Koning Felipe VI is boos

Den Haag, Binnenhof. Foto door Roel Wijnants.
Den Haag, Binnenhof.

Koning Felipe VI bezoekt Mark Rutte om de Pietenkwestie te bespreken. Sinds zwarte Piet in de ban is gedaan dreigen veel Spaanse Pieten werkloos te worden. De kwestie stond vandaag hoog op de agenda van de Spaanse koning.

Zelfs Sint en Piet spoedde zich naar het Binnenhof om de Spaanse koning een hart onder de riem te steken.

Foto door Roel Wijnants.

Foto door Roel Wijnants.

Aloysius College (AC) sluit haar deuren

Tot mijn grote schrik vernam ik gisteren dat eind van dit schooljaar het Aloysius College (AC, mijn vroegere gymnasium) zijn deuren gaat sluiten.
Er wordt gezegd dat financieel wanbeheer en een megalomane leiding hieraan ten grondslag liggen.

Zie Omroep West.
AC
Dit is niet alleen akelig voor de leerlingen, leraren en oud-leerlingen, maar wederom zitten we met een nieuwe uitdaging voor de bestemming van een groot complex, ditmaal van de Rotterdamse katholieke architect Piet Buskens, die ook de (thans) kathedrale kerk aan de Mathenesserlaan in Rotterdam en de kerk OLV ten hemelopneming aan de Laan van Nieuw Oosteinde in Voorburg heeft gebouwd.
De laatste 40 jaar transformeerde het AC zich geleidelijk van een wat elitair katholiek jezuïetencollege voor jongens tot een scholengemeenschap van 13 in een dozijn.
Andere (oorspronkelijke) jezuïetencolleges zijn het Ignatiuscollege in Amsterdam (IC), het Canisius College in Nijmegen (CC), het Stanislascollege in Delft (SC) en het Maartenscollege in Haren/Groningen (MC). De namen van deze scholen leven nog steeds voort in grote scholengemeenschappen, veelal met mavo en het CC ook met vmbo.
Van het katholieke karakter van de scholen is weinig meer over.
Van de overigens kenmerkende zware architectuur heb ik niet zo’n hoge pet op. Het is sinds 2011 gemeentelijk monument van dezelfde trant en architectuur als het voormalige Huize Katwijk (internaat) aan de Raamweg, later in gebruik als Ministerie van Justitie en het laatst in gebruik door Europol, eveneens gemeentelijk monument.
Ik vrees dat het steeds moeilijker wordt een geschikte hergebruiksfunctie te vinden, omdat er steeds meer grote gebouwen leeg komen. Het patershuis is in 2008 tot complex ‘Aloysius’ met 30 luxe appartementen verbouwd.

Naar mijn mening moet het centrale ingangsgebouw met trappenhuis, aula en voormalige kapel (met glas-in-loodramen van glazenier Lou Asperslagh) zeker behouden blijven en een hergebruiksbestemming krijgen. Zie Vrienden van Aloysius. Sloop van de onderwijsvleugels met leslokalen en gymzalen, waaronder het zogenoemde Slop met de ruimte ‘Groot Soho’, zou mij minder spijten.

Op het terrein van het AC is het bestemmingsplan Benoordenhout (2013) van toepassing. Het hele terrein is beschermd stadsgezicht. In het BP wordt het AC niet bij de gemeentelijke monumenten genoemd, maar het staat wel degelijk op de gemeentelijke monumentenlijst.
Het terrein heeft in het BP de bestemming ‘Maatschappelijk’.
De voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. bibliotheek;
b. gezondheidszorg;
c. jeugd-/kinder-/buitenschoolse opvang;
d. peuterspeelzalen;
e. onderwijs;
f. openbare dienstverlening;
g. religie;
h. verenigingsleven;
i. zorg en welzijnsinstelling.

De houtstroken hebben de bestemming ‘Groen’.
De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. groen(voorziening);
b. park;
c. plantsoen;
d., e. en f.: niet relevant.

Het zit er dik in dat voor herbestemming van het terrein een bestemmingsplanwijziging nodig is, ook als alle bebouwing gehandhaafd blijft. Voor huisvesting van een andere school of scholengemeenschap is het complex onpraktisch, zeg maar gedateerd en bewerkelijk.
Of voor eventueel hergebruik als asylzoekerscentrum (AZC) een BP-procedure nodig is, weet ik niet. Overigens verwacht ik dat de Benoordenhout-lobby een AZC niet zal pikken, al was het alleen al uit vrees voor waardedaling van hun huizen.

Verdere links:
Omroep West
Wikipedia

Martin Snuverink

René Bom aan de beterende hand

Foto door Roel Wijnants.

Vandaag ging ik foto’s maken op de Jacobahof, een kinderboerderij tussen de Jacobastraat en de Schapenlaan. Na afloop dacht ik: “Ik ga even bij René Bom langs, is twee minuten hier vandaan, als het te druk is of niet gelegen komt, dan hoor ik het wel.”

Ik was welkom. Na wat gepraat te hebben liet vriendin Birgit, Bom opstaan uit de rolstoel, pakte beide handen en liep met hem door de ruimte waar wij zaten, het leek wel een dansles. Het lopen ging goed, in ieder geval beter dan afgelopen dinsdag, toen ik er ook was. Het praten ging beter en aan de grappen en grollen kon je merken, dat hij stukken vooruit is gegaan.

Volgende week gaat René naar een revalidatiecentrum, om daar verder behandeld te worden.

Een paar vrienden van Bom kwamen ook langs en ineens verscheen Mark Rutte. Ik heb Mark vele malen gefotografeerd, zelfs een dag ervoor nog. Deze situatie was even vreemd voor mij, maar Mark was zo joviaal met iedereen dat dat gevoel onmiddellijk verdween. Na wat vragen van Mark hoe het ging, vertelde Bom, dat het goed ging, maar met lopen trok hij naar rechts, waarop Mark snedig antwoordde, dat hij dan prima bij de VVD zou passen. Iedereen moest lachen en de stemming was gezet. Vind het top, dat iemand met zo’n drukke agenda toch tijd vrijmaakt om bij vrienden langs te gaan. René genoot ook zichtbaar. Na een tijdje ben ik weer weggegaan richting ‘home sweet home’.

Stuur René een berichtje via zijn Facebookpagina. Dat vind hij leuk en het is een welkome afwisseling.

Hou je taai René en doe wat de zuster zegt. 🙂

Foto door Roel Wijnants

Mark Rutte in gesprek met Birgit. De vriendin van René Bom. Foto door Roel Wijnants.
Mark Rutte in gesprek met Birgit. De vriendin van René Bom.
Vrienden van Bom. Foto door Roel Wijnants.
Vrienden van Bom.

Foto door Roel Wijnants.

Tampat Senang

Afgelopen vrijdag las ik op de website van Den Haag FM dat het oudste Indonesische restaurant van Nederland failliet dreigt te gaan. Het gaat om het chique Haagse restaurant Tampat Senang op de Laan van Meerdervoort. Het opende zijn deuren op 1 januari 1922, maar hoe lang blijft het nog bestaan? De huidige eigenaar Peter Felix luidt de noodklok en is op zoek naar een redder in de nood. Wie helpt?

Ingang

Indisch eten is altijd mijn favoriete eten geweest, en nog steeds. Het is een rijke keuken waar allerlei kleine gerechten en smaken samenkomen rondom een klein bordje met nasi putih, witte rijst. Gevarieerd gekruid vlees van het varken, babi, boterzachte rendang van rundvlees, pittige kip (ajam) en diverse groenten met de sajoers. En dan nog allerlei kleine extra’s als seroendeng (kokos met pinda’s), kroepoek, atjar en voor de liefhebbers diverse soorten sambal, lekker pedis. Ja, heerlijk en dat alles langzaam eten bij een uitgebreide rijsttafel en met een koud glas bier.

Nu houd ik wel van koken, maar aan de Indische keuken heb ik mij nooit gewaagd. Dat gaat me niet lukken en om het goed te doen moet je heel lang in de keuken staan. Mijn genoegen heb ik altijd gezocht in de vele Haagse Indische restaurants en toko’s.

In de jaren tachtig ben ik zelfs systematisch zo veel mogelijk Indonesische eettentjes af gegaan in Den Haag en van alles geprobeerd. Van een lunch met koude gadogado en pindasaus in toko Solo in de Witte de Withstraat (bestaat niet meer), tot het buffet van Sarina op het Goudenregenplein, of het wat luxere Garoeda op de Kneuterdijk. En als vaste waarden at ik vaak bij Srikandi op de Grote Markt, of snel een hapje bij Toko Frederik in de Frederikstraat. Ik had er bij elkaar een aardig boekje met recensies over kunnen schrijven, maar niets bijgehouden.

En Tampat Senang mocht natuurlijk ook niet ontbreken om een keer naar toe te gaan. Het is toch wel het sterren-restaurant onder de Indische zaken. Tampat Senang betekent een plaats waar men zich behaaglijk voelt.

Interieur

Het was ergens eind jaren tachtig toen ik met mijn vriendin terug was gekomen van vakantie. We hadden geld overgehouden en ik stelde voor om op de dag van terugkomst nu eens naar Tampat Senang te gaan. En zo zaten we daar al vroeg op een zonnige zomeravond. We waren er de enige gasten. Ik herinner me nog goed de ambiance van een grote, hoge kamer die helemaal de sfeer van het oude Indië uitstraalde. Er zal toen na 1922 niets verbouwd zijn of een nieuw likje verf hebben gekregen. Het had zeker veel sfeer, maar het ademde ook naar vergane glorie. Er waren veel bedienden in het restaurant en die liepen in een sarong met op hun hoofd een gevouwen doek. Tempo doeloe.

We bestelden een rijsttafel voor twee personen. Er werd een tafeltje bijgezet en na een tijdje werden allerlei bakjes met diverse gerechtjes neergezet. De details weet ik niet meer, maar het was heerlijk. En de prijs was navenant.

En dan nu in 2014. Aan de foto’s op de site van Tampat Senang is te zien dat het restaurant wel een keer is opgeknapt, maar met behoud van de ambiance. Een rijsttafel voor een persoon is er vanaf 27.50 euro. Niet goedkoop, maar ik zou er snel eens heengaan. Om dit mooie Haagse restaurant van de ondergang te redden, of om er toch nog een keer te hebben gegeten. Selamat makan!

Interieur

Auteur: Moby Dirk.

Bron en foto’s: Website Tampat Senang.

Het Dichtersspreekuur

Een vriendelijke dame heet mij welkom als ik aanschuif aan het verder lege tafeltje op de eerste verdieping: “Bent u de dichter van dienst? Of bent u de klant?”

Ik moet hier even over nadenken, zo had ik mijzelf nog nooit bezien. Ik schrijf gedichten, ja, dus ben ik dichter. Maar ik ben niet het lid van het Haags Dichtersgilde dat hier vandaag dichtersspreekuur houdt. En klant, nee, ik kom hier langs om even te buurten bij Harry Zevenbergen, die ik hier hoop te zien.
En dan nog: hebben dichters klanten? En zo ja, noemen we die klanten? Of misschien noemen wij ze cliënten? Een Amerikaanse architect waarvan ik de naam weer vergeten ben, schreef ooit ergens op dat enkel advocaten, prostituees en architecten hun klanten cliënten noemen. Misschien dat dit gebruik ook opgaat onder dichters. Ik besluit maar gewoon te gaan zitten en het aangeboden bakje koffie te accepteren.

De tafel bij het dichtersspreekuur
De tafel met boeken bij het dichtersspreekuur

Na enige minuten waarin ik de op tafel uitgestalde dichtbundels, ik herken er enkele, waaronder een boekje van Lucebert dat ik in Juni nog geleend had, moedwillig negeer en de dame ergens buiten mijn zicht op zoek gaat naar het telefoonnummer van ‘de dichter van dienst’ die nu toch wel lang op zich laat wachten, komt er dan toch een dichteres aangelopen.
Ze stelt zich voor als Milla Braat. Ik ken haar nog niet, maar dat zegt niets: dichters kunnen zich over het algemeen erg goed verstoppen, soms jarenlang. Dat weet ik uit eigen ervaring. Ik leg Milla dan ook uit dat ik mijzelf als dichter 18 jaar lang verborgen heb weten te houden, om uiteindelijk in mei 2013 voor het eerst eens op een podium te zijn gaan staan. Uit het simpele feit dat ik dit optreden overleefd heb leidt ik af dat mijn verborgen dichtersbestaan al die jaren misschien enigszins overdreven is geweest.

Bij andere dichters ligt dit duidelijk anders: ze vertonen zich niet op deze vrijdag. Pas op het moment dat de vriendelijke dame van de bieb de tafel begint op te ruimen dient zich een jongeman aan. Omdat hij nog slechter geschoren is dan ik leid ik uit zijn voorkomen af dat hij wellicht een dichter is.
Dat blijkt te kloppen. Sean Cornelisse, zoals de laatkomer blijkt te heten, presenteert zich in de stijl van ‘bezeten kunstenaar’ of ‘waanzinnige geleerde’. De dame van de bieb kijkt opgelucht op en onderbreekt haar opruimactiviteiten om het hele gezelschap nog een automatendrankje aan te bieden. We schakelen massaal over op warme chocolade.

Sean Cornelisse toont zijn werk ‘Ovismen’

Sean heeft een klein boekje meegenomen, met maar liefst 99 gedichten. Hij legt uit dat hij een jaar geleden begonnen is aan dit werk en dat het binnen enkele weken gedrukt zal worden.
Ovismen, zoals het boekje heet, blijkt een bijzonder experimenteel werk. Cornelisse is bij het vervaardigen van zijn 99 gedichten uitgegaan van een bijzonder proces, waarin hij fantasiewoorden door Google Translate naar het Nederlands heeft laten vertalen. Elk fantasiewoord, dat spontaan uit zijn onderbewuste is ontsproten, komt slechts een keer voor in het werk. Elke pagina bevat een gedicht in beide talen: de klanken van de fantasiewoorden, gevolgd door de Nederlandse vertaling.
Dit levert bijzondere, raadselachtige teksten op. En dat blijkt ook, want het werk zal binnen enkele weken in druk gaan, in een kleine oplage weliswaar, maar dat is een begin voor deze bundel van een bijzonder talent.

Na nog ruim een half uur gesproken te hebben met Sean, wordt de dichteres van dienst opgehaald door haar vriend. Ik besluit dat het onderhand ook etenstijd is en neem afscheid van beiden. Maar niet zonder Sean om zijn emailadres te vragen. Als zijn ‘Ovismen’ over enkele weken presentatieklaar is, wil ik er wel bij zijn. Indien mogelijk schaf ik dan meteen een eigen exemplaar van deze experimentele bundel aan.

Edwin IJsman

Overige informatie:

Het dichtersspreekuur vindt iedere tweede vrijdag van de maan plaats in de Openbare Bibliotheek aan het Spui in Den Haag. Het is bedoeld voor dichters van alle niveaus, maar ook liedjesschrijvers en scholieren die een gedicht moeten analyseren voor een opdracht van hun docent Nederlands kunnen hier terecht. De vaste plek is een tafel in het zicht van de roltrap op de eerste verdieping.

De experimentele dichtbundel Ovismen van Sean Cornelisse komt binnenkort uit. Haagspraak zal hier hopelijk verslag van doen.