5 Mei 2013, Den Haag viert de vrijheid. Achter hekwerken. Om binnen te komen moet je door een poortje, netjes achteraan sluiten in de rij. Aan de andere kant van het poortje staat dan een bewaker. Deze wil in je tas kijken. Meegenomen etenswaren moeten worden ingeleverd, drankjes mogen ook niet. Zelfs petflessen water zijn niet toegestaan. Een kennis van mij werd kwaad toen zijn vriendin gedwongen werd om een karton drinkwater leeg te kieperen in de container. Het moge duidelijk zijn: vrijheid vergt offers.
Eenmaal binnen blijkt al snel wat anno 2013 de belangrijkste ingrediënten van vrijheid zijn: patat, bier en muziek. Er dansen ook nog wat meiden op militaire voertuigen. Als je een beetje zoekt, kan je ergens rechtsaf voorbij een tent de kraampjes vinden van mensenrechtenorganiaties, non-profits en politieke partijen. Tussen de ergste herrie van de muziek door kan je hier af en toe zelfs een gesprek voeren met de mensen.
De kraamhouders van de NGO’s, zorgvuldig verstopt achter enkele kraampjes met handelswaar, zijn ook niet allemaal te spreken over de behandeling door de organisatie: vorig jaar konden ze op het Spuiplein nog ongedwongen en kostenloos staan. Hier kon een toevallige passant, met een inmiddels ook verboden hond aan de lijn, nog even informatie inwinnen. De afstand tot de muziek was groter en de vrijwilligers van de kraampjes werden niet gedwongen om de patat en hamburgers van de organisatie te kopen als ze iets te eten wilden hebben. Dat konden zij toen zelf nog meenemen.
Ik onderga het gebeuren gelaten. Vrijheid heeft immers weinig te betekenen voor een bevolking die niet bereid is om haar te bevechten. Op patat en bier zal dat niet lukken. Ik besluit dan ook om het Haagse concept van de vrijheid te saboteren: ik neem alleen gratis dingen aan en doe simpelweg datgene wat ik mij voorgenomen had. Ik maak mijn stapel uit te delen blaadjes op en wandel hierna het terrein af voor het avondeten, bij het pannekoekenhuis. Hier kan ik heerlijk met een biertje erbij op het terras genieten van het vrij rondlopend vrouwelijk schoon. Een aanzienlijke verbetering ten opzichte van het reservaat: daar waren geen zitplaatsen. Zitten in het stof van het Malieveld, dat door het overmatige verbruik is verworden tot een neoliberale vrijheidswoestijn, nee dank je, dat is geen optie.
Na de avondmaaltijd ga ik nog even een praatje maken met Inge, een fanatieke dame van de SP die zich, gewapend met scootmobiel, niet tegen laat houden door fysiek ongemak. Ook zij is kwaad: haar vriend mocht het terrein niet op. Hij had een hond bij zich. Naast ons is een bejaard echtpaar in discussie met een van de bewakers. Hij wil hen niet doorlaten bij de achteruitgang van het terrein, wat hun vermoeide benen aanzienlijk zou ontzien. Zij zullen 500 meter om moeten lopen.
Inge en ik schudden ons hoofd: wat een proletenorganisatie. Volgend jaar boycotten wij dit festival en gaan we lekker naar het strand. Genieten van onze vrijheid.
Ellert Haitjema heeft op uitnodiging van Heden vorig najaar drie maanden in het Cemeti Art House te Yogyakarta in Indonesië gewerkt. Een uitwisselingsprogramma, dat gestart is in 2006, heeft tot vandaag zo’n twintig Nederlandse kunstenaars in contact gebracht met de Indonesische cultuur.
Haitjema werkt met wat hij aantreft tijdens de reizen die hij maakt. Verrukt is hij over de bijna vanzelfsprekende inventiviteit die mensen aan de dag leggen. Als een plastic stoel bijvoorbeeld een poot verliest, dan vormt een paal van een verkeersbord misschien wel de nieuwe poot. Dat de stoel na deze operatie niet meer te verplaatsen is, is bijzaak. De functie van de stoel wordt in ieder geval behouden.
Gewapend met zijn fototoestel maakt hij snapshots van deze situaties. De snapshots vormen de basis van zijn werk. Terug in het atelier wordt met dit visuele schetsboek nieuwe beelden gemaakt.
De expositie kunt u bezichtingen van 3 mei tot en met 16 juni 2013.
De Reinkenstraat in Den Haag, is een straat in de wijk Duinoord met veel winkels en een aantal lunchrooms. Er is een grote diversiteit aan winkels en het is er vaak gezellig druk.
De straat heeft in de jongste geschiedenis een groot drama meegemaakt, wat niet zo bekend is. Amsterdam heeft het “Achterhuis” maar ook in de Reinkenstraat hebben wij een achterhuis.
Op nummer 19 woonde Mies Walbeehm. Zij bood, via het verzet, onderdak aan Joodse onderduikers. Het huis werd gebruikt als doorgangshuis voor Joden, die later elders werden ondergebracht. Er zaten soms wel 30 personen ondergedoken. In de nacht van 22 op 23 maart 1943 deed de SD, getipt door een verrader, een inval in de woning aan de Reinkenstraat. 24 Joden en Mies Walbeehm zijn toen uit het huis gehaald en afgevoerd.
De Joden werden afgevoerd naar kamp Sibibor, geen van allen overleefden dit kamp.
Mies Walbeehm werd eerst in de Scheveningse gevangenis opgesloten en later naar strafkamp Vucht overgebracht, als enige overleefde zij dit grote drama.
Sinds 2002 hangt er boven de ingang van nummer 19 een bronzen plaquette gemaakt naar een ontwerp van Loek Bos. Op de plaquette staat een spreuk van Jean Bartout: “De herinnering aan de doden is voor hen een tweede leven.”
Je moet echt zoeken om de plaquette te zien, omdat het in een donkere hoek hangt, maar als je eenmaal weet waar het zich bevindt, kun je niet meer door de Reinkenstraat lopen zonder er even naar te kijken. Elk jaar vind er een kleine plechtigheid plaats tijdens de jaarlijkse dodenherdenking op 4 mei.
Zo blijft de herinnering aan het Haagse achterhuis steeds levend.