Het terrazzowerk in de de Passage

 Terrazzowerk in de Passage.
Terrazzowerk in de Passage.

De vloer in de Passage is een prachtig voorbeeld van het terrazzowerk, dat Giovanni Battista Gobeschi in 1885 heeft aangebracht. Ook in 1929, toen de derde arm aan de passage werd aangebracht, werd de vloer door hem gelegd.
Hij was één van de eersten terrazzowerkers, die vanuit Italië naar ons land trok.

Zijn werk is nog steeds te bewonderen. Het bekende rechthoekige stukje mozaïek heeft menigeen wel een keer opgemerkt, maar wist u dat er meer is te ontdekken in de Passagevloer?
Zo is de naam Cobeschi in kleine stukjes terrazzo verwerkt in de vloer. Minder fraai oogt het restauratiewerk uit 1977, met de signatuur van Marzolla.

Als u nog eens in de Passage komt, kijk dan naar de vloer en probeer te ontdekken, waar deze kleine, soms subtiel aangebrachte namen te vinden zijn. Zoek naar het jaartal 1925, dat ook in de vloer verwerkt is. De Passage zal daarna nooit meer hetzelfde zijn, omdat uw oog steeds weer zulke plekken zal opzoeken.

Bij de firma Cobeschi werkten twee neven, die later een eigen bedrijf zijn begonnen onder de naam Rosa Terrazzo. Zij vestigden zich in de wijk Transvaal.
Een mooi bord aan de gevel in de Pretoriusstraat is daar nog steeds te bewonderen.

G&F. Rosa, terazzo en mozaïek. Foto door Roel Wijnants, op Flickr
Terrazzoplaat van de firma Rosa.

Fotoverslag van de restauratie van de terrazzoplaat van de firma Rosa

ik schrijf mijn lijf

ik schrijf mijn lijf
verlies mijzelf
in schrift en tijd

wat blijft en schrijft
zijn twee dingen:

ik schrijf mijn lijf
in inkt en bytes

Een gedicht kan vele vormen aannemen. En in vele verschillende media worden vormgegeven. Het kan tegenwoordig een tekst zijn, traditioneel in inkt, modern, op een site of wordpress-blog, vlot en vluchtig, op twitter. Het kan gedragen worden op papier, op bits en bytes of op de trillingen van de lucht die wij geluid noemen. Het blijft een gedicht.

 

Sacha Kahn

1 April: inzameling voor Syrië

Nederland: leuker kunnen we het niet maken, wel cynischer

Wat wij nalaten

Gisteren vond een TV-inzameling voor Syrië plaats, u weet wel, dat land waarvandaan .. miljoen mensen inmiddels op de vlucht zijn geslagen. Naar aanleiding hiervan verzocht UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN de EU-landen ieder 500 vluchtelingen op te nemen. Landen als Duitsland gaven hier ruimhartig gehoor aan: de Duitsers gaven aan dat ze 5000 Syrische vluchtelingen een nieuw thuis konden bieden.

Via minister Timmermans liet onze regering vorige week weten geen opvang aan Syriërs te bieden. Het antwoord luidde vorige week zo: ‘Wij zijn van oordeel dat de vluchtelingen in de regio moeten worden geholpen.’ Dat die regio inmiddels overbelast dreigt te raken en aan de grensstreken met Syrië de spanningen hierdoor oplopen, werd hierbij maar even gemakzuchtig vergeten.

Wat wij wel doen

De portemonnee trekken. Dat is de wijze waarop Nederland zijn armoede laat blijken. Met onze minister-president voorop. Op twitter mochten we dit van hem lezen:

Het kabinet liet weten ook nog eens 4 miljoen Euro toe te zullen voegen aan het opgehaalde bedrag. Om u een idee te geven wat dit bedrag waard is:

  • met vier miljoen kan je 4 panden aan de Herengracht aanschaffen
  • met vier miljoen kan 7 SNS-topmannen in leven houden
  • met krap duizend keer dat bedrag kan je de SNS-bank nationaliseren

Inderdaad: zoveel geld hebben de meesten van ons niet, maar de staat?

Daarvoor moet je het even in verhouding zien: de Rijksbegroting bedraagt 190 miljard Euro (2011), dat is (190*1000/4) 47.500 keer 4 miljoen.

Dit gebaar is tekenend voor Nederland anno 2013: we geven niet meer om mensen en zijn enkel nog met onszelf bezig. In dit egoïsme gaat onze regering voorop in zijn beleid dat winsten van multinationals stelt boven basale menselijke behoeften. Ondertussen worden wij afgescheept met mooie bumperstickerslogans als ‘snoeien om te groeien’ en met symboolpolitiek die ons inmiddels 130 laat rijden op de autosnelweg (kosten:100 miljoen, 250 x het bedrag voor Syrië). Asociaal beleid voor een in toenemende mate asociaal land.

Doen en (af)laten

Alle respect voor Tijs van den Brink en Jeroen Pauw overigens: vanuit hun positie doen zij wat zij kunnen. Als je TV-maker bent kan je het beste TV inzetten om wat te bereiken op humanitair vlak. Maar Nederland als land en onze regering in het bijzonder zijn bedroevend waar het de humanitaire waarden aangaat. Dat de actie op TV ook slechts 350.000 kijkers trok zegt alles. Wij hebben immers onze auto en hypotheekrenteaftrek om ons druk over te maken.

Wij denken liever niet aan de mensen en kopen de ellende af met een fooitje. Denk even hieraan als u de volgende keer een dubbeltje geeft aan een goed doel: ‘Alle beetjes helpen.’ Wij zamelen immers niet voor niets geld in voor de vluchtelingen uit Syrië, op 1 april.

HAAGGEDICHT

P1200815

LETTERKUNDIG MUSEUM IN DE JUFFROUW
IDASTRAAT

I

Beneden steeds de astmahoest van Gerrit Borgers
meer nicotine dan zuurstof leek het soms
wel gulle happer tijdens vergaderingen
in een literair modemagazijn

waarin maskers
van makers maar nooit lekker voorjaar
waarin grijze dossiers maar nooit popmuziek
en een leeszaal voor strafregels
over al die dode mevrouwen en mijnheren

drukwerk is oorzaak van bedruktheid
tenzij een flitsend lampje ontploft

A flirt met B in de studiezaal
wat kan Potgieter ons nou toch verdommen
jazeker, ogen en steelse lippen plegen
overspel in dit stoffige boudoir

II

vaste baan van 9 tot 5 maar
vaak spijbelde ik in het schaduwarchief
hongerig als een muis naar kaas.
het liefst opende ik de doos ‘Nescio’
sarcofaag vol cahiers en notitieboekjes.
de verwarming suisde. ik las:
‘een groot dichter zijn en dan vallen.
in de volheid der tijden.’ het jeukte in
mijn schedel van jaloezie en geluk.
alleen zijn met een dierbare dode
in een kelder van onze residentie.
ook Gerrit Achterberg liep hier in
doodvakantie, van Noordeinde via Gerzon
tot de Passage: Den Haag je tikt er tegen
en het zingt – voorbij de laatste stad

III

op zolder schreef ik
gedichten in de stoel van Couperus
illegale muze en illegale sigaret
onder hanebalken en het dakraam

zo komt de zon zonder dollen
naar binnen en tolt in je kop

IV

beneden nog altijd
vlijtig pennen van legale studenten
over ‘Awater’ en ‘Een winter aan zee’

de waanzinsonnetten van Willem Kloos
het verschoten behang van ‘De avonden’
en Vijftigers met tijgersnorren

tot de leeszaalcerberus tikt
het is tijd: lever in
kranteknipsels en hogere wijsheid

een draaiorgel jankt bij de Kneuterdijk
poëzie en proza worden ingeruild
de hoge toon zingt meteen
een toontje lager

O muze R.I.P. – na 5 uur verlaten.
mevrouw Aalbregt de werkster veegt
alle rommel aan en sluit fluitend de deur

Jaap Harten

A Late Quartet

A Late Quartet
Als liefhebber van klassieke muziek en aangemoedigd door alle positieve publiciteit op televisie, radio en alle andere media rondom de film “A Late Quartet” ben ik hem in Pathé Buitenhof gaan bekijken.

Om maar tegelijk met mijn vernietigende oordeel in huis te vallen:
De film is vlees nog vis. Hij gaat over een beroemd strijkkwartet dat binnenkort hun 25 jarig jubileum zal vieren door middel van een groot concert waarin het strijkkwartet van Beethoven no.14 opus 131 in zijn geheel en zonder pauzes tussen de 7 delen, gespeeld zal worden.
Tijdens de voorbereidingen voor dit gebeuren komt Peter, het oudste lid van de vier, tot de ontdekking dat hij een begin van Parkinson heeft ontwikkeld en dus genoodzaakt is binnen afzienbare tijd te stoppen want aan kwaliteit mag niet getornd worden.

Door de aankondiging van Peter lijkt het of iedereen alles wil veranderen, er ontstaat een onwerkelijk geharrewar over relaties tussen iedereen met anderen en onderling, zowel op het professionele als het persoonlijke vlak komen verborgen gebreken of ingehouden frustraties naar boven.
Behalve Peter, die vorig jaar weduwnaar is geworden, bestaat het quartet uit een echtpaar en een alleenstaande man waarmee de vrouw van het echtpaar vroeger een relatie heeft gehad. Het echtpaar zelf heeft een verwende dochter die vioolles krijgt van vroegere minnaar van haar moeder en daarmee uiteindelijk in bed beland want ze zijn op elkaar verliefd geworden (als ik het allemaal goed heb begrepen). Kortom: de mannelijk helft van het echtpaar duikt daarom met een Spaanse flamengodanseres in bed, zijn vrouw wil daarop scheiden en de dochter scheldt haar moeder vervolgens verrot omdat ze zich als kind verwaarloosd voelt. Als je dit allemaal goed tot je door laat dringen is het nog een wonder dat het jubileumconcert er uiteindelijk toch nog van komt.
Hoe hebben deze vier mensen het de voorafgaande 25 jaren met elkaar volgehouden is een vraag die niet wordt beantwoord.
Je krijgt sterk de indruk dat het film-idee van een 25 jarig jubileum van een klassiek strijkkwartet als kapstok is gebruikt om een hoop relationele Hollywood-ellende aan op te hangen. De muziek is niet essentieel voor de film en de relatieproblemen worden gelardeerd met het bekende Amerikaans moralisme en is soms wel wat (vals) sentimenteel. Het is een film die in alle opzichten keurig netjes binnen de lijntjes is gebleven qua format maar niet verrast en maar zelden ontroert. Het is een routineus product geworden. Dat is heel jammer want deze klassieke muziek verdient beter, daar heb ik wel van genoten. Dat strijkkwartet ga ik binnenkort wel op CD aanschaffen.
In de hoofdrollen: Christopher Walken, Philip Seymour Hoffman, Catherine Keener en Mark Ivanir.