Een selfie voor Het Glazen Huis

Zo ergens rondom de eerste dag van de winter is het tijd voor Nederland om zijn jaarlijkse kerststal weer op te tuigen. Dit jaar staat deze kaasstolp in Leeuwarden, alwaar gul en vrijgevig Nederland zijn jaarlijkse aflaat mag doen.

Terwijl wij op de radio mogen vernemen dat onze samenleving weer 8000 nieuwe daklozen heeft geproduceerd, kunnen wij weer een muziekje aanvragen bij 3FM Serious Request en ons een weldoener voelen. Op 24 december zal dan het kabinet de ultieme selfie maken: in de dagen van Balkenende was dit een zeer christelijke verdubbeling van het opgehaalde bedrag, in de crisisjaren van Rutte een oproep om de broekriem aan te halen waar het goede doelen betreft en vooral geld uit te geven aan duurzame consumptiegoederen.

“Uw plaat.. Net wat de wereld nodig heeft.” Foto: Elger van der Wel

Voor al diegenen die naar Leeuwarden gaan: nadat je jezelf vereeuwigd hebt voor Het Glazen Huis, vergeet vooral niet om nog wat daklozen de goot in te trappen, scheld op de weg terug naar huis nog wat vieze werklozen uit en vraag tot slot nog een laatste deuntje aan van Beyonce, of als u wat ouder bent: Madonna. Verheug u nu na al deze liefdadigheid op het Kerstdiner.

Dat laatste zal ik ook doen: ik verheug me al sinds Pasen op de aankomende Kerstdagen, met lekkere wijn. Bij een enkele fles zal het zeker niet blijven. Vermoedelijk eten wij kalkoen. Of misschien wel parelhoender, dat is immers goed voor de economie. Het Glazen Huis krijgt van mij wederom geen cent, zelfs geen Bitcoin. Want ook ik haal waar nodig de broekriem aan.

Edwin IJsman

Waarom ik mijn Livestrong-armband behoud

Mijn gele armbandje, gekocht bij de bus van de 7-voudig tourwinnaar zelf bij de Tourstart in Rotterdam in 2010, begint steeds meer een bizar relikwie uit het verleden te worden. Wat voor functie heeft dit object nog, nu Lance van zijn voetstuk is gevallen en door ons allen terechtgesteld wordt als valsspeler en dopingzondaar? Wat voor functie heeft dit nog, nu er zelfs mensen zijn die aan de geloofwaardigheid van de door hem opgezette kankerstichting Livestrong beginnen te twijfelen?

livestrong verknipt-s
Livestrong-bracelet: de schaar erin?

Ik ben sinds jaar en dag een wielergek. Wel wordt het mij steeds moeilijker gemaakt om dit te blijven. Na de aankondigingen van Lance’s aanstaande schorsing in augustus en het USADA-rapport in oktober, waar ik eerder over schreef op Haagspraak, heb ik er wel eens over gedacht om helemaal geen wielrennen meer te gaan kijken, een schaar te pakken om mijn Livestrong-armbandje door te knippen of om iets anders symbolisch te doen. Ik ga nu vertellen waarom ik dat niet zal doen.

Ik ben nooit een heel grote fan van Lance geweest. Dat wil zeggen: ik vond hem geweldig toen hij als jonge profrenner in 1993 wereldkampioen op de weg werd in Oslo, met een prachtige solo over een glibberig parcours. Hij was een zwaagebouwde renner, een kilo of 85, met veel spiermassa in zijn bovenlichaam. Niet geschikt voor het hooggebergte. Lance Armstrong zou nooit de Tour kunnen winnen.

Dat veranderde toen hij kanker kreeg: hij verloor 10 kilo en dankzij de samenwerking met Johan Bruyneel, zo gaat het verhaal verder, leerde hij met lichte verzetten te rijden, zowel bergop als in tijdritten. Dit werd gezien als een innovatie in de wielrennerij, maar het principe is vrij oud: Door een licht verzet te gebruiken beperkt een renner de afbraak van spiervezels tijdens een koers, terwijl hetzelfde vermogen gehaald kan worden als bij een zwaar verzet door de hogere trapfrequentie. Een renner fietst zo gezegd dan meer op zijn cardiovasculaire systeem dan op spierkracht. Op zich niets nieuws: de legendarische klimgeit Charly Gaul deed dit al in de jaren ’50. Hij won er de Tour en de Giro mee. Ook niet ‘clean’ overigens, als je de verhalen moet geloven. Maar daar heeft niemand zich ooit druk over gemaakt. Waar het hier even om gaat is het volgende: zijn ziekte heeft het hem mogelijk gemaakt om de Tour te winnen.

Lance Armstrong was een andere renner geworden. Hij won de Tour de France van 1999. Ik zat op het puntje van mijn stoel en vond het geweldig. In de jaren daarna veranderde dat: de intimiderende sfeer die om de man heen hing, de wijze waarop hij het hele peloton zijn Livestrong-bandjes opdrong en de stijl van koersen stonden mij niet aan. Wat voor mij wel altijd bleef was de bewondering voor de prestatie en de wijze waarop hij zijn successen benutte om het gevecht tegen kanker aan te gaan.

livestrong bracelet
Ik koester mijn Livestrong-armbandje

Dit alles heeft nu een nare smaak. Lance Armstrong is een valsspeler gebleken en dan ook nog eentje die geen berouw blijkt te tonen. Een held van miljoenen is van zijn voetstuk gevallen en krijgt nu de wraak van de samenleving over zich heen.

Wat deze samenleving voor het gemak even vergeet, is dat zij gevraagd heeft om deze held. Dat de wielersport, waarin dopinggebruik aan de top in de jaren ’90 en daarna inmiddels gemeengoed is gebleken, jonge jongens dwingt om op onmenselijke wijze tegen elkaar op te boxen. Niet alleen voor de sponsorgelden en het prijzengeld, maar vooral voor onze waardering. Om te voorzien in onze behoefte aan helden.

Dat deze helden ook maar eenvoudige jongens zijn die het hoofd boven water proberen te houden in een wereld waarin mensen hun geld en roem verdienen over de ruggen van anderen, waarin nog altijd de dood van de een het brood van de ander is, dat vergeten wij maar even voor het gemak. Dat wij het valsspelen van onze helden in de wielersport wel eens een uiting kan zijn van een levenshouding die wellicht gemeengoed is geworden in onze maatschappij, op alle niveaus van de samenleving, dat horen wij liever niet. Vooral niet als deze helden van hun voetstuk vallen en mens blijken te zijn: dan stampen we ze het liefst collectief de grond in. Zodat wij ons beter voelen.

Daarom behoud ik mijn Livestrong-ambandje: niet omdat ik een fan van Lance ben, maar omdat het mij herinnert aan de hypocrisie van onze maatschappij.