“Je moet toch eens gaan kijken wat ze met het schoolplein aan het doen zijn,” hoor ik Lida al een paar keer zeggen. “Je kent het niet meer terug.” En inderdaad ziet het schoolplein er bij een eerste aanblik uit als een zwaar getroffen natuurgebied met hier en daar de kenmerken van een Grieks amfitheater. In een gebogen vorm en met niveauverschillen neergelegde tegels waar nog hekjes omheen komen. De ontwerpers gingen voor ‘alles of niets’ en het wordt dus alles.
boomstammen voeren de boventoon links op het schoolterrein
Forse boomstammen liggen hier en daar (of is het precisiewerk?) over het linker deel van het gebied verspreid. Daar heb ik nog tijdens de beroemde braderieën achter de barbecue gestaan. De allerjongsten zullen er in hun vroegste speelkwartiertjes het nemen van een stormbaan kunnen oefenen en technieken van het woudlopen kunnen aanleren. Voor de klimmers komen er zelfs twee boomhutten. Wat zal hier om een plekje gevochten gaan worden.
compleet nieuwe inrichting verrast de bezoeker
Hier vindt straks in feite al de strijd om het bestaan in alle vroegte plaats. Een verderop gelegen zandplateau zal het speelse karakter wellicht nog kunnen aanscherpen.
Het schoolterrein bevindt zich nog wel in het aanlegstadium maar ik weet nu al een proefpersoon die het terrein kan uitproberen: kleinzoon Lucas.
Nu de rook van de Olympische 1500 meter schaatsen, tegenwoordig ook wel ‘Het Koningsnummer’ genoemd, is opgetrokken en Zbigniew Brodka als overwinnaar uit het strijdgewoel te voorschijn is gekomen, is het tijd om een harde uitspraak te doen: de tijdwaarneming in het schaatsen deugt niet. ‘Oh nee, daar heb je er weer een, zo’n Nederlander die niet tegen zijn verlies kan. Hij kan het niet hebben dat een Pool de feestvreugde in het Oranje kamp bederft!’, ik hoor het u al denken.
Niets is minder waar. Trouwe lezers van Haagspraak weten dat ik al sinds jaar en dag een fan ben van het Poolse schaatsen. Toen ik zelf nog op bescheiden niveau mijn wedstrijdjes reed, juichte ik om de verrichtingen van stayer Jaromir Radke. Tegenwoordig gaat mijn interesse meer uit naar hun shorttrackploeg, maar toch brak ik mijn huiskamer zowat af na Brodka’s race. Graag hef ik een glas wodka op zijn zege.
Het probleem met de nauwkeurigheid van de tijdwaarneming
Maar wat is het probleem dan? We hebben toch een electronische tijdwaarneming die die verschillen van duizendsten van seconden met groot gemak aankan? Nee, dat hebben wij dus niet. In het langebaanschaatsen is er weliswaar een electronische tijdwaarneming, met als beide eindpunten het startpistool en de sensoren langs de baan, tegenwoordig aangevuld met de finishfoto, maar daarmee hebben wij nog niet het hele systeem van de tijdwaarneming beschreven.
Wij moeten namelijk rekening houden met de positionering van de starter en beide schaatsers. Waar bij de electrische en de optische elementen de snelheid van het licht geldt, gaat er in het schaatsen iets mis bij de start: er is sprake van een startpistool. Dat produceert dus geluid. En geluid is nogal traag. Hierbij komt nog een tweede probleem: de geluidsbron waar de schaatsers op moeten reageren bevindt zich aan de zijkant van de baan. De ene schaatser zal altijd eerder het startschot horen dan de ander.
Een snelle schets en een berekening
Dit tijdsverschil kan je uitrekenen. De minimale breedte van een rijbaan in het schaatsen bedraagt 4 meter (liefst 5, maar we rekenen met 4). De geluidssnelheid op zeeniveau houden we op ongeveer 340,17 m/s of 1224 km/h*. We gaan er om te beginnen vanuit dat beide schaatsers in het midden van hun baan staan en de starter direct aan de zijkant. Het hele plaatje bij de start ziet er dan zo uit:
Het probleem bij de tijdwaarneming in het schaatsen
Als nu het startpistool afgaat, hoort de schaatser het dichtst bij de starter, voor het gemak Zbigniew genoemd, dit schot na 2.00 / 340.17 = 0.00589 seconden, zegmaar 6 duizendsten. De tweede, die we voor het gemak Koen noemen, heeft 6.00 / 340.17 = 0.01764 seconden nodig voor hij iets hoort, bijna 2 honderdsten van een seconde. Het verschil tussen beide schaatsers is bij de start dus al zo’n 12 duizendsten van een seconde. Dit zal wat varieren al naar gelang de preciese plek die zij innemen op de startlijn. En niet te vergeten: de plek die de starter toebedeeld heeft gekregen.
Hoort de gouden plak Koen Verweij toe?
Interessant is het om te weten dat Koen Verweij in de binnenbaan startte, dus het verst verwijderd van de starter, en Brodka in de buitenbaan. Brodka had in de Olympische 1500 meter dus ‘het voordeel van de oortjes’. Moeten wij hieruit nu concluderen dat Koen Verweij van zijn gouden plak beroofd is door een falende tijdwaarneming?
Nee. Wij kunnen op basis van deze kennis enkel zeggen dat het systeem voor de tijdwaarneming niet betrouwbaar genoeg is om in duizendsten van seconden te meten. Sterker nog: het systeem is niet eens in honderdsten van seconden nauwkeurig. De enige conclusie die we kunnen trekken, is dan ook dat de ISU (de Internationale Schaatsunie) de winnaar van een wedstrijd als die van de Olympische 1500 meter in Sotsji door God laat aanwijzen. Het werktuig van God kennen wij nu ook: het onbenul van de ISU zelf.
Wordt vervolgd bij het koningsnummer in de atletiek: de 100 meter…
* De luchtsnelheid zal nog wat varieren naar gelang de temperatuur of de luchtdruk verandert. In Sotsji bedroeg de luchtdruk vandaag 1011 hPa,de temperatuur zo’n 14 graden.
“Roel Wijnants, heb je dit prachtige kunstwerk al vastgelegd voor het nageslacht?”, vroeg Eelco van der Waals mij via een berichtje op Facebook.
Op zijn pagina las ik dat het woonblok waar bovenstaand kunstwerk van Berry Holslag is aangebracht, wordt gesloopt: Den Haag heeft een sloopvergunning afgegeven. Ben gelijk met de bus richtig Schilderswijk gegaan en heb dit prachtig in keramiek uitgevoerde kunstwerk op de hoek van de Abraham Bloemaertstraat en de Van Dijckstraat, nog snel voor het nageslacht kunnen vastleggen. Een oude foto uit de jaren zestig van een straat in de Schilderswijk heeft model gestaan voor dit unieke kunstwerk.
Intussen zijn Berry Holslag, Marco van Baalen (directeur Haags Historisch Museum) en Joris Wijsmuller (van de Haagse stadspartij) op de hoogte gebracht van de sloopplannen van de gemeente.
Den Haag wint een prijs voor de ‘Beste binnenstad van Nederland’, maar nog niet zo lang geleden opperde wethouder Baldewsingh, dat het Volhardinggebouw op de hoek van de Grote Marktstraat, de belangrijkste straat in de binnenstad, wel weg kon.
De kunstenaar Joop Pellinkhof kwam er via mijn foto achter, dat de gemeente zijn kunstwerk had weggemoffeld zonder de kunstenaar in te lichten. Na jaren vind hij via de foto zijn verloren gewaand kunstwerk weer terug. Veel vertrouwen in het beleid van de gemeente om het behoud van ons culturele erfgoed, heb ik niet. Wie kent niet de blunder, die gemaakt is in het Gemeentemuseum, waar bij een renovatie kunstwerken, die in de trappenhuizen waren aangebracht gewoon verdwenen. Bij de verdwenen kunstwerken was werk van Sol LeWitt, Lawrence Weiner, Niele Toroni en Günther Tuzina.
Nog een blunder van de gemeente: In 1968 het Minakabause huis in het Haagse Bos, dat moest wijken voor de komst van Château Bleu, was compleet verdwenen uit de gemeente depots. Omwonenden van het depot in Rijswijk wisten wel raad met het mooie hout. Toen er ook nog brand uitbrak ging alles verloren.
“O Hagenaars let op uw saek
de tyt en stont is daer”
Ik meld mij hierbij aan, om als menselijk schild te dienen en dit kunstwerk voor Den Haag te kunnen behouden. Laat niet, zoals met het kunstwerk van Escher is gebeurd, dit kunstwerk voor Den Haag verloren gaan.
De onderstaande foto maakte ik jaren geleden toen het woonblok nog bewoond was.
Er wordt hard gewerkt aan de Grote Marktstraat. Alles moet groot, groter, grootst en nieuw, nieuwer, nieuwst worden.
Op dit moment dus een grote Haagse Bouwpunt (we zijn het gewend), maar er zal toch een keer een eind aan moeten komen.
Op dat moment wordt deze fotoreportage pas echt interessant, want dit is dan geschiedenis geworden.
Als alles klaar is neem ik me voor hier een nieuwe fotoreportage te plaatsen van het reindresultaat.
Een fotoreportage, gemaakt op 13 februari 2014
De Observer kijkt toe of alles goed gaatWaar vroeger Sythoff Pers stond komt ook iets moois met metershoge Ooievaars tegen de puiVoor de Bijenkorf is deze week een begin gemaakt met de nieuwe bestrating.Links de Nieuwe Haagse Passage in aanbouwEr komt nieuwe bestratingZebrapad bij V&D richting de nieuwe Marks en Spencer
Zebrapad voor V&D richting KalvermarktAmadeus in aanbouw. Hoek Spui, Grote Marktstraat en de Kalvermarkt
Dat kan toch niet waar zijn? Toch is het zo! Niemand kan uit het eindproduct onderscheiden of de L-cysteïne in ons brood van mensenhaar of van eendenveer is gemaakt. De Keuringsdienst van Waarde duikt in de mistige wereld van het E-nummer 920 of wel L-cysteïne.
De bereidingstijd van brood kan door toevoeging van L-cysteïne worden verkort. De deegmixers in broodfabrieken draaien vandaag de dag dusdanig hoge toeren, dat deze de soepelheid van het brooddeeg stukslaan. L-cysteïne voorkomt dit. De stof zit onder meer in eendenveer en mensenhaar.
in L-cysteïne is niet te herleiden waarvan het gemaakt is
Volgens de Europese Commissie is het gebruik van L-cysteïne gemaakt van mensenhaar bij het bakken van brood niet toegestaan. Mensenhaar is goedkoper dan eendenveer, er zit meer L-cysteïne in en het is er makkelijker uit te halen dan uit eendenveer. Wie zegt niet dat wij mensenhaar in ons brood verwerken? Instanties die dit…