De Tweede Kamer als daklozenopvang

Van de week had ik een gesprekje via de Facebook-chat met medeblogger Artodidart. En zoals vaak gebeurt, komen uit zo’n gesprek de beste ideeën voort:

Foto: -JvL-

E: “Vanavond maar weer ’s op bezoek bij de Tweede Kamer, kijken of er wat te halen is voor Haagspraak.”
A: “En weer wat wijsheid op gedaan?”
E: “Nee, da’s vanavond. En ik denk niet dat daar wijsheid te vinden is.”
A: “Ga er dan niet heen, tenzij je op je verwarming wil besparen.”
E: “Dat lijkt mij een uitstekende reden voor een bezoek aan het parlement in de winter. Ik zal wat flyers maken en deze onder daklozen verspreiden.”
A: “In de zomer hebben ze er airconditioning.”
E: “Een perfecte plek dus, voor daklozen, om overdag te slapen.”

 

 

Quinn Norton: Embedded bij Occupy

Embedded journalism binnen Occupy

Quinn Norton bracht voor het magazine Wired maanden door in de tenten van Occupy en deed daar het afgelopen jaar in een reeks artikelen verslag van. In het enkele dagen geleden verschenen stuk ‘A Eulogy for #Occupy’ geeft zij een overzicht van haar ervaringen als ‘embedded journalist’ binnen de beweging.

Het is een doorleefd artikel, dat verhaalt van enthousiasme en berusting, communicatieproblemen tussen mensen van totaal verschillende afkomst, van bange en sadistische politiemensen, van alle problemen waar een mini-samenleving in haar opbouw mee te maken heeft.

Occupy Oakland. Foto: glennshootspeople

General Assembly

Een prachtig voorbeeld is de ‘General Assembly’, het paradepaardje van de Occupy-beweging, geërfd van de Spaanse ‘Indignado’s’. Het artikel verhaalt hoe deze openbare vergaderingen aanvankelijk iedereen inspireerden: mensen die anders nooit gehoord werden kregen het woord en naar hun mening werd geluisterd.

En ook verhaalt het van het verworden van de General Assembly tot een tandenloze bijeenkomst, waarin de zelfkritiek van de beweging monddood werd gemaakt. Een bijeenkomst die ook niet de macht had om de besluiten die zij nam tot uitvoer te laten komen.

De cynische en de naïeve media

Het verhaalt van de media: de cynische massamedia die het gebeuren vanaf een afstandje aanschouwde en overwegend negatief reageerde. Het verhaalt van Occupy’s eigen media: onervaren als ze waren vielen de livestreamers in vele valkuilen. Willekeur werd voor objectiviteit aangezien, ‘egomaniakale reporters’ maakten neutrale verslaglegging onmogelijk door negatieve gebeurtenissen binnen de kampen te censureren.

En van haar eigen rol hierin: hoe ze zich van organisatiebijeenkomsten afsloot om neutraal te blijven en geen risico’s voor de demonstratie te creëren. Hoe ze zich als embedded reporter staande moest houden binnen een kamp: soms tegenover politiemannen met traangas en LED-lampen die fotograferen belemmerden, soms tegenover agressieve kampbewoners.

Hoe ze door haar verblijf in 14 kampen in de praktijk een soort van verbindingsofficier werd, die kennis en ervaring van occupiers elders in de States overbracht. En hoe ze uiteindelijk na de vele ontruimingen moe en gedesillusineerd raakte van de hele onderneming.

Occupy Berlin. Foto: tranZland

Een onbegrepen boodschap

Quinn Norton beschrijft de boodschap van Occupy, zoals deze in het algemeen was opgepikt door de massamedia: de aanklacht tegen de toenemende ongelijkheid in het economische systeem.

Maar zij beschrijft ook een andere boodschap van Occupy. Een boodschap die onbegrepen is gebleven. Omdat zij onwelkom was bij de heersende klasse en de samenleving als geheel haar niet wilde horen.

De Occupy-beweging was voor haar ‘een bericht uit de toekomst’, een bericht dat verhaalt van een falende samenleving. Een samenleving waarin mensen door sociale en economische instituties van elkaar vervreemd zijn geraakt en waarin hebzucht het grootste goed is geworden.

Zij vertelt over mensen die naar de kampen kwamen om anderen te helpen, eenvoudigweg omdat zij daar behoefte toe voelden. Zij vertelt van gemeenschapszin en identiteit, van zingeving en voldoening.

Hoofdkwartier Occupy Sandy. Foto: John de Guzman

Occupy Sandy

Een mooi voorbeeld van hoe de Occupy-beweging af en toe ineens geweldig kon functioneren geeft zij met ‘Occupy Sandy’. Tijdens de Orkaan die de Oostkust van de VS eind oktober 2012 teisterde waren het niet de geïnstitutionaliseerde hulptroepen van FEMA of het Rode Kruis die altijd het eerst ter plekke waren. Vaak waren vrijwilligers van Occupy Sandy in de praktijk sneller en effectiever. En interessant voor de Nederlander: hoogstwaarschijnlijk een stuk goedkoper.

Quinn Norton’s ‘A Eulogy for #Occupy’ is hier te vinden: http://www.wired.com/opinion/2012/12/a-eulogy-for-occupy/

Tentenkamp asielzoekers op Koekamp wordt ontruimd

Vanavond om 18:45 heeft de rechter uitspraak gedaan in het kort geding dat de demonstrerende ongedocumenteerden op de Koekamp hadden aangespannen tegen de beslissing van Burgemeester van Aartsen.

Deze had eerder deze week in een brief aangegeven dat de tenten van de uitgeprocedeerde asielzoekers 13 december weg moesten zijn. De demonstranten stonden hier sinds 19 september.

De rechter oordeelde dat het kamp per donderdag diende te verdwijnen. ‘Gezondheid’ werd als argument genoemd. Overdag demonstreren is toegestaan.

Verdere details zijn niet bekend en worden waarschijnlijk ook niet gegeven. Er zijn meest recent een zestal politiewagens op de Koekamp gezien. Er rijden auto’s af en aan en goederen worden geëvacueerd. Op dit moment is nog niet bekend of iedereen weg zal gaan  of dat er een groep achter zal blijven op de locatie om zich te verzetten.

Een eventuele ontruiming door de politie zou vanaf middernacht plaats kunnen vinden.

Mijn woning is halal

Alles halal
Foto: Omar Omar

De partijen die het woord ‘vrijheid’ in de naam hebben, blijken in Nederland keer op keer die partijen te zijn die het meest lopen te klagen over de levensstijl van de ander. Zij nemen aanstoot aan andermans gewoonten en gebruiken en zouden die ander het liefst in zijn vrijheid beknotten.
Ik hoop niet dat die partijen (loop het rijtje maar eens na en kijk wie het zijn) zich hiermee in een glorieuze Europese traditie begeven: die traditie die voorkomt uit de angst voor de ander. Een leuke observatie op dit punt komt uit de ‘Millennium-trilogie’ van Stieg Larsson: hij meldt dat vooroorlogse Zweedse extreem-rechtse groeperingen nogal vaak het woord ‘vrijheid’ misbruikten in de partijnaam. Hij bestempelt dit als curieus en paradoxaal.

Mijn woning heeft een voor Nederlandse begrippen inmiddels beetje aparte plattegrond: de keuken is gescheiden van de woonkamer. Sinds de opkomst van de doorzon-Nederlanders wordt dit als ouderwets gezien. Ik vind dit zelf wel fijn, want ik laat ‘s avonds mijn afwas wel eens staan. Terwijl ik lekker kan uitbuiken na het eten hoef ik de vuile vaat in de keuken niet aan te zien.

Degene die bij mij thuis binnenkomt, zal al snel ontdekken dat de schoenen in de hal worden uitgedaan. Dit heeft weinig te maken met Turkse vrienden op de middelbare school of universiteit en is ook geen erfenis van een Russische vriendin: dit heb ik van mijn moeder geleerd. Mijn moeder houdt van een net huishouden: daar hoort een schone vloer bij. Dat het een goed Nederlands gebruik is om hier met modderpoten over heen te lopen, krijg je er bij haar niet in. Terecht. Helaas voor diegenen die het woord ‘vrijheid’ hoog in het vaandel hebben heeft ook mijn moeder twee Nederlandse ouders.

Zelf ben ik een streng atheïst die gelooft in zaken als evolutie, sex voor het huwelijk en een lekker glas bier op zijn tijd. De Bijbel en Koran, ik heb ze beiden in huis, zie ik als mooie sprookjesboeken. Ook maak ik graag grappen over zaken als de heilige drieëenheid (zijnde: sex, drugs en rock ‘n roll). Toch denk ik, dat een moslim die mijn huis bezoekt, mijn woning en huishouden als ‘een beetje halal’ zou bestempelen. Dat idee vind ik best leuk. Ook denk ik dat ik het snel met die moslim over één ding eens zal zijn: wij laten ons niet door een ander vertellen wat ‘vrijheid’ is.

Strandbeesten

strandbeesten
Foto: Oenkenstein

Hoe vang je een strandbeest? Vrij eenvoudig: je pakt het bij de horens, net als een texaanse koe. Deze les zal Theo Jansen je bijbrengen als je voor hem werkt als cowboy. Wat hij er niet bij vertelt is dat je als cowboy op het Zuiderstrand in Scheveningen soms natte voeten krijgt: strandbeesten lopen maar al te graag het water in.

Leuk allemaal, maar wat is dat nou: een strandbeest?

Wellicht moet ik enige uitleg verschaffen bij dat woord. Voor sommigen van jullie zal Theo Jansen wellicht een bekende naam zijn, als kunstenaar is hij dat uiteraard voor velen ook weer niet. Theo Jansen werd in 1948 geboren in Scheveningen en is tegenwoordig inwoner van Delft. Begin jaren ‘90 verscheen een column in de Volkskrant van zijn hand, waarin hij een tweetal imaginaire beesten beschreef die zand opwierpen en de mens in zijn strijd tegen de zee bijstonden in het creeren van nieuwe duinen. Na dit artikel besloot hij zich toe te leggen op het realiseren van deze droom: het scheppen van een nieuwe natuur. Strandbeesten bestaan uit kunstof en leven van de wind: afgezien van de zeilen zijn ze geheel opgebouwd uit PVC en tie-wraps.

Theo was als kunstenaar al vroeg gefascineerd door evolutie en dit zie je terug in zijn werk. En niet alleen in de naamgeving van zijn beesten, die allen tot de Animaris-familie behoren. Zo zijn, bijvoorbeeld, de poten van zijn strandbeesten ontstaan in een computerprogramma dat evolutionaire principes hanteert om tot een goede oplossing te komen voor de vele problemen die het voortbewegen over zand met zich meebrengt.

Voet van een strandbeest. Foto: Oenkenstein

Elk jaar doet een nieuwe generatie van deze wonderlijke creaties zijn intrede, een generatie waarin weer nieuwe concepten en ideeen verwerkt zijn die het overleven van het genus ‘Animaris’ mogelijk moet maken. Tot nog toe is dit overleven beperkt: sommige strandbeesten leven niet veel langer dan enkele minuten. Allen sterven ze uit aan het einde van het seizoen.

Cowboy zijn bij Theo Jansen is maar een paar dagen per jaar mogelijk: ergens in de nazomer laat hij zijn strandbeesten los op het Zuiderstrand van Den Haag. Gedurende een dag of drie is er dan tijd voor filmopnames, een aantal demonstraties voor bezoekers en toevallige passanten en veel oplapwerk: strandbeesten lopen de eerste hulp in Theo’s zeecontainer in en uit.

Strandbeesten hebben soms wat hulp nodig Foto: Oenkenstein

De generatie strandbeesten van 2012 heette ‘Animaris Adulari’. De soort zou bij de WWF al snel op een beschermde lijst komen: ze waren met zijn zessen. Ook was er een afwijkend exemplaar te vinden in hun kudde: een dame met het dubbele aantal poten. Zij was bijna twee keer zo zwaar als de rest en vertoonde enig divagedrag: haar op tijd terug krijgen voor de lunch na een strandwandeling vereistte veel extra werk van de cowboys. Met veel geduld en het nodige duw-en trekwerk was ook zij echter wel tegen de wind in weer thuis te krijgen.

Vele poten. Een strandbeest met sterallures. Foto: Oenkenstein

Deze soort is echter nu alweer uitgestorven. Wellicht zijn hun stoffelijke overschotten nog te vinden op de strandbeestenbegraafplaats bij Theo’s atelier in Ypenburg. Hier rusten de dode strandbeesten, terwijl hun gele PVC-skeletten langzaam verbleken in de wind.

Informatie over Theo Jansen en de strandbeesten kan gevonden worden op: http://www.strandbeest.com/