George Maduro een oorlogsheld

Buitenplaats Dorrepaal. Foto door Roel Wijnants.

9 februari 2015 is het 70 jaar geleden dat George Maduro in het concentratiekamp Dachau is overleden. George Maduro geboren in Willemstad Curaçao kwam naar Nederland om rechten te studeren.

In mei 1940 toen de Duitsers Nederland binnenvielen werd Maduro, die reserveofficier was, in Den Haag gelegerd en kreeg de opdracht om de bij Ypenburg gelande parachutisten tegen te houden in hun opmars naar de residentie. De Duitsers lagen bij een Voorburgse villa in stelling. Onder leiding van Maduro werd bij villa Leeuwenberg (thans Dorrepaal) hevig gevochten en de opmars van de para’s tot staan gebracht. Door listig met de zware wapens van links naar rechts op te schuiven en te vuren kregen de Duitser de indruk dat ze tegenover een grote groep militairen stonden. Na een stormaanval wist een groepje samen met Maduro de villa te bereiken en de aanwezige Duitsers tot overgave te dwingen.

Enige dagen later capituleerde Nederland en werd Maduro gevangen gezet. Korte tijd later werd hij weer vrijgelaten, intussen hadden de Duitsers het dragen van de jodenster verplicht , Maduro, zelf jood weigerde de ster te dragen, dook onder en ging in het verzet. Hij hielp geallieerde piloten via Spanje naar Engeland te vluchten. Na verraad is hij gevangen gezet, ontsnapte, werd weer gearresteerd en uiteindelijk naar Dachau getransporteerd, waar hij een paar maanden voor de bevrijding op 28 jarige leeftijd overlijd.

Terwijl George Maduro gevangen zat, heeft zijn vader een brief geschreven naar koningin Wilhelmina en de regering in Londen met het voorstel om zijn zoon te ruilen voor Duitsers, die op Bonaire gevangen zaten, maar de regering weigerde deze ruil.

Na de oorlog schonk de familie Maduro een groot kapitaal waarmee een miniatuurstadje kon worden gebouwd, dat tot op vandaag Madurodam heet. Bij de officiële opening verklaarde toen nog prinses Beatrix, dat Madurodam een waardig gedenkteken zou blijven voor George Maduro. Hij heeft postuum de militaire Willemsorde gekregen voor zijn moedige daden.

Woonhuis George Maduro, Frederik-Hendriklaan 111, Den Haag. Foto door Roel Wijnants.
Woonhuis George Maduro, Frederik-Hendriklaan 111, Den Haag.
Madurodam. Foto door Roel Wijnants.
Madurodam.

Bronnen: Niod Amsterdam-Community joods monument.
Meer over George Maduro: http://www.4en5mei.nl/herinneren/oorlogsmonumenten/sprekende_beelden/getuigenverhalen/64

 

Haags Achterhuis

Haags Achterhuis Reinkenstraat nummer 19

De Reinkenstraat in Den Haag, is een straat in de wijk Duinoord met veel winkels en een aantal lunchrooms. Er is een grote diversiteit aan winkels en het is er vaak gezellig druk.

De straat heeft in de jongste geschiedenis een groot drama meegemaakt, wat niet zo bekend is. Amsterdam heeft het “Achterhuis” maar ook in de Reinkenstraat hebben wij een achterhuis.

Op nummer 19 woonde Mies Walbeehm. Zij bood, via het verzet, onderdak aan Joodse onderduikers. Het huis werd gebruikt als doorgangshuis voor Joden, die later elders werden ondergebracht. Er zaten soms wel 30 personen ondergedoken. In de nacht van 22 op 23 maart 1943 deed de SD, getipt door een verrader, een inval in de woning aan de Reinkenstraat. 24 Joden en Mies Walbeehm zijn toen uit het huis gehaald en afgevoerd.
De Joden werden afgevoerd naar kamp Sibibor, geen van allen overleefden dit kamp.
Mies Walbeehm werd eerst in de Scheveningse gevangenis opgesloten en later naar strafkamp Vucht overgebracht, als enige overleefde zij dit grote drama.

Sinds 2002 hangt er boven de ingang van nummer 19 een bronzen plaquette gemaakt naar een ontwerp van Loek Bos. Op de plaquette staat een spreuk van Jean Bartout: “De herinnering aan de doden is voor hen een tweede leven.”
Je moet echt zoeken om de plaquette te zien, omdat het in een donkere hoek hangt, maar als je eenmaal weet waar het zich bevindt, kun je niet meer door de Reinkenstraat lopen zonder er even naar te kijken. Elk jaar vind er een kleine plechtigheid plaats tijdens de jaarlijkse dodenherdenking op 4 mei.

Zo blijft de herinnering aan het Haagse achterhuis steeds levend.
Kaddisj jatom. Foto door Roel Wijnants, op Flickr
Kaddish van de rouwenden

Beppie en Sera

Nu de jaren meer gevorderd lijken te geraken maakt het lichamelijk actief zijn steeds meer plaats voor activiteiten van de hersenen. Daar hoort min of meer als een vast onderdeel bij, dat ik in gedachten terug ga in de tijd en daarbij komen dan, herinneringen waarvan ik dacht dat ik ze vergeten was ineens weer naar boven.
Ik ben, alhoewel ik er met regelmaat kwam, een lange periode weg geweest uit Den Haag. dat ik ooit uit mijn geboortestad ben vertrokken had te maken met de huisvestingsproblemen waar de grote steden na de tweede wereldoorlog mee te maken hadden. De oorlog had veel sporen achtergelaten en alhoewel ik van de oorlog zelf weinig heb mee gekregen werd ik ik mijn jonge jaren behoorlijk met die ramp geconfronteerd.

Ik had een tante van moederskant, die met een jood getrouwd was. Oom dolf had een grote textiel zaak in de hobbemastraat, maar hij stond daarnaast ook nog op de markt met zijn ondergoed, sokken, theedoeken enz. Via oom dolf ontmoette mijn vader daar ook werkend op de markt Beppie en Sera. Deze twee jonge zusters hadden de holocaust overleefd en waren moederziel alleen. Geen vader en moeder, geen broers en zusters, geen ooms en tantes, geen oma’s en opa’s. Niks, alleen op de wereld. Allemaal, voor zover ze niet voor de oorlog overleden waren, vermoord door de moffen. Mijn vader was een sociaal mens en begaan met het lot van zijn medemens. Als gevolg op de ontmoeting gingen wij dan ook op zondagmorgen op bezoek bij de jonge marktvrouwen. Er heerste daar altijd een sfeer, die ik als kind helemaal niet kende. alsof we allemaal murf geslagen waren. Nog niet eens verdriet, om dat te uiten was het waarschijnlijk te groot en werd het verdrongen. Gelatenheid overheerste en er werd ook nauwelijks gesproken. We zaten bij elkaar, mijn broer en ik draaiden wat op onze stoelen, maar hielden ons muisstil uit een soort eerbied voor de situatie. Deze bezoeken hebben best wel een tijd geduurd. Soms zochten we ze dan ook wel eens op tijdens hun werk op de markt. Vrolijk heb ik ze nooit gezien.
Enige jaren geleden op de begrafenis van mijn oudste broer kwam ik een zoon van oom Dolf tegen en op mijn vraag of hij nog iets wist van Beppie en Sera vertelde hij, dat ze beiden nog leefden getrouwd waren naar Israël verhuisd waren en ondertussen ook weer terug naar Nederland waren gekomen.

via beppie en sera.

Vandaag 10 Jaar geleden: demonstratie tegen Irak-oorlog

Vandaag is het 10 jaar geleden dat 70.000 Nederlanders meeliepen in een grote demonstratie tegen de dreigende oorlog in Irak. Achteraf gezien was dit uiteraard een symbolische actie: de oorlog tegen Irak, onder het valse voorwendsel van ‘weapons of mass destruction’ moest immers doorgang vinden om de oliebelangen van de VS en haar bondgenoten in het Midden-Oosten veilig te stellen voor de middellange termijn.

Inmiddels zijn wij 10 jaar en vele honderdduizenden doden verder.* Een flink deel van de Nederlanders lijkt het begin van deze oorlog, de motieven en valse voorwendselen en de manipulaties van de VS in de VN-veiligheidsraad, inmiddels te zijn vergeten. Ook zijn wij allemaal een stuk cynischer, of moet ik zeggen: apathischer, geworden. Nederlanders lijken al nauwelijks meer te mobiliseren als het om hun eigen belangen gaat, laat staan oorlogen in het buitenland die met onze belastinggelden worden uitgevochten.

Het liefst mopperen wij vanachter de buis en geven wij ‘de ander’ de schuld van onze problemen. Een zielig en bekrompen volkje.

 

* Het Britse Medische tijdschrift ‘The Lancet sprak in 2009 van 655.000 doden, de organisatie Just Foreign Policy in 2012 van 1.2 miljoen. De World Health Organisation spreekt ondertussen van 150.000 doden.