René Bom: een nachtburgemeester in de vroege ochtend

Hoog bezoek vanochtend bij de Opûh Koffie: de nachtburgemeester kwam een kijkje nemen. Ik vroeg mij af wat hij hier zo vroeg op de dag kwam doen, als nachtburgemeester wordt Rene Bom natuurlijk niet om 9 uur ’s ochtends ergens in een café verwacht.

image

Terwijl hij en ik poseerden voor de aanwezige straatfotografen (nog zoiets: wat doet een straatfotograaf nu binnen?) legde hij het uit: sinds zijn opname in het Westeinde is De Bom gedwongen wat meer rust te nemen. En zo werd hij dus een ochtendmens.

Hij denkt er nog over zijn titel te veranderen van ‘Nachtburgemeester’ in ‘Avondburgemeester’.

Haagsche Broeder blijkt kloosterbier te zijn …

Nooit geweten dat broeders en bier zo goed matchen. Het lanceren van een nieuw biermerk midden in het centrum van Den Haag is voor Opûh Koffiegangers een aantrekkelijke reden om er eens een bezoekje te gaan brengen.

Moesten wij daar een afspraak voor maken? Eigenlijk wel, maar eigenwijs als de drie heren (Edwin, Niek, Theo) en één dame (José) zijn, kan het ook zonder afspraak.

Het wachten tot het klooster opengaat geeft ons de gelegenheid de oude school van José te bezoeken. De ingang nodigt echter niet uit naar de voormalige zusterschool maar wel naar de kapel ernaast. En rumoerig tot dan toe, daalt de devotie als een stille koepel op ons neer zodra wij de deur naar de kapel openen. Een enkele kerkganger heeft een kaarsje opgestoken en knielt neer voor het niet bezette altaar. Achterin zit iemand op de bank een boek te lezen dat niets met het geloof heeft te maken. Stilte en fluisteren zorgen ervoor dat wij snel rechtsomkeer maken. Hier kunnen wij gezamenlijk niet veel doen.

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/962/41418578/files/2014/12/img_5309.jpg

exacte temperaturen komen er hier op aan vandaar de afgesloten compartimenten

Op naar het klooster van de Broeders van St. Jan dat ons weer naar buiten doet gaan naar een volgende deur enkele tientallen meters terug in de Oude Molstraat. We treffen het dat op dat moment de voordeur juist van slot gaat. Tien minuten te vroeg volgens het tijdrooster op het raam. Maar wij mogen toch binnentreden in het tot dan toe duistere vertrek.

Ik heb het gevoel alsof wij in de weg staan als onverwacht de glazen deur opengaat en er een krat met volle bruine flessen naar binnen wordt gereden. Dit lijkt een vers brouwsel waarvan de etiketten op de flessen nog maar net aan hun nieuwe plekje aan het wennen zijn. Daar staat het dan, een krat vol driekwartliterflessen toch écht gevuld met Haagsche Broeder.

Maar ons doel is natuurlijk niet bier alleen. Wij willen weten hoe het zo gekomen is dat een broederschap zich op het brouwen van bier heeft geworpen. En hoe toevallig (..) komt er een Haagse broeder achteraan gewandeld. Het is broeder Clemens Maria die wel vaker met dit soort ‘toevallige groepjes bezoekers’ te maken heeft. Want hij zeult ons meteen mee het klooster in onderwijl vertellend over de orde die hier gesticht is met sterke Franse wortels.

En wij ook niet van gisteren meteen vertellen over onze interesse voor het geestrijk vocht wat hier in de brouwkelder haar bron vindt naar lokale, regionale nee zelfs landelijke en Europese populariteit.

Kapel meer kerk

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/962/41418578/files/2014/12/img_5319.jpg

een onverwachte pracht van het fraaie altaar als de duisternis plaats maakt voor het licht

Het zendingsvermogen van broeder Clemens slaat onverwacht aan want wanneer wij de duistere ruimte van de Willibrorduskapel, meer kerk, van de Broeders van Sint Jan binnengaan, komen er bij mij meteen allerlei herinneringen uit de misdienaarstijd boven drijven. Broeder Clemens doet er nog een schepje bovenop door een enkele regel uit de Latijnse mis, Kyrië Eleison in volle glorie te laten weerklinken. Niemand denkt op dat moment meer aan bier.

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/962/41418578/files/2014/12/img_5317.jpg

Theo in de lift naar lagere sferen waar het allemaal gebeurt

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/962/41418578/files/2014/12/img_5318.jpg

de brouwketels op een rij langs een van de wanden van de brouwkelder

Toch gaan wij even later als de nodige vragen door de geestelijke zijn beantwoord, op weg naar de lager gelegen verdiepingen naar het brouwproces in de kelder. Het brouwproces is ook José niet vreemd als amateur Porter brouwer bij ABC Beers.

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/962/41418578/files/2014/12/img_5321.jpg

Broeder Clemens Maria laat ons de eerste gisting van een nieuwe lichting proeven

De eerste gisting van een nieuw brouwsel bevat nog geen alcohol maar smaakt al wel in de richting van Haagsche Broeder. De zakken hop liggen nog als ‘schuldigen’ op de bodem van de ketel. Nadat het gezelschap van een proeve kon genieten moeten wij toch afscheid nemen. Onze gastheer heeft namelijk een afspraak voor een kapittel. “Daar word ik namelijk gekapitteld“, grapt hij.
Daar hebben wij onwetenden natuurlijk alle ontzag voor en na onderling persoonsgegevens te hebben uitgewisseld nemen wij geheel voldaan afscheid van deze aimabele en charmante broeder en bedanken hem voor zijn geestdriftige manier van ons te ontvangen en te begeleiden. Wij komen hier zeker nog een keer terug.

Meer informatie over Haagsche Broeder
De Broeders van Sint Jan

Opûh koffie 24-12-2014

“Edith (Schippers, red.), dat is toch een merk toiletpapier? ”
– Roel wijnants

image

Het duurde even, maar nu hebben die linkse rakkers van Haagspraak mij geaccepteerd aan tafel. Vanaf nu heb ik mijn eigen stoel. In mijn eigen café, dus dat mocht ook wel.

Het is rustig vandaag, want het regent. Werkschuw tuig houdt niet van regen, dat is duidelijk. Ik houd er juist van. De hele Kerst zal het hondenweer zijn, heerlijk!

Ik wens u allen dan ook een prettige Kerst en een zalig uiteinde.

Woef.

Groen-gele sjaaltjes voor het Sijthoffgebouw

De hond van het café waar de Opûh Koffie plaats vindt, doet wekelijks verslag van deze Haagse bijeenkomst. Deze keer was er speciale aandacht voor het Sijthoffgebouw, dat niet zo lang geleden een facelift kreeg.

De wekelijkse Opûh Koffie verliep rustig, zoals gebruikelijk waren er weer veel iPads en camera’s aanwezig. Ook waren er één of twee fotografen die wraak namen op de fotografe die de afgelopen paar weken druk aan het schieten was geweest.

Roel en Theo waren deze keer druk bezig met het bespreken van het Sijthoffgebouw. Dit gebeurde aan de hand van een glossy folder die Roel meegenomen had. Iedereen bleek wel zo zijn mening te hebben over de bronzen ooievaars die aan de nieuwe gevel van dit gebouw hangen. De één vond ze mooi, de ander zag ze wel in handen van een Oost-Europese koperdief verdwijnen. Weer een ander leek het wel een leuk idee als ze allemaal een ADO-sjaaltje kregen.

Als hond cq. columnist liet ik me dit allemaal welgevallen. Theo Che bleek geen hondenkoekjes meegenomen te hebben. Dat viel dan weer tegen. Zoals gebruikelijk sluit ik dit stukje af met mijn eigen groet:

Woef.