Vandaag is het 10 jaar geleden dat 70.000 Nederlanders meeliepen in een grote demonstratie tegen de dreigende oorlog in Irak. Achteraf gezien was dit uiteraard een symbolische actie: de oorlog tegen Irak, onder het valse voorwendsel van ‘weapons of mass destruction’ moest immers doorgang vinden om de oliebelangen van de VS en haar bondgenoten in het Midden-Oosten veilig te stellen voor de middellange termijn.
Inmiddels zijn wij 10 jaar en vele honderdduizenden doden verder.* Een flink deel van de Nederlanders lijkt het begin van deze oorlog, de motieven en valse voorwendselen en de manipulaties van de VS in de VN-veiligheidsraad, inmiddels te zijn vergeten. Ook zijn wij allemaal een stuk cynischer, of moet ik zeggen: apathischer, geworden. Nederlanders lijken al nauwelijks meer te mobiliseren als het om hun eigen belangen gaat, laat staan oorlogen in het buitenland die met onze belastinggelden worden uitgevochten.
Het liefst mopperen wij vanachter de buis en geven wij ‘de ander’ de schuld van onze problemen. Een zielig en bekrompen volkje.
* Het Britse Medische tijdschrift ‘The Lancet sprak in 2009 van 655.000 doden, de organisatie Just Foreign Policy in 2012 van 1.2 miljoen. De World Health Organisation spreekt ondertussen van 150.000 doden.
Gisterenmiddag is uw Haagspraak-reporter Edwin IJsman staande gehouden door de politie. Hij was onderweg van huis naar de wekelijkse ‘Opuh Koffie’, waar hij bijpraat met bloggers en straatfotografen. Hij had nog wat boetes openstaan en zit momenteel vast. Wij belden de Politie Haaglanden over de reden waarom IJsman staande werd gehouden en kregen hierop het volgende antwoord van de dienstdoende agent: “Hij zag er verdacht uit. Hij had een lichte huidskleur en droeg zo’n rare schaatsmuts. Dat soort mensen zie je niet zoveel in de Schilderswijk.”
Een bericht zoals dit kunnen wij ons moeilijk voorstellen. Toch lijkt het erop dat dergelijke praktijken wel degelijk gebeuren in Nederland: verander de huidskleur van ‘licht’ in ‘donker’ en de schaatsmuts in een donkere jas en je hebt een echte quote van een Haagse dienstdoende agent te pakken: “We hebben ze staande gehouden omdat ze er verdacht uitzagen, buitenlands uiterlijk en donkere kleding, van die mensen heb je er niet zo veel in de Vogelwijk.”
Deze quote is afkomstig uit een persbericht van de actie ‘Recht op Bestaan’, die vandaag met het nieuws kwam dat twee van haar uitgeprocedeerde asielzoekers staande zijn gehouden door de politie. Een van hen zit nu vast voor een openstaande boete. De staandehouding gebeurde volgens het bericht dus op basis van raciale kenmerken. In december 2012 besteedde Zembla al aandacht aan deze praktijk in haar uitzending ‘Jacht op de Schoonmaakster’. Volgens een uitspraak van de Raad van State van juli vorig jaar is deze werkwijze verboden.
Zoals Professor Staring, bijzonder hoogleraar Mobiliteit aan de Erasmus Universiteit Rotterdam zegt op de site van Zembla: ‘Je zit natuurlijk al heel snel op het terrein van racisme, discriminatie, ethnic profiling zoals dat genoemd wordt, en dus willekeur ook. Dus je kunt niet zomaar iemand aanhouden op basis van huidskleur.’
Vier Irakese vluchtelingen poseren bij de ingang van de Sacramentskerk aan de Sportlaan
Gastvrijheid komt in soorten en maten. Inwoners van Den Haag die de afgelopen maanden het tentenkamp van de vluchtelingenactie ‘Recht op Bestaan‘ op de Koekamp hebben bezocht hebben waarschijnlijk kennis kunnen maken met de Iraakse gastvrijheid: je kwam hier niet eenvoudig weg zonder thee of koffie aangeboden te krijgen.
De gastvrijheid van de Rijksoverheid en de Gemeente Den Haag kennen wij inmiddels ook. Die houdt niet over, op zijn zachtst gezegd.
In de Vogelwijk gaat het er heel anders aan toe. De Iraakse ongedocumenteerde vluchtelingen die sinds vorig weekend de leegstaande Sacramentskerk in gebruik hebben als tijdelijk onderkomen, kunnen hiervan meepraten. Zij kunnen sinds enkele dagen tafelvoetbal spelen, met dank aan een van hun tijdelijke buren. Ook bracht een gulle man uit Duindorp hen een TV en een aantal films. Enkele buurtbewoners bieden een douche aan of draaien een wasje voor de asielzoekers. Zo laten zij zien dat er ook nog menselijkheid bestaat in dit land en in deze stad. Wellicht een voorbeeld voor onze politici, die zich prettiger lijken te voelen tussen de kille abstracties van hun dossiers.
Mijn gele armbandje, gekocht bij de bus van de 7-voudig tourwinnaar zelf bij de Tourstart in Rotterdam in 2010, begint steeds meer een bizar relikwie uit het verleden te worden. Wat voor functie heeft dit object nog, nu Lance van zijn voetstuk is gevallen en door ons allen terechtgesteld wordt als valsspeler en dopingzondaar? Wat voor functie heeft dit nog, nu er zelfs mensen zijn die aan de geloofwaardigheid van de door hem opgezette kankerstichting Livestrong beginnen te twijfelen?
Livestrong-bracelet: de schaar erin?
Ik ben sinds jaar en dag een wielergek. Wel wordt het mij steeds moeilijker gemaakt om dit te blijven. Na de aankondigingen van Lance’s aanstaande schorsing in augustus en het USADA-rapport in oktober, waar ik eerder over schreef op Haagspraak, heb ik er wel eens over gedacht om helemaal geen wielrennen meer te gaan kijken, een schaar te pakken om mijn Livestrong-armbandje door te knippen of om iets anders symbolisch te doen. Ik ga nu vertellen waarom ik dat niet zal doen.
Ik ben nooit een heel grote fan van Lance geweest. Dat wil zeggen: ik vond hem geweldig toen hij als jonge profrenner in 1993 wereldkampioen op de weg werd in Oslo, met een prachtige solo over een glibberig parcours. Hij was een zwaagebouwde renner, een kilo of 85, met veel spiermassa in zijn bovenlichaam. Niet geschikt voor het hooggebergte. Lance Armstrong zou nooit de Tour kunnen winnen.
Dat veranderde toen hij kanker kreeg: hij verloor 10 kilo en dankzij de samenwerking met Johan Bruyneel, zo gaat het verhaal verder, leerde hij met lichte verzetten te rijden, zowel bergop als in tijdritten. Dit werd gezien als een innovatie in de wielrennerij, maar het principe is vrij oud: Door een licht verzet te gebruiken beperkt een renner de afbraak van spiervezels tijdens een koers, terwijl hetzelfde vermogen gehaald kan worden als bij een zwaar verzet door de hogere trapfrequentie. Een renner fietst zo gezegd dan meer op zijn cardiovasculaire systeem dan op spierkracht. Op zich niets nieuws: de legendarische klimgeit Charly Gaul deed dit al in de jaren ’50. Hij won er de Tour en de Giro mee. Ook niet ‘clean’ overigens, als je de verhalen moet geloven. Maar daar heeft niemand zich ooit druk over gemaakt. Waar het hier even om gaat is het volgende: zijn ziekte heeft het hem mogelijk gemaakt om de Tour te winnen.
Lance Armstrong was een andere renner geworden. Hij won de Tour de France van 1999. Ik zat op het puntje van mijn stoel en vond het geweldig. In de jaren daarna veranderde dat: de intimiderende sfeer die om de man heen hing, de wijze waarop hij het hele peloton zijn Livestrong-bandjes opdrong en de stijl van koersen stonden mij niet aan. Wat voor mij wel altijd bleef was de bewondering voor de prestatie en de wijze waarop hij zijn successen benutte om het gevecht tegen kanker aan te gaan.
Ik koester mijn Livestrong-armbandje
Dit alles heeft nu een nare smaak. Lance Armstrong is een valsspeler gebleken en dan ook nog eentje die geen berouw blijkt te tonen. Een held van miljoenen is van zijn voetstuk gevallen en krijgt nu de wraak van de samenleving over zich heen.
Wat deze samenleving voor het gemak even vergeet, is dat zij gevraagd heeft om deze held. Dat de wielersport, waarin dopinggebruik aan de top in de jaren ’90 en daarna inmiddels gemeengoed is gebleken, jonge jongens dwingt om op onmenselijke wijze tegen elkaar op te boxen. Niet alleen voor de sponsorgelden en het prijzengeld, maar vooral voor onze waardering. Om te voorzien in onze behoefte aan helden.
Dat deze helden ook maar eenvoudige jongens zijn die het hoofd boven water proberen te houden in een wereld waarin mensen hun geld en roem verdienen over de ruggen van anderen, waarin nog altijd de dood van de een het brood van de ander is, dat vergeten wij maar even voor het gemak. Dat wij het valsspelen van onze helden in de wielersport wel eens een uiting kan zijn van een levenshouding die wellicht gemeengoed is geworden in onze maatschappij, op alle niveaus van de samenleving, dat horen wij liever niet. Vooral niet als deze helden van hun voetstuk vallen en mens blijken te zijn: dan stampen we ze het liefst collectief de grond in. Zodat wij ons beter voelen.
Daarom behoud ik mijn Livestrong-ambandje: niet omdat ik een fan van Lance ben, maar omdat het mij herinnert aan de hypocrisie van onze maatschappij.
Zondagmiddag om 16:00 uur was er een persconferentie gepland in de gekraakte kerk aan de Sportlaan in Den Haag. Deze kerk was door de krakers afgelopen zaterdag ter beschikking gesteld aan de ongedocumenteerde vluchtelingen van de actie ‘Recht op Bestaan’. Voorafgaand aan de persconferentie vond er een overleg plaats tussen vertegenwoordigers van de groepen en die van het Bisdom Rotterdam.
Bij de persconferentie bleek dat de harde woorden van het Bisdom, die kort tevoren nog door TV West en nu.nl online gepubliceerd waren, wel wat genuanceerd konden worden: het Bisdom en Recht op Bestaan zijn met elkaar in gesprek en het Bisdom lijkt, afgaande op de persconferentie, veel minder negatief dan beide sites deden voorkomen. Vermoedelijk was de tekst die beide nieuwssites publiceerden rechtstreeks afkomstig van een tekst die gisteren op de site van het Bisdom was geplaatst: http://www.bisdomrotterdam.nl/Nieuws/Pages/130112-sacramentskerk_den_haag_niet_geschikt_voor_opvang_asielzoekers.aspx
Overleg tussen de actievoerders en het Bisdom Foto: Edwin IJsman
In tegenstelling tot de beweringen die op TV West en Nu.nl te vinden waren, functioneerden water en electra uitstekend. Het toilet was zelfs in uitstekende staat. Het gebouw was hooguit wat koud en had geen douches.
Opvallend bij de persconferentie was, dat de enige drie vragen die werden gesteld afkomstig waren van mij, Gera Nieland van Haagsallerlei.nl en van Opa Water, een gepensioneerde activist. Op wat voor wijze de ‘professionals’ hun werk deden, bleef mij onduidelijk. Afgezien van de aanwezige persfotografen hebben ze zich niet laten horen of zien.