Steenbergen, what’s in a name?

Het ingooien van een ruit bij vluchtelingen in Steenbergen zou wel eens gevolgen kunnen hebben voor de lokale woningbouw nu blijkt dat Steenbergers niet in staat zijn om constructief gebruik te maken van bakstenen.

Een medewerker van bouw- en woningtoezicht die anoniem wenst te blijven vertelt mij het volgende: “Niet alleen op het stadhuis, maar ook bij het ministerie maakt men zich ernstige zorgen om de woningvoorraad in Steenbergen. Bij de rijksdienst gaan er stemmen op om nieuwbouwplannen uitgevoerd in baksteen in de Brabantse plaats te schrappen.”
“Het is duidelijk dat de inboorlingen niet in staat zijn om met dit materiaal om te gaan,” aldus de ambtenaar. Hij pleit ervoor om grotere construcites in het dorp in het vervolg uit te voeren in beton en voor kleinere woningen de toevlucht te zoeken tot het traditionele Steenbergse materiaal: leem.
“Dit zal de structurele integriteit van de lokale woningvoorraad ten goede komen,” beëndigt hij zijn betoog.

De lange en droeve geschiedenis van het Brabantse dorp Steenbergen

In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, woont men in Steenbergen nog altijd in lemen hutjes. Het mag een godsmirakel heten dat men er überhaupt in staat is om een AZC te bouwen.

Steenbergen kent een lange geschiedenis. De eerste vermelding van de Steenbergers is van de hand van de Griekse geschiedkundige Herodotos. Herodotos, die de randen van zijn wereldkaart bevolkte met mythische monsters, zoals de ‘Menseneters’, ‘Zwartjakkers’ en ‘Kopvoeters’ noemt ook de ‘Steenbergers’. Tijdgenoten van Herodotos gingen er vanuit dat Steenbergen een verzinsel was.

Al in de Romeinse tijd leverde de bevolking van het Germaanse dorpje Steenbergen veel problemen op voor de bezetters. Julius Caesar overwoog ooit, om net als in Schotland, een muur om het dorp te bouwen. Hij zag af van het plan nadat zijn plaatselijke commandant hem erop wees dat de Steenbergers nooit zonder begeleiding de weg uit hun woud zouden kunnen vinden.

In 1568 liet de Hertog van Alva zijn leger door het dorp heen trekken. Omdat zijn huurlingen de dorpelingen niet van het plaatselijk wild in de Steenberge bossen kon onderscheiden, bleef Steenbergen, in tegenstelling tot veel andere plaatsen in De Nederlanden, gespaard voor plunderingen.

Pas met de komst van moderne infrastructuur, in de vorm van een karrenspoor, in de 19e eeuw, bereikten de eerste Steenbergers de buitenwereld.

In 2001, tijdens de Mond -en Klauwzeercrisis, kon een veearts uit het naburige Bergen op Zoom ternauwernood voorkomen dat de gehele bevolking van Steenbergen op last van het ministerie van Landbouw en Visserij werd geruimd.

De kredietcrisis maakte in 2008 een einde aan het plan, voor het eerst onder het kabinet Balkenende-3 genoemd, om van Steenbergen een dependance van het Archeon te maken. Het ministerie van Economische Zaken verrichtte in 2011 nog een onderzoek naar de mogelijkheden om het gehele dorp te privatiseren, maar ook dit voorstel werd afgeblazen. Ambtenaren op het ministerie hadden niet het vertrouwen dat de Steenbergers in staat zouden zijn om zelf de entreegelden te heffen.

Het Amerikaans ministerie van Buitenlandse Zaken heeft momenteel een negatief reisadvies afgegeven voor Steenbergen. Reizigers die toch in de buurt moeten zijn, worden aangeraden om te reizen via Syrië.

De VN maakt ook nog melding van het dorp. Een verslag van Unesco, dat het unieke neolithische karakter van Steenbergen roemt en het enkele jaren geleden tot werelderfgoed wilde verklaren, meldt dat de VN-medewerker ter plaatse is opgegeten. Dientengevolge is het dorp nog niet opgenomen in de lijst.