Dillinger
had best een grote
gun-factor
maar uiteindelijk
is hij zelf
ook neergeschoten
fictie, korte verhalen, poëzie.
had best een grote
gun-factor
maar uiteindelijk
is hij zelf
ook neergeschoten
Het Koningsplein is sedert het begin van de wijk, eind 19e eeuw, meermalen van gedaante veranderd. Lange tijd stond er een standbeeld van een gestileerd paard. Waaide ooit om, en is later nog eens bij een gemeentelijke opslagplaats terug gezien. De buurt koos zich een nieuw beeld: de nar.
Op maandag 20 juli deed de poëzie bus het Koningsplein aan. Onder het motto De woordkunst komt naar je toe deze zomer! is voor de eerste keer de Poëziebus met aan boord vele Belgische en Nederlandse dichters een week op tournee langs 12 steden in Nederland en België.
De dichters aan boord van de Poëziebus vertegenwoordigen een dwarsdoorsnede van het poëzielandschap. Ze laten de diversiteit zien die er onder woordkunstenaars bestaat. Tot genoegen van de aanwezigen droegen ze ieder een paar gedichten voor, klassiek, light verse, rap-achtig. Allerhande thema’s en stijlen kwamen voorbij.
Maar ook de aanwezigen zelf werden aan het werk gezet. Resultaat een ode aan het Koningsplein, dat nu zijn eigen gedicht heeft.
En plein public
Ooit werd dit plein geplaagd door de penose
Bewoners gaven het een nieuwe smoel
En hebben met vereende kracht gekozen
Voor speelplaats, beeld, vrijmarkt en jeu de boules
Het plein, niet een rechthoek maar een ovaal
Het plein, doorspekt met buurtgevoel
Het plein, geen parkeergarage maar sociaal
Het plein, waar zouden we zijn zonder kindergejoel
Het park zocht zijn ridders
Gevallen op het plein
De wind had geen aanbidders
De nar zal koning zijn
Den Haag is een woestijn
De Joris een oase
Door kastanjes op het plein
Komt de draak nieuw leven blazen
De ridders van de straat zijn weggeblazen met het paard
In de plaats kwam burgerlijkheid en kattekwaad in ’t klein
De hofnar staat altijd met zijn lach paraat
Nu is ieder Koning op het plein!
(druk voor groter)
Wie dacht dat de etalage van Antiquariaat Collette in die aardige winkelstraat de Reinkenstraat een afspiegeling is van het interieur, heeft het mooi mis. De enthousiaste eigenaar Jogchum de Vries legt in het videoportret gemaakt in de Crea Cursus Film en Documentaire I van de UvA haarfijn uit hoe hij in 17 jaar tijd tot deze unieke opzet van zijn eldorado is gekomen.
De film bereikte mij door eerdere publicaties die wél van mijn hand waren over deze boekantiquair met zijn ongewone aanpak. Over zijn enthousiasme voor beroemde schrijvers en zijn gemis aan de wereld van de paardenrennen.
In een kleine zeven minuten toont hij werkelijk verbijsterende staaltjes van geheugentechniek en je kunt zien dat hij van die aandacht geniet. Alles is alfabetisch opgestapeld vervolgens per land onder meer Russisch, waar hij feilloos zo een boek van Dostojevski uithaalt.
Rommelig? Wie bepaalt dat? Wat is rommelig? Het lijkt alleen maar zo. Kijk en geniet!
Bron: cursus Crea cursus – UvA
De makers: Candice Alihusain, Rikkert Beek en Shirley Vasquez
N.a.v. dit stuk’ journalists died doing their job’ schreef ik ’t volgende gedicht ‘ Vastleggen’
Een vriendelijke dame heet mij welkom als ik aanschuif aan het verder lege tafeltje op de eerste verdieping: “Bent u de dichter van dienst? Of bent u de klant?”
Ik moet hier even over nadenken, zo had ik mijzelf nog nooit bezien. Ik schrijf gedichten, ja, dus ben ik dichter. Maar ik ben niet het lid van het Haags Dichtersgilde dat hier vandaag dichtersspreekuur houdt. En klant, nee, ik kom hier langs om even te buurten bij Harry Zevenbergen, die ik hier hoop te zien.
En dan nog: hebben dichters klanten? En zo ja, noemen we die klanten? Of misschien noemen wij ze cliënten? Een Amerikaanse architect waarvan ik de naam weer vergeten ben, schreef ooit ergens op dat enkel advocaten, prostituees en architecten hun klanten cliënten noemen. Misschien dat dit gebruik ook opgaat onder dichters. Ik besluit maar gewoon te gaan zitten en het aangeboden bakje koffie te accepteren.

Na enige minuten waarin ik de op tafel uitgestalde dichtbundels, ik herken er enkele, waaronder een boekje van Lucebert dat ik in Juni nog geleend had, moedwillig negeer en de dame ergens buiten mijn zicht op zoek gaat naar het telefoonnummer van ‘de dichter van dienst’ die nu toch wel lang op zich laat wachten, komt er dan toch een dichteres aangelopen.
Ze stelt zich voor als Milla Braat. Ik ken haar nog niet, maar dat zegt niets: dichters kunnen zich over het algemeen erg goed verstoppen, soms jarenlang. Dat weet ik uit eigen ervaring. Ik leg Milla dan ook uit dat ik mijzelf als dichter 18 jaar lang verborgen heb weten te houden, om uiteindelijk in mei 2013 voor het eerst eens op een podium te zijn gaan staan. Uit het simpele feit dat ik dit optreden overleefd heb leidt ik af dat mijn verborgen dichtersbestaan al die jaren misschien enigszins overdreven is geweest.
Bij andere dichters ligt dit duidelijk anders: ze vertonen zich niet op deze vrijdag. Pas op het moment dat de vriendelijke dame van de bieb de tafel begint op te ruimen dient zich een jongeman aan. Omdat hij nog slechter geschoren is dan ik leid ik uit zijn voorkomen af dat hij wellicht een dichter is.
Dat blijkt te kloppen. Sean Cornelisse, zoals de laatkomer blijkt te heten, presenteert zich in de stijl van ‘bezeten kunstenaar’ of ‘waanzinnige geleerde’. De dame van de bieb kijkt opgelucht op en onderbreekt haar opruimactiviteiten om het hele gezelschap nog een automatendrankje aan te bieden. We schakelen massaal over op warme chocolade.

Sean heeft een klein boekje meegenomen, met maar liefst 99 gedichten. Hij legt uit dat hij een jaar geleden begonnen is aan dit werk en dat het binnen enkele weken gedrukt zal worden.
Ovismen, zoals het boekje heet, blijkt een bijzonder experimenteel werk. Cornelisse is bij het vervaardigen van zijn 99 gedichten uitgegaan van een bijzonder proces, waarin hij fantasiewoorden door Google Translate naar het Nederlands heeft laten vertalen. Elk fantasiewoord, dat spontaan uit zijn onderbewuste is ontsproten, komt slechts een keer voor in het werk. Elke pagina bevat een gedicht in beide talen: de klanken van de fantasiewoorden, gevolgd door de Nederlandse vertaling.
Dit levert bijzondere, raadselachtige teksten op. En dat blijkt ook, want het werk zal binnen enkele weken in druk gaan, in een kleine oplage weliswaar, maar dat is een begin voor deze bundel van een bijzonder talent.
Na nog ruim een half uur gesproken te hebben met Sean, wordt de dichteres van dienst opgehaald door haar vriend. Ik besluit dat het onderhand ook etenstijd is en neem afscheid van beiden. Maar niet zonder Sean om zijn emailadres te vragen. Als zijn ‘Ovismen’ over enkele weken presentatieklaar is, wil ik er wel bij zijn. Indien mogelijk schaf ik dan meteen een eigen exemplaar van deze experimentele bundel aan.
Overige informatie:
Het dichtersspreekuur vindt iedere tweede vrijdag van de maan plaats in de Openbare Bibliotheek aan het Spui in Den Haag. Het is bedoeld voor dichters van alle niveaus, maar ook liedjesschrijvers en scholieren die een gedicht moeten analyseren voor een opdracht van hun docent Nederlands kunnen hier terecht. De vaste plek is een tafel in het zicht van de roltrap op de eerste verdieping.
De experimentele dichtbundel Ovismen van Sean Cornelisse komt binnenkort uit. Haagspraak zal hier hopelijk verslag van doen.