Het witte bruggetje

Het witte bruggetje, foto: André
Het witte bruggetje, foto: Albert Lemming

Soms fiets ik er nog wel eens langs, het witte bruggetje. In mijn lagere schooltijd was dit de grens tussen wel of niet op de fiets naar school mogen gaan. Jawel, ook eind jaren ’60 waren plaatsen om je fiets te stallen soms al schaars, zo ook op de P. Oosterleeschool in de Roemer Visscherstraat.
Wie voorbij het “witte bruggetje” woonde mocht vanwege de afstand tot school met de fiets komen en woonde je dichterbij, dan kon je lopend naar school. Wonend op de Guntersteinweg behoorde ik tot de “gelukkigen” die op de tweewieler een plaatsje in de fietsenstalling mochten claimen.

Fietsen over het witte bruggetje was altijd even spannend. Stond er niet ergens een politieagent die je, al fietsend, op het bruggetje kon betrappen. Als Moerwijks jochie wist ik intuïtief dat mijn ouders niet op een bekeuring zaten te wachten. Links, rechts, links gekeken, oversteken was dus het devies.
Ik herinner me dat ik halverwege de brug altijd even stilstond om in het water te staren.
Onder de brug bruiste het van het leven. Voorntjes schitterden er met hun zilverkleurige schubben in het zonlicht. Er zwommen grondelingen, en soms kikkervisjes in het toen nog heldere water.

Het was één van mijn favoriete visstekjes destijds. Gegarandeerd had je er beet. Zelfs een schepnet leverde vaak talloze bijzondere onderwaterschepsels op.
Wanneer ik er nu overheen fiets kijk ik al lang niet meer op of om waar het de sterke arm der wet betreft. Iedereen fietst over het witte bruggetje heen. Het water is niet meer de moeite waard om bij stil te staan. De jeugdige vissertjes heb ik er al in geen jaren meer gezien. Het water is ondoorzichtig geworden en de waterplanten zijn er verdwenen.
Nu lees ik in de Zuidwesterkrant dat de nieuw aan te leggen fietsbrug het centrum en Wateringse Veld elkaar dichterbij brengen. Hoera, eindelijk mag iedereen straks legaal over het ooit “witte bruggetje” lopen en fietsen. Dit alles om van Den Haag een echte “fietsstad” te maken.

Rest mij slechts één vraag. Wanneer komen de visjes er weer terug?

Albert Lemming

De voice of Molland

Vol verbazing zag ik onlangs hoe een zangeres, die je als de gedoodverfde winnares zou beschouwen, in een blijkbaar populair talentenjachtprogramma niet verder kwam dan een 4e plaats. Haar naam, Jennie Lena, haar coach kan met één naam af, Anouk, jawel onze eigen Haagse rockchick numero uno. Jennie verkoos in de voorronden Anouk als coach boven onze nationale knuffelmarokkaan Ali B. Een beslissing die haar later met een vernederende 4e plaats duur zou komen te staan.
Anouk staat er niet om bekend dat zij haar mening onder stoelen of banken steekt en heeft gedurende haar carrière al meer dan eens bewezen niet bang te zijn om op lange tenen te trappen.
Voor mij, als Hagenees, kan ze dat dan ook niet hard genoeg doen. Lekker wars van alle regeltjes. Kandidaten die mee willen doen aan het programma tekenen vooraf een contract waarin zij bij voorbaat gemuilkorfd worden. Zo is het bijvoorbeeld not done om een platencontract te ondertekenen, of anderszins je talent te gelde te maken. Naar ik begrepen heb heeft Jennie deze regel aan haar laars gelapt en is zij alvast begonnen aan de productie van een album. Geheel in lijn met haar coach heeft zij haar eigen plan getrokken.
Hoe kleinzielig laat vervolgens dit internationaal verkopende talentenjachtprogramma zich vervolgens kennen. In haar duet met Douwe Bob wordt zij in de mix zachter gezet dan haar muzikale partner. De laatste laat zich muzikaal, al dan niet opzettelijk, ook nog eens niet van zijn beste kant zien.
Prachtig zoals dit door Anouk en Jennie gepareerd wordt door een duet op te nemen met als veelzeggende titel: ”Let’s run away together”. Geweldig zoals Perez Hilton haar in één adem vergelijkt met Whitney, Mariah, Barbra en Celine. Super dat Anouk, eigenzinnig als altijd, zo een talent onder haar hoede heeft genomen.
Om puur commerciële redenen is Jennie door dit programma op schofterige wijze afgeserveerd. Zo gaan wij in Holland met een potentieel ongekend internationaal talent om. Ik zeg goed zo Jennie, top Anouk, wie is nou helemaal die vermaledijde Mol. Die hoeft hier in het Haagse wat mij betreft voorlopig niet op te duiken. Dag Mol.

Albert Lemming