Camiel, Yuri en de voorbeeldfunctie bij NOC-NSF

NOC-NSF heeft aparte ideeën over haar sporters, haar officials en de voorbeeldfunctie die zij innemen in de samenleving. Haagspraak is natuurlijk niet de enige die dat ziet. Zo werd er op Twitter gisteravond gehakt gemaakt van IOC-lid Camiel Eurlings die de zilveren medailles uitreikte aan de Nederlandse hockeysters.

Uiteraard heeft de heer Eurlings, aangeklaagd voor mishandeling, al eens aangifte gedaan tegen de betreffende vrouw wegens smaad. Maar voor de geloofwaardigheid van de Nederlandse sportbobo is deze zaak niet goed. De enige positieve tweets over Eurlings kwamen dan ook uit kringen rondom NOC-NSF:

(Onze excuses, we konden deze tweets niet tijdig vinden.Mocht u ze tegenkomen, reageer dan even in de comments.)

Tot slot kwam een enkele twitteraar nog met een hoopvol bericht:

Brodka, Verweij en de onzin van de duizendsten

Nu de rook van de Olympische 1500 meter schaatsen, tegenwoordig ook wel ‘Het Koningsnummer’ genoemd, is opgetrokken en Zbigniew Brodka als overwinnaar uit het strijdgewoel te voorschijn is gekomen, is het tijd om een harde uitspraak te doen: de tijdwaarneming in het schaatsen deugt niet. ‘Oh nee, daar heb je er weer een, zo’n Nederlander die niet tegen zijn verlies kan. Hij kan het niet hebben dat een Pool de feestvreugde in het Oranje kamp bederft!’, ik hoor het u al denken.

Niets is minder waar. Trouwe lezers van Haagspraak weten dat ik al sinds jaar en dag een fan ben van het Poolse schaatsen. Toen ik zelf nog op bescheiden niveau mijn wedstrijdjes reed, juichte ik om de verrichtingen van stayer Jaromir Radke. Tegenwoordig gaat mijn interesse meer uit naar hun shorttrackploeg, maar toch brak ik mijn huiskamer zowat af na Brodka’s race. Graag hef ik een glas wodka op zijn zege.

Het probleem met de nauwkeurigheid van de tijdwaarneming

Maar wat is het probleem dan? We hebben toch een electronische tijdwaarneming die die verschillen van duizendsten van seconden met groot gemak aankan? Nee, dat hebben wij dus niet. In het langebaanschaatsen is er weliswaar een electronische tijdwaarneming, met als beide eindpunten het startpistool en de sensoren langs de baan, tegenwoordig aangevuld met de finishfoto, maar daarmee hebben wij nog niet het hele systeem van de tijdwaarneming beschreven.

Wij moeten namelijk rekening houden met de positionering van de starter en beide schaatsers. Waar bij de electrische en de optische elementen de snelheid van het licht geldt, gaat er in het schaatsen iets mis bij de start: er is sprake van een startpistool. Dat produceert dus geluid. En geluid is nogal traag. Hierbij komt nog een tweede probleem: de geluidsbron waar de schaatsers op moeten reageren bevindt zich aan de zijkant van de baan. De ene schaatser zal altijd eerder het startschot horen dan de ander.

Een snelle schets en een berekening

Dit tijdsverschil kan je uitrekenen. De minimale breedte van een rijbaan in het schaatsen bedraagt 4 meter (liefst 5, maar we rekenen met 4). De geluidssnelheid op zeeniveau houden we op ongeveer 340,17 m/s of 1224 km/h*. We gaan er om te beginnen vanuit dat beide schaatsers in het midden van hun baan staan en de starter direct aan de zijkant. Het hele plaatje bij de start ziet er dan zo uit:

Het probleem bij de tijdswaarneming in het schaatsen.
Het probleem bij de tijdwaarneming in het schaatsen

Als nu het startpistool afgaat, hoort de schaatser het dichtst bij de starter, voor het gemak Zbigniew genoemd, dit schot na 2.00 / 340.17 = 0.00589 seconden, zegmaar 6 duizendsten. De tweede, die we voor het gemak Koen noemen, heeft 6.00 / 340.17 = 0.01764 seconden nodig voor hij iets hoort, bijna 2 honderdsten van een seconde. Het verschil tussen beide schaatsers is bij de start dus al zo’n 12 duizendsten van een seconde. Dit zal wat varieren al naar gelang de preciese plek die zij innemen op de startlijn. En niet te vergeten: de plek die de starter toebedeeld heeft gekregen.

Hoort de gouden plak Koen Verweij toe?

Interessant is het om te weten dat Koen Verweij in de binnenbaan startte, dus het verst verwijderd van de starter, en Brodka in de buitenbaan. Brodka had in de Olympische 1500 meter dus ‘het voordeel van de oortjes’. Moeten wij hieruit nu concluderen dat Koen Verweij van zijn gouden plak beroofd is door een falende tijdwaarneming?

Nee. Wij kunnen op basis van deze kennis enkel zeggen dat het systeem voor de tijdwaarneming niet betrouwbaar genoeg is om in duizendsten van seconden te meten. Sterker nog: het systeem is niet eens in honderdsten van seconden nauwkeurig. De enige conclusie die we kunnen trekken, is dan ook dat de ISU (de Internationale Schaatsunie) de winnaar van een wedstrijd als die van de Olympische 1500 meter in Sotsji door God laat aanwijzen. Het werktuig van God kennen wij nu ook: het onbenul van de ISU zelf.

Wordt vervolgd bij het koningsnummer in de atletiek: de 100 meter…

Edwin IJsman

* De luchtsnelheid zal nog wat varieren naar gelang de temperatuur of de luchtdruk verandert. In Sotsji bedroeg de luchtdruk vandaag 1011 hPa,de temperatuur zo’n 14 graden.

Schansspringen voor vrouwen

Vanavond om 18:30 start voor het eerst een Olympische wedstrijd schansspringen voor vrouwen. Voor vrouwelijke springers betekent dit een overwinning in een decennialang gevecht tegen vooroordelen.

“Of haar baarmoeder eruit gevallen was bij het schansspringen, ” vroeg men weleens aan wereldkampioene Lindsay Van. Een impertinente vraag die aangeeft hoe conservatief de Olympische wereld nog kan zijn als het op vrouwensport aankomt. Bij het spectaculaire schansspringen, al vanaf de eerste winterspelen in 1924 een vast onderdeel van het programma, komen dergelijke vooroordelen tegen vrouwelijke sporters het meest naar voren. Pas dit jaar, in 2014, wordt het vrouwelijke sporters eindelijk gegund om het luchtruim te kiezen. Alleen vanaf de kleine schans, dat wel.

Sara Takanashi, 17 jaar oud, uit Japan, topfavoriete bij het schansspringen vanavond. Foto: Wikimedia Commons

‘Schansspringen: slecht voor het vermogen kinderen te baren’

Voor schansspringsters Lindsey Van en Jessica Jerome, die voor de spelen van Vancouver nog een rechtszaak aanspanden in een poging het vrouwenschansspringen olympische status te geven, betekent dit een overwinning op een lange reeks smoezen van het IOC. Een reeks die ooit begon met: ‘het vrouwenlichaam is niet sterk genoeg om de klappen van herhaalde sprongen aan te kunnen,’ beweringen dat schansspringen negatieve invloed zou hebben op het vermogen kinderen te baren, tot de dooddoener dat ‘het niveau van het schansspringen bij de vrouwen te laag ligt voor Olympische status.’ Niet zo vreemd als je bedenkt hoe vrouwen decennialang werden tegengewerkt in hun behoefte om dezelfde halsbrekende toeren uit te kunnen halen als mannen.

Van ballerina tot schansspringster

Een van de grote favorieten bij het schansspringen vanavond is een kleine Japanse: Sara Takanashi. In 2012 maakte ze haar middelbare school af. Vanavond zou ze weleens Olympisch kampioene kunnen zijn. Takanashi noemt balletlessen, die ze als kind kreeg, als de reden voor haar gevoel voor balans bij het springen. Een balansgevoel dat haar de zege opleverde in 8 wereldbekers dit seizoen. 8 van de 9…

Interview met Sara Takanashi, “It was a lot of fun’

De grootste bedreiging voor Takanashi zal komen van een andere Sara, Sarah dan wel. Sarah Hendrickson, ook nog een teenager, werd in 2013 nog wereldkampioene. Een zware knieblessure hield haar na het WK lang uit competitie. Pas zeer recent is zij weer terug. Net op tijd om nog toegevoegd te worden aan het Amerikaans Olympisch team.

Vanavond om 18:30 begint de wedstrijd. Ik zal er zeker naar gaan kijken, schansspringen is altijd leuk. Natuurlijk doen er geen Nederlanders aan mee: schansspringen is niets voor Nederlanders. Ons land is hier veel te plat voor. We willen tenslotte niet dat er doden vallen.

Edwin IJsman