Schansspringen voor vrouwen

Vanavond om 18:30 start voor het eerst een Olympische wedstrijd schansspringen voor vrouwen. Voor vrouwelijke springers betekent dit een overwinning in een decennialang gevecht tegen vooroordelen.

“Of haar baarmoeder eruit gevallen was bij het schansspringen, ” vroeg men weleens aan wereldkampioene Lindsay Van. Een impertinente vraag die aangeeft hoe conservatief de Olympische wereld nog kan zijn als het op vrouwensport aankomt. Bij het spectaculaire schansspringen, al vanaf de eerste winterspelen in 1924 een vast onderdeel van het programma, komen dergelijke vooroordelen tegen vrouwelijke sporters het meest naar voren. Pas dit jaar, in 2014, wordt het vrouwelijke sporters eindelijk gegund om het luchtruim te kiezen. Alleen vanaf de kleine schans, dat wel.

Sara Takanashi, 17 jaar oud, uit Japan, topfavoriete bij het schansspringen vanavond. Foto: Wikimedia Commons

‘Schansspringen: slecht voor het vermogen kinderen te baren’

Voor schansspringsters Lindsey Van en Jessica Jerome, die voor de spelen van Vancouver nog een rechtszaak aanspanden in een poging het vrouwenschansspringen olympische status te geven, betekent dit een overwinning op een lange reeks smoezen van het IOC. Een reeks die ooit begon met: ‘het vrouwenlichaam is niet sterk genoeg om de klappen van herhaalde sprongen aan te kunnen,’ beweringen dat schansspringen negatieve invloed zou hebben op het vermogen kinderen te baren, tot de dooddoener dat ‘het niveau van het schansspringen bij de vrouwen te laag ligt voor Olympische status.’ Niet zo vreemd als je bedenkt hoe vrouwen decennialang werden tegengewerkt in hun behoefte om dezelfde halsbrekende toeren uit te kunnen halen als mannen.

Van ballerina tot schansspringster

Een van de grote favorieten bij het schansspringen vanavond is een kleine Japanse: Sara Takanashi. In 2012 maakte ze haar middelbare school af. Vanavond zou ze weleens Olympisch kampioene kunnen zijn. Takanashi noemt balletlessen, die ze als kind kreeg, als de reden voor haar gevoel voor balans bij het springen. Een balansgevoel dat haar de zege opleverde in 8 wereldbekers dit seizoen. 8 van de 9…

Interview met Sara Takanashi, “It was a lot of fun’

De grootste bedreiging voor Takanashi zal komen van een andere Sara, Sarah dan wel. Sarah Hendrickson, ook nog een teenager, werd in 2013 nog wereldkampioene. Een zware knieblessure hield haar na het WK lang uit competitie. Pas zeer recent is zij weer terug. Net op tijd om nog toegevoegd te worden aan het Amerikaans Olympisch team.

Vanavond om 18:30 begint de wedstrijd. Ik zal er zeker naar gaan kijken, schansspringen is altijd leuk. Natuurlijk doen er geen Nederlanders aan mee: schansspringen is niets voor Nederlanders. Ons land is hier veel te plat voor. We willen tenslotte niet dat er doden vallen.

Edwin IJsman

Betaald om op de bank te zitten

Betaald om op de bank te zitten

Betaald om op de bank te zitten

Wie ben ik?
Je identiteit ontlenen aan wat je voor een werk doet, wat je geloofsovertuigingen zijn, welke huidskleur je hebt, dat is best begrijpelijk als je dat doet, dat deed ik vroeger ook.
Al maanden loop ik rond met het idee om hier een stukje over te schrijven, maar iets weerhoud mij steeds.
Wat is het dat mij weerhoudt, waarom vind ik het moeilijk dit op te schrijven, hier geschreven woorden aan te geven?
Het raakt mij in het diepst van mijn ziel om dit verhaal eens op te schrijven, want ik ben een op de bank liggende afgekeurde eind dertiger. Ik kan niet voor de vele duizende zieke mensen spreken, maar u alleen mijn verhaal vertellen. Want daar is waar ik écht weet van heb.

Als je afgekeurd bent, wordt je als het ware betaald om op de bank te zitten, dan wel liggen.
Ik zie het zo…je hebt bijvoorbeeld een voetbal team, dat doet zijn ding, de een is keeper, de ander aanvaller en een derde verdediger. Als je afgekeurd bent vervul je een andere functie, dan ben je de wachtende, die met dat joggingpak aan langs de zijlijn staat.
Terwijl het team in de aanval gaat, loop jij langs het veld te ijsberen, terwijl het team de bal overneemt, loop jij rondjes om je op te warmen, terwijl het team scoort, zit jij op de bank.

Blijkt, men heeft al snel een stempel als ‘afgekeurde Nederlander’.
Je bent te lui om te werken, je bent uit het arbeidsproces, dus niets meer waard, een zo gehete uitvreter die nog maar moet bewijzen écht ziek te zijn, als het niet zichtbaar is.

Maar wat gebeurd er nou écht met zo’n afgekeurd mens?
Om te beginnen; chronisch ziek zijn is als 24/7 topsport beoefenen.
Veel ‘niet zieke’ mensen realiseren zich dat niet zo maar de simpele dingen doen zijn voor zieke mensen reeds een totale dagbesteding.
Bijvoorbeeld de was doen, normaal gooi je de was in de machine, je gaat stofzuigen, doet een spelletje op je computer, gaat koken, belt met een vriendin, loopt naar de supermarkt en maakt een lunch. Dan hang je de was op/ of in de droger, gaat de kinderen ophalen, gaat naar de speeltuin, drinkt koffie bij je moeder, en gaat thuis alvast koken. Als de was uit de droger komt vouw je hem op en legt de kleding in de kast om de volgende dag weer aan te doen.
Ik daarin tegen, ik doe de was in de machine, ik ga zitten om uit te rusten van het op mijn hurken zitten of voorover buigen (ligt aan de fysieke belasting die ik op dat moment op mijn lijf kan uitoefenen). Kijk tv totdat de was klaar is. Ik loop met de mand naar de droger en zet hem aan. Ik ga dan weer liggen op de bank en surf wat op internet.
Als de was droog is vouw ik hem zo veel mogelijk op, meestal blijven er stapeltjes op de droger liggen, want te veel pijn om de was in de kasten te leggen en beslis dan, de sokken doe ik morgen. Daarna ga ik liggen op de bank en ben gefrustreerd, want heb weer de was niet in de kast kunnen leggen en nou moet ik morgen de sokken uitzoeken en wrijf over mijn pijnlijke lijf.
De was doen is voor mij dus topsport.

Mensen die niet ziek zijn realiseren zich het volgende niet:
Alle goed bedoelde vragen kunnen overkomen als “ze geloven mij niet’ en een vragenvuur, dat als je soms afzegt omdat je het te slecht met je gaat mensen je niet meer uitnodigen, of voor jou invullen dat je iets wel niet zou kunnen en je daardoor een kans ontnemen.
Dat je je altijd verplicht voelt om weer uit te leggen dat als je na uren wikken en wegen besluit toch niet naar die afspraak te gaan dat je dat niet voor je lol doet en dat je je dus niet toch maar even had kunnen vermannen.
Dat je je soms met verwondering ineens af kan vragen of je iets eigenlijk wel wilt, in plaats dat je je altijd moet afvragen of je het wel kan.
Dat ik spontaan kan ga huilen van blijheid als ik me een dagje niet hondsziek voel, dat als je je een paar uur iets minder slecht voelt dat weer lucht geeft voor een paar dagen. Tranen die beginnen als een geluks-momentje, maar al snel door verdriet overgenomen worden, omdat je je niet vaker beter voelt. Dat als je er niet ziek uitziet je toch nog steeds niet genezen bent. Dat vragen als: “Hoe gaat het nou met je?” gewoon soms niet te beantwoorden zijn, want waar begin je?! Dat je niet altijd hetzelfde negatieve verhaal wilt vertellen, maar het liever over de ander hebt. Dat je altijd de balans aan het zoeken bent tussen kosten en baten.
Als ik nu ja zeg op iets ondernemen en ik vind het niet geweldig, zijn dat die 3 dagen op de bank dat dan eigenlijk wel waard? Dat een dagje vrij, van ziek zijn, niet bestaat.

Terwijl ik al die uren op de bank lig schieten er gedachten door mijn hoofd, hoor ik bepaalde uitspraken uit het verleden echoën waardoor er vragen ontstaan.
Zien de mensen om je heen je nog als volwaardig, of sta je zoals men denkt daadwerkelijk buiten de sociale gemeenschap? Ben je alleen een volwaardig mens als je betaald je leven invulling geeft? Volgens onze maatschappij wel.
Maar ik, Lies, ik als betaald-op-de-bank-zittende denk dat ik een bijzonder grote sociale functie te vervullen heb in deze wereld.
Een die ik mezelf al had eigen gemaakt, maar eentje die ik geperfectioneerd heb door de (ziekte) jaren heen. Als ik nog, als zieke, volledig had gewerkt denk ik niet dat ik gelukkiger, dan wel ongelukkiger zou zijn dan dat ik nu ben. Dan had ik meer collega’s gehad, maar minder vrienden. Dan had ik nooit om hulp leren en durven vragen, of mijn creativiteit een vorm kunnen geven, maar dan had ik al watertrappelend en naar adem snakkend nauwelijks mijn hoofd boven water kunnen houden…nu is dat niet veel beter…maar ik heb nog steeds een functie in deze maatschappij.
Ik ben het luisterende oor, de vriendin die advocaat van de duivel durft te zijn, de persoon die haar hart op tafel legt waardoor anderen dat ook makkelijker durven.
Terwijl ik door mijn ziekten reeds jaren balanceer boven de afgrond van depressie wankel ik vaak, maar kan ik steeds nog een voet aan de vaste kant houden. Die voet die mij aarde geeft om van te groeien, die mij wortels geeft om door te gaan, die mij lucht geeft om adem te blijven halen en alleen omdat ik diep in mij de noodzaak van mijn bestaan weet.
Ik ben op deze wereld om een spiegel te zijn voor hen die er niet in durven te kijken, ik ben een arm waar er tranen vloeien, een andere kant wijzend als het cirkeltje rond blijft draaien. Ik sta ’s ochtend op om mijn lijf in leven te houden, om mijn kat kunstjes te leren, mijn buddy checks te doen online, om op de sos-lijsten te staan voor mijn vrienden voor het geval hen iets overkomt, een veilige haven te zijn voor mijn man, en anderen ruimte te geven om zichzelf (bij mij) te zijn. Er is een noodzaak én een behoefte voor mijn bestaan.

Ik word betaald om op de bank te zitten, maar ben en blijf nog steeds een mens die volledig in het leven staat en deel uitmaakt van het werkende leven, want je dacht toch niet dat zieke mensen niet een fulltime baan hadden hè….ze hebben nooit vakantie van hun ziekte, ze kunnen nooit een dagje vrij nemen.
Ik ben Lies…ik ben de belichaming op dit moment van hetgeen u leest. U hoort door mijn ogen en geschreven woord wat het kan doen met een mens om afgekeurd op de bank te zitten, als ik door mijn verhaal één iemand een ander idee heb kunnen geven over ‘de afgekeurde mens’ dan is mijn taak in het leven volbracht.

Wat moet een atheist in de Kerk?

Het is zover. Gisteren werden in de raadszaal de kieslijsten van alle partijen die meedoen aan de raadsverkiezingen vastgesteld. Als lijstduwer sta ik op de 30e en laatste plaats bij de Haagse Stadspartij. Dat betekent dat de kans dat ik op basis van die plaats in de raad kom niet zo groot is.
30 zetels en een absolute meerderheid, mocht dat wel gebeuren dan scheid ik me gelijk af en ga met een éénmanspartij in de oppositie.
Ben ik van mijn ongeloof gevallen, nee niet echt? Ik ben ervan overtuigd dat er democratischer wegen zijn dan de parlementaire. Stemmen was ooit een grote stap vooruit en wint het zonder twijfel van de dictatuur. Maar uit mijn mond zul je nooit horen, dat je moet gaan stemmen en dat als je dat niet doet je geen recht van spreken hebt. Als burger van deze stad moet je altijd recht van spreken hebben, sterker je moet mee kunnen beslissen over belangrijke zaken en bepalen wat die belangrijke zaken zijn.
We zijn geen stemvee dat met een stem eens in de vier jaar het bestuur van de stad uit moet besteden aan politici. Politici die hoe dichter ze bij het vuur komen, verder komen te staan van waar ze ooit vandaan kwamen. Of het nu het Spuiforum is of de stroopwafelkraam in de Grote Marktstraat, bij belangrijke beslissingen moet de burger het laatste woord hebben.
Verkiezingen zijn daarvoor niet de juiste methode, omdat die verkiezingen niet gaan over het Stille strand of over de behandeling van mensen in de bijstand. Bij verkiezingen maak je een keuze tussen verschillende pakketten , die vervolgens bij de vorming van een college worden uitgeruild en resulteren in een collegeakkoord. Een collegeakkoord waar de meerderheid van de raad zich aan verbindt en waarmee de minderheid van de raad bijna volledig buitenspel wordt gezet.
Toch heb ik toen ik gevraagd werd om lijstduwer te worden van de Haagse Stadspartij niet lang getwijfeld. Als overtuigd niet-stemmer, had ik al een paar keer een uitzondering gemaakt en op de Haagse Stadspartij gestemd. Dat deed ik omdat deze partij niet propageert goed naar de burgers te luisteren, maar zich verbindt aan buitenparlementaire acties. Zoals die er zijn voor behoud van het stille strand, voor een alternatief ´Spuiforum´plan, voor behoud van de bomen op de Laan van Meerdervoort. De Haagse Stadspartij is meer dan een partij die streeft naar een plekje in het college, een partij die een stem geeft aan de burger en er niet alleen op uit is zich die stem toe te eigenen voor 4 jaar.

http://denhaag.allekandidaten.nl/kn/kandidaat/id/1346
pagina uitgever

Groene Mient: Een groen dorp in de grote stad

Groene Mient is een bewonersinitiatief in Den Haag en haar missie is om een bijzonder sociaal ecologisch woonproject te realiseren.

Belangrijke uitgangspunten van het te realiseren woonproject zijn:

  • sociale diversiteit en ruimte voor eigenheid,
  • samenleven in verbondenheid,
  • ecologisch verantwoord wonen,
  • betaalbaar, toegankelijk en flexibel wonen.

Het plan is om ongeveer 35 (particuliere) duurzame woningen te bouwen aan de Mient. De woningen komen te staan rondom een gezamenlijke ecologische tuin, die door de bewoners samen met een duurzame architect ontworpen zullen worden met innovatieve technologie. Lees meer over onze visie en plannen.

De naam Groene Mient is geïnspireerd door het oud Nederlandse woord ‘mient’, dat gemeenschappelijke (duin)weide betekent.

Het project wordt begeleid door een ervaren professionele begeleider, Katja van der Valk (zie ook het artikel 10 Voorbeelden van duurzame woningbouwprojecten).

Meedoen?

Groene Mient heeft een overeenkomst met de gemeente Den Haag voor het exclusieve kooprecht (tot 1 maart 2014) van een mooi stuk grond aan de Mient in de Haagse Vruchtenbuurt, in een groene omgeving en vlak bij de zee.

We zijn nog op zoek naar medebewoners met creatieve ideeën en sociaal-ecologische betrokkenheid, die mee willen bouwen aan dit project.

Meedoen kan door lid te worden van de vereniging Groene Mient. Hiervoor is een stappenplan. Eerst word je aspirant-lid. Daartoe vul je het inschrijvingsformulier in én betaal je eenmalig het inschrijfgeld van € 25,00. Als aspirant-lid neem je deel aan twee Algemene Vergaderingen. Daarna beslis je om volwaardig lid te worden en het traject van het project in te gaan.

Zodra je lid bent, kun je meedenken, meepraten en meedoen om je droomhuis binnen het project te realiseren. Via de vragenlijst kun je je woonwensen kenbaar maken.

Introductieavonden

We organiseren regelmatig introductieavonden voor belangstellenden.

De eerstkomende introductieavond vindt plaats op maandag 10 februari 2014.

Locatie introductieavonden: het gebouw van Duurzaam Den Haag, Brouwersgracht 2 in Den Haag.
Aanvang: 19.30 uur.

Voor meer informatie of aanmelden voor de introductiebijeenkomst: mail info of stuur een bericht via de contactpagina

Chinees Nieuwjaar

Draak op het Spuiplein. Foto door Roel Wijnants, op Flickr.

Op 1 februari werd het Chinees nieuwjaar gevierd, voor Chinezen was het ’t jaar van het paard.
In het atrium was het behoorlijk druk en alle genodigden waren aanwezig om het nieuwjaar uitbundig te vieren. De gastvrouwen waren mooi en vriendelijk.

Op het Spuiplein werd veel vuurwerk afgestoken, wat een oorverdovend lawaai gaf. Op diverse plekken in Chinatown kon men Chinese snacks nuttigen.

Voor de deuren bij diverse winkeliers werd een leeuwendans opgevoerd waarna de enveloppe met inhoud door de leeuw werd aangepakt.
Het feest was weer geslaagd: het nieuwe jaar kan beginnen.

From Chinatown with love. Foto door Roel Wijnants, op Flickr.

Chinees Nieuwjaar. Foto door Roel Wijnants, op Flickr.

春节, 农历新-Happy new year-Den Haag. Foto door Roel Wijnants, op Flickr.

ChinaTown Den Haag. Foto door Roel Wijnants, op Flickr.

Een heel album met foto’s kunt u vinden op de Facebook pagina van de auteur:
https://www.facebook.com/media/set/?set=a.592456204168932.1073741841.100002136748627&type=1&l=35d6256813