Reizigersinformatie; een gebrek

Wel heel veel ruimte, maar totaal geen informatie voor de wanhopig oekende reiziger
Wel heel veel ruimte, maar totaal geen informatie voor de wanhopig zoekende reiziger

Het plaatsen van een piano in de hal van het nieuwe NS station Den Haag centraal was de aanleiding om me op te winden over de gebrekkige reizigersinformatie op dit nieuwe station. In Rotterdam goed geregeld, hier absoluut ondermaats.
Wel een piano maar geen idee op welk perron ik moet zijn als ik mijn trein op tijd wil halen. Als hij rijdt natuurlijk.

Ik ben in de pen geklommen van Pro-Rail, want het schijnt dat die hier over gaan. Heb mijn klacht op facebook gepubliceerd en de reacties waren voor 100% procent herkenbaar bij mijn lezers/volgers.

Beste ProRail
Ik reis regelmatig met de trein. Mijn vertrekstation is Den Haag Centraal. Ik kom met de stadsbus aan op het busstation boven de perrons. Ik zie een enorme lege entreehal als ik het stationsgebouw binnenkom. Het zou fijn zijn als ik daar de reizigersinformatie zou kunnen raadplegen, bijvoorbeeld op welk perron mijn trein vertrekt.
Huidige situatie: ik moet eerst naar beneden, flink stuk links of rechts lopen, daar zoeken naar de schermen met vertrekinformatie, als ik die uiteindelijk gevonden heb kom ik er achter op welk perron ik moet zijn. Dit kan efficiënter.
Het hele grote reclamescherm boven de nieuwe winkels stoort mij telkens weer omdat dat nou juist de enige juiste plek is waar je reizigersinformatie zou verwachten. Maar de reclame-inkomsten wegen natuurlijk zwaarder dan de service naar de reiziger toe. Daar is de NS een kei in.
Er staat inmiddels wel een piano in de hal, ook een onmisbaar en irritant object als je nog steeds niet weet op welk perron je trein vertrekt.
U begrijpt dat deze mail u wordt verzonden door een ontevreden treinreiziger.

Met vriendelijke groet
Pieter Musterd

Ik was mijn frustratie kwijt en verwachtte niet zo veel van een eventueel respons. Totdat ik op vrijdagochtend gebeld werd door een meneer van Pro-Rail. Een verslag van dit gesprek heb ik eveneens op facebook geplaatst.

Naar aanleiding van mijn “brief” werd ik vanmorgen gebeld door iemand van Pro-Rail. Dat is dan weer positief. Ze zijn blij met kritische klanten. Hij vertelde me het eigenlijk helemaal met me eens te zijn maar dat extra reizigersinformatie bij de bouw van een station vanaf het begin in de bouwplannen opgenomen had moeten worden. Alle aanpassingen die later gedaan worden kosten extra geld en dat schijnt een probleem te zijn. De bouwcommissie (of zoiets) had vastgesteld dat het lopen van het busplatform naar de informatievoorziening niet te lang was. Ik heb hem voorgesteld dat bij de bouw van een nieuw station dan wat gebruikers van het openbaar vervoer uit te nodigen voor voorzieningen die voor gebruikers van belang zijn. Ik heb niet de indruk dat bouwers van stations zelf ooit in een trein hebben gezeten of van bus naar perron hebben moeten hollen. Hij zou mijn opmerking meenemen… Maar er zou misschien iets kunnen veranderen als meer mensen gaan klagen over dit gebrek aan reizigersinformatie, vertelde de Pro-Rail-meneer die het helemaal met me eens was. Ik ben als incidenteel persoon niet maatgevend. Als er massaal over geklaagd gaat worden, bestaat de kans dat er misschien iets aan gedaan kan worden. Dus lezers en volgers. Zet hem op.

Voor iedereen die wil weten welke veranderingen er nog gaan komen bij het nieuwe Den Haag Centraal is hier de link waar ik door pro-rail naar verwezen werd om mijn klacht te deponeren.

Inshallah in de Paleistuin

Foto door Roel Wijnants.Woensdagmiddag, na afloop van de Opûh Koffie, besloot ik om een rondje door het centrum te maken. In de Korte Poten kwam ik Theo Kelderman tegen.

Theo Kelderman is de cartoonist van Haagspraak. Samen besloten wij om mijn rondje centrum voort te zetten. Via het Buitenhof en de Gravenstraat liepen wij de Prinsestraat in. Onderweg gaf ik Theo, die uit Haarlem komt, uitleg over de huizen en gevels die wij onderweg tegen kwamen. Via een bakkie bij Florencia kwamen wij in de Paleistuin terecht.

Mijn broer heeft in het paleis gewerkt en ik ben diverse keren, via werk, binnen in het paleis geweest, dus kon ik wat leuke dingetjes aan Theo vertellen. Toen wij bij de vijver aankwamen zag ik iets wat ik nog niet eerder gezien had in de tuin. Ik dacht aan een nieuw kunstvoorwerp, maar opeens bewoog het en zag dat het een biddende moslima was.

Ze had een kleedje op de grond gespreid en verrichte haar dagelijks salat. Door te bidden geeft ze gehoor aan haja ilal-salah (kom tot het gebed.) Moslims moeten, indien er een mogelijkheid is, vijf keer per dag bidden. Ik ben 30 jaar geleden de eerste moskee in Nederland, de Mobarakmoskee gelegen aan de Oostduinlaan, binnen gestapt en mocht er een dienst bijwonen, een aantal rituelen die de vrouw in de tuin uitvoerde herkende ik weer.

Nog nooit had ik in Den Haag in het openbaar een moslima in afzondering zien bidden. Na een tijdje liepen Theo en ik weer verder.

Op de Noordwal hebben wij nog even met de marechaussee voor de Koninklijke Stallen staan praten. Wij liepen verder toen ik de vrouw uit de paleistuin zag, besloot ik haar aan te spreken.

Het bleek dat zij uit Saudi-Arabië kwam en hier met haar man was door zijn baan. Vanwege mijn belangstelling voor haar gebed vroeg zij of ik ook gelovig was. Ik vertelde haar dat ik van huis uit katholiek was, maar er al heel vroeg niets meer aan deed.
Dat vond zij jammer, “want het leven ging ook na de dood verder”, zei ze. Na een tijdje namen we afscheid met de belofte dat wij elkaar in het hiernamaals zouden ontmoeten. Zij bedankte ons voor de getoonde belangstelling en beloofde nogmaals Inschallah, dat wij elkaar terug zouden zien in een vredige wereld zonder geweld en met deze gedachte vervolgden wij onze weg.

Onderweg bespraken Theo en ik nogmaals hetgeen ons was overkomen en liepen langzaam naar het centrum, waar Theo richting Centraal ging en ik de tramtunnel indook op weg naar huis.

Foto door Roel Wijnants.
Foto door Roel Wijnants.

Het Blogbal 2015 en verkiezing Blogger des Vaderlands

Morgen vindt in Amsterdam de vijfde editie van het Blogbal plaats. Net als vorig jaar zal deze quasi-serieuze en half-ludieke tegenhanger van het Boekenbal in Arti et Amicitiae gehouden worden. Net als vorig jaar zal Haagspraak met meerdere mensen op komen draven. Meest prominent aanwezig zal zijn onze Happy Hotelier, die zich heeft laten strikken om foto’s te maken van het evenement.

Deze keer geen uitdagende dame op de poster van het blogbal, maar een pijprokende retro-man.
Deze editie zal bijzonder zijn, omdat nu voor het eerst de ‘Blogger des Vaderlands‘ wordt verkozen. Er bestaat al een lijst met genomineerden. Hoe deze tot stand is gekomen is de schrijver van dit artikel een volkomen raadsel, maar erg druk zal hij zich er ook niet over maken: de winnaar van deze ‘prestigieuze’ titel zijn al 20 stokslagen in het vooruitzicht gesteld, waarmee onze Blogger des Vaderlands zich meteen plaatst in een mondiale traditie van het aftuigen van bloggers door overheidsdienaren en andere al-dan-niet-zelfbenoemde officials.

Voor diegenen die ook zin hebben om de fine fleur van de vaderlandsche blogosfeer te bewonderen: je kan je online registreren, maar op de bonnefooi langskomen werkt ook prima. Misschien komen we elkaar dan nog tegen.

Wanneer: vrijdag 6 maart 2015 21:30 – 24:00 uur*
Waar: kunstenaarssociëteit Arti et Amicitiae, Rokin 112, Amsterdam
Wie: de Nederlandstalige blogosfeer. Bloggers, facebookerts, twitteraars en andere online schrijvers en hun lezers
Afterparty: The Poolhole, Voetboogstraat 3b

* Deze informatie is vanuit het oogpunt van gemak rechtstreeks gekopieerd van de site van het Blogbal.

O, O Den Haag

Was het toeval? Of zat er een diepere betekenis achter? Ik ben er nog niet uit. Maar bevreemdend was het wel.

Ter verduidelijking. Ik ben in het Bezuidenhoutkwartier, zo heette de wijk toen nog, geboren. De wijk die dezer dagen, zeventig jaar geleden, werd gebombardeerd door de Britse luchtmacht. Per ongeluk want ze wilden V2-installaties van de nazi’s in het Haagse Bos treffen.

De bommen legden onder meer alle huizen tussen de Bezuidenhoutsweg, Laan van Nieuw Oost Indië, Juliana van Stolberglaan en Koningin Marialaan plat.

Ik zie nog de braak liggende stukken grond aan de zuidkant van de Laan van Nieuw Oost Indië voor me als ik weer eens van huis via de Therasiastraat richting Haagse centrum fietste.

In de hal van het Stadhuis in Den Haag is een tentoonstelling ingericht over het bombardement. Tenminste, dat had ik gelezen. Dus toog ik maandagmiddag richting Den Haag.

De ‘tentoonstelling’ mocht die naam eigenlijk niet dragen. Op nog geen 25 vierkante meter een aantal panelen met korte teksten op een achtergrond van king size foto’s en kaarten.

Terwijl ik daar rond schuifelde stonden achter mij drie jonge vrouwen opgewonden met elkaar de discussiëren over, kennelijk, de inrichting een nieuwe tentoonstelling op dezelfde plek. Over uitstraling onder andere. Representatie.

Plots verscheen er een man van middelbare leeftijd voor me, gekleed in zo’n donkerblauw ‘dienstkostuum’. Een wat verwilderde blik, armen gespreid. ‘Wilt u de hal verlaten. We moeten ontruimen’ luidde zijn tekst.

bezuidenhout

Ik keek hem even zwijgend aan. Plots kwam er een soortgelijk zin in het engels uit zijn mond. Op mijn vraag ‘waarom’ was hij even stil om daarna zijn eerste tekst nogmaals uit te spreken. Nadat ik mijn ‘waarom’ ook had herhaald was zijn reactie ‘dat weten we niet’, om daarna weg te lopen.

Ik keek rond. Om mij heen stonden en liepen overal mensen. In de aanpalende winkels en kantoren gebeurde helemaal niets. Ik besloot te blijven en ‘rustig’ verder te gaan met het bestuderen van de panelen.

Na een paar minuten keek ik eens naar buiten. Politie in gevechtskleding voor de deur. Even verderop een politiebusje. Rood-witte linten. Hmmmm.

Een vrouw in een knalgeel vest naderde. Ook weer die armen gespreid, als moest ze vee voortdrijven. In haar hand een – lekker ouderwets – walkie talkie. ‘Meneer, wilt u het pand verlaten. We gaan ontruimen’. Dezelfde tekst. En weer geen uitleg. Boven mij, op de kantoorbalkons, liepen gemeenteambtenaren alsof er niets aan de hand was. Liften zoefden heen en weer.

Buiten meer politiemensen. En groepen verwarde ‘burgers’. Speculaties. Was het een oefening? Was er een bom? Maar waarom werden de aanpalende winkels dan niet gesloten, mochten de cafées openblijven, konden die ambtenaren gewoon doorwerken?

Elke in- en uitgang werd met linten tot verboden gebied verklaard. En overal politie. Nu wel.

Ik ben maar wat anders gaan doen. Vele uren later bleek mij dat ‘iemand’ bij de balie in de hal zijn of haar bagage had vergeten. Die stond er dus heel alleen. En in deze ‘terroristische tijden’  is dan meteen iedereen in paniek. Kennelijk.

Na wat gesnuffel van een politiehond bleek er niets aan de hand. De hal van het stadhuis ging om 15.15 uur weer open. Maar toen was ik al weer bijna thuis. En die tentoonstelling? Ach, laat maar zitten. Zo boeiend was die toch niet.