Lekkerbekje

Drie maal ben ik in Groot-Brittannië geweest, maar de laatste keer was dertig jaar geleden. Van een van die reisjes herinner ik me nog goed dat ik een keer fish en chips ook echt heb gegeten vanaf een oude krant.

Fish and chips. Foto door Ed Gool.

Een smakelijke combinatie; frietjes met een lekkerbekje. Ik heb het vanavond gegeten met ovenfriet van McCain en met een lekkerbekje van de Albert Heijn dat ik opwarmde in een koekenpan. Best lekker zo in eigen huis, maar voor een superieur lekkerbekje moet ik terugdenken aan Scheveningen. Voor het beste lekkerbekje kon je bij een vishandel aan de haven terecht. Je koos een grote moot kabeljauw uit die voor het bepalen van de prijs werd gewogen; duur, maar zijn geld meer dan waard. Dan werd de kabeljauw voor je ogen door een dik oliebollen-bierbeslag geslagen en dan de hete frituur in. Daarna kreeg je de lekkerbek op een vel papier om gelijk op te eten. En wat smaakte zo’n kneiterverse lekkerbek dan heerlijk: de krokante korst in combinatie met de vis die in lamellen uiteen dreigde te vallen. Smullen met een capital S.

Lekkerbekkie eten. Foto door Ed Gool.

Naast de kroket heb je ook de bitterbal en ook zo verhoudt het lekkerbekje zich tot de kibbeling. Gefrituurde stukjes witvis in een plastic bakje van de heek of wijting met remoulade- of cocktailsaus. Kibbeling betekent oorspronkelijk de wangen van een kabeljauw. Een delicatesse.

MobyDirk 2015.

Gebak

Moorkoppen. Bron foto: Wikipedia.
Bron foto: Wikipedia.

Mijn favoriete gebakje is al mijn hele leven de moorkop: een bol van luchtig kookdeeg met slagroom van binnen en bovenop een laag zacht-knapperige chocola en met daarop weer een toef slagroom. Een heerlijke combinatie van zoete smaken en beet-sensaties. Vroeger met een glaasje priklimonade en later bij een kopje koffie. Op nummer twee de tompouce met zijn krokante feuilletédeeg, romige puddingroom en met bovenop varkensroze, suikerzoet fondant.

In het Haagse middenklasse-milieu waar ik uitkom, was altijd sprake van gebak. En niet van taartjes, zoals ik later uit de betere kringen vernam hoe je dat moest noemen. Altijd flauwekul gevonden en een taart is wat anders dan een gebakje. Soms hadden we een overheerlijke soesjestaart (profiterolles), maar op verjaardagen waren er vroeger doorgaans gebakjes. Zoals de moorkop, het hazelnootgebakje, een met vruchten of gember, een mocca-gebakje, een met marsepein, een slagroomhoorntje, een appelpunt of schuimgebakje. En dan ook verder door het jaar wel petit-fours bij de thee.

De Haagse banketbakkers die ik me herinner waren Engelhard, Lensvelt, Van der Meijle, Boheemen en nog een paar waarvan ik de naam niet meer weet. Zoals de banketbakker op de Beeklaan met voortreffelijke appelschuitjes, met een hele gesuikerde en gebrande appel in de korst: een traktatie bij verjaardagen op het werk. Of sachertorte eten in de Wiener of in het Haags Filmhuis. En de bijzondere en lekkere hazelnoottaarten en -gebakjes van Maison Kelder.

Den Haag is altijd een stad geweest van banketbakkers en heerlijke gebakjes en taarten. En veel gelul, maar wel gebak van Krul.

MobyDirk 2015.

Haagsche Broeder blijkt kloosterbier te zijn …

Nooit geweten dat broeders en bier zo goed matchen. Het lanceren van een nieuw biermerk midden in het centrum van Den Haag is voor Opûh Koffiegangers een aantrekkelijke reden om er eens een bezoekje te gaan brengen.

Moesten wij daar een afspraak voor maken? Eigenlijk wel, maar eigenwijs als de drie heren (Edwin, Niek, Theo) en één dame (José) zijn, kan het ook zonder afspraak.

Het wachten tot het klooster opengaat geeft ons de gelegenheid de oude school van José te bezoeken. De ingang nodigt echter niet uit naar de voormalige zusterschool maar wel naar de kapel ernaast. En rumoerig tot dan toe, daalt de devotie als een stille koepel op ons neer zodra wij de deur naar de kapel openen. Een enkele kerkganger heeft een kaarsje opgestoken en knielt neer voor het niet bezette altaar. Achterin zit iemand op de bank een boek te lezen dat niets met het geloof heeft te maken. Stilte en fluisteren zorgen ervoor dat wij snel rechtsomkeer maken. Hier kunnen wij gezamenlijk niet veel doen.

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/962/41418578/files/2014/12/img_5309.jpg

exacte temperaturen komen er hier op aan vandaar de afgesloten compartimenten

Op naar het klooster van de Broeders van St. Jan dat ons weer naar buiten doet gaan naar een volgende deur enkele tientallen meters terug in de Oude Molstraat. We treffen het dat op dat moment de voordeur juist van slot gaat. Tien minuten te vroeg volgens het tijdrooster op het raam. Maar wij mogen toch binnentreden in het tot dan toe duistere vertrek.

Ik heb het gevoel alsof wij in de weg staan als onverwacht de glazen deur opengaat en er een krat met volle bruine flessen naar binnen wordt gereden. Dit lijkt een vers brouwsel waarvan de etiketten op de flessen nog maar net aan hun nieuwe plekje aan het wennen zijn. Daar staat het dan, een krat vol driekwartliterflessen toch écht gevuld met Haagsche Broeder.

Maar ons doel is natuurlijk niet bier alleen. Wij willen weten hoe het zo gekomen is dat een broederschap zich op het brouwen van bier heeft geworpen. En hoe toevallig (..) komt er een Haagse broeder achteraan gewandeld. Het is broeder Clemens Maria die wel vaker met dit soort ‘toevallige groepjes bezoekers’ te maken heeft. Want hij zeult ons meteen mee het klooster in onderwijl vertellend over de orde die hier gesticht is met sterke Franse wortels.

En wij ook niet van gisteren meteen vertellen over onze interesse voor het geestrijk vocht wat hier in de brouwkelder haar bron vindt naar lokale, regionale nee zelfs landelijke en Europese populariteit.

Kapel meer kerk

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/962/41418578/files/2014/12/img_5319.jpg

een onverwachte pracht van het fraaie altaar als de duisternis plaats maakt voor het licht

Het zendingsvermogen van broeder Clemens slaat onverwacht aan want wanneer wij de duistere ruimte van de Willibrorduskapel, meer kerk, van de Broeders van Sint Jan binnengaan, komen er bij mij meteen allerlei herinneringen uit de misdienaarstijd boven drijven. Broeder Clemens doet er nog een schepje bovenop door een enkele regel uit de Latijnse mis, Kyrië Eleison in volle glorie te laten weerklinken. Niemand denkt op dat moment meer aan bier.

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/962/41418578/files/2014/12/img_5317.jpg

Theo in de lift naar lagere sferen waar het allemaal gebeurt

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/962/41418578/files/2014/12/img_5318.jpg

de brouwketels op een rij langs een van de wanden van de brouwkelder

Toch gaan wij even later als de nodige vragen door de geestelijke zijn beantwoord, op weg naar de lager gelegen verdiepingen naar het brouwproces in de kelder. Het brouwproces is ook José niet vreemd als amateur Porter brouwer bij ABC Beers.

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/962/41418578/files/2014/12/img_5321.jpg

Broeder Clemens Maria laat ons de eerste gisting van een nieuwe lichting proeven

De eerste gisting van een nieuw brouwsel bevat nog geen alcohol maar smaakt al wel in de richting van Haagsche Broeder. De zakken hop liggen nog als ‘schuldigen’ op de bodem van de ketel. Nadat het gezelschap van een proeve kon genieten moeten wij toch afscheid nemen. Onze gastheer heeft namelijk een afspraak voor een kapittel. “Daar word ik namelijk gekapitteld“, grapt hij.
Daar hebben wij onwetenden natuurlijk alle ontzag voor en na onderling persoonsgegevens te hebben uitgewisseld nemen wij geheel voldaan afscheid van deze aimabele en charmante broeder en bedanken hem voor zijn geestdriftige manier van ons te ontvangen en te begeleiden. Wij komen hier zeker nog een keer terug.

Meer informatie over Haagsche Broeder
De Broeders van Sint Jan

Tampat Senang

Afgelopen vrijdag las ik op de website van Den Haag FM dat het oudste Indonesische restaurant van Nederland failliet dreigt te gaan. Het gaat om het chique Haagse restaurant Tampat Senang op de Laan van Meerdervoort. Het opende zijn deuren op 1 januari 1922, maar hoe lang blijft het nog bestaan? De huidige eigenaar Peter Felix luidt de noodklok en is op zoek naar een redder in de nood. Wie helpt?

Ingang

Indisch eten is altijd mijn favoriete eten geweest, en nog steeds. Het is een rijke keuken waar allerlei kleine gerechten en smaken samenkomen rondom een klein bordje met nasi putih, witte rijst. Gevarieerd gekruid vlees van het varken, babi, boterzachte rendang van rundvlees, pittige kip (ajam) en diverse groenten met de sajoers. En dan nog allerlei kleine extra’s als seroendeng (kokos met pinda’s), kroepoek, atjar en voor de liefhebbers diverse soorten sambal, lekker pedis. Ja, heerlijk en dat alles langzaam eten bij een uitgebreide rijsttafel en met een koud glas bier.

Nu houd ik wel van koken, maar aan de Indische keuken heb ik mij nooit gewaagd. Dat gaat me niet lukken en om het goed te doen moet je heel lang in de keuken staan. Mijn genoegen heb ik altijd gezocht in de vele Haagse Indische restaurants en toko’s.

In de jaren tachtig ben ik zelfs systematisch zo veel mogelijk Indonesische eettentjes af gegaan in Den Haag en van alles geprobeerd. Van een lunch met koude gadogado en pindasaus in toko Solo in de Witte de Withstraat (bestaat niet meer), tot het buffet van Sarina op het Goudenregenplein, of het wat luxere Garoeda op de Kneuterdijk. En als vaste waarden at ik vaak bij Srikandi op de Grote Markt, of snel een hapje bij Toko Frederik in de Frederikstraat. Ik had er bij elkaar een aardig boekje met recensies over kunnen schrijven, maar niets bijgehouden.

En Tampat Senang mocht natuurlijk ook niet ontbreken om een keer naar toe te gaan. Het is toch wel het sterren-restaurant onder de Indische zaken. Tampat Senang betekent een plaats waar men zich behaaglijk voelt.

Interieur

Het was ergens eind jaren tachtig toen ik met mijn vriendin terug was gekomen van vakantie. We hadden geld overgehouden en ik stelde voor om op de dag van terugkomst nu eens naar Tampat Senang te gaan. En zo zaten we daar al vroeg op een zonnige zomeravond. We waren er de enige gasten. Ik herinner me nog goed de ambiance van een grote, hoge kamer die helemaal de sfeer van het oude Indië uitstraalde. Er zal toen na 1922 niets verbouwd zijn of een nieuw likje verf hebben gekregen. Het had zeker veel sfeer, maar het ademde ook naar vergane glorie. Er waren veel bedienden in het restaurant en die liepen in een sarong met op hun hoofd een gevouwen doek. Tempo doeloe.

We bestelden een rijsttafel voor twee personen. Er werd een tafeltje bijgezet en na een tijdje werden allerlei bakjes met diverse gerechtjes neergezet. De details weet ik niet meer, maar het was heerlijk. En de prijs was navenant.

En dan nu in 2014. Aan de foto’s op de site van Tampat Senang is te zien dat het restaurant wel een keer is opgeknapt, maar met behoud van de ambiance. Een rijsttafel voor een persoon is er vanaf 27.50 euro. Niet goedkoop, maar ik zou er snel eens heengaan. Om dit mooie Haagse restaurant van de ondergang te redden, of om er toch nog een keer te hebben gegeten. Selamat makan!

Interieur

Auteur: Moby Dirk.

Bron en foto’s: Website Tampat Senang.

Marks&Spencer

Marks&Spencer

Terwijl ik met gepaste stappen richting de net nieuw geopende Marks&Spencer loop, zie ik een medewerkster van de gigantisch grote nieuwe winkel buiten snel haar lunch naar binnen werken. Terwijl het regent staat ze tegenover de winkel en er straalt een glimlach van haar gezicht. Ik spreek haar meteen aan op het moment dat ik het logo op haar truitje zie staan, om haar vervolgens het hemd van het lijf te vragen. Ze antwoord uiterst keurig en zichtbaar oprecht op mijn nogal directe vragen.
Na mij, een klant, in haar pauze zeker 5 minuten antwoord te hebben gegeven op al mijn vragen snelt ze zich weer naar binnen. Waar ik haar even later op verschillende plekken in de winkel klanten zie helpen. Ik vraag me, terwijl ik me vergaap aan alle mooie kleding, af of ze daarop getraind is…klantvriendelijkheid.
Om dit te testen stel ik meerdere leden van het winkelpersoneel vragen en opvallend; allemaal even behulpzaam, vriendelijk, voorkomend, netjes gekleed en informatief.
Verheugd loop ik via de dameskleding richting de voedingswarenafdeling. Maar na nog geen vier stappen in de winkel gezet te hebben vult mijn hartje zich reeds…bijna alle kleding waar ik mijn oog langs laat glijden is er óók in een plus size, en het is nog enigszins betaalbaar ook!
Als ik uiteindelijk bij de voedingswarenafdeling geraak ben ik zo verguld van blijdschap dat ik rondloop als een kip zonder kop en met een soort van blackout gevoel kan ik alleen bedenken dat ik graag wil weten of ze ook clotted en dubble cream hebben. Beter bekend als>die heerlijk, vol vette room die zo uiterst Engels is. Staand bij het roomvak zie ik dat alles reeds uitverkocht is, maar het kan me eigenlijk niets schelen. Een winkel met super nette, mooie kleding, een grappige namen assortiment met heerlijk eten én vriendelijk personeel…dat is wat Den Haag nodig had!
Ik denk nog even aan mijn gesprekje met het meisje voor de winkel. Ik vroeg haar of met z’n allen als een team een winkel gaan bemannen een saamhorigheidsgevoel aanboort of dat het net zo is als bij de Etos werken. Waarop zij, met gepaste trots, antwoord: ik denk dat bij de Etos werken ook leuk zal zijn, maar om met met z’n allen in dit pand een zo’n bijzondere winkel opbouwen geeft wel een heel andere dimensie en ik ben blij dat ik daar deel van mag zijn.
Zo’n antwoord maakt me blij, en ik waan me heel even weer in het keurige Engeland waar ik mij ooit, een leven geleden, een tijdje heb verpoosd.