Het Plein

Het Plein is de plek bij uitstek om in Den Haag te demonstreren. Individueel of in grote groepen. Het demonstratiebeeld hoort bij onze stad en is zeer divers. Ook keurig georganiseerd. Ik was vandaag weer eens in het centrum en heb veel voorbij zien komen. ‘s-Ochtends was er een grote demonstratie van het FNV. Ik zal alleen oude grijze mannen die naar een socialistische protestzanger stonden te luisteren en sommigen aten soep uit een kartonnen doosje. Een beeld dat de huidige vakbeweging typeert.

Ook individueel zag ik het een en ander. Twee personen heb ik – met toestemming – gefotografeerd. Deze foto’s wil ik u graag hier graag laten zien.

Verborger achter het masker van Anonymus protesteert deze man (aan zijn stem te horen was het zeker een man) tegen de vele camera’s die op het publiek gericht staan. Er zouden volgens zijn tekst ook wat vaker camera’s op politici gericht moeten worden.

Anonymus in camouflageverpakking
Anonymus in camouflageverpakking

Sam Broersma presenteerde zijn boek, een compleet overzicht over wat hem is overkomen. Hij bewijst hierin dat hem onrecht is aangedaan door de Nederlandse Staat. In het filmpje legt hij uit wat er aan de hand is.
Je hoort vaak zeggen dat demonstreren onzin is omdat het toch niets uitmaakt. Maar is niets doen en zwijgen dan een serieuze optie?

Sam presenteert zijn nieuwe boek.
Sam presenteert zijn nieuwe boek.

“De Willem Oltmans van Zoutelande” zoals de journalist hem noemde, “Een Klokkeluider” vindt hij zelf.

IM Piet de Borst: De Lampenkoning van de Grote Markt

Piet de Borst met de Pindachinees
Een kunststof model van de pindachinees (rechts, zie inzet met historische foto) werd in de winkel van Piet de Borst (links) groots geëerd. Hopelijk wordt het beeld  ooit realiteit op de Grote Markt zelf, zoals de winkelier zo graag had gewild.(Foto Eduard Bekker)

Het bericht bereikte mij vanochtend via een advertentie in de ADHC: Piet de Borst, de markante winkelier van de Grote Markt is op 17 mei overleden.

Niet alleen van zijn uitgebreide lampenwinkel aan de Grote Markt was hij bekend, maar niet in het minst door de brede inzet voor zijn winkelomgeving.

Piet de Borst was een drukke man die liever praatte dan luisterde, maar het bleef niet bij woorden alleen. Niet bepaald.

Piet de Borst kun je rustig een uitzondering noemen in de Haagse Binnenstad. De meeste winkels in de binnenstad worden beheerd door managers van ver buiten de stad of zelfs ver buiten de provincie, die dit slechts enkele jaren doen en dus nooit echt thuis kunnen raken in Den Haag. Maar Piet de Borst dreef zijn nering vanuit een pand dat zijn eigendom. was. Dat maakte natuurlijk al bijna vanzelf, dat hij zich om zijn winkelomgeving bekommerde. Zo heeft hij in de Grote Marktstraat nog de weinige historische panden die daar nog stonden weten te redden uit de klauwen van de sloopgrage gemeente door ze domweg aan te kopen. De bezoekers van Café-Restaurant ‘Rootz’ zullen er nog dankbaar voor zijn.

Dat het overigens niet altijd ideaal was om midden in de binnenstad artikelen aan de mens te brengen spreekt voor zich, maar De sloopwoede na een voetbalwedstrijd, waarvan zijn winkelruit het slachtoffer werd, vatte hij laconiek op. Alsof hij geen boosheidsgen had.

Verder vond hij dat de hoefslag – de installatie waarmee paarden vroeger van hoeven werden voorzien – weer terug moest keren op de Grote Markt. Naar verluid zou hij het originele exemplaar bijna letterlijk uit de vuilcontainer van de gemeente hebben gevist, toen daar in de Grote Marktstraat geen plaats meer voor was.

Zijn neiging om het de wereld in orde te houden, hield echter niet op bij zijn winkel in aan de Grote Markt. Met zijn niet minder actieve echtgenote Nel voelde hij zich ook in zijn woonplaats Kwintsheul betrokken bij zijn omgeving.

Kumpulan Kwintsheul
Kumpulan van Familie de Borst ten bate van een weeshuis in Jakarta in Kwintsheul op 25 juni 2011.

Tijdens een kumpulan (een Indische bijeenkomst – zijn vrouw Nel is Indonesisch) heb ik even een rondje door hun achtertuin gemaakt: dat bleek een lieflijk bos te zijn geworden, omdat Piet vond dat er toch erg weinig bomen in het Westland waren te vinden.

Bos Kwintsheul
Het ‘Kwintsheulse Bos’ in de achtertuin van Piet de Borst.

Wat zijn winkel aan de Grote Markt betrof, vond hij het vorig jaar wel welletjes. In december sloot hij de tent. Contacten met de hogere politieke dieren schuwde hij niet en die werden dan ook regelmatig bij bijzonder gebeurtenissen in zijn zaak aangetroffen. CDA-er Maxime Verhagen vond hij bereid bij deze gelegenheid te speechen. (De ex-bewindsman haalde overigens Gambia met Zambia door elkaar, wat opmerkelijk is voor een voormalig Minister van Buitenlandse zaken). Zijn plan voor het plaatsen van een standbeeld van de vroeger zo bekende pinda-chinees was toen nog niet gerealiseerd, maar het beeld schijnt er inmiddels al wel te zijn.

Met al zijn inzet  was het dan ook terug dan ook terecht dat Piet de Borst onlangs nog op 14 januari door de VBM-businessclub tot ‘Ondernemer van 2013’ werd gekozen.

Mijn gedachten gaat uit naar zijn vrouw en kinderen, die deze energieke man, die nog vol toekomstplannen zat, beslist heel erg zullen missen.

Toegevoegd hieronder heb ik de speeches van zijn zoon Matthieu en dochter Adayanti op de uitvaart en de video-presentaties die daar werden vertoond.

> Het interview van Dennis Simonis vorig jaar naar aanleiding van het sluiten van de winkel op Den Haag Direct.

Haags Achterhuis

Haags Achterhuis Reinkenstraat nummer 19

De Reinkenstraat in Den Haag, is een straat in de wijk Duinoord met veel winkels en een aantal lunchrooms. Er is een grote diversiteit aan winkels en het is er vaak gezellig druk.

De straat heeft in de jongste geschiedenis een groot drama meegemaakt, wat niet zo bekend is. Amsterdam heeft het “Achterhuis” maar ook in de Reinkenstraat hebben wij een achterhuis.

Op nummer 19 woonde Mies Walbeehm. Zij bood, via het verzet, onderdak aan Joodse onderduikers. Het huis werd gebruikt als doorgangshuis voor Joden, die later elders werden ondergebracht. Er zaten soms wel 30 personen ondergedoken. In de nacht van 22 op 23 maart 1943 deed de SD, getipt door een verrader, een inval in de woning aan de Reinkenstraat. 24 Joden en Mies Walbeehm zijn toen uit het huis gehaald en afgevoerd.
De Joden werden afgevoerd naar kamp Sibibor, geen van allen overleefden dit kamp.
Mies Walbeehm werd eerst in de Scheveningse gevangenis opgesloten en later naar strafkamp Vucht overgebracht, als enige overleefde zij dit grote drama.

Sinds 2002 hangt er boven de ingang van nummer 19 een bronzen plaquette gemaakt naar een ontwerp van Loek Bos. Op de plaquette staat een spreuk van Jean Bartout: “De herinnering aan de doden is voor hen een tweede leven.”
Je moet echt zoeken om de plaquette te zien, omdat het in een donkere hoek hangt, maar als je eenmaal weet waar het zich bevindt, kun je niet meer door de Reinkenstraat lopen zonder er even naar te kijken. Elk jaar vind er een kleine plechtigheid plaats tijdens de jaarlijkse dodenherdenking op 4 mei.

Zo blijft de herinnering aan het Haagse achterhuis steeds levend.
Kaddisj jatom. Foto door Roel Wijnants, op Flickr
Kaddish van de rouwenden

Vrijmarkt op het Koningsplein

Het Koninklijk Huis klopte op 30 april 2013 de kussens uit en werd het stof van de troon afgeveegd: Willem-Alexander nam het stokje over van zijn moeder Beatrix. Zij was moe van 33 jaar trouw lintjes doorknippen.

Eén enkele klank van protest op de Dam in Amsterdam werd gelijk aan- en opgepakt, maar met excuses van de politie kon een bordjesomhooghoudster de cel na kortstondig verblijf verlaten.
Wat een verschil met de wisseling van de wacht op 30 april 1980, toen krakers en sympathisanten met een biertje in de ene hand en een baksteen in de andere, hun eigen feestje vierden.

Nederland slaapt en drijft handel.

Impressie van de vrijmarkt op het Koningsplein in Den Haag:

Wat bent u aan het doen?

Een agent op een motor overtreedt kortstondig enkele regels waar ingezetenen van Den Haag zich aan dienen te houden: Met een enorme vaart scheurt hij over het plein, de tramrails, het fietspad en belandt uiteindelijk naast mij op het trottoir op de Loosduinsekade.

“Wat bent u aan het doen?”, schreeuwt hij.

Ik loop zwijgend naar een paar betonblokken, waar zojuist wat foto’s van zijn genomen en wijs naar een tekst, gespoten op drie gigantische blokken beton en doneer hem hartelijk mijn visitekaart.

GORE Hek

“Dat is verboden, voor graffiti schrijf ik een bon”, legt hij uit. “Mensen kunnen zich hieraan storen omdat het lelijk is.” Hij wijst naar een vies grijs saai betonblok.

“Dit is straatkunst, geen graffiti. Ik leg het vast. Alle straatkunst in Den Haag wordt systematisch door straatfotografen vereeuwigd. Bovendien hebben de omwonenden er binnenkort geen last van, want de betonblokken gaan, als er een beetje wordt doorgewerkt, onder de grond.”

Lucht

“Maar u staat zo raar met die camera te zwaaien en fotografeert bovendien de lucht, terwijl deze niet mooi is”. Het is duidelijk een agent, die zijn impulsieve actie probeert te rechtvaardigen, door mijn gedrag als verdacht aan te merken.

“Er staat een hek te dicht en voor de tekst, dus maak ik drie foto’s zodat ik die later aan elkaar kan monteren. De lucht is nodig als achtergrond.”

GORE

Hij begint het te begrijpen.

“Lastig he? Die kunstenaars. Nog een prettige dienst agent.”