Vanmorgen toen ik vanuit mijn flat in Leidschendam uitkeek over de skyline van den haag, besloot ik met het uitzicht over een wit landschap vandaag maar thuis te blijven. Niet wetende, dat dit witte landschap voor Edwin de aanleiding zou zijn mij rond de middag te bellen. We hadden het er al verschillende malen over gehad om samen weer eens wat te doen met onze camera’s. In het verleden zijn wij samen dikwijls onderweg geweest om voor Occupy Den Haag interviews af te nemen.
In de kou dus, op de tram richting centrum, alwaar ik daar aangekomen Edwin trof in de bibliotheek, waar we in onze Occupy-tijd geregeld afspraken. Het is er altijd warm en het kost verder niks, voor ons ook wel belangrijk. “Wat zullen we dan gaan doen?” vroeg ik edwin, waarop hij zei niks specifieks in gedachten te hebben, als er maar sneeuw aan te pas zou komen.
Op het plein lag genoeg sneeuw, het overgrote deel was nog onbetreden. Bij het standbeeld van “de vader des vaderland” hebben wij samen gemijmerd over de tijd, dat wij geregeld om allerlei zaken demonstreerden. Het maakte niet uit, als we maar ergens tegenaan konden schoppen, want er ging veel fout in de samenleving, daar waren we het hartgrondelijk over eens. Vanaf het Plein zijn we toen verder gelopen naar het malieveld en hebben een tijdje staan praten op de plek waar ongeveer een jaar geleden het Occupy Den Haag kamp stond. We hadden het erover hoe fel jozias van aartsen gekant was tegen occupy. Steeds maar weer ging hij naar de rechter met de bedoeling het kamp te ontruimen. Steeds haalde hij bakzeil en hadden wij weer veel voldoening. Die tijd stond voor ons bol van de conflicten. Ook onderling verschilden wij vaak van mening, hetgeen gepaard ging met heftige discussies.
Het was een bewogen periode, waar ik heel wat tijd in heb gestoken en waar ik toch ook met enige voldoening op terug kijk.
Na een tijdje zijn we weer terug gelopen naar de stad en hebben we nog wat nagepraat onder het genot van een 65-plus-koffie bij MCDonalds.
Het gaat niet om macht, het gaat om het principe.
Het gaat niet om liefde of seks;
het gaat niet om de strijd der seksen.
Het gaat niet om macht, het gaat om het principe.
Mijn gele armbandje, gekocht bij de bus van de 7-voudig tourwinnaar zelf bij de Tourstart in Rotterdam in 2010, begint steeds meer een bizar relikwie uit het verleden te worden. Wat voor functie heeft dit object nog, nu Lance van zijn voetstuk is gevallen en door ons allen terechtgesteld wordt als valsspeler en dopingzondaar? Wat voor functie heeft dit nog, nu er zelfs mensen zijn die aan de geloofwaardigheid van de door hem opgezette kankerstichting Livestrong beginnen te twijfelen?
Livestrong-bracelet: de schaar erin?
Ik ben sinds jaar en dag een wielergek. Wel wordt het mij steeds moeilijker gemaakt om dit te blijven. Na de aankondigingen van Lance’s aanstaande schorsing in augustus en het USADA-rapport in oktober, waar ik eerder over schreef op Haagspraak, heb ik er wel eens over gedacht om helemaal geen wielrennen meer te gaan kijken, een schaar te pakken om mijn Livestrong-armbandje door te knippen of om iets anders symbolisch te doen. Ik ga nu vertellen waarom ik dat niet zal doen.
Ik ben nooit een heel grote fan van Lance geweest. Dat wil zeggen: ik vond hem geweldig toen hij als jonge profrenner in 1993 wereldkampioen op de weg werd in Oslo, met een prachtige solo over een glibberig parcours. Hij was een zwaagebouwde renner, een kilo of 85, met veel spiermassa in zijn bovenlichaam. Niet geschikt voor het hooggebergte. Lance Armstrong zou nooit de Tour kunnen winnen.
Dat veranderde toen hij kanker kreeg: hij verloor 10 kilo en dankzij de samenwerking met Johan Bruyneel, zo gaat het verhaal verder, leerde hij met lichte verzetten te rijden, zowel bergop als in tijdritten. Dit werd gezien als een innovatie in de wielrennerij, maar het principe is vrij oud: Door een licht verzet te gebruiken beperkt een renner de afbraak van spiervezels tijdens een koers, terwijl hetzelfde vermogen gehaald kan worden als bij een zwaar verzet door de hogere trapfrequentie. Een renner fietst zo gezegd dan meer op zijn cardiovasculaire systeem dan op spierkracht. Op zich niets nieuws: de legendarische klimgeit Charly Gaul deed dit al in de jaren ’50. Hij won er de Tour en de Giro mee. Ook niet ‘clean’ overigens, als je de verhalen moet geloven. Maar daar heeft niemand zich ooit druk over gemaakt. Waar het hier even om gaat is het volgende: zijn ziekte heeft het hem mogelijk gemaakt om de Tour te winnen.
Lance Armstrong was een andere renner geworden. Hij won de Tour de France van 1999. Ik zat op het puntje van mijn stoel en vond het geweldig. In de jaren daarna veranderde dat: de intimiderende sfeer die om de man heen hing, de wijze waarop hij het hele peloton zijn Livestrong-bandjes opdrong en de stijl van koersen stonden mij niet aan. Wat voor mij wel altijd bleef was de bewondering voor de prestatie en de wijze waarop hij zijn successen benutte om het gevecht tegen kanker aan te gaan.
Ik koester mijn Livestrong-armbandje
Dit alles heeft nu een nare smaak. Lance Armstrong is een valsspeler gebleken en dan ook nog eentje die geen berouw blijkt te tonen. Een held van miljoenen is van zijn voetstuk gevallen en krijgt nu de wraak van de samenleving over zich heen.
Wat deze samenleving voor het gemak even vergeet, is dat zij gevraagd heeft om deze held. Dat de wielersport, waarin dopinggebruik aan de top in de jaren ’90 en daarna inmiddels gemeengoed is gebleken, jonge jongens dwingt om op onmenselijke wijze tegen elkaar op te boxen. Niet alleen voor de sponsorgelden en het prijzengeld, maar vooral voor onze waardering. Om te voorzien in onze behoefte aan helden.
Dat deze helden ook maar eenvoudige jongens zijn die het hoofd boven water proberen te houden in een wereld waarin mensen hun geld en roem verdienen over de ruggen van anderen, waarin nog altijd de dood van de een het brood van de ander is, dat vergeten wij maar even voor het gemak. Dat wij het valsspelen van onze helden in de wielersport wel eens een uiting kan zijn van een levenshouding die wellicht gemeengoed is geworden in onze maatschappij, op alle niveaus van de samenleving, dat horen wij liever niet. Vooral niet als deze helden van hun voetstuk vallen en mens blijken te zijn: dan stampen we ze het liefst collectief de grond in. Zodat wij ons beter voelen.
Daarom behoud ik mijn Livestrong-ambandje: niet omdat ik een fan van Lance ben, maar omdat het mij herinnert aan de hypocrisie van onze maatschappij.