Monument voor een wethouder (2)

het fotomoment

Toen ik vanochtend wakker werd keek ik uit het raam en zeg een man of wat in een groepje voor de grote hoop aarde staan. Aan de kleding te beoordelen stond er één meneer tussen. Die meneer vormde het middelpunt. Hij mocht plaats nemen in de grondverzetmachine en toen werden er foto’s van hem gemaakt terwijl hij daarmee en beetje aan het spelen was. De fotograaf deed het met een minicompactcamera. Ik zag alleen aan de stand van zijn handen dat hij fotografeerde. Even verderop stond iemand langdurig met een mobiele telefoon aan zijn oor.

de auto met privé chauffeur

Toen kwam er een hele mooie auto aanrijden die half op de stoep parkeerde, deze auto bleek bestemd voor de meneer. Een meneer met eigen dienstauto met prive-chauffeur moet wel iets hoogs zijn. Misschien wel een wethouder. Ik vraag me af waarom een gezonde man (of vrouw) in zo’n positie voor dit soort fotomomentjes niet met zijn eigen auto of gewoon met de bus of per tram naar zo’n plek kan rijden, als zo’n persmomentje er überhaupt al moet komen.
Na een half uurtje kon de grondverzetmachinist eindelijk zijn werk hervatten. Ik vermoed dat De Posthoorn of de Loosduinse Krant wel met nieuws over dit project zullen komen. Ik hou u op de hoogte.

Wordt vervolgd.

Sint Nicolaas in Den Haag

Veldkamp wassen en stomen

Zondagmiddag liep ik op de Frederik Hendriklaan.
Op weg naar Paagman. Geert Mak zou komen om zijn boek “Reizen zonder John” te signeren.
Als Amerikaliefhebber wil je daar bij zijn. Het was stil op de laan. De zondagsrust was in dit deel van Den Haag nog geheel normaal. Ik passeerde Veldkamp, de wassalon van de het Statenkwartier. Een beroemde naam, die bij Sint Nicolaas niet onopgemerkt was gebleven. Onder een welkom aan de Sint hing de schone was voor de Pieten in de etalage te drogen. Sint wilde blijkbaar wel de schone, maar niet de vuile was buitenhangen en wist dat dat hier in goede handen was. Het leek alsof de Sint hier in de buurt moest zijn. Het enige wat ik zag was een oudere heer, die zich richting het kruispunt met de Prins Mauritslaan spoedde. De zaal hing aan de lippen van Geert Mak. Zoals iemand opmerkte, kwamen alleen de betere auteurs in aanmerking om bij Paagman te signeren. Het was een dubbelfeest, want de grens van 100.000 gedrukte boeken (exclusief audio en e readers) bleek te zijn doorbroken. De auteur kreeg van zijn uitgeefster een boek van marsepein van 1 kilo gemaakt door de meesterbakkers uit de Reinkenstraat. De zaal applaudisseerde, vooral iemand op de laatste rij. Ik keek op, daar zat de oudere heer die ik een uurtje geleden op de Fred zag.
We raakten aan de praat bij het wachten op het moment dat de auteur ons boek zou signeren. Hij roemde het feit dat de winkel die vertouwde Sint Nicolaassfeer ademde. Dat gevoel van verwachting, voor jong en oud. Dat was in Den Haag lang niet meer vanzelfsprekend zei hij. Ik vroeg waarom hem dat zo was opgevallen. Hij zei 11 maanden per jaar buitenslands te verblijven en van veraf zie je de dingen soms scherper dan van dichtbij. Hij bleek in Alicante te wonen de stad waarvan Sint Nicolaas beschermheilige is. Mijn ogen waren figuurlijk nog gesloten. Wij waren Spaans gaan spreken. Vreemd, nee hoor, op de handelsdagschool waarop ik zat was dat in de jaren 60 een normaal vak.
De tram van lijn 17 op weg naar het Centrum was gezellig vol. Mensen die zich verwachtingsvol opmaakten om cadeaus te gaan kopen. We stapten uit bij het Gouden Hoofd. Aan de kop van de Hoogstraat stond een Duits aandoend gebouwtje. Weihnachtsmarkt im Haag? In velden noch wegen was er verlichting te zien. Even verdop in de Passage hetzelfde liedje. Kaalheid troef. Natuurlijk Verwijs had uitgepakt met het boek van Sinterklaas voor deur. Dok Cookware en de
Bodyshop mochten er ook zijn, maar voor de rest, verder dan een enkele verwijzing naar het feest van 5 december kwam het niet. De man naast mij hield zijn pas in. Ik keek opzij, hij leek het te kwaad te hebben. Ik vroeg wat hem scheelde. Hij keek mij met betraande ogen aan ¿puedo presentarme? San Nicolas. Natuurlijk, hoe hadden mijn ogen zo blind kunnen zijn. Het was de Goedheiligman zelf. Het gaat niet eens om mijzelf zei hij. Maar ze laten al die duizenden kinderen en ouderen die op de kades van de Scheveningse haven stonden,in de kou staan. Waarom gaan al die mensen langs de route naar mij kijken? Omdat zij in mij geloven. Ik moet ineens aan een verscheiden volkszanger denken. Ze hebben er bij wijze bloed zweet en tranen voor over om mij te zien, maar hier in het hart van de stad van vrede en gerechtigheid lijkt dat niks te betekenen. Ik hoor al twee jaar dat de versiering van de Passage in het magazijn door wateroverlast verdronken is, weggegooid. Ja natuurlijk het is crisis, hoewel je daar op een zondagmiddag niet echt veel van merkt. Maar dan nog, hoe moeilijk was het geweest alle winkels a la Verwijs te versieren, een etalagewedstijd uit te schrijven. Voor mij begint Sint Nicolaas dit jaar inderdaad bij de HEMA zij hij. Een sterke reclametekst. Zijn ogen begonnen te fonkelen. Bij warenhuizen voel ik mij thuis zei de goedheiligman. VenD nog altijd de schatkamer van mij,Sint Nicolaas. En de Bijenkorf weet wat kinderen leuk vinden. Een Zwarte Piet die de hele zaak in de juiste stemming brengt. Ja zei hij, indachtig het liedje “Wie zoet is krijgt lekkers wie stout is de roe” heb ik mijn Pieten opdracht gegeven , de cadeautjes, die niet met de pakjesboot meekonden te kopen in straten en winkels, die mijn feest in ere houden.
We waren VenD doorgelopen en staken de Grote Marktstraat over. Bedankt zei de oude man. Het was goed samen te praten. Ik moet weer aan het werk. Ik ga me verkleden en bij de Bijenkorf op mijn troon zitten. Een kwartier later glipte ik even de winkel binnen. Hij zat daar in vol ornaat, hij straalde en hij niet alleen, ook de kinderen die met rode wangen voor hem zongen

Monument voor een wethouder (1)

De Terp

Den Haag heeft in het verleden een wethouder gekend die enorm populair was bij de bevolking. Hij heette Piet Vink, (PvdA) en was wethouder Jeugd, Sport en Recreatie.
Hij had veel aandacht voor opbouwwerk, buurthuizen, sportverenigingen en andere ‘leuke dingen voor de mensen’. Hij verscheen in die rol veelvuldig in de lokale kranten. In 1983 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en hij was ook een poosje locoburgemeester.
Bij zijn afscheid van de actieve politiek in 1986 werd hij ereburger van Den Haag. De gemeente schonk hem als dank o.a. een natuurmonument genaamd “De terp”.
Een stukje groen in de vorm van twee terrasvormige heuveltjes met een wandelpaadje ertussen. Dit “monument” zit ingeklemd tussen de Heliotrooplaan, Kijkduinsestraat en de Machiel Vrijenhoeklaan.
In het  begin moet het er heel goed hebben uitgezien met mooie plantjes en bloemen. Maar zo dicht aan zee heeft zoiets extra onderhoud nodig en dat kreeg het niet.
Het stukje groen werd verwaarloosd waardoor het verwilderde.
Toen het niet meer herkenbaar was als monument begon de gemeente plannen te ontwikkelen om dit “braakliggend” stukje grond een mooie bestemming te geven. In eerste instantie leek dit een uitstekende plek voor een benzinestation. Die is er gelukkig nooit gekomen, althans niet op deze plek. Daarna werd aan de onbebouwde kant van de Heliotrooplaan plannen ontwikkeld voor een rijtje mooie bungalows. In de eerste opzet zou het hele monument hieronder verdwijnen. Het plan werd gewijzigd en het monument bleef gespaard, er werden minder huizen gebouwd.

Een paar jaar terug werden we opgeschrikt door een ambitieus Masterplan voor Kijkduin en omgeving. Heel Kijkduin ging  sowieso tegen de vlakte, er moesten meer winkels, woningen en appartementsgebouwen komen want de ruimte binnen de stadsgrenzen moest beter benut worden.  Verdichting heette dat. Er kwam hoogbouw, tussen de puinduinen werd ruimte gereserveerd voor villa’s  en er stonden ook een aantal woontorens in het Masterplan ingetekend die geen hoogbouw mochten heten. Wethouder Norder had besloten dat hoogbouw pas gold als de hoogte meer dan 50 meter betrof. Daaronder heette het gestapelde laagbouw. De wet kent geen definitie van hoogbouw werd ons tijdens de presentatie in het Atlantic Hotel verteld dus was het aan de gemeente om zelf hiervoor normen te stellen.  Eén zo’n gestapeld laagbouwobject zou op de plaats van het monument gebouwd worden, dus precies voor mijn deur en mijn uitzicht.
Ik ben het eens gaan uitrekenen wat dat zou beteken. Een gemiddelde nieuwbouwwoning is 3 meter hoog. Voor 50 meter kom je dan ongeveer op 16 woonlagen, en dat heet dan volgens Norder gewoon laagbouw.
Ik heb hierover, toen dit actueel was, een stukje voor Hofstijl geschreven.
De hele buurt en de wijkvereniging is tegen het totale plan in actie gekomen waarna het plan zou worden aangepast. Gelukkig – in dit geval dan – kwam toen de crisis. Het geld was op, het Masterplan verdween in de ijskast… op naar de volgende hobbel.

Een aantal maanden geleden kreeg de buurt een werkbezoek van de wethouder, met gevolg, en men stelde vast dat het hoog tijd werd dat dit monument maar eens aangepakt moest worden want het was niet representatief voor de entree van Kijkduin als mondaine  badplaats. Maar omdat ik dacht dat het geld op was had ik verwacht dat dat “aanpakken” ook wel een langetermijndoelstelling zou worden. Maar nee, dat werd het niet. Afgelopen maandag kwam een grondverzetmachine de heuvels opgereden en begon met opknappen.  We weten niet wat de plannen zijn en hoe het monument er als nieuw visitekaartje voor de entree van Kijkduin er uit gaat zien.  De buurt is niet geïnformeerd.

Wordt vervolgd