HEMAtales 2, de Russin en de BN’er

Lang leve het slechte onderwijs: het complete gebrek aan rekenvaardigheid bij de Nederlandse jeugd levert mij vanochtend een kwartje op. Geen kwartje voor rekening van de cassière, want gelukkig zitten er nog geen streepjescodes op koffie en broodjes. Het verlies wordt hier gewoon keurig door het bedrijf gedragen en niet door het uitgebuitte personeel.
Rekensommetje: hoe lang zou een minderjarig personeelslid hier moeten moeten werken om een bepaald product aan te schaffen? Stel je deze vraag af en toe eens in een winkel, best interessant.

Rechts voor mij zit aan een tafeltje een slanke vrouw van in de 30 die Nederlands spreekt met een accent dat Frans kan zijn, of iets Oost-Europees. Ze zit aan tafel met een oudere heer met brilletje, terwijl het meisje dat ze meenam, haar dochter neem ik aan, met een kleurrijk boek aan haar eigen tafeltje is gaan zitten. In tegenstelling tot Nederlandse kinderen, die heen en weer vliegen en alleen te containen zijn in de buurt van het speelhuisje dat een soort miniatuur van een winkel voor moet stellen en dat ongetwijfeld is ingericht om hen te vormen tot brave consumenten, zit zij rustig en geconcentreerd bij haar boek.
Aantrekkelijke dame, ze heeft een mooie, vriendelijke glimlach en als ze loopt is dat licht heupwiegend. Ik stel mij voor dat zij de vrouw is van een of andere Shell-expat die hier is voor haar taallessen bij een gepensioneerde leraar.

Voor de tweede dag zit hier vlakbij een man met grijs haar in plukken, elegant gekleed, colbertje, zwarte sjaal om. Hij is lang en enigszins statig. Hij lijkt mij een BN’er te zijn maar aangezien ik BN’ers meestal niet herken kan ik hem ook niet plaatsen.
Ondertussen kijkt de vrouw bijna verliefd naar haar leraar. Aan haar hele lichaamstaal zie je dat ze het naar haar zin heeft. Het is dan ook een charmante en geestige oudere man. Een stapel dikke woorden- en andere boeken onderstreept zijn intellectuele voorkomen.

De BN’er aan het andere tafeltje torent met gemak een meter boven hen uit, zelfs zittend is hij bijna een kop langer dan iedereen hier. Misschien is hij ook wel geen BN’er maar valt hij gewoon op. Of is hij een vergeten oud-docent van mij.
Als ik mijn dienblad op de lopende band zet en het pand verlaat weet ik de man nog altijd niet te plaatsen. De Russin en haar leraar zal het niets uitmaken, zij amuseren zich wel.

Onderweg naar huis kom ik op straat nog een echte BN’er tegen: Wim de Bie. Hij herkent mij niet. Ik zal hem er een volgende keer eens op aanspreken.

Sacha Kahn

HEMAtales 1, Fast women

Elke week ontbijt onze dichter Sacha Kahn bij de HEMA. In deze rubriek doet hij hiervan verslag.
Met een hand in haar haar en een schouder op de tafel steunend leest ze van haar iPhone. Zwart haar in een paardenstaart boven een modieus bordeauxrood truitje met lichtrode strepen. Daaronder een strakke spijkerbroek. Haar bil rust net op de rand van het bankje. Een leeg glas met de resten van een capuccino wacht geduldig voor haar.
Zoals bij veel Aziatische vrouwen slaag ik er niet in haar leeftijd te schatten. Als ze uitgetikt is krabt ze even in haar nek en neemt een slok jus uit een flesje. Een winddicht rood jasje gaat aan en ze zucht. Geen zin om naar buiten te gaan in deze kou.
De smartphone houdt ze nog even recht voor haar gezicht. Zou ze die als spiegel gebruiken? Met behulp van de camera kan dat zeker. Zijn die selfietools toch nog ergens goed voor.
Ze laat haar haar los over haar linkerschouder vallen en levert haar dienblad in. Net zo snel als zij verdwijnt nemen twee jonge meiden,  zes VWO of zoiets, haar plek in. De eerste propt meteen haar hele broodje HEMA-ei in haar mond.
“gatver. Ik ruik het ei hier.” (Red.)
Een geribt zwart leren jackje van het soort dat nu in elke winkel hangt houdt ze aan. Ze steunt op de tafel terwijl ze grote happen uit haar ontbijt neemt. Haar vriendin in een geruit bloesje hangt, ellebogen erop, op de tafel en kijkt meer dan ze eet. Haar blonde haar ligt al even lamlendig over haar schouders.
Af en toe nemen ze een slokje pisgele thee.
Even mesjes halen om de croissants open te snijden. Vanochtend zijn ze niet dubbelgebakken, van rubber zijn ze hier nooit. Het croissantje wordt op dezelfde wijze verorberd door de snelste van beiden.
Mijn ontbijt ligt er ondertussen nogvoor de helft. Af en toe kijkt zwart ribbeljackje in mijn richting, het is ook de enige kijkrichting die ze heeft. Ze zal wel vinden dat ik teveel chat en met de telefoon speel.
De blonde trekt een grijs jasje aan en rommelt met een lange sjaal. Het zijn allemaal fast women vanochtend.
Ze staan op en ondanks hun gezonde Hollandse lengte zien ze niet waar ze hun dienbladen kwijt moeten. Begrijpelijk, vanaf hier zie ik ook enkel een tegelwandje.
Hun vertrek maakt de dakloze man met het grijze baardje zichtbaar. Hij houdt zijn rode jas aan en hangt boven zijn dienblad. Hij smakt, mond open, over zijn bord.
Het is een goede vent om achter te staan bij het koffieapparaat, ook hij vindt dat dat altijd te traag gaat. We maakten er nog even een grapje over voor we onze ontbijtjes afrekenden: “Het duurt even, maar dan heb je ook wat…” Daklozen kunnen heel efficient zijn.
Maar nu ik hem zie eten ben ik blij dat ik niet dichterbij zit. Dat maakt mij ook ineens zelfbewust: ik constateer dat ik hier zelf midden tussen de kruimels zit. Deze waren er niet voor ik binnenkwam.
 
Ook voor mij is het nu tijd om te gaan. Een grote zak rijst heb ik nodig. Rijst. En ledervet. Oh, de koffie is op. Koffie.