Er was eens een museum

Sommige mensen zijn er helemaal gek van: oude trams en bussen. Niet alleen om naar te kijken maar ook om er aan te zitten, er iets mee te doen. Rijden of sleutelen. Wellicht beiden. Restaureren, schilderen, poetsen. En dat alles zonder op de klok te kijken of er een financiële vergoeding voor te willen krijgen.

Het gebeurt in Den Haag ook. In een uit 1906 daterende remise van de HTM in de Frans Halsstraat. Daar zit sinds 1989 het Haags openbaar vervoer museum. Een plek voor de echte freaks, maar ook voor de liefhebber dan wel belangstellende. Of een toerist die eens iets anders wil doen dan Binnenhof, Mauritshuis, Voorhout, Paleis, (eventueel) Panorama Mesdag, Madurodam en Scheveningen. In willekeurige volgorde en al naar gelang het weer.

Het is dan ook een hele verbazing als je, als Hagenaar, ineens ‘op’ de Binckhorst een bord tegenkomt: Haags Bus Museum. Een pijl wijst een pad in waar je nadat de zon is onder gegaan nooit zou komen. Zelfs bij helder daglicht lijkt het er niet pluis.

Wat mislukte dan wel hobby-verkeersdrempels – in een doodlopend stuk asfalt, en niet meer dan een half ronde verhoging van nog geen tien centimeter – over. Een gigantisch hek dat uitnodigend open staat. En toegang geeft tot een kennelijk al jaren geleden parkeerplaats. Tenminste, een zwarte vlakte die daar voor door kan gaan.

Twee gebouwen, onderling verbonden. Waarvan de meest rechter een glazen facade heeft alsmede deuren die lijken op die we kennen van een garage of hangar. Een in een hoek wegkwijnende benzinepomp doet dienst als stille getuige.

Zowaar. Achter het glas, in een enorme lege ruimte, ontwaar ik een stuk of 20 bussen. De meesten met herkenbare logo’s van HTM en NZH. Geelgroen, donkerrood-grijs, okergeel-grijs. De kleuren vormen een houvast.

DSC01383

Toegang krijgen tot de vervoersgiganten is er echter niet bij. Deuren gesloten, geen mens te bekennen. Achter de ramen, op diverse plaatsen, hangen opschriften met namen en telefoonnummers van ‘mensen die er iets van afweten’.

Het mysterie wordt snel duidelijk. Het gaat om het bezit van de in 1979 opgerichte Stichting Haags Bus Museum. De Stichting heeft 24 bussen. Die kunnen alleen niet allemaal in het vervoermuseum. Dus is er ‘opslag’ nodig.

En die is gevonden op de Binckhorst. In een oud garagepand. Helaas is het maar tijdelijk want de gemeente Den Haag wil het industriegebied omvormen tot een stadsdeel waar het goed wonen en toeven is. Dus moet ook deze locatie eraan geloven. Te zijner tijd.

Waar de historische gevaarten dan heen moeten is nog onduidelijk. Voor de goede orde: geld voor de huur van een echte garage is er niet. Bovendien moet die gigantisch zijn en moeten de medewerkers van de Stichting er wel kunnen doen wat ze het liefst doen: knutselen aan oude bussen totdat ze weer zo goed als nieuw zijn. En bewaard kunnen worden voor het nageslacht. O ja, en ze moeten kunnen rijden. Tenminste op en neer tussen de Binckhorst en de Frans Halsstraat.

En voordat iemand er naar vraagt: ik ben geen freak en heb ook niets met de musea. Nieuwsgierigheid is het enige dat me in draf houdt.

 

 

 

 

 

Auteur: Gastblogger

Deze account wordt gebruikt voor gastbloggers van Haagspraak. Geïnteresseerd om zelf een stuk voor Haagspraak te schrijven? Neem dan contact op met de redactie en misschien word je wel beroemd!

4 thoughts on “Er was eens een museum”

  1. Dat zou zonde zijn. Als loslopende hond kopieer ik graag de actie van Yuri Gagarin, die alvorens in zijn raket te stappen, nog even zijn behoefte deed tegen het achterwiel van de bus waarin hij naar de lanceerplek werd gebracht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s