en zo gebeurde het met grote regelmaat, dat een voor of achterwiel tegen de voordeur van de buurvrouw stond en de buurman niet fatsoenlijk met zijn kostuums (hij was coupeur) erin of eruit kon. Zo kon het op een dag gebeuren, dat terwijl ik van bovenaf toevalligerwijze uit het raam keek ik tot mijn grote verbazing net op tijd er getuige van was, dat de buurman met beide handen het frame van mijn dierbaar bezit vast pakte en resoluut een aantal meters verder aan de stoeprand deed belanden. Ik draaide van het raam weg en bracht in hevige verontwaardiging mijn vader, die achter zijn bureau zijn dagelijkse rapporten aan het schrijven was, op de hoogte van wat ik zojuist gezien had. Zonder wat te zeggen vloog mijn vader naar beneden ( ik er achteraan natuurlijk) sprong op mijn fiets en spoedde zich achter de eveneens fietsende buurman aan, die net aan het eind van de straat links het Stuyvesantplein op reed. Bij apotheker Reineker(ns) kreeg pa hem te pakken, hij trok buurman van zijn fiets, greep het frame stevig vast met beide handen en wierp het vervoermiddel met grote kracht van zich af. Met zijn handen aan stuur liepen wij, zonder dat hij verder sprak samen terug naar huis. Ik met een warm gevoel van binnen.

De apotheker is er nog steeds onder dezelfde naam en ook schuin daar tegenover kan je nog steeds een haring kopen. Een bollekie voor de kat kennen ze niet meer.

20121103-062529.jpg

Een Hagenaar in Rotterdam


Enige tijd geleden heeft Stichting “De Ooievaart” beslag weten te leggen op deze Hagenaar uit 1905. De Hagenaar dankt zijn naam aan het feit dat dit boottype speciaal is gebouwd om in de Haagse grachten onder de bruggen door te kunnen varen. De Wagenstraatbrug was de maatstaf van daar dat dit boottype een Hagenaar of Wagenbrugger werd genoemd.
Stichting De Ooievaart gaat dit oude schip zoveel mogelijk terugbrengen in originele staat. Dit scheepstype heeft de stenen vervoerd die nodig waren om het Vredespaleis te bouwen. Het schip voer tot aan het Piet Heinplein alwaar de stenen werden overgeladen op een paardenwagen. Zo werd de lading verder vervoerd richting bouwplaats. Het lege schip was te hoog om onder de diverse Haagse bruggen de terugreis te kunnen aanvangen. Het werd dan net zolang volgepompt met water tot het gewenste niveau bereikt was, zodat ze de diverse bruggen zonder problemen kon passeren. Later is het schip gebruikt om bouwmaterialen die nodig waren voor de snelle groei en uitbreidingen van Den Haag naar de diverse locaties te vervoeren.

De Hagenaar staat nu op de helling, is aan de onderkant schoongemaakt en doorgemeten. Te dunne plekken werden behandeld en bij één lek werd een metalen plaat opgelast. De onderkant moet daarna drie keer met een speciale coating behandeld worden. Een nieuwe motor wordt geïnstalleerd. Als alles goed gaat wordt de Hagenaar op 15 november weer terug gevaren naar de havensteiger aan het Zieken, waar ze verder afgebouwd en ingericht zal worden.

Lunchconcert

Het Residentie Orkest verzorgt regelmatig lunchconcerten waarbij het orkest repeteert voor het concert van het komende weekend. Dé gelegenheid om een kijkje in de keuken te nemen en te zien hoe elke dirigent een eigen aanpak heeft en hoe een toporkest functioneert.
Vanmiddag was ik er weer. Op het programma van aanstaand weekend staan werken voor orkest en cello van Berlioz, Saint-Saëns en Franck. Maar helaas, maar ook weer niet helemaal helaas, kregen we een stuk van Jacques Offenbach te horen. Jaques Offenbach? operette, can-can enzo. Ik zat niet echt te springen op mijn stoel.
We waren bevoorrecht vertelde de presentator. Vanmiddag zou een uniek optreden plaatsvinden want dit zou verder niet meer in Den Haag gespeeld ten gehore worden gebracht. We gingen luisteren naar Offenbach’s Grand Concerto, de concerto militaire met als solist de beroemde Franse cellist Jérôme Pernoo. Alles onder de leiding van een eveneens beroemde dirigent, de Amerikaan Andrew Grams.
Het eerste wat opviel toen ik de zaal in kwam was de opstelling van het orkest. Normaal gesproken staat de gouden harp altijd links op het toneel, dan de violen en rechts van de dirigent volgen dan de grotere vioolfamilieleden, oplopend in grootte tot aan de contrabassen toe. Vandaag stond alles in spiegelbeeld opgesteld. Na afloop vertelde een van de violistes ons (we waren met een paar bezoekers naar voren gelopen om hierover opheldering te vragen) dat deze opstelling de nadrukkelijk wens van de dirigent was omdat de klank van het orkest hierdoor beter zou zijn.
Muziek is in eerste instantie natuurlijk iets om naar te luisteren. Maar in dit geval was het ook een genot om naar te kijken. De cellist speelde virtuoos en ontspannen. Hij was als het ware één met zijn instrument, hij wàs de muziek die hij speelde. Het stuk zelf, typisch Frans met de nodige militaire paukenslagen en tromgeroffel, was verder vrolijk en opgewekt.
De lunchconcerten vinden meestal plaats op donderdag, duren niet langer dan een half uur (er zijn uitzonderingen) en zijn gratis toegankelijk.
Het volgende lunchconcert is op 29 november, 12.30 uur, dirigent Jun Märkl. Op het programma staan stukken van Dvorák en Prokofjev (maar voor hetzelfde geld krijg je wat anders te horen).