Twee jaar Bea-Nix

“Zaterdagmiddag 10 maart 2018 vieren wij ons 2-jarig bestaan!
Het belooft een gezellige middag te worden. Natuurlijk zijn jullie allemaal welkom om dit met ons te vieren.
Ingang: Vierheemskinderenstraat (bij het schoolplein).
Tot dan!!”

twee jaar bea-nix
Doedelzak, koffie, hapjes en een bakkie bij de viering van twee jaar Bea-Nix. Foto: Haagspraak

Bij de opening twee jaar geleden kwam ik voor het eerst bij de Bea-Nix. “Handig,” dacht ik, “een plek om allemaal spullen naar toe te brengen die ik bij gebrek aan een berging nergens meer kwijt kan. Ik kom toch om in de kleding en de boeken.”

Twee jaar verder komt de Bea-Nix om in de kleding en de boeken, maar daar maken ze zich niet druk om: “Er komt wel meer kleding binnen dan er opgehaald wordt, maar we geven ook regelmatig kleding mee aan projecten in bijvoorbeeld Syrië. Één van onze vrijwilligsters werkt in een ziekenhuis. Voor de moeders van de allerkleinste babies, te vroeg-geborenen bijvoorbeeld, is het vaak lastig om kleding te vinden. De babykleding die bij de Bea-Nix gebracht wordt brengen wij vaak daarheen.”

De boeken zijn een ander probleem: “Er wordt niet veel gelezen in deze wijk.” Het grote aandeel bewoners van niet-Nederlandse afkomst, niet allen even leesvaardig in Nederlands verklaart dit gedeeltelijk. Verder zijn sommige boeken eenvoudigweg verouderd.

Als ik rondloop in de Bea-Nix zie ik dat het er na twee jaar steeds gestroomlijnder en professioneler uitziet, zonder dat de gezellige sfeer die bij een weggeefwinkel hoort verdwenen is. Een vijftal vrijwilligers begroet me met hapjes en een bak koffie of thee om de verjaardag te vieren en neemt mijn tas aan: “Vandaag pakken we niets uit, maar vieren we onze verjaardag.”

Het publiek bestaat vooral uit vrouwen en kinderen. Het is in twee jaar niet rustiger geworden in de Bea-Nix, met name het gratis speelgoed vindt gretig aftrek. Terwijl de kinderen, schijnbaar al enigszins gewend aan het beleid, max. 3 stuks speelgoed p.p. rustig wat uitzoeken, kijken de moeders, met en zonder hoofddoek, tussen het uitgebreide aanbod aan kleding. De weggeefwinkel doet waar hij voor opgericht is: welvaartsresten herverdelen. En degenen die het het hardst nodig hebben lijken hem te kunnen vinden.

Ook ik heb de afgelopen twee jaar kleding gebracht en gehaald bij de Bea-Nix. Sweaters en shirts die ik over had vonden hun weg naar de weggeefwinkel in de oude school aan de Beatrijsstraat. Voor elke jas die ik erheen bracht, haalde ik waarschijnlijk wel weer een ‘nieuwe’ op. Over de kwaliteit ben ik te spreken: de colbertjes die ik nu bezit zijn allemaal tweedehandsjes, alles wat ik ooit bij een H&M of elders heb gekocht is inmiddels gedoneerd: niet mooi genoeg.

De Bea-Nix is elke zaterdag open tussen 14:00 en 17.00 uur. Je vindt de Moerwijkse weggeefwinkel op de Beatrijsstraat 14.

Het witte bruggetje

Het witte bruggetje, foto: André
Het witte bruggetje, foto: Albert Lemming

Soms fiets ik er nog wel eens langs, het witte bruggetje. In mijn lagere schooltijd was dit de grens tussen wel of niet op de fiets naar school mogen gaan. Jawel, ook eind jaren ’60 waren plaatsen om je fiets te stallen soms al schaars, zo ook op de P. Oosterleeschool in de Roemer Visscherstraat.
Wie voorbij het “witte bruggetje” woonde mocht vanwege de afstand tot school met de fiets komen en woonde je dichterbij, dan kon je lopend naar school. Wonend op de Guntersteinweg behoorde ik tot de “gelukkigen” die op de tweewieler een plaatsje in de fietsenstalling mochten claimen.

Fietsen over het witte bruggetje was altijd even spannend. Stond er niet ergens een politieagent die je, al fietsend, op het bruggetje kon betrappen. Als Moerwijks jochie wist ik intuïtief dat mijn ouders niet op een bekeuring zaten te wachten. Links, rechts, links gekeken, oversteken was dus het devies.
Ik herinner me dat ik halverwege de brug altijd even stilstond om in het water te staren.
Onder de brug bruiste het van het leven. Voorntjes schitterden er met hun zilverkleurige schubben in het zonlicht. Er zwommen grondelingen, en soms kikkervisjes in het toen nog heldere water.

Het was één van mijn favoriete visstekjes destijds. Gegarandeerd had je er beet. Zelfs een schepnet leverde vaak talloze bijzondere onderwaterschepsels op.
Wanneer ik er nu overheen fiets kijk ik al lang niet meer op of om waar het de sterke arm der wet betreft. Iedereen fietst over het witte bruggetje heen. Het water is niet meer de moeite waard om bij stil te staan. De jeugdige vissertjes heb ik er al in geen jaren meer gezien. Het water is ondoorzichtig geworden en de waterplanten zijn er verdwenen.
Nu lees ik in de Zuidwesterkrant dat de nieuw aan te leggen fietsbrug het centrum en Wateringse Veld elkaar dichterbij brengen. Hoera, eindelijk mag iedereen straks legaal over het ooit “witte bruggetje” lopen en fietsen. Dit alles om van Den Haag een echte “fietsstad” te maken.

Rest mij slechts één vraag. Wanneer komen de visjes er weer terug?

Albert Lemming